Ga naar boven

Toelichting financiële afwijkingen programma's

Inleiding
Het systeem van budgetbeheer en -bewaking moet waarborgen dat de baten en de lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan de gemeenteraad.

Rechtmatigheid
Essentieel is dat de raad nadere regels heeft gesteld in het kader van begrotingsrechtmatigheid. Wanneer kostenoverschrijdingen worden gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten valt dit binnen de kaders van rechtmatigheid. Voorwaarde is wel dat deze kostenoverschrijdingen goed herkenbaar in de jaarrekening zijn opgenomen. Extra kosten die worden gemaakt omdat extra opbrengsten daarvoor de ruimte bieden, zijn onrechtmatig wanneer deze lasten niet direct zijn gerelateerd aan de extra opbrengsten of de raad over de aanwending van deze opbrengsten nog geen besluit heeft genomen.

Toevoegingen en onttrekkingen aan de bestemmingsreserves mogen alleen worden verwerkt tot maximaal het bedrag dat via de begroting(swijzigingen) door de raad is goedgekeurd. Bij reserves met een egalisatie- of inkomensfunctie mag een positief- of negatief exploitatiesaldo bij de jaarrekening vóór bestemming worden verrekend met de corresponderende reserve. In deze gevallen maakt het betreffende exploitatiesaldo geen onderdeel uit van het bestemmingsvoorstel bij de jaarrekening. Daarnaast mag de mutatie in de voorziening negatieve grondexploitaties direct met de reserve grondexploitaties worden verrekend.

Er zijn overschrijdingen op de lasten ontstaan bij de volgende programma's:
5 Omgevingskwaliteit € 398.000
7 Jeugd en Onderwijs € 267.000
8 Sport, cultuur en recreatie € 1.723.000

5 Omgevingskwaliteit
Er is geconstateerd dat de (lopende en afgeronde) kredieten mbt Rhijnhof niet juist in de Leidse administratie worden verantwoord.
Het betreft investeringen in eigendom van derden die niet voldoen aan de vereisten om deze te activeren en af te schrijven. Binnen programma omgevingskwaliteit resteerde een boekwaarde op 31/12/17 van in totaal € 650.000 waarover wordt afgeschreven. Door het nodige (juridische) uitzoekwerk kon deze afboeking van de boekwaarde niet meer in een begrotingswijziging worden meegenomen. De overschrijding is onrechtmatig, maar omdat de kapitaallasten van deze kredieten wél in de begroting zijn opgenomen wordt de afboeking gedekt door een onttrekking aan de reserve afschrijvingen investeringen en telt niet mee voor het oordeel.

7 Jeugd en onderwijs
Eind december 2017 heeft de Tijdelijke werkorganisatie Holland Rijnland (TWO HR) een prognose opgesteld van een verwacht tekort op de afrekeningen van zorgaanbieders over de jaren 2015 en 2016 ten opzichte van de daarvoor door TWO HR opgenomen voorziening. Het aandeel van Leiden hierin bedraagt € 130.000. Dit kon niet meer worden meegenomen in een begrotingswijziging. Als gevolg van eindafrekeningen van de Sociale verzekeringsbank en de TWO HR over 2015 en 2016 is ten opzichte van de hiervoor opgenomen 'nog te betalen posten' een nadelig bijzonder resultaat van ca. € 200.000 ontstaan. De verwachting was dat dit nadeel binnen het beleidsterrein zou worden opgevangen door onderschrijdingen op het budget voor PGB Jeugd. Voor het overige is er echter binnen het beleidsonderdeel Jeugd als gevolge van diverse geringe over- en onderschrijdingen per saldo een voordeel van ca. € 110.000 ontstaan.
De overschrijding is aan te merken als onrechtmatig, maar kon voor wat betreft het tekort veroorzaakt door de eindafrekeningen 2015/2016 van de zorgaanbieders (€ 130.000) niet tijdig worden gesignaleerd. Voor het overige is de overschrijding een gevolg van het open einde karakter van de jeugdhulp.

Het restant van de overschrijding is een saldo van diverse geringe over- en onderschrijdingen op de lasten binnen het beleidsonderdeel onderwijs (ca. € 50.000).

8 Sport, cultuur en recreatie
Op 1 maart 2017 heeft Museum De Lakenhal, met steun van de Vereniging Rembrandt, de BankGiro Loterij, het Mondriaanfonds, het VSBfonds, de Vereniging van Belangstellenden in Museum De Lakenhal, het Lucas van Leydenmecenaat, de Banderfonds, en particulieren, het schilderij ‘Contra-Compositie VII’ van Theo van Doesburg gekocht. Hierdoor waren de lasten én de baten bij in 2017 ruim € 1,9 miljoen hoger. De raad is hier ook met de brief van 2 mei 2017 geïnformeerd. Omdat het hier een overschrijding van de kosten betreft die gedekt wordt door direct gerelateerde opbrengsten is de overschrijding aan te merken als onrechtmatig, maar telt niet mee voor het oordeel.

Hieronder wordt op beleidsterreinniveau bij afwijkingen tussen begroting en rekening > € 250.000 een toelichting gegeven.

PROGRAMMA 1 BESTUUR EN DIENSTVERLENING

Bestuur en dienstverlening
bedragen x € 1.000,-

Begroting 2017

Rekening 2017

Verschil

Afwijking %

Lasten

37.884

37.335

549

1,45 %

Baten

-3.621

-3.597

-24

0,66 %

Saldo

34.262

33.737

525

1,53 %


bedragen x € 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Bestuur

328

-17

311

Dienstverlening

221

-7

214

Totaal

549

-24

525

Bestuur
Het voordeel van € 311.000 op beleidsterrein Bestuur wordt veroorzaakt door meerdere kleine mee- en tegenvallers. De belangrijkste zijn:

  • De rekenkamercommissies van Leiden en Leiderdorp zijn in 2017 samengevoegd. Doordat minder onderzoeken zijn uitgevoerd is een voordeel ontstaan van € 43.000.
  • Aan relatiegeschenken en kosten voor relatiebeheer is in 2017 € 68.000 meer uitgegeven dan begroot. Het budget voor deze uitgaven is al een aantal jaar te krap.
  • In 2017 zijn meerdere kennisuitwisselingsactiviteiten betaald vanuit het door diverse universiteitssteden hiervoor bijeengebrachte budget. Daarvan is eind 2017 nog € 42.000 niet uitgegeven.
  • De bijdrage aan Holland Rijnland was € 95.000 hoger dan begroot, voornamelijk door frictiekosten als gevolg van de doorgevoerde bezuinigingsoperatie en door een lagere teruggave van het BTW-compensatiefonds dan verwacht. In 2018 volgt de eindafrekening over 2017.
  • Op verzekeringen is per saldo een voordeel ontstaan van € 87.000. Dit komt doordat er voor een lager bedrag schade-uitkeringen zijn geweest dan waar in de begroting rekening mee was gehouden.
  • Bij de Eerste Bestuursrapportage 2017 is uit de voorziening Internationale Samenwerking (ontstaan uit een project met kledingrecycler KICI) een bedrag van € 185.000 gehaald. Het was de bedoeling om deze middelen al in 2017 in te zetten voor de doelen uit de werkagenda internationalisering. Dat is nog niet gebeurd. Hierdoor ontstaat een voordeel van ditzelfde bedrag.

Dienstverlening
De kosten van het beheer van basisregistraties zijn € 112.000 lager. De kosten van de taak registratie niet-ingezetenen zijn € 55.000 lager. De afdrachten rijbewijzen zijn € 42.000 lager, doordat er minder rijbewijzen zijn verstrekt.

