Ga naar boven

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Uit deze paragraaf blijkt dat het weerstandsvermogen van de gemeente Leiden voldoende is en dat uit de financiële kengetallen eind 2017 een gezonde financiële positie blijkt.

1. Risico’s
Een risico is een mogelijke gebeurtenis met een negatief gevolg voor de gemeentelijke doelstellingen. Met behulp van een risicomanagementinformatiesysteem prioriteert, analyseert en beoordeelt de gemeentelijke organisatie risico's op systematische wijze. Door een goed systeem van risicomanagement kunnen bestuurders en managers passende beheersmaatregelen nemen. Op basis van de inventarisatie is een risicoprofiel voor 2018 opgesteld. Conform de Financiële verordening 2016 (RV 16.0089) toont het onderstaande overzicht de tien grootste risico's met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit nadat een beheersmaatregel is getroffen. Onderaan de tabel is het totaalbedrag voor de overige risico’s opgenomen.

Tabel 1: Belangrijkste financiële risico's

Tabel 1: Belangrijkste financiële risico's

Prgr.

Risico

Gevolgen

Maatregelen

Kans

Maximale impact (€)

Invloed

AD

De gemeente Leiden staat inclusief besluitvorming begin 2018 garant voor de rente en aflossing van leningen tot een totaalbedrag van € 98,7 miljoen. Het risico is dat de instelling zijn betalingsverplichting niet kan nakomen.

Gemeente moet de rente en aflossing over de leningen betalen

1. Het jaarlijks beoordelen van de financiële gegevens (minimaal de jaarrekening) van de geldnemende organisaties
2. De financiële instellingen (geldgevers) jaarlijks wijzen op de plicht om betalingsachterstanden op geborgde geldleningen te melden.

10%

27.306.284

13,28%

10

Verlaging gebundelde uitkering (voorheen WWB inkomensdeel)

Budgetoverschrijding

Wekelijks worden de klantenaantallen en het aantal aanvragen gemonitord en maandelijks wordt de werkloosheid in Leiden gevolgd. Een mogelijk financieel nadeel als gevolg van gestegen klantenaantallen overvalt Leiden niet. Daarnaast wordt dagelijks de instroom zoveel mogelijk beperkt, de uitstroom bevorderd i.s.m. DZB (Participatiecentrum, project Leidse kracht) en waar mogelijk wordt gehandhaafd en waar nodig worden processen aangepast/verbeterd die (in)direct zullen bijdragen aan een zo laag mogelijk uitkeringen. Voor de toename van asielmigranten is een versnelde aanpak vastgesteld door de Raad.

50%

2.900.000

8,72%

6

Reserve Grondexploitaties is ontoereikend om alle projecten en ambities, te kunnen dekken.

Andere middelen moeten worden gevonden om de Reserve Grondexploitaties sluitend te krijgen en. nieuwe projecten / ambities te kunnen dekken.

1. Prioritering ruimtelijke ambities.
2. Risicomanagement binnen het MPG.
3. Middelen binnen de begroting vrij maken voor aanvulling Reserve Grondexploitaties

30%

5.000.000

7,37%

6

Stationsgebied: geprognosticeerd positief financieel saldoresultaat van de grondexploitatie is ontoereikend om het netto-risicosaldo te kunnen afdekken.

Onvoldoende middelen beschikbaar om het Stationsgebied op het bestaande ambitieniveau verder te ontwikkelen.

1. Intensiveren onderzoek en gesprek met hogere overheden over subsidiemogelijkheden over deze complexe verstedelijkings-opgave
2. Onderzoek naar optimaliseren inpassing busstation en aansluiting Leidse Ring Noord
3. Onderzoek naar verschuiven programma bus-kavel naar andere ontwikkellocaties binnen het Stationsgebied

30%

5.000.000

7,36%

6

Stationsgebied: Gemeente wordt gehouden om het YNS-pand tegen te hoge boekwaarde over te nemen waardoor aankoopwaarde direct moet worden afgewaardeerd.

Hogere koopprijs dan voorzien van YNS pand

Voeren van een zorgvuldige juridische procedure

30%

5.000.000

6,60%

6

Lopende planschadeclaims.

