Programmanummer | 10 | |
Commissie | Onderwijs en Samenleving | |
Portefeuille(s) | Energie, Werk en Inkomen en Cultuur Kansengelijkheid, Jeugd en Onderwijs |
De missie van het programma Werk en Inkomen luidt: |
Programma 10 is onderdeel van het sociaal domein, net als de programma's 7, 8C en 9. We richten ons op bestaanszekerheid voor elke Leidenaar, waarbij het hebben van werk, voldoende inkomen, deelname aan de samenleving en het voorkomen van schulden kerndoelen zijn. Om dit te bereiken moet op de arbeidsmarkt plek zijn voor iedereen. Mensen die ziek zijn, of geen werk hebben, moeten kunnen rekenen op een stevig sociaal vangnet. Naast dat mensen terecht kunnen bij het UWV, kunnen mensen zonder ander inkomen bij de gemeente een bijstandsuitkering aanvragen. Daarnaast bieden we begeleiding en ondersteuning, zodat zij, waar mogelijk, stappen kunnen zetten richting werk of maatschappelijke participatie.
Belangrijke ontwikkelingen zijn de Pilot Werk en meedoen vanuit het AZC en de voorbereidingen die getroffen zijn voor het implementeren van de Sleutelpas. Daarnaast is de Participatiewet in Balans voorbereid en experimenteren we met een samenwerking met de Belastingdienst op het gebied van Eerste Hulp Bij Geldzorgen. Ook is in 2025 de Woonzorgvisie vastgesteld. Al deze acties dragen bij aan bestaanszekerheid voor alle inwoners van Leiden.
Beleidsterrein Arbeidsparticipatie
Arbeidsmarktregio
Op 1 juli 2025 is het Werkcentrum Holland Rijnland van start gegaan, in september was de opening. Inwoners kunnen hier terecht met vragen over werk, loopbaan en omscholing. Er zijn vier locaties geopend: naast het stadskantoor van Leiden zijn dat het gemeentehuis in Alphen aan den Rijn en de bibliotheken in Katwijk en Lisse. In het werkcentrum zijn gidsen en loopbaanadviseurs aanwezig die worden ingezet vanuit UWV en de ontwikkelbedrijven DZB, Rijnvicus en Provalu. Het werkcentrum bouwt voort op de eerdere werkcafés, maar de openingstijden zijn verruimd.
In 2025 heeft de arbeidsmarktregio Holland Rijnland ook voor het eerst gewerkt aan een meerjarenagenda. De beleidsagenda 2026-2030 beschrijft de kaders voor gezamenlijke initiatieven die bijdragen aan duurzaam werk voor inwoners en het helpen van werkgevers bij het vinden van personeel. Zo is een aantal speerpuntsectoren benoemd waar actief wordt gekeken naar nieuwe initiatieven: zorg en welzijn, biosciences, techniek/bouw en energietransitie en IT. Aanvullend zijn er een aantal sector overstijgende prioriteiten: versterken van de dienstverlening van het Werkcentrum, investeren in taal en basisvaardigheden, maximaal inzetten op (mbo-)praktijkleren en ontzorgen van werkgevers.
Start Werk en meedoen vanuit AZC
De pilot Werk en Meedoen vanuit het AZC is in september 2025 gestart. Het doel van de pilot is tweeledig, namelijk 1. om een proces te ontwikkelen dat mensen echt naar werk toe leidt en 2. om 15 mensen per jaar naar werk te begeleiden. Tot en met eind 2025 hebben twintig bewoners een intakegesprek gehad. Een deel van hen heeft een kennismaking met een werkgever gehad. Tot en met half december zijn zestien mensen vanuit het AZC gestart met een bemiddelingstraject naar werk. Zij hadden allen een kennismaking gehad met een werkgever. Vier van hen hebben vervolgens oriënterend meegewerkt bij een werkgever en één persoon heeft een dienstverband bij een werkgever. Er wordt per persoon goed gekeken wat er nodig is om werk te vinden. In deze opstartfase zijn we tevreden met deze opbrengst.
