Jaarstukken 2025

3.5.1 Toelichting financiële afwijkingen programma's

Inleiding
De raad stelt de begroting vast. Begrotingsafwijkingen en -overschrijdingen (beleidsmatig en/of financieel) behoeven autorisatie door de raad. In de regel zullen begrotingswijzigingen vooraf door het college aan de raad worden voorgelegd ter autorisatie. Hiermee wordt toestemming gevraagd voor het te realiseren beleid en voor de besteding van het benodigde bedrag. Begrotingswijzigingen moeten volgens de Gemeentewet tijdens het jaar zelf nog door de raad worden vastgesteld.

Rechtmatigheid, hoe zat het ook al weer?
De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op programmaniveau omdat de Raad op dat niveau de begroting vaststelt. Het systeem van budgetbeheer en -bewaking moet waarborgen dat de baten en de lasten binnen de begroting blijven en dat wijzigingen tijdig worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Indien een wijziging niet meer in het jaar zelf is vastgesteld zijn bestedingen boven het begrotingsbedrag strikt genomen onrechtmatig. Wanneer kostenoverschrijdingen worden gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten valt dit binnen de kaders van rechtmatigheid. Voorwaarde is wel dat deze kostenoverschrijdingen goed herkenbaar in de jaarrekening zijn opgenomen. Extra kosten die worden gemaakt omdat (extra) opbrengsten daarvoor de ruimte bieden, zijn onrechtmatig wanneer deze lasten niet direct zijn gerelateerd aan de extra opbrengsten of de raad over de aanwending van deze opbrengsten nog geen besluit heeft genomen.

Toevoegingen en onttrekkingen aan de bestemmingsreserves mogen alleen worden verwerkt tot maximaal het bedrag dat via de begroting(swijzigingen) door de raad is goedgekeurd. Bij reserves met een egalisatie- of inkomensfunctie mag een positief- of negatief exploitatiesaldo bij de jaarrekening vóór bestemming worden verrekend met de corresponderende reserve. In deze gevallen maakt het betreffende exploitatiesaldo geen onderdeel uit van het bestemmingsvoorstel bij de jaarrekening. Daarnaast mag de mutatie in de voorziening negatieve grondexploitaties direct met de reserve grondexploitaties worden verrekend en mag het resultaat van de parkeerexploitatie bij de jaarrekening vóór bestemming worden verrekend met de reserve Parkeren.

Begrotingsonrechtmatigheden in 2025

Bestuur en dienstverlening (1.277.000)
De overschrijding van de lasten ad 1.277.000 op het programma Bestuur en Dienstverlening is te verklaren door de extra dotatie aan de voorziening wethouderspensioenen van 1.900.000. Deze storting is gedaan op basis van het advies van het Ministerie Binnenland Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Begin 2025 heeft het ministerie BZK een onderzoek laten uitvoeren naar de gevolgen van de Wet toekomstig pensioenen (Wtp). Met ingang van 1 januari 2028 gaan de pensioenaanspraken over naar het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Het Ministerie van BZK heeft de hoogte van het pensioen-kapitaal berekend als dit overgaat naar het APB. De storting van 1.900.000 was eerder voorzien in begrotingsjaar 2027. Door gewijzigde wet- en regelgeving moet de voorziening wethouderpensioen per 31 december 2025 op de door het ministerie BZK geadviseerde niveau komen. In 2027 is 1.900.000 budget vrijgemaakt om in de voorziening te storten. De verschuiving van de geplande storting in 2027 naar 2025 heeft een neutraal karakter.

Gezien het moment van bekendmaking dat storting al in boekjaar 2025 moest plaatsvinden was het niet mogelijk om de begroting hierop aan te passen. Door verplichting om de pensioenvoorziening versneld op hoogte te brengen, is de conclusie dat de overschrijding rechtmatig is.

Cultuur, Sport en Recreatie (513.000)
De overschrijding van 513.000 op het programma Sport, Recreatie en Cultuur is opgebouwd uit verschillende overschrijdingen. De hogere lasten (473.000) die het beleidsterrein sport laat zien hebben grotendeels een administratieve achtergrond. De gemeente Leiden int namelijk de entreegelden voor Stichting De IJshal. De reden hiervoor is dat het technisch niet mogelijk is om pintransacties voor de ijshal en het binnenbad afzonderlijk te organiseren. De binnengekomen entreegelden en het doorbetalen ervan aan de stichting, is in 2025 als een bate (ontvangen entreegelden) en last (doorbetalen) in de jaarrekening verwerkt. Hierdoor ontstaat een nadeel bij de lasten van dit beleidsveld van 390.000 en een vergelijkbaar voordeel bij de baten. In 2026 zal het doorbetalen van de entreegelden via de balansrekening worden afgewikkeld, waardoor dit geen effect heeft op het resultaat van de jaarrekening. Daarnaast zijn er nog enkele administratieve correcties die voorvloeien uit de samenwerkingsafspraken met Stichting de IJshal.

De conclusie is dat de overschrijding op het programma Sport, Recreatie en Cultuur grotendeels te verklaren is door de financiële afhandeling met Stichting De IJshal. Hoewel er geen specifieke begrotingspost is voor de entreegelden van De IJshal, worden de uitgaven gedekt door bijbehorende inkomsten. Gezien deze omstandigheden kan geconcludeerd worden dat 390.000 van de totale overschrijding van513.000 als rechtmatig kan worden beschouwd. Resteert 123.000 als onrechtmatige overschrijding op de lasten.

Toelichting op financiële afwijkingen ten opzichte van de begroting

Hieronder wordt op beleidsterreinniveau bij afwijkingen op de baten en/of lasten tussen begroting en rekening > 250.000 een toelichting gegeven.

Bestuur en dienstverlening

Bestuur en dienstverlening

Begroting 2025

Rekening 2025

Verschil 2025

Afwijking %

Bedragen x 1.000,-

Lasten

28.047

29.323

-1.277

-4,55

Baten

-4.613

-4.896

282

-6,12

Saldo

23.433

24.428

-994

-4,24

Bedragen x 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Bestuur

-1.497

-35

-1.532

Dienstverlening

220

318

538

Totaal

-1.277

282

-994

Bestuur

1A Bestuur
Het budget voor het College van Burgemeester en Wethouders geeft een nadeel van € 1.887.000. Dit wordt veroorzaakt door een extra storting in de voorziening wethouderpensioenen van € 1.900.000. Deze storting is gedaan op basis van het advies van het Ministerie Binnenland Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Begin 2025 heeft het ministerie BZK een onderzoek laten uitvoeren naar de gevolgen van de Wet toekomstig pensioenen (Wtp). Met ingang van 1 januari 2028 gaan de pensioenaanspraken over naar het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Het Ministerie van BZK heeft de hoogte van het pensioen-kapitaal berekend als dit overgaat naar het APB. De storting van € 1.900.000 was eerder voorzien in begrotingsjaar 2027. Door gewijzigde wet- en regelgeving moet de voorziening wethouderpensioen per 31 december 2025 op de door het ministerie BZK geadviseerde niveau komen. In 2027 is € 1.900.000 budget vrijgemaakt om in de voorziening te storten. De verschuiving van de geplande storting in 2027 naar 2025 heeft een neutraal karakter. Daarnaast is voor de lopende pensioenuitkering € 244.000 gestort in de voorziening wethouderpensioenen. De kosten voor de wachtgelden oud wethouder vielen € 310.000 voordeliger uit. Verder is er binnen de begroting van de raad en de griffie een voordeel van € 285.000. Dit voordeel is voornamelijk ontstaan doordat voor verschillende taken – zoals de gemeenteraadsverkiezingen en het initiatiefvoorstel Levendige Lokale Democratie – incidentele middelen zijn toegekend. Deze activiteiten zijn in 2025 gestart, maar nog niet volledig afgerond. De afronding van deze activiteiten vindt in 2026 plaats. We stellen voor om een deel van de voordelen over te hevelen naar 2026 om de werkzaamheden af te ronden. Daarnaast zijn er nog kleine voordelen op verschillende activiteiten van € 105.000.

