Jaarstukken 2025

2.3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Uit deze paragraaf blijkt dat het weerstandsvermogen van de gemeente Leiden eind 2025 - vóór resultaatbestemming - uitstekend is. De kengetallen voor de schuldpositie zijn iets verbeterd ten opzichte van het beeld eind 2024 doordat minder financiering is aangetrokken dan geraamd.

1. Risicoprofiel

Een risico is een mogelijke gebeurtenis met een negatief gevolg voor de gemeentelijke doelstellingen. Met behulp van een risicomanagementinformatiesysteem prioriteert, analyseert en beoordeelt de gemeentelijke organisatie risico's op systematische wijze. Door een goed systeem van risicomanagement kunnen bestuurders en managers passende beheersmaatregelen nemen. Op basis van de inventarisatie is een risicoprofiel voor 2026 opgesteld waarmee de per eind 2025 beschikbare buffers kunnen worden geconfronteerd. Conform de Financiële verordening 2023 (RV 23.0072) toont het onderstaande overzicht de tien grootste risico's met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit nadat een beheersmaatregel is getroffen. Onderaan de tabel is het totaalbedrag voor de overige risico’s opgenomen.

Tabel 1: Belangrijkste financiële risico's

Prgr.

Risico

Gevolgen

Maatregelen

Kans

Maximale impact (€)

Invloed

AD

Lagere groei of afname maatstaven en beperkte economische groei zorgen voor een lagere Algemene uitkering uit het Gemeentefonds

Lagere inkomsten leiden tot tegenvaller in de begroting. Om structureel tegenvallende inkomsten op te vangen moet de gemeente bezuinigen of inkomsten verhogen.

a. Tijdig vertalen circulaires Gemeentefonds in besluitvorming zodat financiële consequenties goed kunnen worden verwerkt. Risico kan niet worden voorkomen
b. Monitoren ontwikkeling van de belangrijkste maatstaven in verhouding tot de gehanteerde uitgangspunten Gemeentefonds

50%

3.000.000

10,66%

Div.

De loon- en prijsontwikkeling is in specifieke gevallen / sectoren hoger dan de gemeentelijke indexering.

Geïndexeerde budgetten komen onder druk te staan. Dit leidt tot overschrijdingen en / of noodzaak tot bijsturing.

a. Hanteren van eenduidige indexeringssystematiek op basis van de (bijgestelde) inflatieverwachting van het CPB in het CEP voor het lopende begrotingsjaar en het komende begrotingsjaar.
b. In alle fasen van het Leidse planproces kostenraming zo goed mogelijk actualiseren op basis van de marktontwikkelingen (gemeentebreed)
c. Bijsturen op het kwaliteitsniveau / fasering

50%

3.000.000

10,60%

AD

Bij een cyberaanval, zoals gijzelsoftware, aanvallen via leveranciers of misleidende zakelijke e-mails, kan de beschikbaarheid, betrouwbaarheid en vertrouwelijkheid van cruciale informatie worden aangetast.

Verstoring van bedrijfsprocessen en (tijdelijke) uitval van systemen (dit raakt dienstverlening), herstelkosten, juridische of nalevingsrisico’s en misbruik of diefstal van gevoelige gemeente- of inwonerinformatie

a. Vervangen verouderde applicaties;
b. Vergroten aandacht bij management en medewerkers voor informatieveiligheid;
c. Uitwerken herstel- en continuïteitsplannen bij een verstoring.

30%

5.000.000

10,56%

Div.

Een partij aan wie de gemeente een garantstelling voor een geldlening heeft verstrekt kan zijn betalingsverplichting niet nakomen.

Gemeente moet gegarandeerde geldsom voldoen aan de bank of de exploitatie van de geldnemer ondersteunen. Dit zorgt voor een tegenvaller in de begroting.

a. Zorgvuldige toets op de haalbaarheid van de exploitatie bij een garantie-aanvraag o.b.v. Verordening gemeentegaranties;
b. Eisen van aanvullende zekerheden als de garantie wordt aangesproken o.b.v. Verordening gemeentegaranties;
c. Jaarlijkse toets van de Jaarrekeningen van de partijen waaraan een garantstelling is verstrekt;
d. Wettelijke zorgplicht van de banken tegenover de borgsteller (extern).

