Uit deze paragraaf blijkt dat het weerstandsvermogen van de gemeente Leiden eind 2025 - vóór resultaatbestemming - uitstekend is. De kengetallen voor de schuldpositie zijn iets verbeterd ten opzichte van het beeld eind 2024 doordat minder financiering is aangetrokken dan geraamd.
Een risico is een mogelijke gebeurtenis met een negatief gevolg voor de gemeentelijke doelstellingen. Met behulp van een risicomanagementinformatiesysteem prioriteert, analyseert en beoordeelt de gemeentelijke organisatie risico's op systematische wijze. Door een goed systeem van risicomanagement kunnen bestuurders en managers passende beheersmaatregelen nemen. Op basis van de inventarisatie is een risicoprofiel voor 2026 opgesteld waarmee de per eind 2025 beschikbare buffers kunnen worden geconfronteerd. Conform de Financiële verordening 2023 (RV 23.0072) toont het onderstaande overzicht de tien grootste risico's met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit nadat een beheersmaatregel is getroffen. Onderaan de tabel is het totaalbedrag voor de overige risico’s opgenomen.
Prgr. | Risico | Gevolgen | Maatregelen | Kans | Maximale impact (€) | Invloed |
|---|---|---|---|---|---|---|
AD | Lagere groei of afname maatstaven en beperkte economische groei zorgen voor een lagere Algemene uitkering uit het Gemeentefonds | Lagere inkomsten leiden tot tegenvaller in de begroting. Om structureel tegenvallende inkomsten op te vangen moet de gemeente bezuinigen of inkomsten verhogen. | a. Tijdig vertalen circulaires Gemeentefonds in besluitvorming zodat financiële consequenties goed kunnen worden verwerkt. Risico kan niet worden voorkomen | 50% | 3.000.000 | 10,66% |
Div. | De loon- en prijsontwikkeling is in specifieke gevallen / sectoren hoger dan de gemeentelijke indexering. | Geïndexeerde budgetten komen onder druk te staan. Dit leidt tot overschrijdingen en / of noodzaak tot bijsturing. | a. Hanteren van eenduidige indexeringssystematiek op basis van de (bijgestelde) inflatieverwachting van het CPB in het CEP voor het lopende begrotingsjaar en het komende begrotingsjaar. | 50% | 3.000.000 | 10,60% |
AD | Bij een cyberaanval, zoals gijzelsoftware, aanvallen via leveranciers of misleidende zakelijke e-mails, kan de beschikbaarheid, betrouwbaarheid en vertrouwelijkheid van cruciale informatie worden aangetast. | Verstoring van bedrijfsprocessen en (tijdelijke) uitval van systemen (dit raakt dienstverlening), herstelkosten, juridische of nalevingsrisico’s en misbruik of diefstal van gevoelige gemeente- of inwonerinformatie | a. Vervangen verouderde applicaties; | 30% | 5.000.000 | 10,56% |
Div. | Een partij aan wie de gemeente een garantstelling voor een geldlening heeft verstrekt kan zijn betalingsverplichting niet nakomen. | Gemeente moet gegarandeerde geldsom voldoen aan de bank of de exploitatie van de geldnemer ondersteunen. Dit zorgt voor een tegenvaller in de begroting. | a. Zorgvuldige toets op de haalbaarheid van de exploitatie bij een garantie-aanvraag o.b.v. Verordening gemeentegaranties; | 10% | 13.390.000 | 9,59% |