1B Dienstverlening
Het voordeel op de baten wordt veroorzaakt doordat er meer paspoorten zijn verstrekt dan geraamd waardoor meer leges zijn ontvangen. Daardoor zijn de rijksafdrachten ook hoger dan geraamd.

Veiligheid

Veiligheid

Begroting 2025

Rekening 2025

Verschil 2025

Afwijking %

Bedragen x 1.000,-

Lasten

18.969

18.842

127

0,67

Baten

-994

-973

-21

2,13

Saldo

17.975

17.869

106

0,59

Bedragen x 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Veiligheid

127

-21

106

Totaal

127

-21

106

Economie

Economie

Begroting 2025

Rekening 2025

Verschil 2025

Afwijking %

Bedragen x 1.000,-

Lasten

14.436

13.046

1.391

9,63

Baten

-2.482

-2.119

-363

14,62

Saldo

11.954

10.926

1.028

8,60

Bedragen x 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Ruimte om te ondernemen

278

-39

239

Faciliteren/Stimuleren van ondernemen

684

36

720

Marketing en promotie

290

-384

-94

Circulaire Economie

-5

-

-5

Vitale Binnenstad en Kennisstad

144

25

169

Totaal

1.391

-363

1.028

3A Ruimte om te ondernemen
De grootste verschillen op dit beleidsveld zijn:

  • Het ‘Actieplan Versterking Leidse Economie’ is opgesteld om extra steun te bieden aan de lokale economie en haar ondernemers. Met twintig actiepunten geeft gemeente Leiden in samenwerking met Centrummanagement Leiden (CML) en ondernemers een praktische impuls aan de lokale Leidse economie om hiermee het lokale leef- en verblijfsklimaat van de hele stad te versterken. Van het actieplan is een bedrag van 94.000 nog niet besteed, dit verklaart de afwijking van de lasten ten opzichte van de begroting. In 2026 zal verdere uitvoering worden gegeven aan de nog openstaande activiteiten.
  • In 2024 is een incidenteel budget van 100.000 beschikbaar gesteld voor de vergroening van winkelstraten. Van dit bedrag is 30.000 nog niet overgeheveld naar 2026, dit verklaart de afwijking van de lasten ten opzichte van de begroting. In 2026 zal deze vergroening verder gerealiseerd worden, voor onder andere de vergroening van de Burgsteeg.
  • Voor het programma LBSP is bij de kaderbrief 2024-2028 een meerjarig incidenteel budget beschikbaar gesteld van 300.000 in 2025 en twee keer 150.000 in de jaren 2026 en 2027. Dit budget is voor de gebiedsontwikkeling op het LBSP en in het bijzonder voor activiteiten zoals netcongestie en de intensivering van de samenwerking met Katwijk. Het aanvullende budget is in 2025 niet volledig benut, dit wordt met een budgetoverheveling meegenomen naar 2026. Hierdoor is er een afwijking van 94.000 ten opzicht van de begroting.
  • Het resterende verschil van 60.000 ten opzichte van de begroting wordt veroorzaakt door onderuitputting van diverse budgetten binnen 3A Ruimte om te ondernemen. Hier staat echter een negatieve afwijking van 39.000 aan baten tegenover.

3B Faciliteren en stimuleren van ondernemen
De grootste verschillen op dit beleidsveld zijn:

  • De afrekening van het ondernemersfonds over de jaren 2021/2022 heeft in 2025 plaatsgevonden. Door een hogere eindafrekening vergeleken met het verstrekte voorschot is een negatieve afwijking van €54.000 ontstaan in de realisatie ten opzichte van de begroting.
  • Onderuitputting bij glasvezel, voornamelijk verklaard door het feit dat de interne plankosten in 2025 aanzienlijk lager zijn uitgevallen dan eind 2024 werd voorzien. De plankosten zijn lager uitgevallen doordat de complexiteit van de werkzaamheden is afgenomen en er meer kleinere werken waren, waar minder inzet voor nodig is geweest. Bij de slotwijziging in 2024 is een bedrag van 560.000 overgeheveld naar 2025. Deze overheveling kwam bovenop de reeds voor 2025 opgenomen budgetten. Hierdoor kwam het totale beschikbare budget in 2025 uit op circa 825.000. Hiervan is in 2025 slechts 140.000 aan plankosten gerealiseerd waardoor 684.000 resteerd.
  • Het resterende verschil van 54.000 ten opzichte van de begroting wordt veroorzaakt door onderuitputting van diverse budgetten binnen 3B Faciliteren en stimuleren van ondernemen.

3C Marketing en promotie
De grootste verschillen op dit beleidsveld zijn:

  • In 2025 heeft de ANG een onderzoek uitgevoerd naar de baten toeristenbelasting over 2024. De resultaten van het onderzoek hebben geleid tot een aangepaste raming van de baten toeristenbelasting over 2025. In de loop van 2026 zullen deze baten over 2025 verder worden geconcretiseerd op basis van de definitief opgelegde aanslagen.Voor 2025 resulteert dit in een afwijking van 390.000 van de baten ten opzichte van de begroting. De afwijking wordt verklaard doordat de begroting jaarlijks wordt geïndexeerd, terwijl het tarief van de toeristenbelasting tot en met 2025 ongewijzigd is gebleven.
  • Aangezien 70% van de gerealiseerde baten wordt afgedragen aan Leiden & Partners, leidt deze lagere batenrealisatie eveneens tot een positieve lastenafwijking van 321.000.
  • Daarnaast is sprake van een beperkte overschrijding van 31.000 op het budget voor het stimuleren van toeristische aantrekkelijkheid, waar 5.000 niet begrote baten tegenover staan.

3D Circulaire economie

Er zijn geen relevante afwijkingen.

3E Vitale Binnenstad en Kennisstad

Er zijn geen relevante afwijkingen.

Mobiliteit

Mobiliteit

Begroting 2025

Rekening 2025

Verschil 2025

Afwijking %

Bedragen x 1.000,-

Lasten

30.898

28.230

2.667

8,63

Baten

-27.753

-27.900

147

-0,53

Saldo

3.144

330

2.814

89,50

Bedragen x 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Duurzame Mobiliteit

154

4

158

Bereikbaarheid

2.720

12

2.732

Verkeersveiligheid

-206

130

-75

Totaal

2.667

147

2.814

Duurzame Mobiliteit

Bereikbaarheid
Op het beleidsterrein Bereikbaarheid is sprake van een voordeel van € 2,7 mln. Dit wordt veroorzaakt door een voordeel op de lasten van € 2,7 mln.

Voor wat betreft de lasten wordt het voordeel voor € 429.000 veroorzaakt door niet gerealiseerde bijdragen, gedekt door reserves, aan de diverse beschikbaar gestelde kredieten voor bijvoorbeeld de fietsenstalling aan de Lange Mare en Lorentz, het onderzoek spoor Leiden - Utrecht en plankosten definitiefase infrastructurele werken. De dekking voor deze kredieten blijft beschikbaar in 2026.

Ook is er sprake van een voordeel van € 1,3 mln. op de lasten van de gezamenlijke voorbereidende studiekosten van Leiden en externe partners voor het knooppunt Leiden Centraal. Dit voordeel blijft, conform afspraken met de partijen die betrokken zijn bij het MIRT-project "Oude Lijn", beschikbaar voor besteding in 2026. Daartegenover staat ook een lagere bijdrage van Rijk en Provincie van € 1,2 mln. die een jaar later, in 2026, zal worden ontvangen.

Op het Leidse deel van de voorbereidende studiekosten voor het knooppunt Leiden Centraal is sprake van een voordeel van € 99.000. Ook dit budget blijft beschikbaar voor besteding in 2026.

Op het budget voor aanvullende verkeersmaatregelen (van omleidingsroutes) Leiden Duurzaam Bereikbaar is sprake van een voordeel van € 331.000. Dit budget moet in 2026 beschikbaar blijven voor de eindafrekeningen van het geleverde werk. Ook zal er vanaf 2026 inzet nodig zijn van verkeersregelaars en zullen er werkzaamheden plaatsvinden om de wegen in oude staat terug te brengen.

Onderstaande tabel geeft inzicht in de resultataen van het auto- en fietsparkeren.