Implementatie wet van school naar duurzaam werk
In 2025 is de wet ‘Van School naar Duurzaam Werk’ regionaal voorbereid en vervolgens op 1 januari 2026 ingegaan. De nieuwe wet moet ervoor zorgen dat alle jongeren gelijke kansen hebben op de arbeidsmarkt. Sommige groepen komen nu namelijk moeilijk aan werk, bijvoorbeeld jongeren uit het praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs, jongeren met een mbo-1- of 2 diploma en voortijdig schoolverlaters. De wet vraagt scholen, gemeenten en doorstroompunten om deze jongeren te ondersteunen richting duurzaam werk. Regionaal zijn afspraken gemaakt over de inzet van dienstverlening en een goede overdracht. Aanvullend daarop is een Regionaal programma Voortijdig schoolverlaten en duurzaam werk 2026-2029 opgezet en ingediend bij het ministerie van OCW. Door dit programma kunnen we de komende vier jaar extra maatregelen inzetten om jongeren nog beter te ondersteunen richting onderwijs en duurzaam werk.
Basisvaardigheden
In het begin van 2025 is het beleidsplan ‘Basisvaardigheden in Holland Rijnland 2025-2028’ (RV 25.0004) vastgesteld. De lokale invulling van dit regionale beleid wordt rond de zomer in het college vastgesteld.
In oktober 2025 hebben partners in de arbeidsmarktregio Holland Rijnland een subsidie van € 2,18 miljoen aangevraagd voor het LLO‑collectief (Leven Lang Ontwikkelen), met Rijnvicus als penvoerder. Het LLO‑collectief helpt volwassenen met weinig opleiding om hun taal-, reken- en digitale vaardigheden te verbeteren, vaak gecombineerd met vakvaardigheden.
DZB Leiden
In 2025 zijn er meer mensen met een indicatie (beschut werk of banenafspraak) bij DZB ingestroomd dan in 2024. Sinds 2015 kunnen geen nieuwe mensen meer in de Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw) instromen en wordt de Wsw-regeling door natuurlijk verloop afgebouwd. De uitstroom van mensen vanuit de Wsw is nog altijd groter dan de instroom van mensen met een indicatie beschut werk of banenafspraak. Het verschil wordt met de toegenomen instroom wel kleiner.
DZB begeleidt steeds meer statushouders aansluitend op het inburgeringsprogramma naar werk. Eind 2025 waren er 120 statushouders bezig met een traject naar werk via DZB. Er wordt samen met de werkzoekende gekeken wat nodig is om betaald werk te vinden. Bijvoorbeeld een taalstage, een leerwerktraject, bemiddeling naar een baan.
Inburgering en statushouders
De uitvoering van de Wet Inburgering 2021 (WI2021) is onder te verdelen in drie routes:
In 2025 zorgde een grotere uitstroom van inburgeraars voor iets meer doorstroom, maar het hardnekkige docententekort in de Z‑route houdt de wachtlijsten daar lang. Dit probleem speelt in mindere mate in de B1‑route en in de Onderwijsroute.
Met een groeiende groep jongeren in de caseload wordt onderwijstoeleiding steeds belangrijker. 278 jongeren maakten in 2025 gebruik van Leidse Inburgering om zo toegang te krijgen tot regulier onderwijs. Via gezamenlijke activiteiten vonden zij meer aansluiting bij elkaar. Een kleine groep jongeren heeft onder begeleiding gezamenlijk een minifilmfestival georganiseerd, voor een breed publiek toegankelijk.
Beleidsterrein armoedebeleid
De Sleutelpas
In 2025 zijn wij aan de slag gegaan met de voorbereidingen voor de implementatie van de Sleutelpas in 2026. In voorbereiding hierop hebben we geprobeerd om zoveel mogelijk regelingen voor huishoudens met een laag inkomen via de Sleutelpas te ontsluiten onder de noemer ‘kindtegoed’. Daarnaast hebben wij maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat het bereik van de Sleutelpas onder huishoudens met een laag inkomen vanaf de start al zo hoog mogelijk zou zijn.
Pilot mondzorg
In 2025 hebben wij in samenwerking met Stichting Urgente Noden (SUN) invulling gegeven aan ‘de pilot mondzorg’ die per december 2025 in werking is getreden met een looptijd van 13 maanden. Door deze pilot wordt voor inwoners met acute en ernstige mondzorgproblemen het benodigde budget beschikbaar gesteld. Hiervan kunnen behandelingen vergoed worden, wordt de samenwerking tussen netwerkpartners van SUN versterkt en wordt informatie opgehaald om te bepalen hoe deze doelgroep in de toekomst beter ondersteund kan worden.