De gemeente wordt eraan gehouden planschade uit te keren

Voeren van een zorgvuldige juridische procedure

20%

5.000.000

5,01%

AD

Algemene Uitkering Gemeentefonds valt lager uit dan geraamd

(Structurele) begrotingstekorten en noodzaak tot bezuinigingen

Monitoring van ontwikkeling binnen het Gemeentefonds om snel te kunnen bijsturen. De gemeente heeft nauwelijks invloed op de hoogte van de Algemene Uitkering.

30%

3.000.000

4,46%

6

Asbestinventarisatie leidt tot investeringen waarvoor geen middelen (meer) gereserveerd zijn in de reserve asbestsanering.

Noodzaak sanering asbest leidt tot onontkoombare kosten.

Zorgvuldige inventarisatie zodat de noodzakelijke sanering goed in beeld komt.

50%

1.000.000

3,71%

AD

Organisatie kan lening niet terugbetalen aan gemeente of deelneming moet worden afgewaardeerd.

Het afboeken van een lening of deelneming leidt tot een nadeel in de jaarrekening.

Terughoudend beleid ten aanzien van het verstrekken van nieuwe leningen en monitoren financiële positie geldnemers en deelnemingen.

10%

6.450.801

3,13%

7

3D: Onvoldoende Rijksbudget om zorg/ondersteuning te realiseren. Voor 2018 risico voornamelijk op jeugd.

Overschrijding gemeentebudget

1. Transformatie-agenda: kosten baten op lange termijn onderzoeken en bevorderen van participatie en inzet sociaal netwerk
2. permanente monitoring budget om actie te kunnen ondernemen
3. Reserve 3D
4. Regionale samenwerking op financieel gebied, spreiding financiële risico's in regio, bijv. bij financiële gevolgen incidentenjeugdzorg en beschermd wonen
5. Voorstellen doen t.a.v. wachtlijsten
6. Scherper sturen op de aanbieders.

30%

2.000.000

2,92%

Impact 10 belangrijkste financiele risico's

62.657.085

Impact overige risico's

45.972.821

Totaal alle risico's

108.629.906

Ten opzichte van de meest recente risico-inventarisatie bij de Programmabegroting 2018 is het risicoprofiel van de gemeente toegenomen van € 103,2 miljoen naar € 108,6 miljoen. De belangrijkste verschuivingen zijn:

  • Nieuw in de risico top 10 is het risico op de grondexploitatie Stationsgebied. Door het besluit om het busstation aan de centrumzijde van het centraal station te handhaven, is het verwachte grondexploitatieresultaat bijgesteld. Dit resultaat biedt onvoldoende ruimte om de nu geïnventariseerde risico's voor de gebiedsontwikkeling in het Stationsgebied op te vangen. Hierdoor tellen deze risico's nu mee bij de bepaling van het gemeentebrede benodigd weerstandsvermogen.
  • De totale impact van het risico op gegarandeerde geldleningen is toegenomen van € 27,2 miljoen bij de Programmabegroting 2018 naar € 27,3 miljoen bij deze Jaarrekening. Dit is naast reguliere aflossing op leningen het gevolg van het verstrekken van de garantstelling voor een lening van € 17,8 miljoen van Stichting universitaire woonwijk Boerhaave begin 2018 en het versneld aflossen van twee leningen van in totaal € 4,5 miljoen waarvoor de gemeente Leiden al garant stond.
  • De kans van optreden van het risico rondom de toereikendheid van de Vereveningsreserve is verlaagd van 50% naar 30% door de aantrekkende marktomstandigheden.
  • De kans van optreden van het risico rond de algemene uitkering uit het Gemeentefonds is verlaagd van 40% naar 30%. Door het regeerakkoord is de onzekerheid rondom de ontwikkeling van de Rijksuitgaven - en daarmee het Gemeentefonds - verminderd.
  • De totale impact van het risico op leningen en deelnemingen is toegenomen van € 4,8 miljoen bij de Programmabegroting 2018 naar € 6,5 miljoen bij deze Jaarrekening. Deze toename is vooral het gevolg van de extra kapitaalstortingen van twee keer € 1 miljoen in Innovation Quarter BV en Uniiq BV waartoe het college na zienswijzeprocedure heeft besloten. Ook het raadsbesluit tot oprichting van het duurzaamheidsfonds voor Ondernemers zorgt naar verwachting voor een extra lening van € 1 miljoen in 2018.
  • De impact van het risico van onvoldoende rijksbudget om zorg / ondersteuning te realiseren is verlaagd van € 4 miljoen naar € 2 miljoen door het besluit van de raad van 5 december 2017 om in 2018 € 1,9 miljoen extra beschikbaar te stellen voor de programmabegroting jeugdhulp Holland Rijnland 2018. Hiermee is het risico met dit bedrag afgenomen.