PROGRAMMA 2 VEILIGHEID

Veiligheid
bedragen x € 1.000,-

Begroting 2017

Rekening 2017

Verschil

Afwijking %

Lasten

13.528

13.433

95

0,70 %

Baten

-1.335

-1.285

-50

3,76 %

Saldo

12.193

12.148

45

0,37 %


bedragen x € 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Fysieke veiligheid

88

-7

80

Sociale veiligheid

7

-43

-35

Totaal

95

-50

45

PROGRAMMA 3 ECONOMIE EN TOERISME

Economie
bedragen x € 1.000,-

Begroting 2017

Rekening 2017

Verschil

Afwijking %

Lasten

7.297

6.547

750

10,28 %

Baten

-1.230

-1.383

153

-12,40 %

Saldo

6.066

5.164

902

14,87 %


bedragen x € 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Ruimte om te ondernemen

221

-31

190

Faciliteren/Stimuleren van ondernemen

456

53

509

Marketing en promotie

73

131

204

Totaal

750

153

902

Ruimte om te ondernemen

De economische agenda bestaat uit meerjarig incidenteel budget waarvan het restbudget ieder jaar wordt overgeheveld. Dit jaar is er een onderschrijding binnen het budget voor de economische agenda van bijna €200.000. Het bedrag wat incidenteel over is, wordt overgeheveld naar 2018.

Faciliteren/Stimuleren van ondernemen
De Raad heeft besloten een voorziening in 2017 in te stellen voor de deelname aan UNIIQ en Innovation quarter, echter de daadwerkelijke kapitaalstortingen vinden plaats in 2018. Doordat de voorziening niet is gevormd, is er een onderschrijding binnen faciliteren/stimuleren van ondernemen. De €233.000 zal overgeheveld worden naar 2018. Hierdoor is het verschil ontstaan binnen faciliteren/stimuleren van ondernemen.

Verder is er een correctie vanwege de overhead op de prestatie faciliteren/stimuleren van ondernemen van ongeveer €240.000. Met ingang van 2017 is de financiële wetgeving (BBV) voor de verslaglegging van de overhead gewijzigd, waardoor deze voortaan moet worden verantwoord op het programma overhead, Vpb en onvoorzien. Dit heeft tot de opgave geleid om in de realisatie binnen de betreffende programma’s de overhead te elimineren uit uurtarieven voor investeringen en/of overige projecten waar dit niet meer is toegestaan. Dit leidt in 2017 tot een per saldo neutrale correctie op de gerealiseerde lasten binnen enerzijds de relevante programma’s en anderzijds het programma Overhead, Vpb en onvoorzien. Binnen die relevante programma’s ontstaan nu voordelen omdat er minder mag worden doorbelast dan begroot. Op het programma Overhead, Vpb en onvoorzien ontstaat het corresponderende nadeel.

Marketing en promotie

Er zijn €131.000 meer opbrengsten toeristenbelasting binnengekomen dan geraamd.

PROGRAMMA 4 BEREIKBAARHEID

Bereikbaarheid
bedragen x € 1.000,-

Begroting 2017

Rekening 2017

Verschil

Afwijking %

Lasten

15.716

12.964

2.753

17,51 %

Baten

-12.686

-12.269

-417

3,29 %

Saldo

3.030

695

2.336

77,08 %


bedragen x € 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Langzaam verkeer

191

-8

182

Openbaar vervoer

71

0

71

Autoverkeer

701

0

701

Parkeren

1.605

-499

1.106

Leefomgeving

186

91

276

Totaal

2.753

-417

2.336

Autoverkeer

Het voordeel op de lasten van € 701.000 wordt veroorzaakt door niet gerealiseerde bijdragen aan investeringen die worden gedekt door een onttrekking aan de reserve bereikbaarheidsprojecten.

Het betreft een voordeel van € 468.000 op de (voorbereidings)kosten van de Rijnlandroute. In 2017 zijn inspanningen verricht om een verbeterde inpassing van de Rijnlandroute bij de Stevenshof te bewerkstelligen en is vervolgonderzoek gedaan naar een ander ontwerp voor het Lammenschansplein/Europaweg. Ook is een kostenraming gemaakt in het kader van de discussie voor de ontwerpvariant. Eind 2017 is aanvullend krediet beschikbaar gesteld voor rioleringswerkzaamheden bij de A44. Deze kosten werden in 2017 verwacht maar worden in 2018 gerealiseerd.

Een voordeel van € 146.000 heeft betrekking op de lagere plankosten van voorbereiding voor de Leidse Ring Noord.

Tot slot is sprake van een voordeel van € 118.000 wordt veroorzaakt door de gewijzigde regelgeving over de verslaglegging van de overhead.

Parkeren

Het beleidsterrein parkeren heeft een voordelig saldo van € 1,1 mln. Dit is opgebouwd uit een voordeel van € 1,6 mln. op de lasten en een nadeel van € 499.000 op de baten.

Het voordeel in de lasten wordt voor een bedrag van € 282.000 veroorzaakt door in 2017 niet verstrekte subsidies voor privaat gefinancierde parkeergelegenheden. Ook is sprake van een voordeel van € 427.000 op de diverse exploitatielasten van parkeergarages (in de begroting was rekening gehouden met de opening van de garage Soestdijkkade in 2017 terwijl deze in 2018 open gaat en het uitstellen van het dagelijks onderhoud Haarlemmerstraatgarage in verband met naderend groot onderhoud). Het voordeel binnen het parkeerbedrijf (€ 650.000) wordt veroorzaakt door lagere kosten van handhaving van het parkeren en communicatie rond de promotie van de garage Lammermarkt. Tot slot is sprake van een voordeel in de exploitatie van parkeerapparatuur als gevolg van minder onderhoud aan straatautomaten van € 142.000.

De parkeerbaten laten een nadeel zien van € 499.000. Dit wordt veroorzaakt lagere opbrengsten uit vergunningen en naheffingen die gedeeltelijk gecompenseerd wordt door hogere opbrengsten uit de parkeergarages.

Het resultaat op de parkeerexploitatie van € 824.000 is gestort in de reserve parkeren.

PROGRAMMA 5 OMGEVINGSKWALITEIT

Omgevingskwaliteit
bedragen x € 1.000,-

Begroting 2017

Rekening 2017

Verschil

Afwijking %

Lasten

56.676

57.075

-398

-0,70 %

Baten

-23.629

-25.517

1.888

-7,99 %

Saldo

33.047

31.557

1.490

4,51 %


bedragen x € 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Verharde openbare ruimte

-341

841

500

Openbaar water

-177

232

55

Openbaar groen

-445

429

-16

Duurzaamheid

564

386

950

Totaal

-398

1.888

1.490

Beleidsterrein Verharde Openbare Ruimte

Visie openbare ruimte
Er is over de gehele periode 2016 – 2018 een incidenteel budget beschikbaar voor “Visie op de openbare ruimte” van € 1.286.000. Door een wijziging in de aanpak van het verwijderen van objecten worden de kosten (€ 107.000) die gepland waren in 2017 grotendeels pas in 2018 gerealiseerd. Waar eerst per wijkschouw de objecten werden verwijderd, worden nu per district structureel alle paaltjes geïnventariseerd waarna alles districtsgewijs verwijderd wordt. Dekking van dit budget vindt plaats in de reserve Stedelijke Ontwikkeling.

Kabels en leidingen
Kabelexploitanten hebben meer werk aan kabels en leidingen uitgevoerd dan verwacht. Hierdoor zijn meer kosten (€ 155.000 N) gemaakt voor het dichtstraten van de verharding. Deze werkzaamheden worden in rekening gebracht bij de kabelexploitanten en genereren zo opbrengsten (€ 125.000 V). Het nadeel wordt nagenoeg gedekt door deze meeropbrengsten.

