Jaarstukken 2025

2.2.2 Veiligheid

Programmanummer

2

Commissie

Bestuur, Veiligheid en Middelen

Portefeuille(s)

Bestuur, Veiligheid en Handhaving

De missie van het programma Veiligheid luidt:
"De gemeente Leiden staat voor een stad die veilig is en voelt op het gebied van wonen, werken en leven in samenwerking met bewoners en partners."

Ontwikkelingen in 2025

2025 was het derde jaar van het huidige Integraal Veiligheidsplan met de looptijd 2023-2026, met als prioriteiten de integrale wijk- en buurtaanpak, aanpak woonoverlast, veiligheid in de openbare ruimte, regie op jeugd/ jeugdoverlast, preventie brandveiligheid, digitale veiligheid en de aanpak ondermijning.

Vanwege toenemende geopolitieke spanningen en hybride dreigingen, toenemende sociale spanningen en wereldwijde crisissen (van pandemie tot klimaatverandering) wordt het belang van maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht steeds duidelijker. Maatschappelijke weerbaarheid is een noodzakelijke voorwaarde voor een stabiele, veilige en veerkrachtige stad. Door te investeren in weerbaarheid en veerkracht versterken we het vertrouwen in elkaar en in instituties, bevorderen we sociale cohesie en vergroten we de gezamenlijke capaciteit om uitdagingen aan te gaan.

In 2025 is een programmamanager gestart en zij stelt een gemeentebreed programma Maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht op. Dit programma richt zich op het vergroten van de weerbaarheid die onze gemeentelijke organisatie én de lokale samenleving helpt voorbereiden op grootschalige crisissituaties in samenwerking met partners als de Veiligheidsregio Hollands Midden, politie, het Rode Kruis, ondernemers, onderwijs, maatschappelijke organisaties en verenigingen en bewonersinitiatieven.

Beleidsterrein 2A Veiligheid

Doelen en prestaties bij 2A Fysieke veiligheid

Doel

Prestatie

2A1 Bewaken democratische rechtstaat en
beperken van (georganiseerde) ondermijnende criminaliteit

2A1.1 Aanpak ondermijning

2A1.2 Aanpakken radicalisering en polarisatie

2A1.3 Inzet Wet Bibob

2A1.4 Inzet Veilige Publieke taak

2A2 Bevorderen van veilige en leefbare
woon en leefomgeving

2A2.1 Beperken van overlast van personen met verward gedrag

2A2.2 Beperken van woonoverlast

2A2.3 Inzet preventie en weerbaarheid gedigitaliseerde
criminaliteit

2A2.4 Regievoering samenwerking jaarwisseling / vuurwerk

2A2.5 Inzet buurt- en wijkveiligheid en integrale wijkaanpak

2A2.6 Aanpak fietsendiefstal

2A2.7 Bestuurlijke inzet overtredingen Opiumwet en tegengaan
van drugshandel

2A3 Regie op jeugd (overlast en criminaliteit)

2A3.1 Inzet Stedelijke jeugdaanpak

2A3.2 Inzet Dealbreakers

2A4 Fysieke veiligheid en optimaliseren
crisisorganisatie

2A4.1 Realiseren en bestendigen van BRL-vakbekwame gemeentelijke crisiorganisatie

2A4.2 Planvorming rondom grootschalige risicovolle evenementen

2A4.3 Inzet bij rampen en (cyber)crises

2A4.4 Optimale preventie brandveiligheid

2A4.5 Inzet bij demonstraties en betogingen

2A5 Veilig ondernemen en veilig uitgaan

2A5.1 Risicoscan, coördinatie vergunningverlening evenementen

2A5.2 Inzet Landelijk Programma Veilige Steden

2A5.3 Bijdrage aan (digitaal) veilig ondernemen

2A5.4 Handhaven coffeeshopsanctiebeleid

2A5.5 Coördinatie vergunningverlening horeca

2A5.6 Handhaven horecasanctiebeleid

2A5.7 Handhaven prostitutiebeleid

Toelichting op prestaties

2A1.1 Aanpak ondermijning

In 2025 heeft de gemeente Leiden wederom doelgericht en vastberaden gewerkt aan de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Dat doen we door vanuit de bestuurlijke aanpak scherp toezicht te houden, signalen vroegtijdig op te pakken en intensief samen te werken met partners zoals politie, Belastingdienst, het Openbaar Ministerie, ondernemers en inwoners. De aanpak ondermijning bouwt zo mee aan een stad waar eerlijk ondernemerschap en veilig samenleven de norm zijn en waar criminaliteit geen kans krijgt.