Beleidsterrein Inkomensvoorzieningen
Participatiewet in Balans
In de tweede helft van 2025 zijn we aan de slag gegaan met de voorbereidingen voor Participatiewet in Balans. Met het wetsvoorstel gaan ruim 11 maatregelen van start vanaf 2026. Hiervoor zijn verschillende aanpassingen nodig in de uitvoering, zoals in de ICT, aanpassingen aan de website en aanpassingen in onze werkwijze en communicatie naar de inwoners. De modelbeleidsregels vanuit VNG zijn in december 2025 gepubliceerd waardoor de beleidsregels later vastgesteld worden, namelijk in het eerste kwartaal van 2026.
Alleenverdienersproblematiek
In 2025 zijn de beleidsregels Alleenverdienersproblematiek vastgesteld. Deze regeling is bedoeld voor huishoudens die door een samenloop van landelijke wet- en regelgeving onvoldoende aanspraak kunnen maken op toeslagen. Hierdoor ligt hun netto‑inkomen lager dan dat van vergelijkbare (echt)paren met een bijstandsuitkering en maximale toeslagen, waardoor zij onder het bestaansminimum uitkomen.
Met de lokale regeling ontvangen rechthebbende huishoudens jaarlijks een toeslag ter overbrugging van het ontstane inkomensnadeel, totdat voor deze problematiek een landelijke oplossing bestaat (verwacht in 2028).
Beleidsterrein Schuldhulpverlening
Team Eerste Hulp Bij Geldzorgen
Vanaf 1 juni 2025 loopt het experiment dat de Belastingdienst en Dienst Toeslagen zich aansluiten bij de partijen die zich inzetten op vroegsignalering, om via mensen in beeld te krijgen met een betalingsachterstand. Het doel is om inwoners met een betalingsachterstand te bereiken die nog niet bekend zijn bij de gemeente. Na één jaar vindt een evaluatie plaats, waarna gezamenlijk besloten wordt of het experiment verlengd zal worden met nog één jaar tot 1 juni 2027).
Schuldhulpverlening
In 2025 is een plan van aanpak financiële begeleiding vanaf de intake tot en met de nazorg (begeleiding nadat de schuldregeling is afgerond) opgesteld. Het sociaal wijkteam (SWT) gaat hierin voor het jaar 2026 een belangrijke rol spelen. Zij gaan inwoners die een schuldhulpverleningstraject hebben financiële begeleiding bieden. Het sociaal wijkteam maakt hierbij gebruik van een innovatief instrument: de Plinkr app.
In januari 2025 heeft de Leidse Regio het Convenant Voorkomen Huisuitzetting bij Huurschuld geactualiseerd en ondertekend. De gemeenten Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude hebben samen met de woningbouwcorporaties werkafspraken gemaakt om zo vroeg mogelijk in het proces te voorkomen dat inwoners hun huis worden uitgezet.
Door een stijging in het aantal aanvragen bij een gelijkblijvende capaciteit en de complexiteit van aanvragen is de wachttijd van minder dan 2 weken voor een eerste gesprek schuldhulpverlening in 2021 opgelopen naar een wachttijd van gemiddeld 33 dagen in 2025. De wettelijke termijn voor de intake bij schulphulpverlening is vier weken (28 dagen) na aanmelding bij de gemeente.
In 2025 zijn vier wijkgerichte bijeenkomsten georganiseerd. Aan deze bijeenkomsten namen Stadsbank, Eerste Hulp Bij Geldzorgen, Werk en Inkomen, DZB, Sociaal Wijkteam, Incluzio, SOL, SchuldHulpMaatje en Humanitas deel. Het doel van deze bijeenkomsten was te inventariseren hoe de integrale samenwerking tussen de verschillende partijen te verbeteren. Belangrijke aanbevelingen om beter integraal samen te werken vanuit deze bijeenkomsten zijn: elkaar leren kennen, meer inzicht krijgen in de taken en expertise van elke organisatie, aanwijzen van vaste contactpersonen, zichtbaar aanwezig in de wijk, casuïstiekoverleg en het delen van signalen en ontwikkelingen.
Toeslagenaffaire
Ook in 2025 hebben we gedupeerden, kindgedupeerden en ex-toeslagpartners geholpen via de brede ondersteuning. In het vierde kwartaal 2025 zijn we gestart met de voorbereiding voor een aantal lotgenotenbijeenkomsten samen met Stichting Lotgenotencontact. Tijdens deze bijeenkomsten kunnen gedupeerden met elkaar in gesprek, ervaringen delen en elkaar ondersteunen.