V=voordeel/N=nadeel

lasten

baten

saldo

Autoparkeren

166.000

V

1.112.000

V

1.278.000

V

Fietsparkeren

291.000

V

36.000

V

327.000

V

Totaal

457.000

V

1.148.000

V

1.605.000

V

Het voordeel op de lasten van € 457.000 wordt voor een bedrag van € 274.000 veroorzaakt door niet gerealiseerde bijdragen, gedekt door de reserve parkeren, aan de kredieten fietsenstalling Lange Mare en voorbereidingskosten/studies naar parkeren Leiden CS (Lorentz). De dekking voor beide kredieten blijft beschikbaar in 2026.

Het voordeel op de baten autoparkeren heeft vooral betrekking op een voordeel op het ondergronds parkeren in de garages Lammermarkt en Garenmarkt, in het bijzonder in de maanden november en december 2025.

Het voordelige resultaat van de lasten en baten binnen de parkeerexploitatie wordt verrekend met de reserve parkeren.

Omgevingskwaliteit

Omgevingskwaliteit

Begroting 2025

Rekening 2025

Verschil 2025

Afwijking %

Bedragen x 1.000,-

Lasten

79.555

75.303

4.252

5,34

Baten

-44.363

-43.323

-1.040

2,34

Saldo

35.192

31.980

3.212

9,13

Bedragen x 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Verharde openbare ruimte

2.047

-1.177

870

Openbaar water

156

-177

-21

Openbaar groen

946

220

1.166

Milieu en duurzaamheid

1.025

95

1.119

Klimaatadaptatie

78

-0

78

Totaal

4.252

-1.040

3.212

5A Verharde openbare ruimte

Binnen beleidsterrein 'Verharde openbare ruimte' is op de lasten sprake van een voordeel van €2.047.000. Dit voordeel komt o.a. door:

  • Ontvangst van te veel betaalde energiekosten aan Liander (1.400.000). In 2025 heeft Liander gemeld dat ze de periode 2018 -2025 te veel kosten in rekening hebben gebracht voor de OVL-voedingspunten en dat een creditfactuur volgt zodra het exacte bedrag bekend is. Veiligheidshalve is een bedrag van 1.000.000 opgenomen in de begroting aan de batenkant. Uiteindelijk blijkt het bedrag aan te veel betaalde energiekosten 1.400.000 te zijn en is dit verwerkt als voordeel aan de lastenkant.
  • Minder lasten bij beheer van wegen (380.000) door o.a. incidentele lagere interne doorbelasting van de waterschapsbelasting vanwege een correctie op voorafgaande jaren, minder uitgaven aan de tunnelbeheerorganisatie van de Stationspleintunnel omdat de opstart van deze organisatie wat langer heeft geduurd dan gepland en incidenteel minder interne doorbelasting van werkzaamheden die zijn uitgevoerd t.b.v. inkomsten leges van graafmeldingen kabels en leidingen.
  • De inkomsten uit de afvalstoffenheffing komen iets lager uit dan geraamd. We zien een daling van het aantal meerpersoonshuishoudens en een stijging van het aantal één- en tweepersoonshuishoudens. De kostendekking komt uit op 100,7%. Deze overdekking van 0,7% = 171.560 is toegevoegd aan de voorziening afvalstoffenheffing.

Binnen beleidsterrein 'Verharde openbare ruimte' is op de baten sprake van een nadeel van 1.177.000. Dit nadeel komt o.a. door de verwachte opbrengst van te veel betaalde energiekosten aan Liander (1.000.000). Zie verder de toelichting hierboven.

5B Openbaar water

Binnen beleidsterrein 'openbaar water' is op de baten sprake van een nadeel van 177.000. Dit komt o.a. door:

  • Lagere opbrengst riool- en waterzorgheffing (490.000). Het verschil is ontstaan door het niet verwerken van een begrotingswijziging op de opbrengst riool- en waterzorgheffing eigenaren woning van 400.000. De kosten voor de watertaken vallen ook lager uit waardoor de dekking inclusief verrekening met de voorziening riolering uitkomt op 100% kostendekkend. Zie ook de paragraaf lokale heffingen.

5C Openbaar groen

Binnen beleidsterrein 'openbaar groen' is op de lasten sprake van een voordeel van 946.000. Dit komt onder andere door:

  • Minder kosten bij diverse groenprojecten (€ 360.000). Dit komt o.a. door projecten zoals de wereldtuin en de Panoramapark die doorgeschoven zijn naar volgend jaar en waarvan het budget voor 2026 opnieuw wordt aangevraagd.
  • Incidenteel minder kosten bij het beheer van groen in de openbare ruimte (€ 320.000). Dit heeft meerdere oorzaken zoals het moeten uitstellen van reconstructies en vervangingen als gevolg van tijdelijke personeelskrapte. Tevens zijn er uitvoeringskosten bespaard door het verbeteren van diverse processen en systemen. Tegelijkertijd voorzien we echter een structurele stijging in de kosten doordat onder andere het areaal te vervangen bomen komende jaren sterk zal toenemen. Deze trend komt terug in de Strategische Verkenningen en zal worden verwerkt in het nieuwe Uitvoeringsprogramma Groen.
  • Meer kosten bij bomenfonds (€ 147.00). Het betreft de kosten die gemaakt zijn voor het kappen van bomen. Tegenover deze kosten staat een opbrengst (waarborg) op de baten kant. Tezamen is het budgetneutraal.

Binnen beleidsterrein 'openbaar groen' is op de baten een voordeel van € 220.000. Dit voordeel komt vooral door de ontvangen gelden (waarborg) vanuit het bomenfonds. Het betrof de ontvangen gelden die aan de gemeente voldaan zijn voor het kappen van bomen. Deze baten worden nooit begroot waardoor hier een voordeel ontstaat. Nadere uitleg bomenfonds:

  • € 147.000 is geld wat ontvangen is voor bomenfonds. Dit wordt in de voorziening geplaatst, op het moment dat de partij bomen geplant heeft dan wordt dit geld uit de voorziening terugbetaald.
  • € 70.000 vrijval voorziening betreft bedrag wat in de voorziening stond, maar wat niet meer terugbetaald gaat worden. Bijvoorbeeld omdat er geen plaats was, of omdat er minder bomen zijn terug geplant. Dit bedrag komt in de reserve bomenfonds terecht en is vrij te besteden aan het planten van bomen elders in de stad.

5D Milieu en duurzaamheid

Binnen beleidsterrein 'Milieu en duurzaamheid' is op de lasten sprake van een voordeel van 1.025.000. Dit komt door incidenteel budget voor de gevelsanering die bedoeld was voor meerdere jaren. In 2025 is het gehele budget van 982.000 volledig geraamd in 2025, maar deze was bedoeld voor meerdere jaren. De gevelsanering wordt gedekt uit de reserve GSB middelen.

Stedelijke ontwikkeling

Stedelijke ontwikkeling

Begroting 2025

Rekening 2025

Verschil 2025

Afwijking %

Bedragen x 1.000,-

Lasten

61.734

52.403

9.331

15,11

Baten

-52.639

-48.067

-4.572

8,69

Saldo

9.095

4.337

4.759

52,32

Bedragen x 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Ruimtelijke planvorming en plantoetsing

1.058

880

1.938

Gemeentelijk vastgoed

7.103

-4.590

2.513

Wonen

311

29

339

Energietransitie

859

-891

-32

Totaal

9.331

-4.572

4.759

Algemeen

Het saldo van baten en lasten van het programma Stedelijke Ontwikkeling is voor de reservemutaties
4,8 miljoen positief. Het positieve resultaat komt tot stand doordat binnen het programma de totale lasten een voordeel laten zien van 9,3 miljoen. De totale baten van het programma laten een nadeel zien van
4,5 miljoen. Hieronder wordt per beleidsterrein zowel de afwijking van de lasten als de afwijking van de baten nader toegelicht. Voor het voordelig saldo zijn voorstellen gemaakt voor bestemming van dit resultaat.

