Jaarstukken 2025

2.2.10 Werk en Inkomen

Programmanummer

10

Commissie

Onderwijs en Samenleving

Portefeuille(s)

Energie, Werk en Inkomen en Cultuur

Kansengelijkheid, Jeugd en Onderwijs

De missie van het programma Werk en Inkomen luidt:
"De gemeente Leiden stimuleert haar inwoners om door werk zelfstandig in het bestaan te voorzien, bevordert maatschappelijke participatie en biedt waar nodig een financieel vangnet."

Ontwikkelingen in 2025

Programma 10 is onderdeel van het sociaal domein, net als de programma's 7, 8C en 9. We richten ons op bestaanszekerheid voor elke Leidenaar, waarbij het hebben van werk, voldoende inkomen, deelname aan de samenleving en het voorkomen van schulden kerndoelen zijn. Om dit te bereiken moet op de arbeidsmarkt plek zijn voor iedereen. Mensen die ziek zijn, of geen werk hebben, moeten kunnen rekenen op een stevig sociaal vangnet. Naast dat mensen terecht kunnen bij het UWV, kunnen mensen zonder ander inkomen bij de gemeente een bijstandsuitkering aanvragen. Daarnaast bieden we begeleiding en ondersteuning, zodat zij, waar mogelijk, stappen kunnen zetten richting werk of maatschappelijke participatie.

Belangrijke ontwikkelingen zijn de Pilot Werk en meedoen vanuit het AZC en de voorbereidingen die getroffen zijn voor het implementeren van de Sleutelpas. Daarnaast is de Participatiewet in Balans voorbereid en experimenteren we met een samenwerking met de Belastingdienst op het gebied van Eerste Hulp Bij Geldzorgen. Ook is in 2025 de Woonzorgvisie vastgesteld. Al deze acties dragen bij aan bestaanszekerheid voor alle inwoners van Leiden.

Beleidsterrein Arbeidsparticipatie

Arbeidsmarktregio
Op 1 juli 2025 is het Werkcentrum Holland Rijnland van start gegaan, in september was de opening. Inwoners kunnen hier terecht met vragen over werk, loopbaan en omscholing. Er zijn vier locaties geopend: naast het stadskantoor van Leiden zijn dat het gemeentehuis in Alphen aan den Rijn en de bibliotheken in Katwijk en Lisse. In het werkcentrum zijn gidsen en loopbaanadviseurs aanwezig die worden ingezet vanuit UWV en de ontwikkelbedrijven DZB, Rijnvicus en Provalu. Het werkcentrum bouwt voort op de eerdere werkcafés, maar de openingstijden zijn verruimd.

In 2025 heeft de arbeidsmarktregio Holland Rijnland ook voor het eerst gewerkt aan een meerjarenagenda. De beleidsagenda 2026-2030 beschrijft de kaders voor gezamenlijke initiatieven die bijdragen aan duurzaam werk voor inwoners en het helpen van werkgevers bij het vinden van personeel. Zo is een aantal speerpuntsectoren benoemd waar actief wordt gekeken naar nieuwe initiatieven: zorg en welzijn, biosciences, techniek/bouw en energietransitie en IT. Aanvullend zijn er een aantal sector overstijgende prioriteiten: versterken van de dienstverlening van het Werkcentrum, investeren in taal en basisvaardigheden, maximaal inzetten op (mbo-)praktijkleren en ontzorgen van werkgevers. 

Start Werk en meedoen vanuit AZC
De pilot Werk en Meedoen vanuit het AZC is in september 2025 gestart. Het doel van de pilot is tweeledig, namelijk 1. om een proces te ontwikkelen dat mensen echt naar werk toe leidt en 2. om 15 mensen per jaar naar werk te begeleiden. Tot en met eind 2025 hebben twintig bewoners een intakegesprek gehad. Een deel van hen heeft een kennismaking met een werkgever gehad. Tot en met half december zijn zestien mensen vanuit het AZC gestart met een bemiddelingstraject naar werk. Zij hadden allen een kennismaking gehad met een werkgever. Vier van hen hebben vervolgens oriënterend meegewerkt bij een werkgever en één persoon heeft een dienstverband bij een werkgever. Er wordt per persoon goed gekeken wat er nodig is om werk te vinden. In deze opstartfase zijn we tevreden met deze opbrengst.

Implementatie wet van school naar duurzaam werk
In 2025 is de wet ‘Van School naar Duurzaam Werk’ regionaal voorbereid en vervolgens op 1 januari 2026 ingegaan. De nieuwe wet moet ervoor zorgen dat alle jongeren gelijke kansen hebben op de arbeidsmarkt. Sommige groepen komen nu namelijk moeilijk aan werk, bijvoorbeeld jongeren uit het praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs, jongeren met een mbo-1- of 2 diploma en voortijdig schoolverlaters. De wet vraagt scholen, gemeenten en doorstroompunten om deze jongeren te ondersteunen richting duurzaam werk. Regionaal zijn afspraken gemaakt over de inzet van dienstverlening en een goede overdracht. Aanvullend daarop is een Regionaal programma Voortijdig schoolverlaten en duurzaam werk 2026-2029 opgezet en ingediend bij het ministerie van OCW. Door dit programma kunnen we de komende vier jaar extra maatregelen inzetten om jongeren nog beter te ondersteunen richting onderwijs en duurzaam werk.

Basisvaardigheden
In het begin van 2025 is het beleidsplan ‘Basisvaardigheden in Holland Rijnland 2025-2028’ (RV 25.0004) vastgesteld. De lokale invulling van dit regionale beleid wordt rond de zomer in het college vastgesteld.

In oktober 2025 hebben partners in de arbeidsmarktregio Holland Rijnland een subsidie van 2,18 miljoen aangevraagd voor het LLO‑collectief (Leven Lang Ontwikkelen), met Rijnvicus als penvoerder. Het LLO‑collectief helpt volwassenen met weinig opleiding om hun taal-, reken- en digitale vaardigheden te verbeteren, vaak gecombineerd met vakvaardigheden.

DZB Leiden
In 2025 zijn er meer mensen met een indicatie (beschut werk of banenafspraak) bij DZB ingestroomd dan in 2024. Sinds 2015 kunnen geen nieuwe mensen meer in de Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw) instromen en wordt de Wsw-regeling door natuurlijk verloop afgebouwd. De uitstroom van mensen vanuit de Wsw is nog altijd groter dan de instroom van mensen met een indicatie beschut werk of banenafspraak. Het verschil wordt met de toegenomen instroom wel kleiner. 

DZB begeleidt steeds meer statushouders aansluitend op het inburgeringsprogramma naar werk. Eind 2025 waren er 120 statushouders bezig met een traject naar werk via DZB. Er wordt samen met de werkzoekende gekeken wat nodig is om betaald werk te vinden. Bijvoorbeeld een taalstage, een leerwerktraject, bemiddeling naar een baan.

Inburgering en statushouders

De uitvoering van de Wet Inburgering 2021 (WI2021) is onder te verdelen in drie routes:

  • De B1 route; een route voor taal en (vrijwilligers)werk. Inburgeringsplichtigen spreken en schrijven binnen maximaal 3 jaar de Nederlandse taal op niveau B1. Tegelijk kunnen zij meedoen door (vrijwilligers)werk.
  • De onderwijsroute; een route vooral voor jongeren. Zij leren de Nederlandse taal op niveau B1 of hoger. Ook worden zij dan voorbereid op het volgen van een mbo-, hbo- of universitaire opleiding.
  • De zelfredzaamheidsroute; deze Z-route is bedoeld voor inburgeraars die niet op A2-taalniveau of hoger kunnen inburgeren, de B1-route is bedoeld voor inburgeraars die op A2-taalniveau of hoger kunnen inburgeren.

In 2025 zorgde een grotere uitstroom van inburgeraars voor iets meer doorstroom, maar het hardnekkige docententekort in de Z‑route houdt de wachtlijsten daar lang. Dit probleem speelt in mindere mate in de B1‑route en in de Onderwijsroute.

Met een groeiende groep jongeren in de caseload wordt onderwijstoeleiding steeds belangrijker. 278 jongeren maakten in 2025 gebruik van Leidse Inburgering om zo toegang te krijgen tot regulier onderwijs. Via gezamenlijke activiteiten vonden zij meer aansluiting bij elkaar. Een kleine groep jongeren heeft onder begeleiding gezamenlijk een minifilmfestival georganiseerd, voor een breed publiek toegankelijk.

Beleidsterrein armoedebeleid

De Sleutelpas
In 2025 zijn wij aan de slag gegaan met de voorbereidingen voor de implementatie van de Sleutelpas in 2026. In voorbereiding hierop hebben we geprobeerd om zoveel mogelijk regelingen voor huishoudens met een laag inkomen via de Sleutelpas te ontsluiten onder de noemer ‘kindtegoed’. Daarnaast hebben wij maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat het bereik van de Sleutelpas onder huishoudens met een laag inkomen vanaf de start al zo hoog mogelijk zou zijn.

Pilot mondzorg
In 2025 hebben wij in samenwerking met Stichting Urgente Noden (SUN) invulling gegeven aan ‘de pilot mondzorg’ die per december 2025 in werking is getreden met een looptijd van 13 maanden. Door deze pilot wordt voor inwoners met acute en ernstige mondzorgproblemen het benodigde budget beschikbaar gesteld. Hiervan kunnen behandelingen vergoed worden, wordt de samenwerking tussen netwerkpartners van SUN versterkt en wordt informatie opgehaald om te bepalen hoe deze doelgroep in de toekomst beter ondersteund kan worden.

Beleidsterrein Inkomensvoorzieningen

Participatiewet in Balans
In de tweede helft van 2025 zijn we aan de slag gegaan met de voorbereidingen voor Participatiewet in Balans. Met het wetsvoorstel gaan ruim 11 maatregelen van start vanaf 2026. Hiervoor zijn verschillende aanpassingen nodig in de uitvoering, zoals in de ICT, aanpassingen aan de website en aanpassingen in onze werkwijze en communicatie naar de inwoners. De modelbeleidsregels vanuit VNG zijn in december 2025 gepubliceerd waardoor de beleidsregels later vastgesteld worden, namelijk in het eerste kwartaal van 2026.

Alleenverdienersproblematiek
In 2025 zijn de beleidsregels Alleenverdienersproblematiek vastgesteld. Deze regeling is bedoeld voor huishoudens die door een samenloop van landelijke wet- en regelgeving onvoldoende aanspraak kunnen maken op toeslagen. Hierdoor ligt hun netto‑inkomen lager dan dat van vergelijkbare (echt)paren met een bijstandsuitkering en maximale toeslagen, waardoor zij onder het bestaansminimum uitkomen.

Met de lokale regeling ontvangen rechthebbende huishoudens jaarlijks een toeslag ter overbrugging van het ontstane inkomensnadeel, totdat voor deze problematiek een landelijke oplossing bestaat (verwacht in 2028).

Beleidsterrein Schuldhulpverlening

Team Eerste Hulp Bij Geldzorgen
Vanaf 1 juni 2025 loopt het experiment dat de Belastingdienst en Dienst Toeslagen zich aansluiten bij de partijen die zich inzetten op vroegsignalering, om via mensen in beeld te krijgen met een betalingsachterstand. Het doel is om inwoners met een betalingsachterstand te bereiken die nog niet bekend zijn bij de gemeente. Na één jaar vindt een evaluatie plaats, waarna gezamenlijk besloten wordt of het experiment verlengd zal worden met nog één jaar tot 1 juni 2027).

Schuldhulpverlening
In 2025 is een plan van aanpak financiële begeleiding vanaf de intake tot en met de nazorg (begeleiding nadat de schuldregeling is afgerond) opgesteld. Het sociaal wijkteam (SWT) gaat hierin voor het jaar 2026 een belangrijke rol spelen. Zij gaan inwoners die een schuldhulpverleningstraject hebben financiële begeleiding bieden. Het sociaal wijkteam maakt hierbij gebruik van een innovatief instrument: de Plinkr app.

In januari 2025 heeft de Leidse Regio het Convenant Voorkomen Huisuitzetting bij Huurschuld geactualiseerd en ondertekend. De gemeenten Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude hebben samen met de woningbouwcorporaties werkafspraken gemaakt om zo vroeg mogelijk in het proces te voorkomen dat inwoners hun huis worden uitgezet.

Door een stijging in het aantal aanvragen bij een gelijkblijvende capaciteit en de complexiteit van aanvragen is de wachttijd van minder dan 2 weken voor een eerste gesprek schuldhulpverlening in 2021 opgelopen naar een wachttijd van gemiddeld 33 dagen in 2025. De wettelijke termijn voor de intake bij schulphulpverlening is vier weken (28 dagen) na aanmelding bij de gemeente.

In 2025 zijn vier wijkgerichte bijeenkomsten georganiseerd. Aan deze bijeenkomsten namen Stadsbank, Eerste Hulp Bij Geldzorgen, Werk en Inkomen, DZB, Sociaal Wijkteam, Incluzio, SOL, SchuldHulpMaatje en Humanitas deel. Het doel van deze bijeenkomsten was te inventariseren hoe de integrale samenwerking tussen de verschillende partijen te verbeteren. Belangrijke aanbevelingen om beter integraal samen te werken vanuit deze bijeenkomsten zijn: elkaar leren kennen, meer inzicht krijgen in de taken en expertise van elke organisatie, aanwijzen van vaste contactpersonen, zichtbaar aanwezig in de wijk, casuïstiekoverleg en het delen van signalen en ontwikkelingen.

Toeslagenaffaire
Ook in 2025 hebben we gedupeerden, kindgedupeerden en ex-toeslagpartners geholpen via de brede ondersteuning. In het vierde kwartaal 2025 zijn we gestart met de voorbereiding voor een aantal lotgenotenbijeenkomsten samen met Stichting Lotgenotencontact. Tijdens deze bijeenkomsten kunnen gedupeerden met elkaar in gesprek, ervaringen delen en elkaar ondersteunen.

Jeugdeducatiefonds
In 2025 werd de inzet van het Jeugdeducatiefonds in Leiden uitgebreid met drie nieuwe scholen. Het Jeugdeducatiefonds, toegevoegd (op incidentele middelen) aan het armoedebeleid, maakt het mogelijk om gezinnen via de vindplaats ‘school’ heel gericht te ondersteunen. Het Jeugdeducatiefonds ondersteunt de scholen op basis van cofinanciering. Het Jeugdeducatiefonds zet zich ervoor in dat alle kinderen maximale ontwikkelingskansen krijgen. Daarom steunen zij kinderen via de basisschool, een plek van vertrouwen voor kinderen en hun ouders. Vanaf 2025 zijn in Leiden 14 basisscholen gecertificeerd door het Jeugdeducatiefonds. Scholen kunnen bij het Jeugdeducatiefonds aanvragen indienen voor een individueel kind, bijvoorbeeld voor een bril, een fiets, een bed of leesboeken voor thuis, dyslexietesten, of ondersteuning bij de thuissituatie. Daarnaast vergoeden ze educatieve groepsaanvragen, zoals een bezoek aan het museum of theater, maar ook busvervoer naar een schoolreis of extra leermateriaal voor de hele klas. Het Jeugdeducatiefonds is tot slot ook de aangewezen partij om de scholen te ondersteunen bij het organiseren van schoolmaaltijden (ontbijt) of het koppelen aan het Rode Kruis (boodschappenkaarten).

Beleidsterrein 10A Arbeidsparticipatie

Doelen en prestaties bij 10A Arbeidsparticipatie

Doel

Prestatie

10A1 Leidenaren hebben werk en zijn daardoor minder uitkeringsafhankelijk

10A1.1 Inzetten re-integratie en participatievoorzieningen

10A1.2 Aanbieden volwasseneneducatie

10A1.3 Inzetten dienstverlening voor jongeren, statushouders en migranten

10A2 Mensen met loonwaarde onder het wettelijk minimumloon werken zo regulier mogelijk

10A2.1 Inzetten sociale werkvoorziening

10A2.2 Inzetten beschut werk

10A2.3 Inzetten loonkostensubsidie

Toelichting op prestaties

Zie toelichting bij 'Ontwikkelingen in 2025' aan het begin van dit hoofdstuk.

Effectindicatoren bij 10A Arbeidsparticipatie

Effectindicator

Realisatie

Streefwaarde 2025

Bron

2022

2023

2024

2025

Doel 10A1 Leidenaren hebben werk en zijn daardoor minder uitkeringsafhankelijk

10A1.a Netto arbeidsparticipatie (% werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking)

73%

74%

73%*

74%

≥ 75%

CBS
(BBV - via wsjg)

10A1.b Aantal banen per 1.000 inwoners van 15 t/m 65 jaar

853

850

850

nnb

≥ 860

LISA
(BBV - via wsjg)

10A1.c Werkloze jongeren, percentage 16- tot en met 22-jarigen

1%

1%

nnb

nnb

≤ 1%

Verwey Jonker Instituut
(BBV - via wsjg)

10A1.d Aantal lopende re-integratievoorzieningen per 10.000 inwoners van 15-64 jaar

117

124

132*

nnb

120

CBS
(BBV - via wsjg)

10A1.e Aantal gestarte trajecten basisvaardigheden

258

370

274

184**

≥ 270

Taalschool

10A1.f Percentage succesvolle uitstroom

79%

78%

74%

83%

≥ 80%

Taalschool

10A1.g Gemiddelde trajectwaardering

8,2

8,6

8,3

8,5

≥ 8,4

Taalschool

Doel 10A2 Mensen met loonwaarde onder het minimumloon werken zo regulier mogelijk

10A2.a Aantal volledige banen in de WSW uitgedrukt in standaardeenheden (SE)

621

582

542

520

511

DZB

10A2.b Aantal loonkostensubsidie banenafspraak (via DZB)

219

236

275

285

306

DZB

10A2.c Aantal nieuw beschut werk

49

56

67

80

86

DZB

10A2.d Aantal opstapsubsidies eerste jaar

8

8

6

12

20

DZB

* In de jaarstukken van 2024 is een incorrecte waarde opgenomen. Dit is het juiste getal.
** In 2025 is het aantal gestarte trajecten aanzienlijk afgenomen, voornamelijk doordat de facturatie van veel in 2024 gestarte trajecten is doorgeschoven naar 2025. Hierdoor was een groot deel van het budget al vooraf vastgelegd, wat minder ruimte liet om nieuwe trajecten te starten. Tegelijkertijd ligt het percentage succesvolle uitstroom in 2025 juist hoger dan in het jaar ervoor.

Beleidsterrein 10B Maatschappelijke participatie en ondersteuning minima

Doelen en prestaties bij 10B Maatschappelijke participatie en ondersteuning minima

Doel

Prestatie

10B1 Minima doen mee in de samenleving en raken niet in een sociaal isolement

10B1.1 Ondersteunen van mensen die gebruik maken van een bijstandsuitkering om actief te zijn in de samenleving en niet in een sociaal isolement te raken

10B2 Armoedebestrijding

10B2.1 Behandelen aanvragen individuele bijzondere bijstand en individuele inkomenstoeslag

10B2.2 Verstrekken (bijdrage in) premie Collectieve Ziektekostenverzekering Minima

10B2.3 Verstrekken tegemoetkoming kinderopvang op Sociaal medische Indicatie

10B2.4 Kwijtschelding gemeentelijke heffingen

10B2.5 Subsidies minimabeleid

Toelichting op prestaties
Zie toelichting bij 'Ontwikkelingen in 2025' aan het begin van dit hoofdstuk.

Participatieladder

Positie op de participatieladder

Aantal personen op 31-12-2025, minimaal 2 jaar in de uitkering

Aantal personen op 31-12-2024, minimaal 2 jaar in de uitkering

1. GeÏsoleerd

212

225

2. Sociale contacten buitenshuis

869

903

3. Deelname georganiseerde activiteiten

473

458

4. Onbetaald werk

337

338

5. Betaald werk met ondersteuning

159

168

6. Betaald werk

32

29

Nog niet ingedeeld

90

83

Totaal

2172

2204

Effectindicatoren 10B Maatschappelijke participatie en ondersteuning minima

Effectindicator

Realisatie

Streefwaarde 2025

Bron

2022

2023

2024

2025

Doel 10B2 Armoedebestrijding

10B2.a Gebruik Collectieve Ziektekostenverzekering Minima

5.559

5.740

5.875

5.951

≥ 6.200

Zorg en Zekerheid

10B2.b Inzet maatwerkbudget

217

331

270

245

≥ 325

Pivio

10B2.c Aantal goedgekeurde aanvragen Stichting Leergeld

1.798

1.818

1.875

1.906

≥ 1.900

Stichting Leergeld

10B2.d Aantal goedgekeurde aanvragen Jeugdfonds Sport en Cultuur

972

1.087

1.139

1.133

≥ 1.050

Jeugdfonds Sport en Cultuur

10B2.e Aantal goedgekeurde aanvragen Volwassenenfonds Sport en Cultuur

479

689

998

1.047

≥ 1.500

Volwassenenfonds Sport en Cultuur

10B2.f Aantal gekochte Zomerzwemabonnementen

439

442

443

381

≥ 500

Team Werk en Inkomen

Beleidsterrein 10C Inkomensvoorzieningen

Doelen en prestaties bij 10C Inkomensvoorzieningen

Doel

Prestatie

10C1 Leidenaren (18 t/m AOW-leeftijd) voor wie een financieel vangnet nodig is, ontvangen inkomensondersteuning

10C1.1 Behandelen aanvragen en beheer uitkeringen Participatiewet, Ioaw, Ioaz, Bbz- inkomensvoorzieningen

10C1.2 Uitvoeren fraudepreventie en opsporen uitkeringsfraude

10C1.3 Uitvoeren terugvordering en verhaal

Toelichting op prestaties

Zie toelichting bij 'Ontwikkelingen in 2025' aan het begin van dit hoofdstuk.

Effectindicatoren bij 10C Inkomensvoorzieningen

Effectindicator

Realisatie

Streefwaarde 2025

Bron

2022

2023

2024

2025

Doel 10C1 Leidenaren (18 t/m AOW-leeftijd) voor wie een financieel vangnet nodig is, ontvangen inkomensondersteuning

10C1.a Personen met een bijstanduitkering, aantal per 1.000 inwoners

39,3

36,4

35,7

nnb

≤ 45,0

CBS
(via wsjg-BBV)

10C1.b Percentage ontvangen bedrag van het totaalsaldo vorderingen (incassoquote)

14%

14%

17%

18%

≥ 15%

Team Werk & Inkomen

10C1.c Percentage huishoudens dat ten minste één jaar een inkomen heeft tot 120% van het sociaal minimum

13%

13%

nnb

nnb

≤ 13%

CBS

10C1.d Aantal Leidenaars dat langdurig in armoede leeft

4.400

4.300

nnb

nnb

≤ 4.350

CBS

* In de jaarstukken van 2024 is een incorrecte waarde opgenomen. Er is nog geen meting bekend.

Beleidsterrein 10D Schuldhulpverlening

Doelen en prestaties bij 10D Schuldhulpverlening

Doel

Prestatie

10D1 Het ontstaan dan wel escalatie van problematische schuldensituaties is voorkomen

10D1.1 Uitvoeren van vroegsignalering, preventieve maatregelen,
stabilisatietrajecten en budgetbeheer

10D2 Problematische schuldensituaties zijn beheersbaar gemaakt en (zo mogelijk) opgelost

10D2.1 Uitvoeren schuldhulpverlening

Toelichting op prestaties

Zie toelichting bij 'Ontwikkelingen in 2025' aan het begin van dit hoofdstuk.

Effectindicatoren bij 10D Schuldhulpverlening

Effectindicator

Realisatie

Streefwaarde 2025

Bron

2022

2023

2024

2025

Doel 10D1 Het ontstaan dan wel escalatie van problematische schuldensituaties is voorkomen

10D1.a Het gemiddelde schuldbedrag van particulieren die zich bij de schuldhulpverlening hebben gemeld

-

-

33.344

32.403

36.000

Stadsbank

10D1.b Het gemiddelde aantal schuldeisers van particulieren die zich bij de schuldhulpverlening hebben gemeld

-

-

16

16

≤ 12

Stadsbank

10D1.c Het percentage particuliere aanvragers voor schuldhulpverlening, dat eerder (binnen een periode van 36 maanden voorafgaand aan de aanvraag) een minnelijk of wettelijk traject hebben doorlopen

-

-

1,7%

1,8%

≤ 4%

Stadsbank

10D1.d Aantal ex-ondernemers dat zich meldt bij de Stadsbank

-

-

-

-*

≤ 20

Stadsbank

10D1.e Aantal ondernemers dat zich meldt bij de Stadsbank

-

62

88

107

≤ 60

Stadsbank

10D1.f Aantal meldingen signaalpartners Eerste Hulp Bij Geldzorgen

-

7.212

6.718

7.215

≥ 6.000

EHBG

10D1.g Percentage inwoners waarbij via Eerste Hulp Bij Geldzorgen daadwerkelijk contact tot stand is gekomen met de inwoner

-

18%

42%

61%

≥ 20%

EHBG

10D1.h Percentage waarbij de inwoner hulp via Eerste Hulp Bij Geldzorgen accepteert

-

6%

12%

18%

≥ 9%

EHBG

Doel 10D2 Problematische schuldensituaties zijn beheersbaar gemaakt en (zo mogelijk) opgelost

10D2.a Aantal gestarte schuldregelingen

-

-

92

83

≥ 110

Stadsbank

10D2.b Aantal geslaagde schuldbemiddelingstrajecten

-

-

36

34

≥ 40

Stadsbank

10D2.c Aantal geslaagde saneringskredieten

-

-

128

36**

≥ 100

Stadsbank

* Dit aantal wordt niet geregistreerd. Bij de programmabegroting zal een voorstel worden gedaan om deze indicator te laten vervallen.
** De realisatiewaarde in 2024 is hoger dan in 2025, doordat in 2024 meerdere saneringskredieten versneld zijn afgeboekt door de verkorting van de schuldregeling van 36 naar 18 maanden.

Kaderstellende beleidsstukken

In 2025 zijn de volgende kaderstellende beleidsstukken vastgesteld:

  • RV 25.0004 Regionaal beleid basisvaardigheden 2025-2028
  • WAJ-1264-2025 Beleidsregels kindtegoed en participatieregelingen Sleutelpas
  • WAJ-1177-2025 Beleidsregels Sleutelpas en mandatering BS&F
  • WAJ-1123-2025 Beleidsregels inburgering 2025
  • WYVD-748-2025 Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Leiden 2025, 2026 en 2027

Programmabudget

Decade Include: Jaarrekening

Werk en inkomen

Rekening 2024

Begroting 2025

Wijziging Begroting

Begroting 2025 na wijziging

Rekening 2025

Verschil 2025

Bedragen x 1.000,-

Arbeidsparticipatie

Lasten

44.059

41.774

5.280

47.053

44.333

2.721

Baten

-17.266

-15.745

-1.742

-17.486

-16.647

-839

Saldo

26.793

26.029

3.538

29.567

27.685

1.882

Maatsch. participatie en onderst. minima

Lasten

14.452

13.302

1.077

14.380

14.303

77

Baten

-2.322

-1.890

305

-1.585

-2.003

417

Saldo

12.130

11.412

1.382

12.794

12.300

495

Inkomensvoorzieningen

Lasten

66.340

66.278

6.388

72.666

71.603

1.063

Baten

-65.165

-60.609

-8.536

-69.145

-68.640

-505

Saldo

1.176

5.668

-2.147

3.521

2.963

558

Schuldhulpverlening

Lasten

4.489

4.207

1.501

5.708

5.249

459

Baten

-1.397

-702

-481

-1.183

-1.823

640

Saldo

3.092

3.505

1.019

4.524

3.426

1.098

Programma

Lasten

129.340

125.561

14.246

139.806

135.487

4.319

Baten

-86.149

-78.946

-10.454

-89.400

-89.113

-287

Saldo van baten en lasten

43.191

46.614

3.792

50.406

46.374

4.032

Reserves

Toevoeging

3.553

-

3.595

3.595

3.595

-0

Onttrekking

-2.482

-1.363

-2.234

-3.597

-3.454

-143

Mutaties reserves

1.071

-1.363

1.361

-3

140

-143

Resultaat

44.262

45.251

5.153

50.404

46.514

3.889

Decade Include: Jaarrekening

Reserves programma 10

Rekening 2024

Begroting 2025

Wijziging Begroting

Begroting 2025 na wijziging

Rekening 2025

Verschil 2025

Bedragen x 1.000,-

DZB Bedrijfsreserve dzb-Leiden wsw

Toevoeging

1.106

-

2.330

2.330

2.330

-0

Onttrekking

-1.106

-

-565

-565

-565

-

Saldo

-

-

1.765

1.765

1.765

-0

DZB Reserve zachte landing rijksbez. Wsw

Toevoeging

-

-

-

-

-

-

Onttrekking

-65

-65

-111

-176

-33

-143

Saldo

-65

-65

-111

-176

-33

-143

DZB Reserve frictiekosten ID/WIW DZB

Toevoeging

-

-

-

-

-

-

Onttrekking

-30

-33

26

-6

-6

-0

Saldo

-30

-33

26

-6

-6

-0

Reserve Sociaal Domeins P10

Toevoeging

2.447

-

1.265

1.265

1.265

-0

Onttrekking

-1.280

-1.266

-1.585

-2.851

-2.851

0

Saldo

1.167

-1.266

-320

-1.586

-1.586

-0

Totaal

Toevoeging

3.553

-

3.595

3.595

3.595

0

Onttrekking

-2.482

-1.363

-2.234

-3.597

-3.454

-143

Reserves programma 10

1.071

-1.363

1.361

-3

140

-143

BELEIDSTERREINEN

Toelichting op beleidsterreinen met financiële afwijkingen (op de lasten en/of baten) > 250.000.

10A Arbeidsparticipatie Werk en Inkomen
Er is 1,1 miljoen aan extra declarabele lasten Inburgering ontstaan, wat geleid heeft tot 1,1 miljoen aan extra rijksbaten. Er was in 2024 een nog te betalen post opgenomen van 0,6 miljoen aan de regio-gemeenten, maar die is in 2025 vrijgevallen omdat een groter deel van de ESF-subsidie dan verwacht aan Leiden toekomt.
Er zijn onderbestedingen ontstaan op Taal en participatie (54.000), onderzoek- en scholingstrajecten (119.000), het regionale budget Laaggeletterdheid (67.000) en het Leids participatiebudget (98.000).

10A Arbeidsparticipatie DZB
Er is een nadeel gerealiseerd van 280.000 bij DZB waarvan een deel tot uiting komt op programma 10 Werk en inkomen en een deel op programma Overhead. Het nadeel is opgebouwd uit een voordeel van 566.000 bij Re-integratie en een voordeel van 211.000 bij WSW, een nadeel van 143.000 op de reserves (allemaal programma 10 Werk en inkomen) en een nadeel van 914.000 op Overhead (zie programma Overhead).