Jeugdeducatiefonds
In 2025 werd de inzet van het Jeugdeducatiefonds in Leiden uitgebreid met drie nieuwe scholen. Het Jeugdeducatiefonds, toegevoegd (op incidentele middelen) aan het armoedebeleid, maakt het mogelijk om gezinnen via de vindplaats ‘school’ heel gericht te ondersteunen. Het Jeugdeducatiefonds ondersteunt de scholen op basis van cofinanciering. Het Jeugdeducatiefonds zet zich ervoor in dat alle kinderen maximale ontwikkelingskansen krijgen. Daarom steunen zij kinderen via de basisschool, een plek van vertrouwen voor kinderen en hun ouders. Vanaf 2025 zijn in Leiden 14 basisscholen gecertificeerd door het Jeugdeducatiefonds. Scholen kunnen bij het Jeugdeducatiefonds aanvragen indienen voor een individueel kind, bijvoorbeeld voor een bril, een fiets, een bed of leesboeken voor thuis, dyslexietesten, of ondersteuning bij de thuissituatie. Daarnaast vergoeden ze educatieve groepsaanvragen, zoals een bezoek aan het museum of theater, maar ook busvervoer naar een schoolreis of extra leermateriaal voor de hele klas. Het Jeugdeducatiefonds is tot slot ook de aangewezen partij om de scholen te ondersteunen bij het organiseren van schoolmaaltijden (ontbijt) of het koppelen aan het Rode Kruis (boodschappenkaarten).
Doel | Prestatie | |
|---|---|---|
10A1 Leidenaren hebben werk en zijn daardoor minder uitkeringsafhankelijk | 10A1.1 Inzetten re-integratie en participatievoorzieningen | |
10A1.2 Aanbieden volwasseneneducatie | ||
10A1.3 Inzetten dienstverlening voor jongeren, statushouders en migranten | ||
10A2 Mensen met loonwaarde onder het wettelijk minimumloon werken zo regulier mogelijk | 10A2.1 Inzetten sociale werkvoorziening | |
10A2.2 Inzetten beschut werk | ||
10A2.3 Inzetten loonkostensubsidie |
Zie toelichting bij 'Ontwikkelingen in 2025' aan het begin van dit hoofdstuk.
Effectindicator | Realisatie | Streefwaarde 2025 | Bron | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |||
Doel 10A1 Leidenaren hebben werk en zijn daardoor minder uitkeringsafhankelijk | ||||||
10A1.a Netto arbeidsparticipatie (% werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking) | 73% | 74% | 73%* | 74% | ≥ 75% | CBS |
10A1.b Aantal banen per 1.000 inwoners van 15 t/m 65 jaar | 853 | 850 | 850 | nnb | ≥ 860 | LISA |
10A1.c Werkloze jongeren, percentage 16- tot en met 22-jarigen | 1% | 1% | nnb | nnb | ≤ 1% | Verwey Jonker Instituut |
10A1.d Aantal lopende re-integratievoorzieningen per 10.000 inwoners van 15-64 jaar | 117 | 124 | 132* | nnb | 120 | CBS |
10A1.e Aantal gestarte trajecten basisvaardigheden | 258 | 370 | 274 | 184** | ≥ 270 | Taalschool |
10A1.f Percentage succesvolle uitstroom | 79% | 78% | 74% | 83% | ≥ 80% | Taalschool |
10A1.g Gemiddelde trajectwaardering | 8,2 | 8,6 | 8,3 | 8,5 | ≥ 8,4 | Taalschool |
Doel 10A2 Mensen met loonwaarde onder het minimumloon werken zo regulier mogelijk | ||||||
10A2.a Aantal volledige banen in de WSW uitgedrukt in standaardeenheden (SE) | 621 | 582 | 542 | 520 | 511 | DZB |
10A2.b Aantal loonkostensubsidie banenafspraak (via DZB) | 219 | 236 | 275 | 285 | 306 | DZB |
10A2.c Aantal nieuw beschut werk | 49 | 56 | 67 | 80 | 86 | DZB |
10A2.d Aantal opstapsubsidies eerste jaar | 8 | 8 | 6 | 12 | 20 | DZB |
* In de jaarstukken van 2024 is een incorrecte waarde opgenomen. Dit is het juiste getal.
** In 2025 is het aantal gestarte trajecten aanzienlijk afgenomen, voornamelijk doordat de facturatie van veel in 2024 gestarte trajecten is doorgeschoven naar 2025. Hierdoor was een groot deel van het budget al vooraf vastgelegd, wat minder ruimte liet om nieuwe trajecten te starten. Tegelijkertijd ligt het percentage succesvolle uitstroom in 2025 juist hoger dan in het jaar ervoor.