6A Ruimtelijke planvorming en plantoetsing

De werkelijke lasten zijn 1,0 miljoen lager dan begroot. Reden is onder meer het niet volledig inzetten van het incidenteel budget voor aanjagen verstedelijkingsdoelen (100.000 voordeel). Het budget exploitatiebijdragen aan investeringen heeft een voordeel van 50.000. Dit betreft de bijdragen vanuit een reserve aan het budget invoering programma Omgevingswet. Deze middelen zijn in 2025 niet volledig uitgegeven en worden doorgeschoven naar 2026. Dit geldt ook voor het incidenteel budget voor implementatie omgevingswet wat volledig is begroot in 2025 (700.000). Ook de werkelijke lasten van het handhaven op naleven van bouwregelgeving zijn lager (100.000 voordeel). Reden is dat de werkelijke proceskosten voor uitvoering van de Wet Goed Verhuurderschap lager zijn als gevolg van minder procedures.

Het voordeel op de baten van 900.000 komt grotendeels tot stand door het realiseren van hogere leges
(800.000) voor bouwvergunningen. De inkomsten uit leges zijn voor een groot deel toe te schrijven aan bouwprojecten op het BioScience park, Willem de Zwijgerlaan, Corantijnstraat en Lammenschansweg. Daarnaast zijn de gerealiseerde baten voor ruimtelijke ontwikkelingen (externe bijdrage per te realiseren woning) 100.000 hoger dan begroot.

6B Gemeentelijk vastgoed

Het resultaat van het beleidsterrein gemeentelijk vastgoed is 2,1 miljoen positief. Dit saldo komt tot stand doordat de werkelijke lasten binnen dit beleidsterrein afgerond 7,1 miljoen lager zijn (voordeel) dan begroot wat resulteert in een voordeel aan de lastenkant. Daarnaast zijn de werkelijke baten afgerond 4,6 miljoen lager dan begroot (nadeel) wat resulteert in een nadeel aan de batenkant. In onderstaande tabel zijn de voordelen en nadelen van het beleidsterrein Gemeentelijk vastgoed per betreffende prestatie opgenomen. Deze voordelen en nadelen worden onder de tabel nader toegelicht.

Prestatie (bedragen x 1.000)

Begroting 2025

Rekening 2025

Verschil

Prestatie voeren erfpachtbedrijf

Lasten  

             1.963

             1.833

          130

voordeel

Baten

            -3.847

           -4.854

       1.007

voordeel

Prestatie opstellen MPG en Vermogensbeheer Grondexploitaties

Lasten  

           24.355

           17.118

       7.237

voordeel

Baten

          -22.406

          -17.331

     -5.076

nadeel

Prestatie exploiteren van gemeentelijke gebouwen

Lasten  

           13.281

           13.546

        -265

nadeel

Baten

          -10.560

          -10.039

        -521

nadeel

Totaal beleidsterrein Gemeentelijk vastgoed

Lasten  

           39.600

           32.497

       7.103

voordeel

Baten

          -36.813

          -32.223

      -4.590

nadeel

Prestatie voeren erfpachtbedrijf

De werkelijke lasten zijn 130.000 lager dan begroot (voordeel). Dit komt met name door lagere kosten voor ICT (erfpachtsysteem Totallink) en inhuur. De werkelijke baten binnen deze prestatie zijn 1,0 miljoen hoger dan begroot (voordeel). Deze hogere opbrengst is voornamelijk het gevolg van incidentele opbrengsten door verkoop van erfpachtgronden naar volledige eigendom en canonherzieningen. Daarnaast zijn er suppletievergoedingen ontvangen van woningbouwvereniging Ons Doel voor het omzetten van erfpachtpercelen met sociale huurwoningen naar erfpachtpercelen met koopwoningen.

Prestatie opstellen Meerjaren Perspectief Grondexploitaties en Vermogensbeheer

Lasten
De werkelijke lasten zijn 7,2 miljoen lager dan begroot (voordeel). Voornaamste redenen worden hieronder toegelicht.

a - Lasten actieve grondexploitaties

De gerealiseerde lasten van de grondexploitaties zijn in 2025 afgerond 8,6 miljoen lager dan begroot (voordeel). De niet gerealiseerde lasten schuiven door naar 2026. Zie voor een nadere toelichting van alle gemeentelijke grondexploitaties paragraaf 2.3.7 Grondbeleid.

b - Beheerskosten tijdelijk vastgoed

De beheerskosten van het tijdelijk vastgoed (strategisch vastgoed) zijn ten opzichte van het beschikbare budget met 400.000 overschreden (nadeel). Overschrijding komt tot stand door hogere afrekening energiekosten voorgaande jaren en tegenvallers op het uitvoeren van het onderhoud van het tijdelijk vastgoed. In 2025 is ook de OZB eigenaren hoger dan gebudgeteerd als gevolg van door de BSGR in rekening gebrachte OZB van voorgaande jaren.

c - Subsidie ontwikkeling Rooseveltstraat plot 1a

De gemeente heeft van het Rijk en van de provincie een tweetal subsidies ontvangen voor dekken onrendabele top gebiedsontwikkeling Roosevelt West. Hiervan is in 2025 870.000 niet ingezet (voordeel) en schuift door naar 2026.

d - Lasten werken voor derden (facilitair grondbeleid)

Het werken voor derden budget betreft projecten van derden waarbij de gemeente met een initiatiefnemer een intentieovereenkomst dan wel een anterieure overeenkomst heeft afgesloten. Om deze lasten te kunnen bekostigen ontvangt de gemeente een exploitatiebijdrage van de initiatiefnemer die gelijk is aan de te maken kosten. In 2025 zijn de totaal gerealiseerde lasten 2,1 miljoen hoger dan begroot (nadeel). Tegenover deze hogere lasten zijn in 2025 ook een hogere exploitatiebijdrages van derden ontvangen, zie hiervoor de toelichting bij punt .

e - Voorziening negatieve grondexploitaties
De voorziening negatieve grondexploitaties neemt in 2025 af met 360.000. Voor het toevoegen van rente aan de voorziening is in de exploitatie budget begroot. Doordat de voorziening in 2025 minder negatief wordt resulteert dit in de rekening van baten en lasten in een voordeel van afgerond 280.000.

f - Afboeken extra plankosten Werninkterrein
Om de verkeersveiligheid in de stad te verbeteren is de zogenaamde GOW30 (gebiedsontsluitingsweg max. 30km per uur) ingevoerd. Voor het project Werninkterrein betekent dit extra verkeersonderzoeken en dus ook extra kosten. In 2025 resulteert dit voor het project Werninkterrein in een nadeel van 619.000. Een deel ter grootte van 295.000 is gedekt uit het krediet Projecten initiatieven derden (PID), welke gedekt wordt door de reserve Grondexploitaties. Deze kosten worden niet volgens het revolving fund mechanisme vanuit het project terugbetaald. Voor het deel ‘werken voor derden’ ter grootte van 324.000 wordt voorgesteld deze af te boeken ten laste van het jaarrekeningsaldo van 2025. 

g - Exploitatiebijdrage aan investeringen
Het budget exploitatiebijdragen aan investeringen heeft een voordeel van 50.000. Dit betreft verschillende bijdragen vanuit reserves aan kredieten die nog niet volledig zijn uitgegeven en worden doorgeschoven naar 2026.

h - Plankosten gebiedsgerichte projectoverstijgende sturing Spoorzone
De werkelijke plankosten zijn in 2025 200.000 lager (voordeel). Reden is dat het volledig budget (700.000) in 2025 is begroot. Dit budget heeft betrekking heeft op meerdere jaren.