Werken voor derden verkeersmaatregelen
Doordat de omvang van de werkzaamheden afhangt van de vraag uit de markt zijn er hogere kosten gemaakt (€ 303.000 N), die uiteraard ook zijn doorberekend aan de afnemers (€ 322.000 V). Periodiek wordt de Product- en Dienstcatalogus van cluster Beheer geactualiseerd. Uitgangspunt is dat de gehanteerde tarieven tenminste kostendekkend zijn.

Onkruidbestrijding
Het voordeel van € 110.000 wordt veroorzaakt omdat in verband met de onkruidbestrijding een aantal locaties die als gevolg van de intensieve burgerparticipatie niet meer die in 2017 van verhard naar groen omgezet konden worden en daarom worden meegenomen in 2018.

Inzamelen huishoudelijk afval
Een voordeel van € 55.000 aan lasten heeft betrekking op de uitvoering van de Motie intelligente ophaalroutes en klachtafhandeling (€ 100.000 beschikbaar in 2017). Een deel van deze uitvoering,bijvoorbeeld de analyse van de klepbewegingen loopt door in 2018.Een nadeel van € 284.000 aan lasten is binnen deze prestatie een overschrijding van 5 % op het budget. Dit is terug te voeren op fluctuaties van jaar tot jaar in afvalhoeveelheden en vuilverwerkingstarievenEen voordeel van € 106.000 in de baten betreft inzamelwerkzaamheden voor rekening van derden. Op basis van nacalculatie bleek meer inzet plaats te vinden, dan waar in de business case/begroting rekening was gehouden. Tegenover dit voordeel op programma 5 zijn voor eenzelfde bedrag extra kosten gemaakt die worden verantwoord binnnen programma Algemene Dekkingsmiddelen.Een voordeel van € 126.000 wordt veroorzaakt door voordelen op diverse onderdelen zoals papieropbrengsten, ontruimingen en dergelijke.

Beleidsterrein Openbaar Water

Er zijn geen relevante afwijkingen in 2017.

Beleidsterrein Openbaar groen

Ontwikkelen beleid groen
Er is geconstateerd dat de (lopende en afgeronde) kredieten mbt Rhijnhof niet juist in de Leidse administratie zijn verantwoord. Het betreft investeringen in eigendom van derden die niet voldoen aan de vereisten om deze te activeren en af te schrijven. In de exploitatie van 2017 heeft de afboeking plaatsgevonden die een overschrijding van € 650.000 veroorzaakt, waarvan de bedoeling is om deze te verrekenen met de reserve afschrijving investeringen.

Regionaal groenfonds
In 2017 is subsidie aangevraagd en gekregen van de provincie Zuid Holland voor het wandelknooppuntennetwerk in het kader van versterking van de recreatieven routenetwerken uit het Uitvoeringsprogramma Groen. De subsidie had een looptijd tot eind 2017 maar het bleek dat de afstemming en uitwerking langer duurde dan gepland. Hierdoor is slechts een deel van het budget in 2017 uitgegeven, waardoor de lasten en baten ruim € 100.000 lager uitvallen. Eind 2017 is uitstel aangevraagd en de looptijd is nu tot eind juni 2018. Het betreft een subsidie waarbij 100% van de kosten wordt vergoed.

Investeringen groenvoorziening
Omdat het project Singelpark nog geen (deel) opleveringen kent naar beheerstatus, zijn de gereserveerde middelen (€ 157.000) voor het toekomstig beheer in 2017 nog niet gebruikt.

Progr man en overkoepelende taken (LOL)
Het college heeft via voorstel 14.1137 de overeenkomst Leidse Ommelanden vastgesteld met de bijbehorende Samenwerkingsovereenkomst. De gemeente Leiden heeft voor het uitvoeringsprogramma een meerjarige projectsubsidie ontvangen van maximaal € 7.500.000. Ook bij Holland Rijnland is subsidie aangevraagd voor dit uitvoeringsprogramma. De gemeente Leiden heeft toegezegd jaarlijks € 70.000 beschikbaar te stellen voor de looptijd van 6 jaar. Van dit gezamenlijke budget is nog een deel (€ 130.000) over omdat de kosten niet gelijkmatig over de uitvoeringsperiode uitgegeven worden. Doordat de lasten lager uitvallen komt er ook minder subsidie van de provincie ZH binnen, aangezien zij 50% van de uitgaven dekken.

Ontwikkelen beleid groen
In 2017 is voor een bedrag van € 22.000 minder bijgedragen aan de projecten Verbetering wijk Transvaal en knelpunt fietspad Matilo. Dekking van deze bijdrage vindt plaats uit de reserve parkeren (€ 11.000) en de reserve Ontsluiting groengebieden (€ 11.000). De bijdrage (€ 84.000) aan het project Groene daken heeft in 2017 niet plaatsgevonden. Deze bijdrage wordt gedekt uit de reserve Klimaatmaatregelen.

Spelen in de openbare ruimte
Het voordeel in de baten van € 70.000 wordt verklaard door de incidentele vrijval van de voorziening spelen. In 2017 zijn de laatste speeltuinen met achterstallig onderhoud, waarvoor de voorziening getroffen was, aangepakt.

Bomenfonds
Leiden werkt hard aan het beter beschermen van haar bomen en het verbeteren van haar bomenbestand. Bomen die worden gekapt moeten in de meeste gevallen worden terug-geplant. Om dit financieel mogelijk te maken moet de waarde van de gekapte bomen in het zogenaamde Bomenfonds worden gestort. De Voorziening Boomregeling Wijk is op 31 december 2017 afgesloten met een bedrag van € 2.338.397. De stortingen in 2017 bedroegen € 457.000. Het grootste deel van de stortingen wordt gedaan door externen zoals aannemers en projectontwikkelaars. Bijna het gehele bedrag is gelabeld voor het terug-planten van bomen binnen de betreffende projecten. Pas als dit niet of slechts gedeeltelijk mogelijk blijkt kan het geld worden ingezet voor de verbetering van de groene hoofdstructuur. Het betreft in de meeste gevallen langdurige reserveringen voor onder meer Lorentz, Vlietweg, Oostvlietpolder, Morspart en omstreken en enkele kleinere bedragen.

Aanleggen Singelpark
De bijdrage (€ 191.000) aan het project Singelpark heeft in 2017 niet plaatsgevonden. Deze bijdrage wordt gedekt uit de reserve Groene Singels.

Beleidsterrein Duurzaamheid

Bijdrage Omgeveningsdienst West Holland
De uitgaven en inkomsten zijn per saldo budgettair neutraal. Deze extra uitgaven (€ 126.000) betroffen de uitvoeringskosten van de Omgevingsdienst West Holland inzake duurzaamheid, deze kosten worden gedekt door de duurzaamheidsagenda.

Gevelsanering en Geothermie
In 2017 is voor een bedrag van € 261.000 minder bijgedragen aan de projecten voor Gevelsanering en Geothermie. Dekking van deze bijdrage vindt plaats uit de reserve GSB (€ 202.000) en de reserve klimaatmaatregelen (€ 59.000).

Uitvoeren Duurzaamheidsbeleid
Vanaf 2016 is er een programmaopbouw van het programma Duurzaamheid. Vorig jaar is er gestart met de uitwerking van de zestien duurzame doelstellingen, in 2017 is er een piek ontstaan in het uitvoeren van de doelstellingen en is er meer budget uitgegeven (€ 86.000). In 2017 is voor een bedrag van € 409.000 minder bijgedragen aan de projecten voor Duurzaamheidsfonds (€ 69.000) en Duurzaamheidsagenda (€ 340.000). Dekking van deze bijdragen vindt plaats uit de reserve Duurzaamheidsfondsen.