Doel | Prestatie | |
|---|---|---|
10B1 Minima doen mee in de samenleving en raken niet in een sociaal isolement | 10B1.1 Ondersteunen van mensen die gebruik maken van een bijstandsuitkering om actief te zijn in de samenleving en niet in een sociaal isolement te raken | |
10B2 Armoedebestrijding | 10B2.1 Behandelen aanvragen individuele bijzondere bijstand en individuele inkomenstoeslag | |
10B2.2 Verstrekken (bijdrage in) premie Collectieve Ziektekostenverzekering Minima | ||
10B2.3 Verstrekken tegemoetkoming kinderopvang op Sociaal medische Indicatie | ||
10B2.4 Kwijtschelding gemeentelijke heffingen | ||
10B2.5 Subsidies minimabeleid |
Toelichting op prestaties
Zie toelichting bij 'Ontwikkelingen in 2025' aan het begin van dit hoofdstuk.
Participatieladder
Positie op de participatieladder | Aantal personen op 31-12-2025, minimaal 2 jaar in de uitkering | Aantal personen op 31-12-2024, minimaal 2 jaar in de uitkering |
1. GeÏsoleerd | 212 | 225 |
2. Sociale contacten buitenshuis | 869 | 903 |
3. Deelname georganiseerde activiteiten | 473 | 458 |
4. Onbetaald werk | 337 | 338 |
5. Betaald werk met ondersteuning | 159 | 168 |
6. Betaald werk | 32 | 29 |
Nog niet ingedeeld | 90 | 83 |
Totaal | 2172 | 2204 |
Effectindicator | Realisatie | Streefwaarde 2025 | Bron | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |||
Doel 10B2 Armoedebestrijding | ||||||
10B2.a Gebruik Collectieve Ziektekostenverzekering Minima | 5.559 | 5.740 | 5.875 | 5.951 | ≥ 6.200 | Zorg en Zekerheid |
10B2.b Inzet maatwerkbudget | 217 | 331 | 270 | 245 | ≥ 325 | Pivio |
10B2.c Aantal goedgekeurde aanvragen Stichting Leergeld | 1.798 | 1.818 | 1.875 | 1.906 | ≥ 1.900 | Stichting Leergeld |
10B2.d Aantal goedgekeurde aanvragen Jeugdfonds Sport en Cultuur | 972 | 1.087 | 1.139 | 1.133 | ≥ 1.050 | Jeugdfonds Sport en Cultuur |
10B2.e Aantal goedgekeurde aanvragen Volwassenenfonds Sport en Cultuur | 479 | 689 | 998 | 1.047 | ≥ 1.500 | Volwassenenfonds Sport en Cultuur |
10B2.f Aantal gekochte Zomerzwemabonnementen | 439 | 442 | 443 | 381 | ≥ 500 | Team Werk en Inkomen |
Doel | Prestatie | |
|---|---|---|
10C1 Leidenaren (18 t/m AOW-leeftijd) voor wie een financieel vangnet nodig is, ontvangen inkomensondersteuning | 10C1.1 Behandelen aanvragen en beheer uitkeringen Participatiewet, Ioaw, Ioaz, Bbz- inkomensvoorzieningen | |
10C1.2 Uitvoeren fraudepreventie en opsporen uitkeringsfraude | ||
10C1.3 Uitvoeren terugvordering en verhaal |
Zie toelichting bij 'Ontwikkelingen in 2025' aan het begin van dit hoofdstuk.
Effectindicator | Realisatie | Streefwaarde 2025 | Bron | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |||
Doel 10C1 Leidenaren (18 t/m AOW-leeftijd) voor wie een financieel vangnet nodig is, ontvangen inkomensondersteuning | ||||||
10C1.a Personen met een bijstanduitkering, aantal per 1.000 inwoners | 39,3 | 36,4 | 35,7 | nnb | ≤ 45,0 | CBS |
10C1.b Percentage ontvangen bedrag van het totaalsaldo vorderingen (incassoquote) | 14% | 14% | 17% | 18% | ≥ 15% | Team Werk & Inkomen |
10C1.c Percentage huishoudens dat ten minste één jaar een inkomen heeft tot 120% van het sociaal minimum | 13% | 13% | nnb | nnb | ≤ 13% | CBS |
10C1.d Aantal Leidenaars dat langdurig in armoede leeft | 4.400 | 4.300 | nnb | nnb | ≤ 4.350 | CBS |
* In de jaarstukken van 2024 is een incorrecte waarde opgenomen. Er is nog geen meting bekend.