Baten
De werkelijke baten zijn 5,0 miljoen lager dan begroot (nadeel). Voornaamste redenen worden hieronder toegelicht.

a - Baten actieve grondexploitaties

De gerealiseerde baten van de grondexploitaties zijn in 2025 8,6 miljoen lager dan begroot (nadeel). De niet gerealiseerde opbrengsten in 2025 schuiven door naar 2026. Zie voor een nadere toelichting van alle gemeentelijke grondexploitaties paragraaf 2.3.7 Grondbeleid.

b- Baten werken voor derden (facilitair grondbeleid)

Zie ook toelichting hierboven bij punt d - . In 2025 zijn de gerealiseerde opbrengsten 2,2 miljoen hoger dan begroot (voordeel).

c- Subsidie ontwikkeling Rooseveltstraat plot 1a

De gemeente heeft van het Rijk en van de provincie twee subsidies ontvangen voor dekken onrendabele top gebiedsontwikkeling Roosevelt West. Hiervan is in 2025 870.000 niet ingezet (nadeel) en deze schuift door naar 2026.

d - Rijksbijdrage realisatiestimulans
De nieuwe Rijksregeling ‘Realisatiestimulans’ zal ervoor zorgen dat de start van de bouw van betaalbare woningen de komende jaren zal worden beloond met een vaste bijdrage van het Rijk. Met de Realisatiestimulans krijgen gemeenten 7.000 voor iedere betaalbare woning waarvan de bouw is gestart in de periode 2025-2029. Voor 2025 heeft de gemeente 2,7 miljoen ontvangen (voordeel).

e - Bijdragen tijdelijk vastgoed
Als gevolg van aflopen huurcontract tijdelijk vastgoed ontstaat een nadeel van 100.000. Daarnaast is het niet gelukt om bij het pand aan de Gooimeerlaan de volledige energielasten af te rekenen met de voormalige gebruiker (100.000 nadeel).

f - Herinrichting openbare ruimte Verbeekstraat
Voor herinrichten openbare ruimte Verbeekstraat ontvangt de gemeente Leiden een bijdrage van de ontwikkelende partij. Deze bijdrage is in 2025 niet volledig gerealiseerd en schuift door naar 2026. Voor 2025 betreft dit een nadeel van 200.000.

Prestatie exploiteren van gemeentelijke gebouwen

De werkelijke lasten binnen deze prestatie zijn 300.000 hoger dan begroot (nadeel). De voornaamte reden worden hieronder toegelicht.

  • Het niet volledig intern kunnen doorbelasten van de gemeentelijke heffingen (OZB en Waterschapsheffing) naar de betreffende prestaties binnen de gemeentelijke begroting (600.000 nadeel). Tegenover dit nadeel in programma 6 worden in andere programma's voordelen gerealiseerd.
  • De werkelijke onderhoudskosten van de panden uit de portefeuille maatschappelijk vastgoed zijn 300.000 lager dan begroot (voordeel). Voornaamste reden hiervan is het nog niet kunnen uitvoeren van de gewenste werkzaamheden aan het monumentale pand Gravensteen (500.000 voordeel). Reden is dat de planvorming nog niet zover is. Dit schuift door naar 2026. De onderhoudskosten van de panden uit de portefeuille maatschappelijk vastgoed zijn 200.000 hoger dan begroot (nadeel). Dit met name als gevolg van meerdere kleinere storingen/calamiteiten (dagelijks onderhoud).
  • In 2025 zijn een tweetal onderzoeken uitgevoerd. Het beleidskader vastgoed is in 2025 geëvalueerd en er is een routekaart voor verduurzaming gemeentelijk vastgoed opgesteld (100.000 nadeel).
  • Een aantal overschrijdingen zoals hogere energielasten bij maatschappelijk vastgoed (50.000 nadeel).
  • De werkelijke lasten bij multifunctionele accommodaties zijn 200.000 lager dan begroot (voordeel).

De werkelijke baten zijn 500.000 lager dan begroot (nadeel). Betreft afrekening servicekosten van 2024 (100.000 nadeel). Bij een aantal huurders is in 2024 onterecht een zogenaamde nog te ontvangen huur opgenomen (150.000 nadeel). De ontvangen vergoeding van multifunctionele accommodaties is in 2025 200.000 lager dan begroot (nadeel) aangezien op basis van werkelijke kosten wordt afgerekend.

6C Wonen

De werkelijke lasten binnen dit beleidsterrein zijn afgerond 400.000 lager dan begroot (voordeel). De incidentele budgetten die volledig in 2025 zijn begroot (maar voor meerdere jaren beschikbaar) voor huurteam wonen en de incidentele middelen voor uitvoering wet betaalbare huur zijn niet volledig ingezet en schuiven door naar 2026.

De werkelijke baten zijn 26.000 hoger (voordeel) dan begroot.

6D Energietransitie

Binnen het beleidsterrein Energietransitie zijn de werkelijke lasten 900.000 lager dan begroot (voordeel). Bij een aantal projecten is het beschikbare budget in 2025 niet volledig ingezet. Voornaamste reden is dat deze budgetten over meerdere jaren ingezet gaan worden, maar grotendeels begroot zijn in 2025 en 2026. Er is in 2025 minder besteed aan het samenwerkingsverband Warmte Leidse Regio, het project energiearmoede en het project isolatie offensief. Voor warmtetransitie en opwek duurzame energie is meer uitgegeven.

De werkelijke baten zijn 900.000 lager dan begroot (nadeel) dit houdt verband met de lagere lasten. Voor het samenwerkingsverband Warmte Leidse Regio is minder doorbelast aan de deelnemende gemeenten, EBN en Firan en er is minder gerealiseerd op de projecten gedekt door een rijkssubsidie (isolatie).


Jeugd en onderwijs

Jeugd en onderwijs

Begroting 2025

Rekening 2025

Verschil 2025

Afwijking %

Bedragen x 1.000,-

Lasten

77.809

75.787

2.022

2,60

Baten

-8.336

-8.723

386

-4,64

Saldo

69.473

67.064

2.409

3,47

Bedragen x 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Jeugd

2.087

185

2.272

Peuterspeelopvang en kinderopvang

39

-

39

Onderwijsbeleid

-99

192

93

Onderwijshuisvesting

-4

9

5

Totaal

2.022

386

2.409

7A Jeugd
De belangrijkste oorzaak van het resultaat zijn de lagere kosten voor de regionale specialistische jeugdhulp. De verantwoorde kosten in 2025 voor de regionale specialistische jeugdhulp waren voor het grootste deel nog gebaseerd op de tweede prognose van 2025 van de SOZ en zijn de totale kosten in de Leidse begroting ingeschat op € 32,67 miljoen. In de in februari 2026 ontvangen voorlopige verantwoording 2025 komt Leiden uit op € 31,23 miljoen, een onderbesteding van €1,4 miljoen.

Hoewel er nader onderzoek en analyse nodig is om een helder en eenduidig beeld te krijgen van de oorzaken van deze forse onderbesteding is er wel al een aantal factoren dat hierbij een rol speelt te benoemen:

  • Door het monitoren van de data en de sturing van de SOZ zijn de kosten voor het Landelijke Transitie Arrangement (LTA) gedaald.
  • Bij stichting Jeugdteams is veel aandacht voor afbakening van de jeugdhulp. Ongeveer een kwart van de aanmeldingen bij stichting Jeugdteams werd verwezen naar passende hulp of ondersteuning buiten de jeugdwet.
  • In de pedagogische basis van Leiden is aandacht voor normaliseren; het versterken van het gewone leven. - Hiernaast kan het zijn dat door de voorbereiding van maatregelen uit de Taskforce in de jeugdhulpregio Holland Rijnland een voorgesorteerd effect is ontstaan.
  • Daarbovenop is het aantal kinderen in Leiden de afgelopen jaren gedaald en daalt ook het aantal kinderen dat jeugdhulp ontvangt de laatste jaren.

Overige meevallers binnen het beleidsterrein Jeugd zijn:

  • Op basis van de Meicirculaire 2025 zijn binnen het programmaonderdeel Jeugd € 261.000 aan extra middelen geraamd als gevolg van de vrijval van de reservering compensatieregeling Voogdij 18+ en de loon- en prijsbijstelling van Voogdij 18+. Hier staan geen verplichtingen tegenover. Dit levert een voordeel op van € 261.000.
  • Ondanks eerdere bijstellingen van het budget bij de derde technische- en de slotwijziging is er ten opzichte van de raming voor de persoonsgebonden budgetten Jeugd (PGB's) nog sprake van een onderbesteding van € 79.000.
  • Met betrekking tot de uitvoeringskosten Jeugd, in het bijzonder de kosten voor het beleidsprogramma Jeugd Holland Rijnland, is sprake van een onderbesteding van € 220.700. Een deel van de geraamde uitgaven voor het programma is binnen het programma overhead verantwoord.
  • Ten opzichte van de raming voor speeltuinen en speelaccommodaties is een bedrag van € 208.500 niet besteed. Dit wordt vooral veroorzaakt door het nog niet ten uitvoering komen van het bij de Kaderbrief 2025 toegevoegde budget van € 175.000 voor de speelplekken in Leiden Noord en Cronensteijn.
  • Tenslotte is er voor de onderdelen Centrum voor Jeugd en Gezin en de Jeugd- en Gezinteams sprake van een totale overbesteding van € 172.300.