PROGRAMMA 6 STEDELIJKE ONTWIKKELING

Stedelijke ontwikkeling
bedragen x € 1.000,-

Begroting 2017

Rekening 2017

Verschil

Afwijking %

Lasten

41.941

35.630

6.311

15,05 %

Baten

-36.650

-33.097

-3.553

9,69 %

Saldo

5.291

2.534

2.758

52,12 %


bedragen x € 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Ruimtelijke planvorming en plantoetsing

1.084

752

1.836

Gemeentelijk vastgoed

5.959

-4.298

1.661

Wonen

-732

-7

-739

Totaal

6.311

-3.553

2.758

Ruimtelijke planvorming en plantoetsing
De inkomsten uit Wabo-leges zijn € 770.000 hoger. Dat komt grotendeels omdat een aanvraag met een grote bouwsom is ontvangen in december, die pas verwacht werd in 2018. De extra inkomsten zijn gestort in de egalisatie-reserve inkomsten bouwleges. De inkomsten uit Wabo-leges met betrekking tot de Rijnlandroute zijn € 32.000 lager. De toe te rekenen kosten aan de Rijnlandroute zijn € 38.000 lager.

De lasten op deze prestatie zijn in 2017 € 1.084.000 lager. Dit komt enerzijds tot stand doordat de invoering van de omgevingswet in 2017 minder inzet heeft gevraagd. De invoeringsdatum van de nieuwe Omgevingswet is verschoven van 1 juli 2019 naar 1 januari 2021. Hierdoor is in 2017 op de te besteden middelen geanticipeerd met als gevolg lagere kosten in 2017. Anderzijds is met ingang van 2017 de financiële wetgeving (BBV) voor de verslaglegging van de overhead gewijzigd, waardoor deze voortaan moet worden verantwoord op het programma overhead, Vpb en onvoorzien. Dit heeft tot de opgave geleid om in de realisatie binnen de betreffende programma’s de overhead te elimineren uit uurtarieven voor investeringen en/of overige projecten waar dit niet meer is toegestaan. Dit leidt in 2017 tot een per saldo neutrale correctie op de gerealiseerde lasten binnen enerzijds de relevante programma’s en anderzijds het programma Overhead, Vpb en onvoorzien. Binnen die relevante programma’s ontstaan nu voordelen omdat er minder mag worden doorbelast dan begroot. Op het programma Overhead, Vpb en onvoorzien ontstaat het corresponderende nadeel.

Gemeentelijk vastgoed

Uitsplitsing beleidsterrein naar prestaties:

Omschrijving (bedragen x € 1.000)

Lasten 2017

baten 2017

saldo 2017

begroting 2017

verschil 2017

voeren erfpachtbedrijf

1.960

-3.207

-1.247

-518

729

opstellen MPG 2017 en Vermogensbeheer grondexploitaties 2017-2021

16.812

-13.335

3.477

4.782

1.305

exploiteren van gemeentelijk vastgoed

9.179

-12.282

-3.103

-3.476

-373

totaal

27.951

-28.824

-873

788

1.661

Prestatie Voeren Erfpachtbedrijf
De presatie Voeren Erfpachtbedrijf heeft een voordelig saldo van € 729.000. Dit saldo is voornamelijk het gevolg van incidentele opbrengsten door verkoop van erfpachtgronden naar vol eigendom en eerste uitgifte van gronden in erfpacht. Daarnaast zijn er suppletievergoedingen ontvangen van woningbouwverenigingen Portaal en Ons Doel voor het omzetten van erfpachtpercelen met sociale huurwoningen naar erfpachtpercelen met koopwoningen.

Prestatie Opstellen Meerjarenperspectief Grondexploitaties 2017 en Vermogensbeheer Grondexploitaties 2017-2021

Onderdeel van deze prestatie zijn naast de actuele grondexploitaties de beschikbare budgetten voor grondexploitatie algemene dienst en de beheerskosten strategisch vastgoed. De prestatie Opstellen Meerjarenperspectief Grondexploitaties en Vermogensbeheer Grondexploitaties heeft een voordelig saldo van € 1,3 miljoen. Dit saldo is voornamelijk het gevolg van:

Exploitatiebijdragen

Het budget exploitatiebijdragen aan investeringen heeft een voordeel van € 1,2 miljoen. Het gaat hierbij om verschillende reservebijdragen aan kredieten die nog niet volledig zijn uitgegeven en worden doorgeschoven naar 2018. Het volledige bedrag zal worden opgenomen in een bestemmingsvoorstel om te worden overgeheveld naar 2018.

Onderhandelingsakkoord Ons Doel

In het Onderhandelaarsakkoord Ons Doel – gemeente Leiden d.d. 6 april 2016 (RV 16.0044) is vanuit de reserve

herstructurering woongebieden Ons Doel voor 2017 een bedrag beschikbaar gesteld van € 2.094.736. In 2017 is

door woningstichting Ons Doel slechts een gedeelte van de bijbehorende prestatie gerealiseerd. Echter, de betreffende betaling door de gemeente schuift door naar 2018. Daarnaast schuiven de prestaties die niet in 2017 gerealiseerd zijn door naar 2018. Hierdoor is het restant budget 2017 van € 850.000 vanaf 2018 beschikbaar. Voorwaarde voor inzet middelen Onderhandelaarsakkoord is wel dat er met de bouw gestart is in 2020.

Achterstallig onderhoud Haarlemmertrekvaart

In de 2017 is de nog te betalen btw voor achterstallig onderhoud Haarlemmertrekvaart voldaan. Hierdoor ontstaat in 2017 in de administratie van de gemeente Leiden een nadeel van € 237.500.

Beheerskosten strategisch vastgoed

De beheerskosten van strategisch vastgoed zijn in 2017 € 130.000 hoger dan geraamd. Oorzaak hiervan is het wegwerken van achterstallig onderhoud in een aantal panden op het terrein van de NUON-locatie en mede als gevolg van lekkage onvoorziene reparatiekosten. Vanuit de reserve Grondexploitaties wordt structureel een budget beschikbaar gesteld voor beheerskosten strategisch vastgoed.

Voorziening negatieve grondexploitaties

Als gevolg van het afsluiten van een aantal grondexploitaties en het actualiseren van de actieve grondexploitaties is het totale tekort van de actieve grondexploitaties met een negatief exploitatiesaldo hoger. Voor de grondexploitatie algemene dienst is het negatieve effect circa € 480.000. Zie voor een nadere toelichting ook paragraaf 2.3.7 Grondbeleid.

Correctie overhead op uren plankosten naar prestaties

Met ingang van 2017 is de financiële wetgeving (BBV) voor de verslaglegging van de overhead gewijzigd, waardoor deze voortaan moet worden verantwoord op het programma overhead, Vpb en onvoorzien. Dit heeft tot de opgave geleid om in de realisatie binnen de betreffende programma’s de overhead te elimineren uit uurtarieven voor investeringen en/of overige projecten waar dit niet meer is toegestaan. Dit leidt in 2017 tot een per saldo neutrale correctie op de gerealiseerde lasten binnen enerzijds de relevante programma’s en anderzijds het programma Overhead, Vpb en onvoorzien. Binnen die relevante programma’s ontstaan nu voordelen omdat er minder mag worden doorbelast dan begroot. Op het programma Overhead, Vpb en onvoorzien ontstaat het corresponderende nadeel.

Voor de prestatie Opstellen Meerjarenperspectief Grondexploitaties 2017 en Vermogensbeheer Grondexploitateis 2017-2021 betekent dit een voordeel van circa € 150.000.

In onderstaande tabel is het voordelige saldo van € 1,3 miljoen van de prestatie Opstellen Meerjarenperspectief Grondexploitaties en Vermogensbeheer Grondexploitaties samengevat.