In 2025 zijn 131 ondermijningssignalen ontvangen. Het betrof onder andere signalen van (georganiseerde) drugscriminaliteit, mensenhandel, malafide bedrijvigheid en witwassen. Interventies waren gericht op het verstoren van de criminele bedrijfsprocessen en het aanpakken en voorkomen van de ondermijnende effecten van de georganiseerde drugscriminaliteit. Er werden Bibob-onderzoeken gestart, vergunningen ingetrokken of geweigerd, panden tijdelijk gesloten en lasten onder dwangsom opgelegd. In 2025 zijn tevens integrale controles uitgevoerd; er werden 30 bedrijven en 74 garageboxen gecontroleerd en het Haags Economisch Interventieteam (HEIT) controleerde 13 keer een vergunde seksinrichting. Het Team Ondermijning acteerde zes keer op een signaal van onvergund sekswerk.

Op het gebied van regelgeving en het opwerpen van barrières is de verplichting tot het hebben van een bedrijfsplan ingevoerd voor vergunde seksinrichtingen om uitbuiting tegen te gaan, is het sanctiebeleid coffeeshops geactualiseerd en is het Opkopersregister ingevoerd om heling tegen te gaan. Ook werden in 2025 117 collega’s van verschillende afdelingen getraind op het herkennen van signalen van ondermijning en zij zijn getraind op weerbaarheid tegen criminele beïnvloeding. Tot slot is ingezet op het vergroten van bewustwording van burgers en ondernemers in de stad, onder andere door een presentatie van Meld Misdaad Anoniem voor de wijkvoorzitters van stadsdeel Zuid en het voeren van knock-and-talkgesprekken door Handhaving met ondernemers op een bedrijventerrein. In de knock- and- talkgesprekken wordt samen met ondernemers gekeken waar kansen en aandachtspunten liggen om ondermijnende criminaliteit tegen te gaan.

2A1.3 Inzet Wet Bibob

Bibob-onderzoeken zijn een krachtig instrument voor de bescherming van de integriteit van het bestuur én de betrouwbaarheid van onze stad. Een stad waarin eerlijk ondernemerschap alle ruimte krijgt.

In 2025 zijn 56 Bibob-onderzoeken gestart en 42 Bibob-onderzoeken afgerond. Daarbij werd onder meer zes keer een vergunning buiten behandeling gesteld, trok de betrokkene in zes gevallen de vergunningaanvraag in, werden er driemaal voorschriften aan de vergunning verbonden en werden twee vergunningen ingetrokken of geweigerd. 

In de afgelopen jaren is er sterk geïnvesteerd in professionalisering en expertise. Medewerkers zijn verder opgeleid en de samenwerking tussen Bibob en de beleidsafdelingen, vergunningverleners en handhaving is geïntensiveerd. Daardoor is Bibob steeds meer uitgegroeid tot een zorgvuldig en strategisch in te zetten instrument: een ‘ultimum remedium’, dat doelgericht wordt toegepast wanneer het risico daar aanleiding toe geeft. Juist hierdoor is het uiteindelijke effect van Bibob groter geworden. Het instrument werkt niet alleen wanneer er een formeel Bibob-onderzoek wordt gestart. Het signaal dat er scherp getoetst wordt en risico’s actief in beeld worden gebracht heeft ook een preventieve werking. In veel gevallen worden risico’s al binnen het reguliere vergunningenproces onderkend en weggenomen, bijvoorbeeld door aanvullende voorwaarden, nadere vragen of het niet voortzetten van een aanvraag. Daarmee wordt misbruik voorkomen zonder dat een volledig Bibob-traject nodig is.