7B Peuterspeelopvang en kinderopvang
Er zijn geen relevante afwijkingen.

7C Onderwijsbeleid
Er zijn geen relevante afwijkingen.

7D Onderwijshuisvesting
Er zijn geen relevante afwijkingen.

Cultuur, sport en recreatie

Cultuur, sport en recreatie

Begroting 2025

Rekening 2025

Verschil 2025

Afwijking %

Bedragen x 1.000,-

Lasten

49.736

50.249

-513

-1,03

Baten

-9.694

-10.598

903

-9,32

Saldo

40.042

39.651

391

0,98

Bedragen x 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Cultuur

15

387

402

Cultureel erfgoed

132

165

297

Sport

-473

174

-299

Recreatie

-187

177

-10

Totaal

-513

903

391

8A Cultuur
In 2025 zijn de baten met betrekking tot de subsidie Infopunt Digitale Overheid niet in de begroting opgenomen. Hierdoor ontstaat een voordel van €115.000.

In 2025 verwelkomde Museum De Lakenhal bijna 89.000 bezoekers. Deze stijging van 14% ten opzichte van 2024 zorgde voor hogere opbrengsten vanuit entreegelden (€ 91.000) en de museumwinkel (€ 35.000). Dit heeft vooral te maken met het de succesvolle tentoonstellingen, zoals Floris Verster – Thuis in het groen, Meesterlijk Mysterie – Over Rembrandts raadselachtige tijdgenoot, de Doesjenelprijs 2025, Natuurlijk Jan Wolkers – een eeuw verwondering en Nieuw Leids deken met Vera van de Seyp. Museum De Lakenhal heeft daarnaast in 2025 ruim € 78.000 meer aan fondsen en bijdragen ontvangen dan begroot. Hiertegenover staan aanvullende, door deze fondsen gedekte, uitgaven.

8B Cultureel erfgoed
Er zijn geen relevante afwijkingen.

8C Sport
Er is sprake van een overschrijding van de begrote lasten met €473.000, terwijl de gerealiseerde baten €174.000 hoger zijn dan begroot. Per saldo resulteert dit in nadelige resultaat van €299.000

De hogere lasten (€ 473.000) die het beleidsterrein sport laat zien hebben grotendeels een administratieve achtergrond. De gemeente Leiden int namelijk de entreegelden voor Stichting De IJshal. De reden hiervoor is dat het technisch niet mogelijk is om pintransacties voor de ijshal en het binnenbad afzonderlijk te organiseren. De binnengekomen entreegelden en het doorbetalen ervan aan de stichting, is in 2025 als een bate (ontvangen entreegelden) en last (doorbetalen) in de jaarrekening verwerkt. Hierdoor ontstaat een een nadeel bij de lasten van dit beleidsveld van € 390.000 en een vergelijkbaar voordeel bij de baten.

De baten vallen € 174.000 hoger uit dan begroot. Dit wordt met name veroorzaakt doordat de ontvangen entreegelden (€ 390.000) voor de ijshal, zoals hiervoor toegelicht. Daarnaast was er een nadeel van € 283.000 door een lagere Specifieke Uitkering (SPUK) sport. Het overige verschil wordt verklaard door een aantal kleinere voordelen.

8D Recreatie
Er zijn geen relevante afwijkingen.

Maatschappelijke ondersteuning

Maatschappelijke ondersteuning

Begroting 2025

Rekening 2025

Verschil 2025

Afwijking %

Bedragen x 1.000,-

Lasten

143.477

138.530

4.948

3,45

Baten

-23.122

-21.116

-2.006

8,67

Saldo

120.355

117.413

2.942

2,44

Bedragen x 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Sociale binding en participatie

316

32

349

Preventie

-834

696

-138

Ondersteuning

-434

-38

-472

Kwetsbare groepen

5.899

-2.696

3.204

Totaal

4.948

-2.006

2.942

9A Sociale binding en participatie
Het voordeel wordt voornamelijk veroorzaakt door de onderschrijding van 0,1 miljoen op de Wijkenvisie Roomburg Meerburg die inmiddels afgesloten is. Het werd gedekt uit de reserve Leefbaarheidsprojecten in de wijken. Het overige voordel wordt veroorzaakt door diverse incidentele posten, waarvan Basiskracht 76.000), stimuleren wijkinitiatieven (57.000) en overig sociaal cultureel werk (33.000) de grootste posten zijn.

9B Preventie
Er is 0,85 miljoen aan extra regionale IZA-acitiviteiten (Integraal Zorgakkoord) uitgegeven. Deze extra uitgaven hebben ook geleid tot 0,7 miljoen extra rijksbaten. De overschrijding komt voort uit de ervaring van 2024, toen er een fors bedrag aan IZA-middelen niet werd besteed en terug moest worden betaald aan het Rijk. Daarop zijn veel initiatieven opgestart om dit in 2025 te voorkomen.

9C Ondersteuning

Het nadeel van 0,25 miljoen op de lasten wordt veroorzaakt door de Wmo-maatwerkvoorzieningen, met name huishoudelijke ondersteuning, regiotaxi en de arrangementen ambulant.

9D Kwetsbare groepen
Op het programma OSA (Oekraïense vluchtelingen, Statushouders en Asielzoekers) is € 2,5 miljoen minder uitgegeven omdat het aangekochte pand aan het Schuttersveld grotendeels in 2026 wordt verbouwd. De rijksbaten zijn daardoor € 2,5 miljoen lager. In de voorziening van huisvesting van statushouders en bijzondere doelgroepen moest € 0,2 miljoen worden gestort als gevolg van indexering. Uit deze voorziening worden de toekomstige verplaatsingskosten gedekt van de drie tijdelijke woonlocaties (Wassenaarseweg, Voorschoterweg en Verdamstraat).

Op de Specialistische Maatschappelijke zorg (regionale MZ) is een onderbesteding ontstaan van € 1,2 miljoen. Dit positieve saldo is voornamelijk ontstaan door het lager vaststellen van een aantal subsidies over 2024, lagere kosten voor Beschermd Wonen en kosten voor de Jongerenopvang Maansteenpad die doorschuiven naar 2026. Van het totale positieve saldo wordt € 526.000 uitgekeerd aan Holland Rijnland regiogemeenten, het Leidse aandeel bedraagt € 711.000 (inclusief de over te hevelen middelen Jongerenopvang naar 2026).

Op de Maatschappelijke zorg Leidse regio (MZ LR) is in 2025 een onderbesteding ontstaan van € 1,8 miljoen. Dit positieve saldo is voornamelijk ontstaan door de lagere kosten voor beschermd, beschut en begeleid wonen. Na de doordecentralisatie heeft een verschuiving plaatsgevonden van Beschermd Wonen (dure intramurale zorg) naar lichtere vormen van wonen met ondersteuning, waarbij wonen en zorg gescheiden zijn, daarnaast is een aantal subsidies over 2024 lager vastgesteld en viel de compensatie zorgaanbieders over 2024 lager uit.

Op het Leidse regio budget voor de LAD middelen (Landelijk Actieplan voorkomen Dakloosheid) is € 350.000 minder uitgegeven dan geraamd.