Omschrijving (bedragen x € 1.000)

voordeel

nadeel

resultaat

exploitatiebijdragen aan investeringen

1.200

onderhandelingsakkoord Ons Doel

850

achterstallig onderhoud Haarlemmertrekvaart

240

beheerskosten strategisch vastgoed

130

correctie overhead

150

voorziening negatieve grondexploitaties

480

totaal

2.200

850

1.350

Prestatie Exploiteren van gemeentelijk vastgoed

De prestatie Exploiteren van gemeentelijk vastgoed heeft een nadelig saldo van € 500.00. Het nadelig saldo komt tot stand door:

Het budget exploitatiebijdragen aan investeringen heeft een nadeel van circa € 200.000. Het betreft hier een niet geraamde afboeking van de boekwaarde van het project Oppenheimstraat. Deze afboeking wordt gedekt door een onttrekking aan de reserve Exploitatie Oppenheimstraat. De gerealiseerde huurinkomsten in 2017 blijven circa € 100.000 achter ten opzichte van de begroting. Als gevolg van een brand en nieuwe huurders zijn tijdelijke huuraanpassingen doorgevoerd. Daarnaast is de doorbelasting OZB van de panden maatschappelijk vastgoed circa € 150.000 hoger.

Wonen
Vanwege het ontbinden van een uitvoeringsovereenkomst is een vordering afgeboekt. De reeds getroffen voorziening dubieuze debiteuren is hierdoor vrijgevallen. Voor de gemeente betreft het een budget neutrale boeking. Het nadeel komt ten laste van de prestatie Wonen (Programma 6). Het voordeel komt ten gunste van Algemene Dekkingsmiddelen.

PROGRAMMA 7 JEUGD EN ONDERWIJS

Jeugd en onderwijs
bedragen x € 1.000,-

Begroting 2017

Rekening 2017

Verschil

Afwijking %

Lasten

52.527

52.794

-267

-0,51 %

Baten

-5.194

-5.266

72

-1,39 %

Saldo

47.333

47.528

-195

-0,41 %


bedragen x € 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Jeugd

-223

3

-220

Peuterspeelzalen en kinderopvang

29

0

29

Onderwijsbeleid

150

24

173

Onderwijshuisvesting

-223

45

-178

Totaal

-267

72

-195

PROGRAMMA 8 SPORT, CULTUUR EN RECREATIE

Cultuur, sport en recreatie
bedragen x € 1.000,-

Begroting 2017

Rekening 2017

Verschil

Afwijking %

Lasten

30.387

32.110

-1.723

-5,67 %

Baten

-4.609

-7.044

2.435

-52,83 %

Saldo

25.778

25.066

712

2,76 %


bedragen x € 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Cultuur

-2.034

2.119

85

Cultureel erfgoed

229

303

532

Sport

214

-36

178

Recreatie

-132

50

-82

Totaal

-1.723

2.435

712

Cultuur
Op 1 maart 2017 heeft Museum De Lakenhal, met steun van de Vereniging Rembrandt, de BankGiro Loterij, het Mondriaanfonds, het VSBfonds, de Vereniging van Belangstellenden in Museum De Lakenhal, het Lucas van Leydenmecenaat, de Banderfonds, en particulieren, het schilderij ‘Contra-Compositie VII’ van Theo van Doesburg gekocht. Hierdoor waren de lasten én de baten in 2017 ruim € 1,9 miljoen hoger. De raad is hier ook met de brief van 2 mei 2017 geïnformeerd.

Cultureel erfgoed
Het overschot op de baten op het beleidsterrein Cultureel erfgoed is voornamelijk veroorzaakt door incidentele (Duurzame Monumentenzorg en verhuur plankruimte) en structurele opbrengsten (nieuwe overeenkomsten met de regio). Dit overschot dekt het tekort op de salarissen dat op saldi kostenplaatsen verantwoord is.

Sport
Er zijn geen te verklaren afwijkingen.

Recreatie
Er zijn geen te verklaren afwijkingen.

PROGRAMMA 9 MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING

Maatschappelijke ondersteuning
bedragen x € 1.000,-

Begroting 2017

Rekening 2017

Verschil

Afwijking %

Lasten

87.048

86.044

1.004

1,15 %

Baten

-3.473

-3.962

489

-14,09 %

Saldo

83.575

82.082

1.494

1,79 %


bedragen x € 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Sociale binding en participatie

59

20

79

Preventie

100

0

99

Ondersteuning

179

305

485

Kwetsbare groepen

666

164

831

Totaal

1.004

489

1.494

Ondersteuning
Op het transformatie-budget is een incidenteel voordeel van € 582.000 ontstaan doordat diverse plannen zijn doorgeschoven naar 2018. Op WMO Individuele begeleiding is een nadeel ontstaan van € 380.000. Op het tijdelijke Innovatiebudget Begeleiding is op het Leids aandeel een incidentele onderschrijding ontstaan van
€ 180.000. De incidentele bijdrage van € 54.000 vanuit de regio voor het innovatiebudget Begeleiding was niet begroot evenals de bijbehorende lasten. Op WMO vervoersvoorzieningen is een nadeel ontstaan van € 108.000 en op WMO-woningaanpassingen een nadeel van € 49.000. Leiden heeft namens de Leidse regio in december een subsidie verstrekt om integratie van de inloopfunctie binnen lokale organisaties/voorzieningen te stimuleren en stigmatisering tegen te gaan. Het aandeel van de regio-gemeenten van € 70.000 in de lasten en baten was niet geraamd. De eigen bijdragen huishoudelijke ondersteuning zijn € 90.000 hoger. Bij de regio-taxi is eind 2017 de compensabele btw als een bate verantwoord waardoor op de baten een voordeel van € 85.000 is ontstaan.

Kwetsbare groepen
De eigen bijdragen Beschermd Wonen zijn € 166.000 hoger en de kosten Bescherm Wonen (zorg in natura) zijn € 1.020.000 lager. Er was een budget van € 150.000 beschikbaar gesteld voor een bijdrage aan de stichting Huisvesting Werkende Jongeren voor de opvang van statushouders en bijzondere doelgroepen. Het is niet gelukt om eind 2017 de overeenkomst af te ronden, waardoor de bijdrage niet kon worden verstrekt. De subsidie-afrekening over 2016 aan de Brijderstichting is € 170.000 nadeliger uitgevallen door een hogere caseload in combinatie met een toenemende problematiek van oudere verslaafden en verslaafde zwangeren. De subsidie voor het open houden van Gebouw C van de Binnenvest in de tweede helft van het jaar is € 100.000 lager beschikt dan begroot. De bijdrage aan de kredieten voor huisvesting van vergunninghouders en bijzondere doelgroepen aan de Sumatrastraat, Voorschoter- en Wassenaarseweg is € 362.000 hoger uitgevallen. (Dit bedrag is onderdeel van de in de raadsbrief van 27 maart 2018 genoemde overschrijding van € 1,262 miljoen). Bij de decemberwijziging was nog € 850.000 overgeheveld naar 2018 met name vanwege de vertraging bij de Voorschoterweg. In de laatste weken van 2017 zijn vervolgens kosten ontstaan, die pas voorzien waren in 2018. Daarnaast is € 231.000 in de voorziening huisvesting statushouders gestort. Wanneer de tijdelijke woningen worden verplaatst, dan moet de grond schoon worden opgeleverd. Hiermee was in de voorziening nog geen rekening gehouden. Door de forse instroom van statushouders is het aantal statushouders dat in begeleiding is bij de stichting Vluchtelingenwerk fors toegenomen. De extra kosten bedragen € 83.000. Veilig Thuis zag het aantal meldingen fors stijgen en daarnaast was er extra inzet nodig om aan de wettelijke eisen en de criteria van de Inspectie te voldoen. Dit heeft medio 2017 geleid tot een extra subsidie van € 213.500. In 2017 zijn middelen beschikbaar gesteld voor innovatie op het terrein van Beschermd Wonen gedekt vanuit de reserve 3D, onderdeel Beschermd Wonen. Door een langere voorbereidingstijd is er een onderschrijding op de innovatie-projecten ontstaan van € 216.000.