2A1.4 Inzet Veilige Publieke Taak

Het afgelopen jaar kwamen 81 meldingen binnen in het Gemeentelijk incidentenregistratiesysteem (GIR). Dit is meer dan de vastgestelde streefwaarde voor 2025 (<31). In 2024 is er een project gestart om de bewustwording op dit onderwerp in de organisatie te vergroten. Medewerkers werden opgeroepen om agressie-incidenten te melden en leidinggevenden om ze te registreren in het GIR en ze op de juiste wijze af te handelen. Dit heeft geresulteerd in een toename van het aantal gemelde incidenten in 2024 en een verdere stijging in 2025. Deze stijging is niet enkel te verklaren door de communicatie in 2024, het gaat ook om een toename van de daadwerkelijke aantallen agressie-incidenten. Op basis van het Medewerkersonderzoek is bekend dat er meer agressie-incidenten zijn dan dat er geregistreerd worden in het GIR. Het uiteindelijke doel is dat elk agressie-incident wordt gemeld. Zo krijgen we beter zicht op waar en wanneer agressie plaatsvindt, dit kan bijdragen aan preventie. Tegelijk willen we natuurlijk het daadwerkelijke aantal incidenten omlaag brengen door het nemen van preventieve maatregelen.

2.A2.1 Beperken van overlast van personen met verward gedrag

In 2025 is onverminderd aandacht geweest voor de aanpak van overlast van personen met onbegrepen gedrag. De politiecijfers onderschrijven het beeld dat sprake is van een toename aan meldingen en complexe casuïstiek. De samenwerking tussen het zorg- en veiligheidsdomein is hierbij cruciaal. Binnen de aanpak zijn twee maatwerkfunctionarissen betrokken vanuit het sociaal domein waarbij nauwe samenwerking met Team Veiligheid plaatsvindt. De betrokken beleidsmedewerker Zorg & veiligheid richt zich op de beleids- en procesmatige zaken die om een structurele oplossing vragen, zoals het realiseren van passende (opvang)locaties voor personen met een GHB-verslaving en het oprichten van een Leids Straatteam.

Daarnaast is gestart met de actualisatie van het Handelingskader Woonoverlast. De actualisatie richt zich met name op een aanpassing van de huidige wet- en regelgeving, daarin worden ook de geleerde lessen van afgelopen jaren meegenomen.

In de regio Hollands Midden werken we als gemeente samen aan de aanpak van personen met onbegrepen gedrag in het project Domeinoverstijgend Samenwerken Zorg en Veiligheid. Dat wordt door ZonMw gefinancierd. Inmiddels is er een Maatschappelijke Eerste Hulp (MEH) gerealiseerd, ook deels met SPUK-IZA gelden. De MEH is bedoeld voor ondersteuning van mensen met onbegrepen gedrag. Daar waar telefonische begeleiding niet toereikend is, is een fysieke locatie beschikbaar voor wie per direct een veilige plek nodig heeft én een vorm van zorg/hulp. De MEH kan worden ingezet via professionals in de acute keten, wanneer de betrokken persoon niet primair thuishoort op de psychiatrische eerste hulp (PEH), de reguliere spoedeisende hulp (SEH), de crisisbedden van de maatschappelijke opvang of in een politiecel. De pilot is nadrukkelijk bedoeld om van te leren: de MEH biedt onze regio de kans om leemtes in de acute zorgketen zichtbaar te maken en op basis daarvan te zoeken naar structurele oplossingen.

2A3.1 Inzet Stedelijke Jeugdaanpak

In 2025 is met de Stedelijke Jeugdaanpak (hierna: SJA) opnieuw maatwerk ingezet op het voorkomen dat jongeren afglijden richting de criminaliteit. Dat deed de SJA door het pakken van een stevige regierol, door een hechte samenwerking met partners en door blijvende aandacht voor een zo vroeg mogelijke signalering. De SJA droeg daarmee bij aan de brede investering in een goede toekomst voor Leidse jongeren. 

De jeugdregisseurs hebben in 2025 hun netwerk verder verstevigd. De korte lijnen die daardoor zijn ontstaan, zijn cruciaal om informatie en signalen zorgvuldig te verbinden. Op die manier krijgen we zo vroeg mogelijk zicht op kwetsbaarheden en risicofactoren bij jongeren. Onder aanjaging van de projectleider Dealbreakers zijn de korte lijnen met 16 (voornamelijk voortgezet onderwijs) scholen verder verankerd in de zogenaamde signaaloverleggen. In deze overleggen worden de actualiteiten en laatste trends gedeeld over de online en offline belevingswereld van jongeren in relatie tot criminaliteit en overlast. Ook wordt handelingsperspectief geboden voor de betrokken professionals.