4 | Leidse Ring Noord, deeltracé Plesmanlaan: De grootste risico's hebben betrekking op onvoorziene situaties in de ondergrond, het niet kunnen uitvoeren van het ontwerp vanwege aanwezigheid van o.a. kabels en verschillende wijzigingen die opdrachtnemer moet uitvoeren ten opzichte van het referentie ontwerp dat in het contract is opgenomen. | Nutspartijen kunnen gemaakte kosten op de gemeente verhalen indien uitvoering niet volgens de opgegeven planning kan plaatsvinden. Daarnaast kunnen extra plankosten ontstaan en bestaat het risico dat (een deel van) de provinciale subsidie vervalt bij het niet voldoen aan de gestelde (plannings)voorwaarden. | a. Regulier overleg met aannemer over planning en voortgang. | 30% | 2.725.000 | 5,80% |
6 | Energiepark: Het risicodossier kent meerdere risico's. Grootste risico's betreffen het verleggen van Kabels en leidingen wat mogelijk duurder uitvalt en / of later plaatsvindt waardoor er vertraging optreedt. Maatschappelijke opvang kan niet tijdig worden aangesloten. | Vertraging en hogere (plan)kosten. | Overleg met nutsbedrijven, tijdig vergunningen aanvragen, zorgen voor goede kennisborging en overdracht / urenmonitoring binnen de projectorganisatie. | 50% | 815.000 | 2,89% |
AD | Korting van 10% op de Specifieke Uitkeringen door omzetting naar Algemene uitkering (maatregel beleidsakkoord kabinet Schoof) | Grotere daling van de inkomsten dan de daling van de uitvoeringskosten. | Bijsturen binnen beleidsterrein waarop specifieke uitkering wordt verrekened. | 30% | 1.000.000 | 2,13% |
AD | De energielasten schieten onverwachts uit als gevolg van de volatiele energiemarkt. | Kosten voor energie vallen veel hoger uit dan verwacht, waardoor energiebudgetten niet voldoen | a. Doorbelasten energieprijzen aan huurders | 30% | 1.000.000 | 2,12% |
AD | Renterisico: de rentelasten zijn hoger dan waarmee in de begroting rekening is gehouden. | Om de hogere rentelasten te kunnen dekken moet de gemeente bezuinigen of inkomsten verhogen. Dit zorgt voor een tegenvaller in de begroting. | a. Gezien de investeringen in (school)gebouwen (40 jaar afschrijving) en wegen / bruggen (veelal 60 jaar afschrijving) in het investeringsprogramma lang vastzetten van de looptijd van leningen | 30% | 950.000 | 2,04% |
AD | Het langdurig ziekteverzuim onder meerdere medewerkers laat een stijgende trend zien ten opzichte van de afgelopen drie jaar, wat kan leiden tot toenemende druk op capaciteit en continuïteit. | Capaciteitsknelpunten, verlies van (organisatie)kennis, een grotere afhankelijkheid van externe inhuur en oplopende kosten als gevolg van vertragingen. | a. Ziekteverzuimproces wordt heringericht; | 30% | 750.000 | 1,59% |
Impact 10 belangrijkste financiële risico's | 31.630.000 | 47,24% | ||||
Impact overige risico's | 35.325.658 | 52,76% | ||||
Totale impact financiële risico's | 66.955.658 | 100,00% |
Ten opzichte van de meest recente risico-inventarisatie bij de Programmabegroting 2026 is de totale omvang van de maximale risico's in het risicoprofiel van de gemeente iets afgenomen van € 70,9 miljoen naar € 67,0 miljoen. Dit komt deels door het naar achter schuiven van projecten in de tijd waardoor deze buiten de scope van deze risicoinventarisatie vallen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij risico op de Energietransitie Leiden Zuid-West, dat in de Programmabegroting 2026 nog was gekwantificeerd op 50% kans met een impact van € 1,1 miljoen. Ook is de impact van het risico op de specifieke uitkeringen verlaagd van € 2 miljoen naar € 1 miljoen.