Doel | Prestatie | |
|---|---|---|
10D1 Het ontstaan dan wel escalatie van problematische schuldensituaties is voorkomen | 10D1.1 Uitvoeren van vroegsignalering, preventieve maatregelen, | |
10D2 Problematische schuldensituaties zijn beheersbaar gemaakt en (zo mogelijk) opgelost | 10D2.1 Uitvoeren schuldhulpverlening |
Zie toelichting bij 'Ontwikkelingen in 2025' aan het begin van dit hoofdstuk.
Effectindicator | Realisatie | Streefwaarde 2025 | Bron | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |||
Doel 10D1 Het ontstaan dan wel escalatie van problematische schuldensituaties is voorkomen | ||||||
10D1.a Het gemiddelde schuldbedrag van particulieren die zich bij de schuldhulpverlening hebben gemeld | - | - | € 33.344 | € 32.403 | ≤ € 36.000 | Stadsbank |
10D1.b Het gemiddelde aantal schuldeisers van particulieren die zich bij de schuldhulpverlening hebben gemeld | - | - | 16 | 16 | ≤ 12 | Stadsbank |
10D1.c Het percentage particuliere aanvragers voor schuldhulpverlening, dat eerder (binnen een periode van 36 maanden voorafgaand aan de aanvraag) een minnelijk of wettelijk traject hebben doorlopen | - | - | 1,7% | 1,8% | ≤ 4% | Stadsbank |
10D1.d Aantal ex-ondernemers dat zich meldt bij de Stadsbank | - | - | - | -* | ≤ 20 | Stadsbank |
10D1.e Aantal ondernemers dat zich meldt bij de Stadsbank | - | 62 | 88 | 107 | ≤ 60 | Stadsbank |
10D1.f Aantal meldingen signaalpartners Eerste Hulp Bij Geldzorgen | - | 7.212 | 6.718 | 7.215 | ≥ 6.000 | EHBG |
10D1.g Percentage inwoners waarbij via Eerste Hulp Bij Geldzorgen daadwerkelijk contact tot stand is gekomen met de inwoner | - | 18% | 42% | 61% | ≥ 20% | EHBG |
10D1.h Percentage waarbij de inwoner hulp via Eerste Hulp Bij Geldzorgen accepteert | - | 6% | 12% | 18% | ≥ 9% | EHBG |
Doel 10D2 Problematische schuldensituaties zijn beheersbaar gemaakt en (zo mogelijk) opgelost | ||||||
10D2.a Aantal gestarte schuldregelingen | - | - | 92 | 83 | ≥ 110 | Stadsbank |
10D2.b Aantal geslaagde schuldbemiddelingstrajecten | - | - | 36 | 34 | ≥ 40 | Stadsbank |
10D2.c Aantal geslaagde saneringskredieten | - | - | 128 | 36** | ≥ 100 | Stadsbank |
* Dit aantal wordt niet geregistreerd. Bij de programmabegroting zal een voorstel worden gedaan om deze indicator te laten vervallen.
** De realisatiewaarde in 2024 is hoger dan in 2025, doordat in 2024 meerdere saneringskredieten versneld zijn afgeboekt door de verkorting van de schuldregeling van 36 naar 18 maanden.