PROGRAMMA 10 WERK EN INKOMEN

Werk en inkomen
bedragen x € 1.000,-

Begroting 2017

Rekening 2017

Verschil

Afwijking %

Lasten

114.400

111.223

3.176

2,78 %

Baten

-69.447

-67.047

-2.400

3,46 %

Saldo

44.953

44.177

777

1,73 %


bedragen x € 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Arbeidsparticipatie

3.539

-2.021

1.518

Maatsch. participatie en onderst. minima

-252

56

-195

Inkomensvoorzieningen

-175

-380

-555

Schuldhulpverlening

65

-55

9

Totaal

3.176

-2.400

777

Arbeidsparticipatie
Het project JAS heeft meer budget gekregen in 2017 doordat er meer incidentele rijksmiddelen, via de algemene uitkering, zijn ontvangen. Oorzaak was dat er ook in 2017 meer statushouders zijn gehuisvest dan verwacht. Daardoor neemt ook het aantal deelnemers aan het 2-jarige project JAS toe, wat in 2018 en 2019 tot extra kosten zal leiden. Het extra budget, grotendeels bedoeld ter dekking van de kosten in 2018 en in mindere mate 2019, heeft in 2017 geleid tot een voordeel van € 670.000. Op de balans stonden nog middelen voor het project 'van uitkering naar school'. Dit project is al afgerond en daardoor viel het bedrag vrij en zorgt voor een niet-geraamde bate van € 156.200. De rijksuitkering volwasseneneducatie 2017 is volledig besteed in 2017. In de begroting was er rekening mee gehouden dat er nog meer zou worden besteed en werd € 172.000 extra geraamd in de decemberwijziging , gedekt uit niet-bestede middelen uit voorgaande jaren. Dat is uiteindelijk niet nodig gebleken waardoor er op de lasten een voordeel is ontstaan van € 172.000 en op de baten een nadeel van € 172.000. Werk en Inkomen heeft subsidies (Visie-R en Jobhulpmaatje) namens DZB verstrekt en vervolgens bij DZB in rekening gebracht. Dat heeft geleid tot een voordeel op de baten van
€ 70.000.

DZB
Bij de arbeidsparticipatie ontstaat bij de lasten een voordeel van € 2.729.000 en bij de baten een nadeel van
€ 2.087.000. Beide resultaten ontstaan voor het overgrote deel doordat in de begroting baten van de afdeling Catering als externe inkomsten zijn aangemerkt en bij de realisatie hiervan als interne leveringen/ inkomsten. Deze laatste inkomsten worden vanaf 2017 door de BBV/overhead-regels verwerkt als negatieve post aan de lastenkant. Betreffende inkomsten belopen een bedrag van € 1.752.000 en zijn dus abusievelijk afwijkend verantwoord. Het andere deel van het voordeel aan de lastenkant € 977.000 (=€ 2.729.000-/- € 1.752.000) ontstaat voor het overgrote deel uit lagere loonkosten P-wetters door het achterblijven van de instroom.

Maatschappelijke participatie en ondersteuning minima
De kwijtschelding van gemeentelijke belastingen heeft geleid tot een nadeel van € 142.000. De verwachting dat door de aantrekkende economie er minder mensen een beroep zouden doen op kwijtschelding is niet uitgekomen. In 2017 is via de 1e en 2e bestuursrapportage in totaal € 1,5 miljoen toegevoegd aan het budget vanwege de extra verstrekkingen minimabeleid en bijzondere bijstand. Het afhandelen van extra aanvragen heeft geleid tot € 86.000 extra uitvoeringskosten. Daarnaast heeft een licht hoger gebruik van de sociaal-medische kinderopvang geleid tot € 26.000 extra kosten.

Inkomensvoorziening
De inkomsten uit de inter-temporele regeling zijn € 298.000 lager. Dit werd pas bekend in december. Deze SZW-regeling was ter compensatie van de extra bijstandskosten voor statushouders. In het rijksbudget 2017 (T-2 systematiek) was namelijk onvoldoende rekening gehouden met de extra instroom van statushouders in 2016. De kosten van de BBZ (bijstand voor zelfstandigen) kunnen grotendeels worden gedeclareerd bij het Rijk. Doordat de kosten € 110.000 lager zijn dan geraamd, kan er ook € 110.000 minder gedeclareerd worden. Herberekeningen van eerder verstrekte loonkostensubsidies en laat ingediende declaraties van loonkostensub-sidies, soms met een ingangsdatum in 2016, in de periode september t/m november hebben geleid tot een incidenteel nadeel van € 249.000.

ALGEMENE MIDDELEN

Algemene middelen
bedragen x € 1.000,-

Begroting 2017

Rekening 2017

Verschil

Afwijking %

Lasten

256

-3.155

3.412

1330,96 %

Baten

-299.242

-300.884

1.641

-0,55 %

Saldo

-298.986

-304.039

5.053

-1,69 %


bedragen x € 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Lokale heffingen besteding niet gebonden

0

-585

-585

Algemene uitkering

-159

1.145

987

Dividend

0

28

28

Saldo financieringsfunctie

241

68

309

Overige alg.dekkingsmiddelen

3.329

986

4.315

Totaal

3.412

1.641

5.053

De toelichting op de algemene dekkingsmiddelen is opgenomen in de hierna volgende paragraaf (3.5.2).

PROGRAMMA OVERHEAD, VENNOOTSCHAPSBELASTING EN ONVOORZIEN

Overhead
bedragen x € 1.000,-

Begroting 2017

Rekening 2017

Verschil

Afwijking %

Lasten

62.605

61.713

892

1,43 %

Baten

-11.581

-8.508

-3.073

26,54 %

Saldo

51.024

53.205

-2.181

-4,27 %


bedragen x € 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Overhead

798

-3.073

-2.275

Onvoorzien

94

0

94

Totaal

892

-3.073

-2.181

OVERHEAD
Het saldo op het Overhead bedraagt aan de lastenkant € 892.000 voordelig en aan de batenkant € 3.073.000 nadelig.

Overhead kostenplaatsen
Het resultaat op de prestatie Overhead kostenplaatsen is aan de lasten kant € 6.160.000 nadelig en aan de batenkant € 3.458.000 voordelig. Dit voordeel aan de batenkant wordt geneutraliseerd door een gelijk nadeel van € 3.458.000 aan de lastenkant en betreft de kostenverdeelstaat. Per saldo resteert op deze prestatie aan de lastenkant een nadeel van respectievelijk € 2.452.000 en € 160.000.
Het nadeel van € 2.452.000 wordt veroorzaakt door het volgende. Met ingang van 2017 is de financiële wetgeving (BBV) voor de verslaglegging van de overhead gewijzigd, waardoor deze voortaan moet worden verantwoord op dit programma. Dit heeft tot de opgave geleid om in de realisatie binnen de betreffende programma’s de overhead te elimineren uit uurtarieven voor niet-activeerbare investeringen en/of overige projecten omdat dit niet meer is toegestaan. Dit leidt in 2017 tot een per saldo neutrale correctie op de gerealiseerde lasten binnen enerzijds de relevante programma’s en anderzijds het programma Overhead, Vpb en onvoorzien. Binnen die relevante programma’s ontstaan nu voordelen omdat er minder mag worden doorbelast dan begroot. Op het programma Overhead, Vpb en onvoorzien ontstaat het corresponderende nadeel. Omdat deze correctie pas achteraf kan worden bepaald en jaarlijks zal verschillen, is het is niet mogelijk om op voorhand de begroting van de programma’s zodanig aan te passen dat er op dit punt geen verschillen ontstaan.
Het nadeel van € 160.000 betreft een nadeel op de overhead van DZB.

Overige overhead en overige personele lasten
Het resultaat op de prestaties Overhead overig en Overige personele lasten is een voordeel aan de lastenkant van van € 8.306.000 en een nadeel aan de batenkant van € 6.753.000.