Naast kleinere bijstellingen van diverse risico's, is het nieuwe risicoprofiel op hoofdlijnen als volgt duiden:
Het risicoprofiel bij de Jaarstukken 2025 richt zich op de risicogebeurtenissen die in begrotingsjaar 2026 kunnen optreden. Bij de Programmabegroting 2027 worden de risicogebeurtenissen die in begrotingsjaar 2027 kunnen optreden geïnventariseerd en meegewogen. Hierdoor kan het risicoprofiel weer toe- of afnemen en dus ook de omvang van het benodigd weerstandsvermogen. De volgende materiële risico's maken nu géén onderdeel uit van deze inventarisatie, maar kunnen in de toekomst wel gaan spelen:
Als alle risico's zich gelijktijdig in hun volle omvang zouden voordoen zou in 2026 een nadeel optreden van € 67,0 miljoen. Het reserveren van een dergelijk groot bedrag als buffer voor alle risico's is echter ongewenst. Het is immers niet waarschijnlijk is dat alle risico's zich in 2026 gelijktijdig en in hun maximale omvang voordoen. Daarom is op basis van de ingevoerde risico's een risicosimulatie uitgevoerd. Bij deze simulatie is gerekend met een zekerheidspercentage van 90%. Het resultaat is dat met een benodigde weerstandscapaciteit van € 11.094.766 het voor 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door alle risico's waarvoor geen of onvoldoende beheersmaatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.
Onderstaande tabel bevat een overzicht van de meest relevante percentages en de daarmee corresponderende benodigde weerstandscapaciteit.
Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages | Bedrag (€) |
|---|---|
75% | 8.429.694 |
80% | 9.058.822 |
85% | 9.867.669 |
90% | 11.094.766 |
95% | 13.765.260 |
In theorie beschikt een gemeente over incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit de concernreserve, de bestemmingsreserves, de langlopende voorzieningen, de begrotingspost onvoorzien en aanwezige stille reserves. De structurele weerstandscapaciteit wordt bepaald door de omvang van toekomstige bezuinigingsmogelijkheden en het onbenutte deel van de belastingcapaciteit. Het is een politieke afweging om te bepalen welke delen van de incidentele en structurele componenten men tot de weerstandscapaciteit wil rekenen.
De raad heeft in de Financiële verordening 2023 (RV 23.0072) de concernreserve aangemerkt als enige component van de weerstandscapaciteit. De stand van de concernreserve per 1 januari 2026 is € 39.508.387.
Beschikbare weerstandcapaciteit | Startcapaciteit (€) |
|---|---|
Concernreserve | 39.508.387 |
Totale weerstandscapaciteit | 39.508.387 |
Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, moet de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij horende benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.
Ratio weerstandsvermogen = | Beschikbare weerstandscapaciteit | = | 39.508.387 | = 3,56 |
Benodigde weerstandcapaciteit | 11.094.766 |
De gemeenteraad heeft in de financiële verordening vastgelegd dat de beschikbare weerstandscapaciteit tenminste gelijk moet zijn aan de uitkomst van de risicosimulatie (= ratio weerstandsvermogen dat gelijk is of hoger is dan 1). Op grond van de onderstaande normen is het weerstandsvermogen per eind 2024 'uitstekend'. Hierbij geldt wel dat dit het verhoudingsgetal is vóór resultaatbestemming en zonder rekening te houden met toekomstige onttrekkingen aan de concernreserve.
Waarderingscijfer | Ratio | Betekenis |
|---|---|---|
A | >2.0 | uitstekend |
B | 1.4-2.0 | ruim voldoende |
C | 1.0-1.4 | voldoende |
D | 0.8-1.0 | matig |
E | 0.6-0.8 | onvoldoende |
F | <0.6 | ruim onvoldoende |
Naast de gemeentebrede risico-inventarisatie en het daaruit voortvloeiende risicoprofiel en de benodigde weerstandscapaciteit, wordt in het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) verantwoording afgelegd over de grondexploitatieprojecten. Het risicomanagement van deze projecten en het zorg dragen voor een toereikend weerstandsvermogen voor deze projecten maken deel uit van het MPG. Pas als risico's binnen het MPG niet meer afgedekt kunnen worden, ontstaat er een risico dat betrokken moet worden in de gemeentebrede inventarisatie. Zie ook paragraaf 2.3.7. Grondbeleid.