Werk en inkomen

Werk en inkomen

Begroting 2025

Rekening 2025

Verschil 2025

Afwijking %

Bedragen x 1.000,-

Lasten

139.806

135.487

4.319

3,09

Baten

-89.400

-89.113

-287

0,32

Saldo

50.406

46.374

4.032

8,00

Bedragen x 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Arbeidsparticipatie

2.721

-839

1.882

Maatsch. participatie en onderst. minima

77

417

495

Inkomensvoorzieningen

1.063

-505

558

Schuldhulpverlening

459

640

1.098

Totaal

4.319

-287

4.032

10A Arbeidsparticipatie Werk en Inkomen
Er is 1,1 miljoen aan extra declarabele lasten Inburgering ontstaan, wat geleid heeft tot 1,1 miljoen aan extra rijksbaten. Er was in 2024 een nog te betalen post opgenomen van 0,6 miljoen aan de regio-gemeenten, maar die is in 2025 vrijgevallen omdat een groter deel van de ESF-subsidie dan verwacht aan Leiden toekomt.
Er zijn onderbestedingen ontstaan op Taal en participatie (54.000), onderzoek- en scholingstrajecten (119.000), het regionale budget Laaggeletterdheid (67.000) en het Leids participatiebudget (98.000).

10A Arbeidsparticipatie DZB
Er is een nadeel gerealiseerd van € 280.000 bij DZB waarvan een deel tot uiting komt op programma 10 Werk en inkomen en een deel op programma Overhead. Het nadeel is opgebouwd uit een voordeel van € 566.000 bij Re-integratie en een voordeel van € 211.000 bij WSW, een nadeel van € 143.000 op de reserves (allemaal programma 10 Werk en inkomen) en een nadeel van € 914.000 op Overhead (zie programma Overhead).

Het totale voordeel op het budget Re-integratie is € 566.000. In het budget van Re-integratie zijn een aantal projecten van de arbeidsmarktregio Holland-Rijnland opgenomen. Dit regionaal budget is goed voor een voordeel van € 102.000 en is nodig voor afronding van projecten in de komende jaren. Dit bedrag wordt toegevoegd aan de DZB-bedrijfsreserve en in 2026 weer onttrokken. Bij de overige re-integratieactiviteiten is een voordeel ontstaan van € 464.000. Dit voordeel is grotendeels veroorzaakt door het realiseren van een hogere omzet.

Het voordeel op het budget Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) is € 211.000 en wordt grotendeels veroorzaakt door het realiseren van lagere loonkosten.

Het nadeel van € 280.000 is exclusief een door het Rijk voor 2025 toegekend bedrag aan “Compensatie medewerkers sociaal ontwikkelbedrijven” voor de WSW. Voor DZB komt dit neer op € 475.000. Dit bedrag is bij de decembercirculaire 2025 van de algemene uitkering gemeentefonds toegekend. Gelet op het tijdstip van toekenning kon dit bedrag niet meer verwerkt worden in de begroting 2025. Via bestemming van het rekeningresultaat 2025 wordt dit bedrag verwerkt in DZB-bedrijfsreserve.

10B Maatschappelijke participatie en ondersteuning minima
De opbrengst leenbijstand is € 235.000 hoger dan geraamd. Daar tegenover staat een extra storting van € 102.000 in de voorziening oninbaar. Uit ervaring weten we dat de opbrengst niet volledig zal worden geïnd. Tevens is een niet-geraamde bijdrage van € 89.000 ontvangen van Leiderdorp voor invoeringskosten van de Sleutelpas. Op Alleenverdienerspoblematiek is een onderschrijding ontstaan van € 95.000. Dit betreft een groep huishoudens die door een ongunstige samenloop van toeslagen en uitkeringen (veelal UWV-uitkering) onder het bestaansminimum zakt. Het Rijk heeft € 1.000 aan compensatie per huishouden beschikbaar gesteld en de gemeente voert deze regeling uit. De onderschrijding van € 95.000 zal worden overgeheveld naar 2026, omdat nog circa 95 huishoudens recht hebben op deze compensatie van € 1.000. Er is daarnaast € 57.000 minder kwijtgescholden aan gemeentelijke heffingen.

10C Inkomensvoorzieningen
Op het budget bijstandsuitkeringen is een voordeel ontstaan van 621.000. Dat is voornamelijk ontstaan door een onderschrijding op het loonkostensubsidiebudget (onderdeel BUIG-budget) van 434.000. Tegenover een lagere opbrengst aan bijstandsvorderingen van 332.000 staat een lagere storting in de voorziening oninbaar van 267.000. De declarabele uitvoeringskosten van Leiderdorp zijn 157.000 lager dan begroot, waardoor de opbrengst Leiderdorp ook 157.000 lager is.

10D Schuldhulpverlening
Op de teamkostenplaats Schuldhulpverlening is een technisch nadeel van 411.000 ontstaan dat doorbelast had moeten worden naar dit beleidsterrein, maar is achterwege gebleven. Het is de belangrijkste oorzaak van het voordeel op de lasten van 459.000 op dit beleidsterrein. Via de resultaatbestemming wordt dit alsnog opgelost. Daarnaast is er medio 2025 een extra incidenteel budget van 140.000 ontvangen van het Rijk inzake schuldhulpverlening. Dit budget zal overgeheveld worden naar 2027 zodat het beschikbaar komt voor het nieuwe beleidsplan armoede- en schuldhulpverlening 2027-2030. Ook zijn er extra declarabele kosten
(350.000) ontstaan inzake de afhandeling van de kindertoeslagaffaire, waardoor de rijksbaten ook 350.000 hoger zijn. Via de kaderbrief 2025 is er een incidenteel budget geraamd van 100.000 voor financiële begeleiding vanaf medio 2025. Het is niet gelukt om dit uit te besteden. Daarom zal worden voorgesteld om dit budget over te hevelen naar 2027, voor 2026 was al 200.000 geraamd. Het overige voordeel op de baten van € 290.000 wordt met name veroorzaakt door het vrijvallen van de voorziening die gevormd was voor de verkorting van het overgangsrecht van 36 naar 18 maanden. Dit levert een incidenteel voordeel op van € 267.000.

Algemene middelen

Algemene middelen

Begroting 2025

Rekening 2025

Verschil 2025

Afwijking %

Bedragen x 1.000,-

Lasten

7.158

4.120

3.039

42,45

Baten

-478.532

-479.643

1.111

-0,23

Saldo

-471.374

-475.523

4.150

-0,88

Bedragen x 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Lokale heffingen besteding niet gebonden

-

-388

-388

Algemene uitkering

1.435

1.629

3.064

Dividend

-0

-14

-14

Saldo financieringsfunctie

346

59

405

Overige alg.dekkingsmiddelen

1.258

-176

1.082

Totaal

3.039

1.111

4.150

Belastingopbrengsten
De OZB niet-woningen eigenaren komt 0,5 miljoen lager uit doordat een aantal aanslagen uit voorgaande jaren verminderd moest worden. Het gaat hierbij onder andere over woon/zorgcomplexen die niet meer als niet-woningen mogen worden aangeslagen, maar als woning.

Algemene uitkeringen gemeentefonds
De algemene uitkering komt € 1,6 miljoen hoger uit dan geraamd, onder andere door uitkeringen voor taakmutaties (€ 1,4 miljoen) in de decembercirculaire 2025.

Aan de lastenkant staat het restant van de stelpost indexering (€ 1,4 miljoen) die niet aangewend hoefde te worden.

Saldo financieringsfunctie
In het budget is rekening gehouden met een rentelast van drie maanden op een, nog aan te trekken, langlopende geldlening. De financieringsbehoefte ontstond pas in december en is toen tijdelijk ingevuld met kortlopende financiering (kasgeld). Het is de verwachting dat de langlopende geldlening in 2026 aangetrokken gaat worden. Omdat de financieringsbehoefte later ontstond, is er voordeel op de rentelasten ontstaan van € 350.000.