In 2016 heeft de gemeente Leiden de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting ontvangen voor de levering van het appartementsrecht van Bouwdeel Da Vinci ROC Lammenschans (zie ook de toelichting in het programma Algemene Dekkingsmiddelen). Hiervoor is in 2016 een bedrag van € 1,9 miljoen in de kosten verantwoord, waardoor het als risico uit de risico-inventarisatie al in 2016 is geschrapt. Tegen de naheffingsaanslag zijn wij in bezwaar gegaan. De reactie van de Belastingdienst hebben wij medio 2018 ontvangen. Deze reactie was voor gemeente Leiden negatief. Het college heeft besloten in beroep te gaan tegen deze beslissing. De FIOD heeft medio 2018 haar eindonderzoek afgerond en aangeboden aan het Openbaar Ministerie. Het Openbaar Ministerie dient thans te beoordelen of het eindonderzoek aanleiding geeft om de strafrechtelijke procedure voort te zetten. Gelet hierop is in de risico-inventarisatie nog steeds een risico op een boete opgenomen, maar dit valt buiten de top tien risico's.

2. Benodigde weerstandscapaciteit

Als alle risico's zich gelijktijdig in hun volle omvang zouden voordoen zou in 2018 een nadeel optreden van € 108,6 miljoen. Het reserveren van een dergelijk groot bedrag als buffer voor alle risico's is echter ongewenst omdat het niet waarschijnlijk is dat alle risico's zich in 2018 gelijktijdig, en in hun maximale omvang, voordoen. Daarom is op basis van de ingevoerde risico's een risicosimulatie uitgevoerd. Bij deze simulatie is gerekend met een zekerheidspercentage van 90%. Het resultaat is dat met een benodigde weerstandscapaciteit van het voor 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door alle risico's waarvoor geen of onvoldoende beheersmaatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.

Onderstaande tabel bevat een overzicht van de meest relevante percentages en de daarmee corresponderende benodigde weerstandscapaciteit.

Tabel 2: Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages

Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages

Bedrag (€)

75%

11.919.810

80%

12.854.014

85%

14.073.793

90%

16.145.766

95%

22.376.587

3 . Beschikbare weerstandscapaciteit

In theorie beschikt een gemeente over incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit de concernreserve, de bestemmingsreserves, de langlopende voorzieningen, de begrotingspost onvoorzien en aanwezige stille reserves. De structurele weerstandscapaciteit wordt bepaald door de omvang van toekomstige bezuinigingsmogelijkheden en het onbenutte deel van de belastingcapaciteit. Het is een politieke afweging om te bepalen welke delen van de incidentele en structurele componenten men tot de weerstandscapaciteit wil rekenen. De raad heeft in de Financiële verordening 2016 (RV 16.0089) de concernreserve aangemerkt als enige component van de weerstandscapaciteit. De stand van de concernreserve per 1 januari 2018 is .

Beschikbare weerstandcapaciteit

Startcapaciteit (€)

Concernreserve

17.453.847

Totale weerstandscapaciteit

17.453.847

4. Weerstandsvermogen

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, moet de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij horende benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.

Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit

=

=

Benodigde weerstandcapaciteit

Leiden streeft een weerstandsvermogen na dat tenminste voldoende is. Dit vereist een ratio weerstandsvermogen dat gelijk is of hoger is dan 1. Op grond van de onderstaande normen is het weerstandsvermogen 'voldoende'.