Naast signalen over individuele zaken heeft de Stedelijke Jeugdaanpak in 2025 samen met partners ook ingezet op (overlast) locaties (bijvoorbeeld Roomburg) en groepen. Ten aanzien van de evenementen in de stad is ver aan de voorkant gewerkt aan het in kaart brengen van de risico’s met betrekking tot jeugdoverlast en -criminaliteit. Waar dit proportioneel en evenredig was, zijn bestuurlijke maatregelen zoals een gebiedsverbod of last onder dwangsom ingezet om (potentiële) verstoringen weg te nemen. Ook wordt gewerkt met waarschuwingsbrieven bij lichtere signalen. In alle gevallen zoekt de SJA de balans tussen zorg en begrenzing: ondersteunen waar het kan, ingrijpen waar het moet.

De Stedelijke Jeugdaanpak staat niet op zich. In 2025 is nadrukkelijk gewerkt aan de verbinding en afstemming met de andere onderdelen van de jeugdaanpak. Dat betreft de aanpak Dealbreakers, het Preventief Interventie Team (PIT en PIT+), het specialistisch jongerenwerk en Skill School. De SJA maakt ook gebruik van de expertise over de onlinewereld van jongeren, een onderwerp waar het komend jaar grote stappen in worden gemaakt. Tot slot heeft de SJA ook deelgenomen aan de zogenaamde opgavetafel. Aan de opgavetafel wordt verbinding gemaakt tussen beleid en uitvoering en tussen sociaal- en het veiligheidsdomein. Door deze werkwijze ontstaat een integraal beeld van de opgaven en worden effectieve interventies ingezet ter voorkoming van het afglijden van jongeren.

De aanpak Dealbreakers fungeert in dit alles als een verbindende factor. Binnen deze werkwijzen worden nieuwe trends en fenomenen vroegtijdig gesignaleerd. Daarnaast biedt Dealbreakers passende, wetenschappelijk onderbouwde, interventies aan. Naast de eerdergenoemde signaaloverleggen zet Dealbreakers vooral in op bewustwording bij jongeren (op zowel primair onderwijs als voorgezet onderwijsscholen) en professionals als het gaat om het voorkomen van jonge aanwas in de (georganiseerde) criminaliteit.


Verbonden partijen

Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM)

Motieven en doelen deelname GR

Deelname aan de Veiligheidsregio is wettelijk voorgeschreven. In de Veiligheidsregio Hollands Midden werken hulpverleningsdiensten samen aan de veiligheid. Ze bereiden zich voor op rampen en ernstige ongelukken. Daarnaast nemen ze maatregelen om toenemende risico’s beter te beheersen. De Veiligheidsregio Hollands Midden verzorgt namens de 18 deelnemende gemeenten tevens de brandweerzorg en is verantwoordelijk voor de gemeenschappelijke meldkamer. Deze wordt gedeeld met de veiligheidsregio Haaglanden.

Realisatie doelstellingen en prestaties 2025

De Veiligheidsregio Hollands Midden heeft in het Regionaal Beleidsplan 2024-2027Focus op Veiligheid, vandaag én morgen’ twaalf opgaven benoemd:

1. Wij hebben positie in het omgevingsrecht.
2. Wij werken risicogericht.
3. Wij zetten ons in voor de zelfredzaamheid van inwoners.
4. Wij hebben tactieken en technieken die passen bij de nieuwe uitdagingen.
5. Wij hebben vakbekwame brandweercollega’s.
6. Wij zijn en blijven paraat.
7. Wij hebben een moderne crisisorganisatie.
8. Wij kennen onze partners.
9. Wij beschikken over een goede en veilige informatievoorziening.
10. Wij nemen onze maatschappelijke verantwoordelijkheid.
11. Wij investeren in onze collega’s.
12. Wij zijn wendbaar.

Ook in het jaar 2025 is gebleken dat VRHM er niet alleen is voor de veiligheid van haar inwoners, maar ook een onmisbare schakel is voor het openbaar bestuur om invulling te kunnen geven aan hun crisisverantwoordelijkheden. Zo heeft de VRHM ook in 2025 een coördinerende taak gehad in de Oekraïne- en migratiecrisis.