10%

13.390.000

9,59%

4

Leidse Ring Noord, deeltracé Plesmanlaan: De grootste risico's hebben betrekking op onvoorziene situaties in de ondergrond, het niet kunnen uitvoeren van het ontwerp vanwege aanwezigheid van o.a. kabels en verschillende wijzigingen die opdrachtnemer moet uitvoeren ten opzichte van het referentie ontwerp dat in het contract is opgenomen.

Nutspartijen kunnen gemaakte kosten op de gemeente verhalen indien uitvoering niet volgens de opgegeven planning kan plaatsvinden. Daarnaast kunnen extra plankosten ontstaan en bestaat het risico dat (een deel van) de provinciale subsidie vervalt bij het niet voldoen aan de gestelde (plannings)voorwaarden.

a. Regulier overleg met aannemer over planning en voortgang.
b. Contractmanagement om te bepalen welke partij het financiële risico draagt

30%

2.725.000

5,80%

6

Energiepark: Het risicodossier kent meerdere risico's. Grootste risico's betreffen het verleggen van Kabels en leidingen wat mogelijk duurder uitvalt en / of later plaatsvindt waardoor er vertraging optreedt. Maatschappelijke opvang kan niet tijdig worden aangesloten.

Vertraging en hogere (plan)kosten.

Overleg met nutsbedrijven, tijdig vergunningen aanvragen, zorgen voor goede kennisborging en overdracht / urenmonitoring binnen de projectorganisatie.

50%

815.000

2,89%

AD

Korting van 10% op de Specifieke Uitkeringen door omzetting naar Algemene uitkering (maatregel beleidsakkoord kabinet Schoof)

Grotere daling van de inkomsten dan de daling van de uitvoeringskosten.

Bijsturen binnen beleidsterrein waarop specifieke uitkering wordt verrekened.

30%

1.000.000

2,13%

AD

De energielasten schieten onverwachts uit als gevolg van de volatiele energiemarkt.

Kosten voor energie vallen veel hoger uit dan verwacht, waardoor energiebudgetten niet voldoen

a. Doorbelasten energieprijzen aan huurders
b. Opstarten verduurzaamheidsprogramma's van gemeentelijk vastgoed
c. Afwegingen maken wat de mogelijkheden zijn voor drastische energiebesparing bij een extreem scenario

30%

1.000.000

2,12%

AD

Renterisico: de rentelasten zijn hoger dan waarmee in de begroting rekening is gehouden.

Om de hogere rentelasten te kunnen dekken moet de gemeente bezuinigen of inkomsten verhogen. Dit zorgt voor een tegenvaller in de begroting.

a. Gezien de investeringen in (school)gebouwen (40 jaar afschrijving) en wegen / bruggen (veelal 60 jaar afschrijving) in het investeringsprogramma lang vastzetten van de looptijd van leningen
b. Jaarlijks bij de Kaderbrief / Begroting afwegen van de renteverwachting.

30%

950.000

2,04%

AD

Het langdurig ziekteverzuim onder meerdere medewerkers laat een stijgende trend zien ten opzichte van de afgelopen drie jaar, wat kan leiden tot toenemende druk op capaciteit en continuïteit.

Capaciteitsknelpunten, verlies van (organisatie)kennis, een grotere afhankelijkheid van externe inhuur en oplopende kosten als gevolg van vertragingen.

a. Ziekteverzuimproces wordt heringericht;
b. Veel inzet op langdurige ziekteverzuimdossiers in overleg met leidinggevenden en Arboarts
c. Indien noodzakelijk kan worden onderzocht welke werkzaamheden onhold gezet kunnen worden

30%

750.000

1,59%

Impact 10 belangrijkste financiële risico's

31.630.000

47,24%

Impact overige risico's

35.325.658

52,76%

Totale impact financiële risico's

66.955.658

100,00%

Wat is gewijzigd ten opzichte van de vorige risico-inventarisatie?

Ten opzichte van de meest recente risico-inventarisatie bij de Programmabegroting 2026 is de totale omvang van de maximale risico's in het risicoprofiel van de gemeente iets afgenomen van 70,9 miljoen naar 67,0 miljoen. Dit komt deels door het naar achter schuiven van projecten in de tijd waardoor deze buiten de scope van deze risicoinventarisatie vallen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij risico op de Energietransitie Leiden Zuid-West, dat in de Programmabegroting 2026 nog was gekwantificeerd op 50% kans met een impact van € 1,1 miljoen. Ook is de impact van het risico op de specifieke uitkeringen verlaagd van € 2 miljoen naar 1 miljoen.