Overige algemene dekkingsmiddelen
Het voordeel op de lasten van € 1,3 miljoen wordt veroorzaakt door :

  • Een voordeel van € 1,7 mln. op de bijdrage, die wordt gedekt door onttrekking aan de reserve bedrijfsvoering plankosten, aan diverse kredieten in de definitiefase van een project. Omdat dergelijke kredieten jaaroverschrijdend kunnen zijn, blijft de bijdrage beschikbaar in 2026.
  • Een nadeel van € 820.000 door de (incidentele) verhoging van de Voorziening dubieuze debiteuren, met name doordat meer vorderingen in het parkeerdomein als oninbaar worden beoordeeld.
  • De gemeentebrede budgetten voor personele lasten met betrekking tot voormalig personeel, arbeidsongeschiktheid en vervroegde uittreding geven een voordeel van € 215.000. Tegenover dit voordeel aan de lastenkant staat een nadeel aan de batenkant van € 175.000

Overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien

Overhead

Begroting 2025

Rekening 2025

Verschil 2025

Afwijking %

Bedragen x 1.000,-

Lasten

100.419

93.954

6.465

6,44

Baten

-16.713

-17.589

876

-5,24

Saldo

83.706

76.365

7.341

8,77

Bedragen x 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Overhead

6.465

876

7.341

Totaal

6.465

876

7.341

Onvoorzien

Begroting 2025

Rekening 2025

Verschil 2025

Afwijking %

Bedragen x 1.000,-

Lasten

277

-

277

100,00

Baten

-

-

-

Saldo

277

-

277

100,00

Bedragen x 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Onvoorzien

277

-

277

Totaal

277

-

277

Vennootschapsbelasting

Begroting 2025

Rekening 2025

Verschil 2025

Afwijking %

Bedragen x 1.000,-

Lasten

174

341

-167

-96,27

Baten

-

-

-

Saldo

174

341

-167

-96,27

Bedragen x 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Vennootschapsbelasting

-167

-

-167

Totaal

-167

-

-167

OVERHEAD

Het resultaat op Overhead is als volgt opgebouwd:

Resultaat Overhead 2025 per onderdeel

Lasten

Baten

Saldo

V/N

1. Saldi op afdelingskosten (gemeentebreed)

3.341

28

3.369

V

2. Centrumregeling IDA

1.695

971

2.665

V

3. Nieuw financieelsysteem -projectbudget

2.718

0

2.718

V

4. Vervanging en migreren SQL-servers (Structured Query Language)

237

0

237

V

5. Regionale risicobijdrage

258

0

258

V

6. Informatievoorziening - projectbudget

337

0

337

V

7. Facilitaire zaken

-186

-76

-262

N

8. Gemeentelijke huisvesting

-272

-183

-455

N

9. Overhead DZB

-1.071

160

-911

N

10. Vorming voorziening spaarverlof

-767

0

-767

N

11. Overhead overige

174

-24

151

V

Totaal

6.465

876

7.341

V

1. Saldi op afdelingskostenplaatsen (gemeentebreed)
Het resultaat 2025 van alle afdelingen binnen de gemeente Leiden bedraagt 3,4 miljoen voordelig.

2. Centrumregeling IDA
Binnen de Centrumregeling Bedrijfsvoering Leidse Regio zijn de werkelijke lasten en baten lager dan begroot. Dit levert een voordeel op van c.a. 2,7 miljoen. In lijn met de afspraken met de Centrumregelingpartners doet de gemeente Leiden een storting in de bedrijfsvoeringsreserve van het saldo op de centrumregeling (minus voorstellen budgetoverheveling en resultaatbestemming). Zodat de gelden beschikbaar blijven voor kwaliteitsverbeteringen in de gezamenlijke bedrijfsvoering. Het verschil is opgebouwd uit diverse posten. De grootste oorzaken hebben betrekking op:

  • lagere personele lasten binnen de CR 1,2 miljoen.
  • Lagere licentiekosten 273.000 onder andere doordat voor oude financieel pakket geen licentiekosten in rekening worden gebracht.
  • Lagere kwaliteitsverbeteringskosten 422.000 doordat kwaliteitsverbeteringen deels in 2026 worden afgerond. Voorbeelden hiervan zijn datagedreven werken, invoering leermanagementsysteem, nieuwe tool werving en selectie, Arificial Intelligence.
  • Overige kleine verschillen 784.000.

3. Nieuw financieel systeem - projectbudget
In 2025 is het nieuwe financiële systeem technisch geïmplementeerd. Op het projectbudget is eind 2025 nog € 2,7 miljoen beschikbaar. Vanaf 1 januari is SAP in gebruik genomen, in 2026 zal SAP nog verder in de organisatie geïmplementeerd worden en vinden nog diverse aanvullende werkzaamheden plaats.

4. Vervanging en migreren van SQL-servers (= Structured Query Language)
De SQL-servers die momenteel in gebruik zijn, worden vanaf juli 2022 niet meer ondersteund door Microsoft. Sinds 2024 wordt gewerkt aan het vervangen en migreren van de databases. Op het beschikbare budget is € 237.000 overgehouden. De werkzaamheden worden in 2026 afgerond.

5. Regionale risicobijdrage
Alle vier de partners in de Centrumregeling betalen jaarlijks 2,3% risicobijdrage bovenop de lumpsum. Deze risicobijdrage wordt ingezet voor risico's die zich voordoen gedurende het jaar. Eind 2025 was er 258.000 over van het ontvangen budget. Met de regiogemeenten is afgesproken deze gelden te reserveren voor mogelijke toekomstige risico's.

6. Informatievoorziening - projectbudget
Doel van dit budget is om een deel van de incidentele ontwikkelkosten binnen IV te kunnen dekken, zodat IV-ontwikkelingen voortvarend kunnen worden opgepakt. Als gevolg van de langere opstartfasen van diverse projecten binnen de afdeling IV in 2025, zijn er minder projecten gestart dan gepland. Hierdoor is het budget niet volledig benut. Deze projecten zijn in de tijd opgeschoven en zullen in 2026 en verder alsnog opgepakt worden.

7. Facilitaire zaken Leiden
Het nadeel (262.000) is zichtbaar bij de activiteiten schoonmaak, beveiliging en overige kosten. De kosten zijn in 2025 sterk gestegen door de hoge indexatie, doorgevoerd door externe leveranciers. De beschikbare budgetten waren niet toereikend.

8. Gemeentelijke huisvesting
Het nadeel op de gemeentelijke huisvesting (455.000) bestaat uit diverse posten, de grootste posten zijn:

  • Nadeel op de baten 140.000 doordat de 4e etage van Level niet verhuurd wordt maar gebruik wordt voor eigen werkplekken.
  • Overschrijding van de lasten van 120.000 doordat de BSGR voor Le Pooleweg 6 en 11 nog een aanslag van voorgaande jaren heeft ingediend.
  • Overschrijding van de lasten 50.000 doordat de index op de huur van Level hoger is dan de in de begroting gehanteerde index.
  • Overschrijding van de lasten 80.000 door hogere kosten voor dagelijks onderhoud. 

9. Overhead DZB
Het nadeel op budget Overhead DZB is 911.000. Dit nadeel wordt grotendeels veroorzaakt door het vormen van een voorziening voor medewerkers t.b.v. de RVU-regeling en hogere implementatiekosten t.b.v. het nieuwe ERP-systeem. Ook zijn er hogere projectkosten door de verbouwing van het pand aan de Le Pooleweg 11. Het nadeel op Overhead kan voor 690.000 worden toegerekend aan het budget WSW en voor 224.000 aan het budget Re-integratie. Op de programma's zijn hierdoor juist voordelen zichtbaar die dit nadeel compenseren.

10. Vorming voorziening spaarverlof
Sinds 2022 is het voor gemeenteambtenaren mogelijk om verlof apart op te sparen om op een later moment voor een langere periode op te nemen (spaarverlof). Deze mogelijkheid is in de cao gemeenten opgenomen. Sinds eind 2024 kunnen medewerkers verlof ook daadwerkelijk aanmerken als spaarverlof. De commissie BBV stelt dat voor het gespaarde verlof een voorziening genomen moet worden. Bij het opstellen van de jaarrekening 2025 is deze voorziening spaarverlof gevormd voor een bedrag van 767.000. Deze voorziening zal vanaf nu jaarlijks worden bijgesteld aan de hand van het gespaarde verlofsaldo.

VENNOOTSCHAPSBELASTING
Er zijn geen relevante afwijkingen.

ONVOORZIEN
Er zijn geen uitgaven gedaan ten laste van onvoorzien in 2025.