Het grootste verschil bedraagt zowel aan de lastenkant (voordeel) als aan de batenkant (nadeel) € 7.200.000, en is per saldo neutraal. Het technische verschil is ontstaan doordat de externe inhuur nu direct in de begroting van de projecten wordt opgenomen. Hierdoor kan het budget van € 7.200.000 aan de lastenkant en aan de batenkant komen te vervallen. Dit is geëffectueerd bij de eerste actualisatie van de Programmabegroting 2018.

Op de personele en overige overheadkostenplaatsen is aan de lastenkant een voordeel ontstaan van € 1.296.000 en een voordeel van € 460.000 aan de batenkant.
Aan de lastenkant was rekening gehouden met een bijdrage aan kredieten. Door vertraging in de uitvoering is een voordeel ontstaan van € 519.000. Als gevolg hoefde ook eenzelfde bedrag minder onttrokken te worden aan de reserve informatisering, waardoor het effect per saldo neutraal is.
In 2017 is de Ontwikkelpool wat later gestart dan gehoopt. Daardoor is een voordeel ontstaan van €198.000.
Voorts hoefde van het budget voor personeel en organsiatiebeleid minder aangesproken te worden dan in de begroting opgenomen was met een voordeel van € 255.000 tot gevolg.
Ook is op de budgetten voor de kosten van voormalig personeel en eigen risico werkgeversaansprakelijkheid (WGA) een aanzienlijk voordeel ontstaan van € 480.000.
Daarnaast zijn er voordelen op de arbokosten van € 119.000, op werving en selectie € 90.000 en op opleidingsbudgetten van € 124.000

Facilitaire overheadkostenplaatsen
Op de facilitaire budgetten is aan de lastenkant een nadeel ontstaan van € 348.000. Tegenover dit nadeel staat een voordeel aan de baten kant van € 117.000, zodat er per saldo een nadeel is van € 231.000.
De facilitaire budgetten staan al langere tijd onder druk. Op catering, vergaderfaciliteiten en koffieautomaten is er een nadeel van € 97.000. Het budget voor post is met € 115.000 overschreden en het budget voor onderhoud met € 50.000. Het voordeel op de overige facilitaire budgetten is per saldo € 31.000.

Huisvestingsoverheadkostenplaatsen
In het project Ambtelijke huisvesting werd uitgegaan van het bouwen van een nieuw pand waar het merendeel van de medewerkers een werkplek zouden krijgen. Door de ontwikkelingen rond de locatie voor het busstation moest het scenario van het bouwen van een nieuw pand worden verlaten en worden alternatieven voor huur van een bestaande locatie onderzocht. Deze wijziging heeft tot gevolg dat gemaakte kosten ad. € 977.000 die op termijn geactiveerd zouden worden om te worden afgeschreven nu in een keer als last in de jaarrekening moet worden opgenomen.

Vennootschapsbelasting
Sinds 2016 rust er een vennootschapsbelastingplicht op winstgevende ondernemingsactiviteiten van gemeenten met als doel een gelijk speelveld te creëren tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. Er is nog geen definitieve duidelijkheid over de mate waarin de gemeente Leiden belastingplichting wordt over een eventueel positief resultaat op de vergoedingen voor ligplaatsen voor woonschepen en reclame in de openbare ruimte. Het college stelt zich vooralsnog op het stand Hoewel deze discussie nog niet is afgerond, brengen we vanuit het voorzichtigheidsbeginsel de VPB over 2016 en 2017 van in totaal € 128.007 ten laste van het jaarrekeningresultaat 2017.

Onvoorzien
In 2017 is het budget voor onvoorzien van € 244.000 voor € 150.000 benut ter dekking van de kosten voor het eigen risico brandschade voor het pand Eksterpad 4 (onderdeel vastgoedportefeuille). Eind 2017 resteert een niet benut budget en dus een voordeel van € 94.000.

Onzekerheid die voortvloeit uit (mogelijk onjuiste) toepassing woonplaatsbeginsel bestedingen Jeugdhulp
In deze jaarrekening zijn de werkelijke lasten met betrekking tot de jeugdhulp (uit hoofde van Jeugdwet) opgenomen, totaal € 27,2 miljoen. Dit betreft grotendeels zorgkosten die door zorginstellingen bij de gemeente in rekening zijn gebracht (via de Tijdelijke Werkorganisatie Jeugdhulp Holland Rijnland), totaal € 24,4 miljoen (aandeel Leiden). Volgens de Jeugdwet dient voor iedere jeugdige die een zorgtraject nodig heeft er één individuele gemeente verantwoordelijk te zijn voor het leveren van deze zorg. Om te bepalen welke gemeente dit is, is het zogeheten woonplaatsbeginsel van toepassing. Overigens is het zo dat de gemeente Leiden in regionaal verband met 12 andere gemeenten de regio Holland Rijnland vormt en er binnen deze regio onderlinge solidariteit is afgesproken. Dat betekent voor het woonplaatsbeginsel dat de jeugdige dus binnen de regio Holland Rijnland moet vallen).

Het woonplaatsbeginsel is eenvoudig vast te stellen als de jeugdige op hetzelfde adres woonachtig is als de gezaghebbende ouders. In dat geval is de gemeente die verantwoordelijk is uit de Basisregistratie Personen (BRP) te herleiden. Het wordt lastiger (en op dit moment voor onze gemeente onmogelijk) te controleren of het woonplaatsbeginsel juist is toegepast als sprake is van een situatie waarbij de jeugdige op een ander adres ‘verblijft’ dan de gezagsdrager van de jeugdige.

In verband hiermee bestaat er in deze jaarrekening 2017 een onzekerheid ten aanzien van de juistheid, volledigheid en rechtmatigheid van verantwoorde gedeclareerde zorgkosten van zorgaanbieders. Dat lichten we hieronder toe.

In 2017 is via interne controles gecontroleerd of het woonplaatsbeginsel juist is toegepast. Daarbij is geconstateerd dat voor een bedrag van € 0,05 miljoen (Leids aandeel, op regionaal niveau is totaal € 0,2 miljoen) het woonplaatsbeginsel niet juist is toegepast. Voorts was voor een bedrag van € 0,5 miljoen (Leids aandeel, op regionaal niveau is totaal € 1,65 miljoen) onvoldoende onderliggende informatie beschikbaar om juiste toepassing van het woonplaatsbeginsel te kunnen vaststellen.

Onzekerheid die voortvloeit uit mogelijk onjuiste of onvolledige declaratie van zorgkosten door zorgaanbieders
In deze jaarrekening zijn de werkelijke lasten met betrekking tot jeugdhulp (uit hoofde van Jeugdwet), totaal € 27,2 miljoen, en begeleiding, huishoudelijke ondersteuning, hulp- en vervoersmiddelen en beschermd wonen (alle uit hoofde van Wmo), totaal € 47,7 miljoen, opgenomen. Dit betreft grotendeels zorgkosten die door zorginstellingen bij de gemeente in rekening zijn gebracht (voor jeugdhulp via Tijdelijke Werkorganisatie Jeugdhulp Holland Rijnland, totaal € 24,4 miljoen (aandeel Leiden), en voor Wmo-voorzieningen rechtstreeks aan de gemeente, totaal € 41,7 miljoen).

Er bestaat in deze jaarrekening 2017 een onzekerheid ten aanzien van de juistheid, volledigheid en rechtmatigheid van verantwoorde gedeclareerde zorgkosten van zorgaanbieders waarvoor geen controleverklaring vereist of verkregen is of waarvoor de verkregen controleverklaring niet toereikend. Dat lichten we hieronder toe.