Tabel 3: Weerstandsnorm

Waarderingscijfer

Ratio

Betekenis

A

>2.0

uitstekend

B

1.4-2.0

ruim voldoende

C

1.0-1.4

voldoende

D

0.8-1.0

matig

E

0.6-0.8

onvoldoende

F

<0.6

ruim onvoldoende

5. Relatie met Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG)
Naast de gemeentebrede risico-inventarisatie en het daaruit voortvloeiende risicoprofiel en de benodigde weerstandscapaciteit, wordt in het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) verantwoording afgelegd over de grondexploitatieprojecten. Het risicomanagement van deze projecten en het zorg dragen voor een toereikend weerstandsvermogen voor deze projecten maken deel uit van het MPG. Pas als risico's binnen het MPG niet meer afgedekt kunnen worden, ontstaat er een risico dat betrokken moet worden in de gemeentebrede inventarisatie. In de risico-inventarisatie voor de Jaarstukken 2017 is dit risico meegenomen.

6. Ratio's kengetallen

Tabel 4: Financiële kengetallen

Kengetallen:

Verslag 2016

Begr.2017

Verslag 2017

Netto schuldquote

52,1%

85,5%

70,8%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

50,4%

83,9%

69,2%

Solvabiliteitsratio

50,8%

36,9%

43,3%

Structurele exploitatieruimte

2,0%

0,1%

1,9%

Grondexploitatieruimte

2,7%

1,9%

3,4%

Belastingscapaciteit

106,0%

105,2%

105,2%

Onderlinge verhouding tussen kengetallen

Eén enkel kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie beoordeeld kan worden. Zo hoeft een hoge schuld geen nadelig effect te hebben op de financiële positie, maar is dat afhankelijk van hoeveel eigen vermogen en baten er tegenover die schuld staat. Ook een tegenvallende ontwikkeling van de grondprijs hoeft geen negatieve invloed te hebben als de structurele exploitatieruimte groot genoeg is, of als over voldoende ruimte in de belastingcapaciteit kan worden beschikt. De kengetallen zullen daarom altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie.

De eerste drie kengetallen hebben betrekking op de schuld die de gemeente maakt afgezet tegen de baten in de begroting (netto schuldquote) en afgezet tegen de balansomvang (solvabiliteitsratio). Zoals bij de programmabegroting 2018 is aangegeven stijgt de schuldpositie door investeringen die de gemeente op dit moment doet in onder meer de parkeergarages en Lakenhal. Deze stijging was in 2017 iets lager dan vooraf geraamd. In de komende jaren zet deze stijging verder door, door de geplande investeringen in de bereikbaarheid van de stad (Leidse ring Noord) en meerdere sportaccomodaties, tot voorbij de signaleringswaarden van 100% ('oranje') en 130% ('rood') die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten voor de schuldratio heeft opgesteld (zie de Programmabegroting 2018).

Een hogere schuld maakt de gemeente meer kwetsbaar voor rentestijgingen. Om dit risico te beperken, zijn de rentelasten in de Kaderbrief 2019-2022 behoudend geraamd en wordt in de financieringsstrategie vooral ingezet op het voor langere termijn vastleggen van de rente over leningen (zie ook de paragraaf financiering). Een hoge schuldpositie maakt de begroting ook minder flexibel doordat een groter deel vastligt in rentelasten. De structureel sluitende begroting en de tamelijk gemiddelde woonlasten (5,2% boven gemiddelde woonlasten Nederlandse gemeenten in 2016) laten zien dat de gemeente Leiden een goede uitgangspositie heeft om bij te sturen. Hierdoor wordt het flexibiliteitsrisico weer beperkt. Bij deze gemiddelde woonlasten hoort wel de nuance dat het percentage van de Onroerend Zaakbelasting voor niet-woningen één van de hoogste is in Nederland. Dit beperkt de mogelijkheden om structureel bij te sturen weer.

Het kengetal 'grondexploitatieruimte' laat zien dat de omvang van de bouwgrond in exploitatie ten opzichte van de totale baten beperkt in omvang is. Bij gemeenten waar dit verhoudingspercentage fors hoger is, kan dit duiden op een forse grondvoorraad waarover de gemeente een risico kan lopen. Zie voor inzicht in de Leidse grondexploitaties de paragraaf grondbeleid.