De complexe uitdagingen van deze tijd, zoals klimaatverandering, verstedelijking, digitale afhankelijkheid, hyperconnectiviteit, energietransitie, vergrijzing en polarisatie hebben een belangrijke rol gespeeld bij het opstellen van het Regionaal Beleidsplan 2024-2027:

Focus op veiligheid, vandaag én morgen

. Deze ontwikkelingen brengen nieuwe en complexere risico’s met zich mee voor de veiligheid van inwoners. Het werk wat uit deze nieuwe crises voortvloeide vroeg en vraagt veel van de bestaande capaciteit en middelen van de veiligheidsregio. Deze veranderingen voltrekken zich in hoog tempo en pasklare antwoorden zijn er nog niet. Dit heeft betekenis voor het beleidsplan. In het beleidsplan zijn een aantal opgaven benoemd die richtinggevend zijn voor de verdere ontwikkeling van het vakgebied en de organisatie van de VRHM in de komende jaren. Juist de snel veranderende wereld heeft een nieuw thema doen opgaan bij de veiligheidsregio: maatschappelijke weerbaarheid. In 2025 is dat nadrukkelijk opgepakt, onder andere door het instellen van een bestuurlijke adviescommissie, met daarin onder andere een afvaardiging van het algemeen bestuur en de dijkgraaf van het hoogheemraadschap Rijnland.

Op operationeel gebied heeft de veiligheidsregio in 2025 binnen de Leidse gemeentegrenzen onder andere bijzondere inzet geleverd bij de afkalvende kades van het Valkenburgse meer en bij een biogaslekkage aan de Voorschoterweg.

Het jaar 2025 begon voor VRHM met een uitvoering bestuurlijk traject met extra bestuursvergaderingen en informatiemomenten voor raadsleden, waarin bezuinigingsscenario’s zijn besproken. Uiteindelijk heeft het Algemeen Bestuur besloten tot een taakstelling van €0,4 miljoen en een interne ombuiging van €1,1 miljoen.

Belangrijkste bestuurlijke mijlpalen 2025

  • Op 10 juli heeft de gemeenteraad de Programmabegroting 2026 van de VRHM behandeld. De raad heeft een positieve zienswijze ingediend.
  • Ook heeft de gemeenteraad tweemaal een zienswijze vastgesteld, bij de eerste respectievelijk tweede begrotingswijziging van de Programmabegroting VRHM van het lopende jaar 2025.

Bijdrage 2025

13.465.000

Voor eigenaarsrol, zie paragraaf verbonden partijen

Effectindicatoren bij 2A Veiligheid

Effectindicator

Realisatie

Streefwaarde 2025

Bron

2022

2023

2024

2025

Doel 2A1 Bewaken van democratische rechtstaat en beperken van georganiseerde (ondermijnende) criminaliteit

2A1.a Aantal geregistreerde incidenten in GIR (Gemeentelijk Incidenten Registratiesysteem)

50

42

64

81

≤ 31

Gemeentelijk Incidenten Registratiesysteem

Doel 2A2 Bevorderen van veilige en leefbare woon- en leefomgeving

2A2.a Aantal meldingen drugs, burenruzie, geluid, conflictbemiddeling

3.492

3.498

4.307

3684

≤ 2.900

Politie-eenheid Den Haag

2A2.b Aantal woninginbraken (inclusief pogingen) per 1.000 inw.

1,0

1,3

1,0

0,9

≤ 2,0

CBS (wsjg.nl - BBV)

2A2.c Percentage inwoners dat in de eigen buurt veel overlast ervaart van drugsgebruik

-

4%

-

4%

≤ 4%

Veiligheidsmonitor

2A2.d Percentage inwoners dat in de eigen buurt veel overlast ervaart van drugshandel

-

3%

-

4%

≤ 4%

Veiligheidsmonitor

2A2.e Aantal geweldsmisdrijven per 1.000 inwoners

5,8

5,0

5,1

5,2

≤ 5,5

CBS (wsjg.nl - BBV)

2A2.f Aantal (brom)fietsdiefstallen

1.151

1.370

1.479

1585

≤ 1.425

Politie-eenheid Den Haag

2A2.g Overlastmeldingen gerelateerd aan personen met verward gedrag

1.355

1.620

1.604

1819

≤ 1.000

Politie-eenheid Den Haag

Doel 2A3 Beperken jeugdoverlast en criminaliteit

2A3.a Aantal incidenten overlast door jeugd

731

980

1.090

1067

≤ 950

Politie-eenheid Den Haag

2A3.b Aantal HALT verwijzingen per 1.000 jongeren

10

141

18

17

≤ 20

Bureau HALT (wsjg.nl - BBV)