Contractueel heeft de gemeente afspraken gemaakt met de zorginstellingen waaruit blijkt wanneer deze kosten in rekening mogen brengen bij de gemeente. Het aantonen van de naleving van deze afspraken is voor een belangrijk gedeelte neergelegd bij de zorginstellingen zelf: zij moeten over 2017 een verantwoording indienen bij de gemeente waaruit blijkt dat zij, overeenkomstig de contractuele afspraken (waaronder aantonen feitelijke prestatielevering (bij Jeugd en Wmo), juist, volledig en rechtmatig hebben gedeclareerd.

Voor grote zorginstellingen 1 dient deze verantwoording gepaard te gaan met een controleverklaring van de huisaccountant van de zorginstelling.

Voor vrijgevestigden en kleine zorginstellingen geldt deze verplichting voor een accountantscontrole niet.

Omdat de gemeente wettelijk gezien geen recht heeft om een zogeheten ‘materiële controle’ uit te voeren bij deze zorgaanbieders, bestaat er in deze jaarrekening een onzekerheid ten aanzien van de juistheid, volledigheid en rechtmatigheid van verantwoorde gedeclareerde zorgkosten van zorgaanbieders waarvoor geen controleverklaring vereist is, van zorginstellingen waarvan geen of geen goedgekeurde controleverklaring is ontvangen of waarbij anderzijds sprake is van een ontoereikende controleverklaring. Deze onzekerheden zijn als volgt te kwantificeren naar hun aard:

  • voor een bedrag van € 1,0 miljoen aan zorgkosten Jeugdhulp (Leids aandeel, op regionaal niveau is totaal € 3,2 miljoen), omdat door de controlerend accountant van de zorgaanbieder niet bevestigd kon worden of een geldige verwijzing voor de verleende zorg aanwezig was;
  • voor een bedrag van € 0,4 miljoen aan zorgkosten Jeugdhulp (Leids aandeel, op regionaal niveau is totaal € 1,4 miljoen), omdat met deze vrijgevestigde en kleine aanbieders er geen finale afrekening heeft plaatsgevonden;
  • voor een bedrag van € 0,4 miljoen aan zorgkosten Jeugdhulp (Leids aandeel, op regionaal niveau is totaal € 1,2 miljoen) en € 2,9 miljoen aan zorgkosten Wmo, omdat voor deze lasten onvoldoende onderliggende informatie beschikbaar was om de levering van zorg te kunnen vaststellen.

Het college heeft wel een aantal aanknopingspunten op grond waarvan zij van mening is dat er geen aanleiding is om over te gaan tot terugvordering van betaalde zorgnota’s inzake de hiervoor vermelde onzekerheden:

  • Uit klachtenregistratie en –afhandeling komen geen indicaties naar voren dat gedeclareerde zorg niet of niet juist is geleverd;
  • Uit gesprekken die uit hoofde van contractmanagement met zorgaanbieders zijn gevoerd over de uitvoering van de dienstverlening is een beeld naar voren gekomen van de kwaliteit en kwantiteit van dienstverlening die door zorgaanbieders is geleverd. Voor zover nodig is actie ondernomen om deze kwaliteit verder te verbeteren, maar ook hieruit zijn geen indicaties naar voren gekomen dat gedeclareerde zorg niet of niet juist is geleverd.

De gemeente heeft ten aanzien van het aspect volledigheid van de lasten in de contracten opgenomen dat de zorgaanbieders voor een bepaalde datum na afsluiting van het jaar 2017 hun kosten in rekening moeten hebben gebracht. Tevens heeft de gemeente cijferanalyses uitgevoerd op de gedeclareerde zorgkosten versus de begrote of contractueel overeengekomen zorgkosten. Hieruit zijn geen indicaties naar voren gekomen dat de zorgkosten niet juist of niet volledig zouden zijn.

Fout en onzekerheid die voortvloeit uit onjuiste uitvoering van PGB’s door Sociale Verzekeringsbank en mogelijk onjuiste declaratie van zorgkosten uit hoofde van PGB’s
In deze jaarrekening zijn de werkelijke lasten van PGB-verstrekkingen verantwoord met betrekking tot jeugdhulp (uit hoofde van de Jeugdwet), totaal € 2,0 miljoen en uit hoofde van de Wmo, totaal € 4,5 miljoen.

De PGB-verstrekkingen worden landelijk door de Sociale Verzekeringsbank als uitvoeringsorganisatie gedaan en gemeenten ontvangen jaarlijks een totaaloverzicht van deze PGB-verstrekkingen via een eindverantwoording. De Sociale Verzekeringsbank dient daarbij tevens een controleverklaring van de huisaccountant aan te leveren waaruit blijkt dat deze PGB-verstrekkingen juist, volledig en rechtmatigheid zijn gedaan.

Voor 2017 is sprake van een situatie waarbij de Sociale Verzekeringsbank deze juistheid, volledigheid en rechtmatigheid van PGB-verstrekkingen niet in voldoende mate kan aantonen. Op landelijk niveau zijn er zogeheten ‘materiële fouten’ geconstateerd, die tevens zijn vertaald door de Sociale Verzekeringsbank naar individuele gemeenten. Dit resulteert in een fout voor de gemeente van € 0,3 miljoen en een onzekerheid ten aanzien van de juistheid, volledigheid en/of rechtmatigheid van de totale lasten voor PGB-verstrekkingen (€ 6,2 miljoen) die nu op basis van de schattingsmodules van de Sociale Verzekeringsbank (d.d. januari 2018) in deze jaarrekening zijn verwerkt.

De gemeente Leiden heeft begin 2018 nog wel met behulp van een extern bureau zelf onderzoek laten verrichten naar de rechtmatigheid van de PGB-lasten, waarbij een aantal cliënten is gevraagd om medewerking te verlenen aan huisbezoeken door een onderzoeker. Doel van dit onderzoek was het kunnen formuleren van een eigen conclusie over de rechtmatige en doelmatige wijze van de uitvoering van de PGB-verstrekkingen in Leiden. Dit onderzoek heeft pas in april 2018 tot een eerste rapportage geleid die nog verder opgevolgd dient te worden met aanvullend onderzoek. De gemeente Leiden pakt dit in 2018 verder op en onderzoekt op welke wijze via aanvullend onderzoek over het jaar 2018 wel een belangrijk deel van de onzekerheden rondom PGB-verstrekkingen kan worden weggenomen.

Onzekerheid ten aanzien van de eigen bijdrage via het CAK
In deze jaarrekening zijn de van het CAK ontvangen eigen bijdragen van cliënten verantwoord m.b.t. Wmo-voorzieningen, totaal € 2,9 miljoen. Deze eigen bijdragen worden door het CAK berekend, opgelegd en geïnd en vervolgens afgedragen aan de gemeente o.b.v. aangeleverde informatie over geleverde zorg door zorgaanbieders.

Zorgaanbieders zijn contractueel verplicht om de zorgtrajecten aan te melden bij het CAK. Het CAK is vervolgens de uitvoeringsorganisatie die de eigen bijdrage berekent, oplegt en int bij de cliënten en daarna afdraagt aan de gemeente. Het CAK verstrekt, naast een zogeheten Third Party Mededeling ook een totaaloverzicht van de eigen bijdragen die zijn berekend, opgelegd, geïnd en afgedragen.

Probleempunt hierbij is dat de gemeente geen volledig inzicht heeft in de individueel door het CAK berekende eigen bijdrage van de cliënt en dat gemeenten de eigen bijdragen, niet direct kunnen berekenen en controleren. Om privacy redenen staan de inkomensgegevens niet op de overzichten van het CAK, terwijl deze wel nodig zijn om definitief de juistheid en de volledigheid van de eigen bijdragen te kunnen bepalen.

Dit leidt tot een onzekerheid in deze jaarrekening t.a.v. de juistheid, volledigheid en rechtmatigheid van de verantwoorde eigen bijdragen. Het is niet mogelijk om de hoogte van deze onzekerheid te duiden.