Naast kleinere bijstellingen van diverse risico's, is het nieuwe risicoprofiel op hoofdlijnen als volgt duiden:

  • Macro-economisch blijft de toekomst hoogst onzeker. Dit betekent dat het risico op tegenvallers door excessieve loon- en prijsontwikkeling, hogere rente en hogere energiekosten onverminderd aan de orde blijven. Voor de energielasten geldt wel dat deze voor 2026 veelal al is ingekocht. Vanaf 2027 wordt de onzekerheid groter. Afhankelijk van de situatie op de energiemarkt zullen we dit risico bij de Programmabegroting 2027 naar boven moeten bijstellen.
  • Ook de Algemene uitkering uit het Gemeentefonds is gevoelig voor macro-economische ontwikkeling, omdat de volume-groei van het Gemeentefonds is gekoppeld aan het achtjaarsgemiddelde van de volumeontwikkeling van het bruto binnenlands product. Daarnaast speelt de onzekerheid rondom de uitkering uit het Gemeentefonds, doordat de verdeling gaat worden aangepast op basis van enkele lopende onderzoeken. Vooral het onderzoek naar de stapeling van sociale problematiek en de centrumfunctie kan impact gaan hebben op de verdeling. Het mogelijk effect van de taakstellende korting op de specifieke uitkeringen is naar beneden bijgesteld.
  • Het risico op geborgde geldleningen is toegenomen door besluitvorming in 2025 over borgstellingen aan Stichting huisvesting werkende jongeren (RV25.0028) en Stichting werk en onderneming (RV25.0035).
  • Gemeente Leiden heeft een omvangrijke projectenportefeuille. In het risicoprofiel voor 2026 lopen alle projectrisico's mee van projecten die in 2026 in uitvoering zijn of naar verwachting in 2026 in uitvoering gaan. Binnen de top-10-risico's staan de Leidse Ring Noord (deeltracé Plesmanlaan) en het Energiepark. De impact van het risico Leidse Ring Noord is verlaagd van 2,9 miljoen naar 2,7 miljoen. De impact van het Energiepark van 1,7 miljoen naar 0,8 miljoen.
  • Door het wegvallen van het risico van de energietransitie Leiden Zuid-West uit het risicoprofiel voor 2026 schuift het risico op langdurige uitval van medewerkers in beeld. Dit risico is wat betreft kwantificering gelijk aan de inschatting bij de Programmabegroting 2026.

Wat maakt wel en geen deel uit deze risico-inventarisatie?

Het risicoprofiel bij de Jaarstukken 2025 richt zich op de risicogebeurtenissen die in begrotingsjaar 2026 kunnen optreden. Bij de Programmabegroting 2027 worden de risicogebeurtenissen die in begrotingsjaar 2027 kunnen optreden geïnventariseerd en meegewogen. Hierdoor kan het risicoprofiel weer toe- of afnemen en dus ook de omvang van het benodigd weerstandsvermogen. De volgende materiële risico's maken nu géén onderdeel uit van deze inventarisatie, maar kunnen in de toekomst wel gaan spelen:

  • Het risico op de op de Energietransitie Leiden Zuid-West komt voor 2027 mogelijk weer in beeld. Ook overige projecten waarvoor naar verwachting in de loop van 2027 een uitvoeringsbesluit genomen gaat worden nemen we mee in het risicoprofiel bij de Programmabegroting 2027.
  • Netcongestie is niet opgevoerd als afzonderlijk risico, maar werkt als risico-oorzaak door in diverse (project)risico's.
  • Binnen de Leidse begroting kennen we diverse 'gesloten systemen'. Risico's binnen deze systemen drukken niet rechtstreeks op het gemeentebrede risicoprofiel, maar moeten in eerste instantie worden opgevangen uit de hiervoor gevormde reserves. Pas als deze reserves ontoereikend zijn, komen tegenvallers ten laste van het gemeentebrede weerstandsvermogen. De belangrijkste gesloten systemen zijn:
    • Tegenvallers binnen het gesloten systeem rond het sociaal domein worden verrekend met de reserve sociaal domein. Hiervoor wordt in de reserve een risicobuffer van ten minste 5 miljoen aangehouden;
    • Tegenvallers binnen de grondexploitaties worden (via risicoreserves) verrekend met de reserve grondexploitaties. Het risicoprofiel van de grondexploitaties wordt jaarlijks toegelicht in het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties.
    • Tegenvallers in de ontwikkeling en exploitatie van auto- en fietsparkeervoorzieningen worden verrekend met de reserve parkeren.
    • Verschillende intern verzelfstandigde organisatieonderdelen zoals De Zijlbedrijven, Erfgoed Leiden en Omstreken en De Lakenhal hebben bedrijfsreserves waaruit tegenvallers in eerste instantie moeten worden opgevangen. Ook voor de centrumregeling rondom de bedrijfsvoering (IDA) wordt een dergelijke reserve aangehouden.

2. Benodigde weerstandscapaciteit

Als alle risico's zich gelijktijdig in hun volle omvang zouden voordoen zou in 2026 een nadeel optreden van € 67,0 miljoen. Het reserveren van een dergelijk groot bedrag als buffer voor alle risico's is echter ongewenst. Het is immers niet waarschijnlijk is dat alle risico's zich in 2026 gelijktijdig en in hun maximale omvang voordoen. Daarom is op basis van de ingevoerde risico's een risicosimulatie uitgevoerd. Bij deze simulatie is gerekend met een zekerheidspercentage van 90%. Het resultaat is dat met een benodigde weerstandscapaciteit van € 11.094.766 het voor 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door alle risico's waarvoor geen of onvoldoende beheersmaatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.

Onderstaande tabel bevat een overzicht van de meest relevante percentages en de daarmee corresponderende benodigde weerstandscapaciteit.

Tabel 2: Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages

Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages

Bedrag (€)

75%

8.429.694

80%

9.058.822

85%

9.867.669

90%

11.094.766

95%

13.765.260

3 . Beschikbare weerstandscapaciteit

In theorie beschikt een gemeente over incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit de concernreserve, de bestemmingsreserves, de langlopende voorzieningen, de begrotingspost onvoorzien en aanwezige stille reserves. De structurele weerstandscapaciteit wordt bepaald door de omvang van toekomstige bezuinigingsmogelijkheden en het onbenutte deel van de belastingcapaciteit. Het is een politieke afweging om te bepalen welke delen van de incidentele en structurele componenten men tot de weerstandscapaciteit wil rekenen.
De raad heeft in de Financiële verordening 2023 (RV 23.0072) de concernreserve aangemerkt als enige component van de weerstandscapaciteit. De stand van de concernreserve per 1 januari 2026 is 39.508.387.

Beschikbare weerstandcapaciteit

Startcapaciteit (€)

Concernreserve

39.508.387

Totale weerstandscapaciteit

39.508.387

4. Weerstandsvermogen

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, moet de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij horende benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.

Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit

=

39.508.387

= 3,56

Benodigde weerstandcapaciteit

11.094.766

De gemeenteraad heeft in de financiële verordening vastgelegd dat de beschikbare weerstandscapaciteit tenminste gelijk moet zijn aan de uitkomst van de risicosimulatie (= ratio weerstandsvermogen dat gelijk is of hoger is dan 1). Op grond van de onderstaande normen is het weerstandsvermogen per eind 2024 'uitstekend'. Hierbij geldt wel dat dit het verhoudingsgetal is vóór resultaatbestemming en zonder rekening te houden met toekomstige onttrekkingen aan de concernreserve.

Tabel 3: Weerstandsnorm

Waarderingscijfer

Ratio

Betekenis

A

>2.0

uitstekend

B

1.4-2.0

ruim voldoende

C

1.0-1.4

voldoende

D

0.8-1.0

matig

E

0.6-0.8

onvoldoende

F

<0.6

ruim onvoldoende

5. Relatie met Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG)

Naast de gemeentebrede risico-inventarisatie en het daaruit voortvloeiende risicoprofiel en de benodigde weerstandscapaciteit, wordt in het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) verantwoording afgelegd over de grondexploitatieprojecten. