Jaarstukken 2020

Lokale heffingen

1 . Inleiding

In deze paragraaf staan de opbrengsten en het beleid voor de diverse gemeentelijke belastingen en heffingen in 2020. Eerst worden heffingen behandeld die deel uitmaken van de woonlasten, te weten de onroerende-zaakbelastingen voor woningen, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Daarbij geven we een overzicht van de lokale lastendruk. Vervolgens gaan we in op de onroerende-zaakbelastingen voor niet-woningen, de toeristenbelasting, de precariobelasting, de parkeerbelasting, rechten en het kwijtscheldingsbeleid.

In 2020 is de gehele uitvoering van de onroerende-zaakbelastingen, rioolheffing, afvalstoffenheffing, toeristenbelasting en precariobelasting gedaan door de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR).

Geraamde en werkelijke belastingopbrengsten 2020

 

rekening

begroting

rekening

saldo

verschil

Belasting of heffing

2019

2020

2020

2020

2020 - 2019

OZB-eigenaren woningen

21.517.127

22.501.738

22.485.597

-16.141

968.470

OZB-eigenaren niet-woningen

15.593.236

16.320.851

16.883.550

562.699

1.290.314

OZB-gebruikers niet-woningen

13.986.682

14.658.880

14.905.682

246.802

919.000

Precariobelasting

8.086.238

8.180.145

8.219.317

39.172

133.079

Afvalstoffenheffing

13.138.427

15.010.279

15.035.428

25.149

1.897.001

Rioolheffing

7.024.041

7.838.898

7.758.215

-80.683

734.174

Parkeerbelastingen

13.659.191

11.823.009

12.057.043

234.034

1.602.148

Toeristenbelasting

1.044.932

500.000

422.439

-77.561

-622.493

Totaal

94.049.874

96.833.800

97.767.270

933.470

3.717.396

    

V

 

Kwijtschelding

1.656.043

1.773.510

1.814.608

-41.098

158.565

2. Heffingen die deel uitmaken van de woonlasten

2.1. Onroerende-zaakbelastingen (OZB)

De OZB voor woningen is 16.000 lager dan geraamd en komt daarmee nagenoeg uit op de geraamde opbrengst van 22.501.738.

2.2. Rioolheffing

De rioolheffing komt afgerond 80.000 lager uit dan geraamd. Belangrijkste oorzaak is een iets lagere opbrengst dan geraamd voor de niet-woningen.

2.3. Afvalstoffenheffing

De rioolheffing komt afgerond na wijziging van de raming 25.000 hoger uit.

2.4. Aanduiding van de lokale lastendruk

In de tabel hieronder is de lokale lastendruk in de jaren 2019 en 2020 aangegeven. De lasten zijn weergegeven voor een huurwoning en een koopwoning en opgesplitst in de huishoudengrootten waarvoor Leiden verschillende (afgeronde) tarieven kent. Het gaat om de tarieven voor een eenpersoons- (1PH); een tweepersoons- (2PH) en een drie- of meerpersoonshuishouden (MPH).

Bij een huurwoning bestaan de lasten uit rioolheffing (RIO) en afvalstoffenheffing (ASH). Bij een koopwoning bestaan de lasten uit rioolheffing, afvalstoffenheffing en de door eigenaren verschuldigde onroerende-zaakbelasting (OZB).

De gemiddelde WOZ-waarde van een woning in Leiden was voor het belastingjaar 2020 circa 291.000 (Waarderingskamer).

Woningsoort

Belasting-soort

2019 1PH

2020 1PH

 

2019 2PH

2020 2PH

 

2019 MPH

2020 MPH

Huurwoning 

OZB

-

-

 

-

-

 

-

-

 

RIO

76

83

 

109

119

 

141

155

 

ASH

167

187

 

240

267

 

313

351

 

totaal 

243 

270

 

349

386

 

454 

506

    

   

   

Koopwoning 

OZB

356

371

 

356

371

 

356

371

 

RIO

76

83

 

109

119

 

141

155

 

ASH

167

187

 

240

267

 

313

351

 

totaal 

599 

641

 

705 

757

 

810

877


3. Heffingen die geen deel uitmaken van de woonlasten

3.1. Onroerende-zaakbelastingen niet-woningen (OZB)

De raming voor de niet-woningen valt afgerond 800.000 hoger uit dan geraamd. Op basis van de informatie van de BSGR was eerder in het jaar de raming verlaagd met 500.000. In de loop van het jaar is gebleken dat de opbrengst van een aantal grotere objecten hoger bleek te zijn. Ten opzichte van de oorspronkelijke raming voor 2020 is de opbrengst aan OZB niet-woningen afgerond €.300.000 hoger.

3.2. Toeristenbelasting

De inkomsten uit toeristenbelasting zijn door de coronacrisis t.o.v. 2019 ruim 600.000 lager uitgevallen.

3.3. Precariobelasting
De opbrengst precariobelasting komt licht hoger uit dan begroot, afgerond 40.000.

3.4. Parkeerbelastingen
Op het beleidsterrein parkeren is sprake van een voordelig saldo een voordeel van 183.000 op de baten. Binnen het beleidsterrein parkeren wordt een onderscheid gemaakt tussen autoparkeren en fietsparkeren. In onderstaand schema worden de resultaten op beide onderdelen weergegeven.

In 2020 is het parkeerbedrijf, voor het onderdeel autoparkeren, deels gecompenseerd voor de lagere inkomsten als gevolg van Corona voor het het straatparkeren en het parkeren in de garages in het centrum van Leiden. Uiteindelijk is ten opzichte van de gewijzigde begroting 2020 een voordeel ontstaan van 234.000.

3.5. Rechten

Op grond van verschillende verordeningen worden rechten geheven ter bestrijding van de kosten van gebruik van gemeentevoorzieningen en diensten. Voorbeelden hiervan zijn leges voor vergunningen en andere producten, binnenhavengeld en markt- en staangelden.

4. Kwijtscheldingsbeleid

In Leiden komen in beginsel de volgende heffingen in aanmerking voor kwijtschelding:

  • Onroerende-zaakbelastingen;
  • Rioolheffing;
  • Afvalstoffenheffing;
  • Precariobelasting voor woonboten als de belastingplichtige de woonboot als permanente woning gebruikt;
  • Binnenhavengeld voor woonboten als de belastingplichtige de woonboot als permanente woning gebruikt.

De mogelijkheden tot kwijtschelding zijn wettelijk geregeld. Het is gemeenten niet toegestaan een ruimer kwijtscheldingsbeleid te hanteren. Wel is toegestaan om in het geheel geen dan wel gedeeltelijk kwijtschelding te verlenen. Leiden heeft gekozen voor het ruimst mogelijke kwijtscheldingsbeleid.

Kwijtschelding kan worden verleend als een belastingplichtige de aanslag slechts met buitengewoon bezwaar kan voldoen.

De kwijtscheldingen in 2020 zijn op basis van dit beleid verleend. Uiteindelijk zal naar verwachting over 2020 afgerond 40.000 meer dan het geraamde bedrag worden kwijtgescholden. Het hogere aantal aanvragen door de Coronacrisis is hier mede de oorzaak van.

5. Kostendekking Lokale heffingen
Omdat de overhead met ingang van 2017 niet langer wordt doorgerekend aan de programma’s heeft de
wetgever bepaald dat in de paragraaf lokale heffingen volgens een voorgeschreven model inzicht wordt
gegeven in de mate van kostendekkendheid van de heffingen. Die kostendekkendheid moet buiten de
boekhouding om worden berekend. Voor de toerekening van de overhead zijn daartoe twee verdeelsleutels
toegestaan, te weten de loonkosten per taakveld of de omvang per taakveld. Beide sleutels mogen worden
toegepast, maar is eenmaal een keuze gemaakt, dan moet die sleutel ook consequent worden gehanteerd.
Deze sleutels moeten in de financiële verordening door de Raad worden bevestigd. Op basis van de opgestelde berekening kiezen wij ervoor om standaard te kiezen voor de verdeelsleutel van de loonsom per taakveld.
Loonkosten bepalen in de meeste gevallen immers een groot deel van het tarief. Die sleutel ligt dan ook het
meest voor de hand en de uitkomsten laten ook zien dat via deze sleutel verhoudingsgewijs een hoger deel van de overhead mag worden toegerekend aan de betreffende exploitatie respectievelijk in het tarief mag worden betrokken.

Berekening kostendekkendheid van de rioolheffing (bedragen x 1.000)

 

Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente

6.654.267

Kwijtschelding

544.453

Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen

Netto kosten taakveld

 
  

Overhead

1.121.403

Btw

808.803

Totale kosten

9.128.926

  

Opbrengst heffingen

7.758.215

  

Dekking

84,98%

Berekening kostendekkendheid afvalstoffenheffing (bedragen x 1.000)

 

Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente

13.555.224

Kwijtschelding

1.267.911

Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen

-1.956.094

Netto kosten taakveld

 
  

Overhead

3.104.663

Btw

1.084.588

Totale kosten

17.056.292

  

Opbrengst heffingen

15.035.428

  

Dekking

88,15%

Berekening kostendekkendheid marktgelden (bedragen x 1.000)

 

Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente

430.251

Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen

 

Netto kosten taakveld

430.251

  

Toe te rekenen kosten:

430.251

Overhead incl. (omslag)rente

 

Btw

 

Totale kosten

430.251

  

Opbrengst heffingen

199.659

  

Dekking

46,4%

Berekening kostendekkendheid van de leges (bedragen x 1.000)

 

Titel 1 Algemene diensverlening

 

Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente

1.583.678

Overhead

864.665

BCF - Btw

 

Totaal lasten

2.448.343

Legesopbrengsten

1.416.060

  

Titel 2 fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning

 

Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente

4.539.228

Overhead

3.825.900

BCF - Btw

 

Totaal lasten

8.365.128

Baten

8.253.578

 

 

Titel 3 Overige leges (evenementen en horeca)

 

Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente

54.324

Overhead

39.160

BCF - Btw

93.484

Totaal lasten

 

Baten

59.423

  

Kostendekkendheid

 

Titel 1

57,84%

Titel 2

98,67%

Titel 3

63,56%