Kengetallen: | Verslag 2024 | Begr.2025 | Verslag 2025 |
|---|---|---|---|
Netto schuldquote | 108,1% | 125,5% | 97,8% |
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen | 105,3% | 122,9% | 95,3% |
Solvabiliteitsratio | 26,4% | 23,4% | 27,7% |
Structurele exploitatieruimte | 5,4% | 2,5% | 5,0% |
Grondexploitatieruimte | 1,4% | 0,3% | 1,7% |
Belastingscapaciteit | 140,3% | 133,0% | 133,0% |
Eén enkel kengetal zegt weinig over de financiële positie. Zo hoeft een hoge schuld geen nadelig effect te hebben op de financiële positie. Dit is afhankelijk van hoeveel eigen vermogen en baten er tegenover die schuld staat. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld kunnen geven van de financiële positie.
De eerste drie kengetallen hebben betrekking op de schulden die de gemeente aangaat. De netto schuldquote zet de netto schuld (= gemeentelijke schuld min de schuld van anderen aan de gemeente) af tegen de totale baten (= inkomsten) van de gemeente. Het tweede kengetal corrigeert deze ratio voor verstrekte leningen (die op lange termijn weer opeisbaar zijn). De solvabiliteit zet het eigen vermogen af tegen het balanstotaal.
Ten opzichte van de jaarrekening 2024 is de netto schuldquote eind 2025 afgenomen van afgerond 108% naar 98% (10%-punt). De gemeente heeft dus ten opzichte van de situatie eind 2024 in verhouding tot de baten van de begoting minder schuld. Dit heeft als drie belangrijkste oorzaken:
Uit de kengetallen blijkt dat de schuldpositie iets is verbeterd ten opzichte van eind 2024 terwijl in de begroting 2025 juist een stijging van de schuldquote en daling van de solvabiliteit werd verwacht. Dit is voornamelijk het gevolg van langzamer lopende investeringen en onderbesteding op budgetten (zie duiding jaarrekeningresultaat). Deze gedaalde schuldpositie is een tussenstand: met het lopende investeringsprogramma en de geplande inzet van reserves neemt de schuldpositie naar verwachting in de komende jaren toe en vermindert de solvabiliteit. Zie voor meer informatie over de ontwikkeling van de financiering in 2025 ook de paragraaf financiering.
De structureel sluitende begroting geeft de gemeente Leiden een goede uitgangspositie om bij te sturen. Wel speelt een aantal factoren waardoor de flexibiliteit om bij te sturen vermindert. Een stijging van de schuldpositie maakt de begroting minder flexibel doordat een groter deel vastligt in kapitaallasten.
Aan de inkomstenkant is de ruimte om op lokale heffingen bij te sturen relatief beperkt. De woonlasten voor een gezin met een eigen woning liggen 33% boven het landelijk gemiddelde. Het percentage van de onroerendezaakbelasting voor niet-woningen (inclusief een ophoging voor het ondernemersfonds) is één van de hoogste in Nederland. Ook zijn de afvalstoffenheffing en riool- en waterzorgheffing kostendekkend. Omdat deze heffingen niet hoger mogen zijn dan de begrote kosten voor het ophalen en verwerken huishoudelijk afval en riolering, kunnen deze heffingen niet worden verhoogd om bredere tegenvallers op te vangen. Zie ook de paragraaf lokale heffingen.
Het kengetal 'grondexploitatieruimte' laat zien dat de omvang van de bouwgrond in exploitatie ten opzichte van de totale baten beperkt in omvang is. Bij gemeenten waar dit verhoudingspercentage fors hoger is, kan dit duiden op een forse grondvoorraad waarover de gemeente een risico kan lopen. Zie voor inzicht in de Leidse grondexploitaties de paragraaf grondbeleid.