2A3.c Aantal vernielingen en beschadigingen in de openbare ruimte per 1.000 inwoners

7,1

6,6

6,2

6,6

≤ 5,0

CBS (wsjg.nl - BBV)

2A3.d Percentage inwoners dat in de eigen buurt veel overlast ervaart van rondhangende jongeren

-

8%

-

9%

≤ 6%

Veiligheidsmonitor

Doel 2A4 Optimale preventie en aanpak branden, rampen en crises

2A4.a Aantal brandstichtingen

43

35

26

20

≤ 35

Politie-eenheid Den Haag

2A4.b Aantal woningbranden

582

532

52

61

≤ 64

Veiligheidsregio Hollands-Midden

Doel 2A5 Veilig ondernemen en veilig uitgaan

2A5.a Percentage inwoners stadsdeel Midden dat in eigen buurt veel overlast ervaart door horecagelegenheden

-

8%

-

5%

≤ 7%

Veiligheidsmonitor

2A5.b Percentage inwoners dat vaak overlast heeft van evenementen

-

2%

-

3%

≤ 3%

Veiligheidsmonitor

2A5.c Percentage inwoners van stadsdeel Midden dat overlast heeft van evenementen

-

7%

-

10%

≤ 8%

Veiligheidsmonitor

2A5.d Percentage inwoners dat in de eigen buurt veel overlast ervaart door dronken mensen op straat

-

5%

-

5%

≤ 3%

Veiligheidsmonitor

2A5.e Aantal winkeldiefstallen per 1.000 inwoners

2,1

3,5

3,0

3,8

≤ 3,0

CBS (wsjg.nl - BBV)

2A5.f Percentage vrouwen die één of meerdere keren een vorm van straatintimidatie meegemaakt hebben de afgelopen 12 maanden*

-

57%

-

nnb

≤ 51%

Veiligheidsmonitor

2A5.g Percentage mannen die één of meerdere keren een vorm van straatintimidatie meegemaakt hebben de afgelopen 12 maanden*

-

35%

-

nnb

≤ 32%

Veiligheidsmonitor

  1. 1 In de jaarstukken van 2024 is een incorrecte waarde opgenomen. Dit is het juiste getal.
  2. 2 Door een wijziging in filtering zijn de aantallen van 2023 en 2024 aangepast zodat de jaren ondeling ook vergelijkbaar zijn.

Kaderstellende beleidsstukken

In 2025 zijn de volgende kaderstellende beleidsstukken vastgesteld:

  • Niet van toepassing

Programmabudget

Jaarrekening

Veiligheid

Rekening 2024

Begroting 2025

Wijziging Begroting

Begroting 2025 na wijziging

Rekening 2025

Verschil 2025

Bedragen x 1.000,-

Veiligheid

Lasten

17.643

18.322

647

18.969

18.842

127

Baten

-809

-179

-815

-994

-973

-21

Saldo

16.835

18.142

-168

17.975

17.869

106

Programma

Lasten

17.643

18.322

647

18.969

18.842

127

Baten

-809

-179

-815

-994

-973

-21

Saldo van baten en lasten

16.835

18.142

-168

17.975

17.869

106

Reserves

Toevoeging

-

-

-

-

-

-

Onttrekking

-

-

-

-

-

-

Mutaties reserves

-

-

-

-

-

-

Resultaat

16.835

18.142

-168

17.975

17.869

106

BELEIDSTERREINEN

Toelichting op beleidsterreinen met financiële afwijkingen (op baten en lasten) > 250.000.

2A Veiligheid
Er zijn geen relevante afwijkingen.

RESERVES
Toelichting op afwijkingen Reserves > 250.000.
Er zijn geen relevante afwijkingen.

INVESTERINGEN

Overschrijdingen op investeringskredieten
Er zijn geen relevante afwijkingen.

Toelichting op investeringskredieten die worden afgesloten met een opvallend overschot
Er zijn geen relevante afwijkingen.

Toelichting op investeringskredieten ouder dan drie jaar die niet afgesloten worden bij de jaarrekening
Er zijn geen relevante afwijkingen.