In 2025 zijn de volgende kaderstellende beleidsstukken vastgesteld:
Werk en inkomen | Rekening 2024 | Begroting 2025 | Wijziging Begroting | Begroting 2025 na wijziging | Rekening 2025 | Verschil 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Bedragen x € 1.000,- | |||||||
Arbeidsparticipatie | Lasten | 44.059 | 41.774 | 5.280 | 47.053 | 44.333 | 2.721 |
Baten | -17.266 | -15.745 | -1.742 | -17.486 | -16.647 | -839 | |
Saldo | 26.793 | 26.029 | 3.538 | 29.567 | 27.685 | 1.882 | |
Maatsch. participatie en onderst. minima | Lasten | 14.452 | 13.302 | 1.077 | 14.380 | 14.303 | 77 |
Baten | -2.322 | -1.890 | 305 | -1.585 | -2.003 | 417 | |
Saldo | 12.130 | 11.412 | 1.382 | 12.794 | 12.300 | 495 | |
Inkomensvoorzieningen | Lasten | 66.340 | 66.278 | 6.388 | 72.666 | 71.603 | 1.063 |
Baten | -65.165 | -60.609 | -8.536 | -69.145 | -68.640 | -505 | |
Saldo | 1.176 | 5.668 | -2.147 | 3.521 | 2.963 | 558 | |
Schuldhulpverlening | Lasten | 4.489 | 4.207 | 1.501 | 5.708 | 5.249 | 459 |
Baten | -1.397 | -702 | -481 | -1.183 | -1.823 | 640 | |
Saldo | 3.092 | 3.505 | 1.019 | 4.524 | 3.426 | 1.098 | |
Programma | Lasten | 129.340 | 125.561 | 14.246 | 139.806 | 135.487 | 4.319 |
Baten | -86.149 | -78.946 | -10.454 | -89.400 | -89.113 | -287 | |
Saldo van baten en lasten | 43.191 | 46.614 | 3.792 | 50.406 | 46.374 | 4.032 | |
Reserves | Toevoeging | 3.553 | - | 3.595 | 3.595 | 3.595 | -0 |
Onttrekking | -2.482 | -1.363 | -2.234 | -3.597 | -3.454 | -143 | |
Mutaties reserves | 1.071 | -1.363 | 1.361 | -3 | 140 | -143 | |
Resultaat | 44.262 | 45.251 | 5.153 | 50.404 | 46.514 | 3.889 |
Reserves programma 10 | Rekening 2024 | Begroting 2025 | Wijziging Begroting | Begroting 2025 na wijziging | Rekening 2025 | Verschil 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Bedragen x € 1.000,- | |||||||
DZB Bedrijfsreserve dzb-Leiden wsw | Toevoeging | 1.106 | - | 2.330 | 2.330 | 2.330 | -0 |
Onttrekking | -1.106 | - | -565 | -565 | -565 | - | |
Saldo | - | - | 1.765 | 1.765 | 1.765 | -0 | |
DZB Reserve zachte landing rijksbez. Wsw | Toevoeging | - | - | - | - | - | - |
Onttrekking | -65 | -65 | -111 | -176 | -33 | -143 | |
Saldo | -65 | -65 | -111 | -176 | -33 | -143 | |
DZB Reserve frictiekosten ID/WIW DZB | Toevoeging | - | - | - | - | - | - |
Onttrekking | -30 | -33 | 26 | -6 | -6 | -0 | |
Saldo | -30 | -33 | 26 | -6 | -6 | -0 | |
Reserve Sociaal Domeins P10 | Toevoeging | 2.447 | - | 1.265 | 1.265 | 1.265 | -0 |
Onttrekking | -1.280 | -1.266 | -1.585 | -2.851 | -2.851 | 0 | |
Saldo | 1.167 | -1.266 | -320 | -1.586 | -1.586 | -0 | |
Totaal | Toevoeging | 3.553 | - | 3.595 | 3.595 | 3.595 | 0 |
Onttrekking | -2.482 | -1.363 | -2.234 | -3.597 | -3.454 | -143 | |
Reserves programma 10 | 1.071 | -1.363 | 1.361 | -3 | 140 | -143 |
Toelichting op beleidsterreinen met financiële afwijkingen (op de lasten en/of baten) > € 250.000.
10A Arbeidsparticipatie Werk en Inkomen
Er is € 1,1 miljoen aan extra declarabele lasten Inburgering ontstaan, wat geleid heeft tot € 1,1 miljoen aan extra rijksbaten. Er was in 2024 een nog te betalen post opgenomen van € 0,6 miljoen aan de regio-gemeenten, maar die is in 2025 vrijgevallen omdat een groter deel van de ESF-subsidie dan verwacht aan Leiden toekomt.
Er zijn onderbestedingen ontstaan op Taal en participatie (€ 54.000), onderzoek- en scholingstrajecten (€ 119.000), het regionale budget Laaggeletterdheid (€ 67.000) en het Leids participatiebudget (€ 98.000).
10A Arbeidsparticipatie DZB
Er is een nadeel gerealiseerd van € 280.000 bij DZB waarvan een deel tot uiting komt op programma 10 Werk en inkomen en een deel op programma Overhead. Het nadeel is opgebouwd uit een voordeel van € 566.000 bij Re-integratie en een voordeel van € 211.000 bij WSW, een nadeel van € 143.000 op de reserves (allemaal programma 10 Werk en inkomen) en een nadeel van € 914.000 op Overhead (zie programma Overhead).