Het totale voordeel op het budget Re-integratie is 566.000. In het budget van Re-integratie zijn een aantal projecten van de arbeidsmarktregio Holland-Rijnland opgenomen. Dit regionaal budget is goed voor een voordeel van 102.000 en is nodig voor afronding van projecten in de komende jaren. Dit bedrag wordt toegevoegd aan de DZB-bedrijfsreserve en in 2026 weer onttrokken. Bij de overige re-integratieactiviteiten is een voordeel ontstaan van 464.000. Dit voordeel is grotendeels veroorzaakt door het realiseren van een hogere omzet.

Het voordeel op het budget Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) is 211.000 en wordt grotendeels veroorzaakt door het realiseren van lagere loonkosten.

Het nadeel van 280.000 is exclusief een door het Rijk voor 2025 toegekend bedrag aan “Compensatie medewerkers sociaal ontwikkelbedrijven” voor de WSW. Voor DZB komt dit neer op 475.000. Dit bedrag is bij de decembercirculaire 2025 van de algemene uitkering gemeentefonds toegekend. Gelet op het tijdstip van toekenning kon dit bedrag niet meer verwerkt worden in de begroting 2025. Via bestemming van het rekeningresultaat 2025 wordt dit bedrag verwerkt in DZB-bedrijfsreserve.

10B Maatschappelijke participatie en ondersteuning minima
De opbrengst leenbijstand is 235.000 hoger dan geraamd. Daar tegenover staat een extra storting van
102.000 in de voorziening oninbaar. Uit ervaring weten we dat de opbrengst niet volledig zal worden geïnd. Tevens is een niet-geraamde bijdrage van 89.000 ontvangen van Leiderdorp voor invoeringskosten van de Sleutelpas. Op alleenverdienerspoblematiek is een onderschrijding ontstaan van 95.000. Dit betreft een groep huishoudens die door een ongunstige samenloop van toeslagen en uitkeringen (veelal UWV-uitkering) onder het bestaansminimum zakt. Het Rijk heeft 1.000 aan compensatie per huishouden beschikbaar gesteld en de gemeente voert deze regeling uit. De onderschrijding van 95.000 zal worden overgeheveld naar 2026, omdat nog circa 95 huishoudens recht hebben op deze compensatie van 1.000. Er is daarnaast 57.000 minder kwijtgescholden aan gemeentelijke heffingen.

10C Inkomensvoorzieningen
Op het budget bijstandsuitkeringen is een voordeel ontstaan van 621.000. Dat is voornamelijk ontstaan door een onderschrijding op het loonkostensubsidiebudget (onderdeel BUIG-budget) van 434.000. Tegenover een lagere opbrengst aan bijstandsvorderingen van 332.000 staat een lagere storting in de voorziening oninbaar van 267.000. De declarabele uitvoeringskosten voor Leiderdorp zijn 157.000 lager dan begroot, waardoor de opbrengst Leiderdorp ook 157.000 lager is.

10D Schuldhulpverlening
Op de teamkostenplaats Schuldhulpverlening is een technisch nadeel van 411.000 ontstaan dat doorbelast had moeten worden naar dit beleidsterrein, maar is achterwege gebleven. Het is de belangrijkste oorzaak van het voordeel op de lasten van 459.000 op dit beleidsterrein. Via de resultaatbestemming wordt dit alsnog opgelost. Daarnaast is er medio 2025 een extra incidenteel budget van 140.000 ontvangen van het Rijk inzake schuldhulpverlening. Dit budget zal overgeheveld worden naar 2027 zodat het beschikbaar komt voor het nieuwe beleidsplan armoede- en schuldhulpverlening 2027-2030. Ook zijn er extra declarabele kosten
(350.000) ontstaan inzake de afhandeling van de kindertoeslagaffaire, waardoor de rijksbaten ook 350.000 hoger zijn. Via de kaderbrief 2025 is er een incidenteel budget geraamd van 100.000 voor financiële begeleiding vanaf medio 2025. Het is niet gelukt om dit uit te besteden. Daarom zal worden voorgesteld om dit budget over te hevelen naar 2027, voor 2026 was al 200.000 geraamd. Het overige voordeel op de baten van € 290.000 wordt met name veroorzaakt door het vrijvallen van de voorziening die gevormd was voor de verkorting van het overgangsrecht van 36 naar 18 maanden. Dit levert een incidenteel voordeel op van € 267.000.

RESERVES

Toelichting op afwijkingen Reserves > 250.000.

Er zijn geen relevante afwijkingen.

INVESTERINGEN
Er zijn geen relevante afwijkingen.