Het totale voordeel op het budget Re-integratie is € 566.000. In het budget van Re-integratie zijn een aantal projecten van de arbeidsmarktregio Holland-Rijnland opgenomen. Dit regionaal budget is goed voor een voordeel van € 102.000 en is nodig voor afronding van projecten in de komende jaren. Dit bedrag wordt toegevoegd aan de DZB-bedrijfsreserve en in 2026 weer onttrokken. Bij de overige re-integratieactiviteiten is een voordeel ontstaan van € 464.000. Dit voordeel is grotendeels veroorzaakt door het realiseren van een hogere omzet.
Het voordeel op het budget Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) is € 211.000 en wordt grotendeels veroorzaakt door het realiseren van lagere loonkosten.
Het nadeel van € 280.000 is exclusief een door het Rijk voor 2025 toegekend bedrag aan “Compensatie medewerkers sociaal ontwikkelbedrijven” voor de WSW. Voor DZB komt dit neer op € 475.000. Dit bedrag is bij de decembercirculaire 2025 van de algemene uitkering gemeentefonds toegekend. Gelet op het tijdstip van toekenning kon dit bedrag niet meer verwerkt worden in de begroting 2025. Via bestemming van het rekeningresultaat 2025 wordt dit bedrag verwerkt in DZB-bedrijfsreserve.
10B Maatschappelijke participatie en ondersteuning minima
De opbrengst leenbijstand is € 235.000 hoger dan geraamd. Daar tegenover staat een extra storting van
€ 102.000 in de voorziening oninbaar. Uit ervaring weten we dat de opbrengst niet volledig zal worden geïnd. Tevens is een niet-geraamde bijdrage van € 89.000 ontvangen van Leiderdorp voor invoeringskosten van de Sleutelpas. Op alleenverdienerspoblematiek is een onderschrijding ontstaan van € 95.000. Dit betreft een groep huishoudens die door een ongunstige samenloop van toeslagen en uitkeringen (veelal UWV-uitkering) onder het bestaansminimum zakt. Het Rijk heeft € 1.000 aan compensatie per huishouden beschikbaar gesteld en de gemeente voert deze regeling uit. De onderschrijding van € 95.000 zal worden overgeheveld naar 2026, omdat nog circa 95 huishoudens recht hebben op deze compensatie van € 1.000. Er is daarnaast € 57.000 minder kwijtgescholden aan gemeentelijke heffingen.
10C Inkomensvoorzieningen
Op het budget bijstandsuitkeringen is een voordeel ontstaan van € 621.000. Dat is voornamelijk ontstaan door een onderschrijding op het loonkostensubsidiebudget (onderdeel BUIG-budget) van € 434.000. Tegenover een lagere opbrengst aan bijstandsvorderingen van € 332.000 staat een lagere storting in de voorziening oninbaar van € 267.000. De declarabele uitvoeringskosten voor Leiderdorp zijn € 157.000 lager dan begroot, waardoor de opbrengst Leiderdorp ook € 157.000 lager is.
10D Schuldhulpverlening
Op de teamkostenplaats Schuldhulpverlening is een technisch nadeel van € 411.000 ontstaan dat doorbelast had moeten worden naar dit beleidsterrein, maar is achterwege gebleven. Het is de belangrijkste oorzaak van het voordeel op de lasten van € 459.000 op dit beleidsterrein. Via de resultaatbestemming wordt dit alsnog opgelost. Daarnaast is er medio 2025 een extra incidenteel budget van € 140.000 ontvangen van het Rijk inzake schuldhulpverlening. Dit budget zal overgeheveld worden naar 2027 zodat het beschikbaar komt voor het nieuwe beleidsplan armoede- en schuldhulpverlening 2027-2030. Ook zijn er extra declarabele kosten
(€ 350.000) ontstaan inzake de afhandeling van de kindertoeslagaffaire, waardoor de rijksbaten ook € 350.000 hoger zijn. Via de kaderbrief 2025 is er een incidenteel budget geraamd van € 100.000 voor financiële begeleiding vanaf medio 2025. Het is niet gelukt om dit uit te besteden. Daarom zal worden voorgesteld om dit budget over te hevelen naar 2027, voor 2026 was al € 200.000 geraamd. Het overige voordeel op de baten van € 290.000 wordt met name veroorzaakt door het vrijvallen van de voorziening die gevormd was voor de verkorting van het overgangsrecht van 36 naar 18 maanden. Dit levert een incidenteel voordeel op van € 267.000.
Toelichting op afwijkingen Reserves > € 250.000.
Er zijn geen relevante afwijkingen.
INVESTERINGEN
Er zijn geen relevante afwijkingen.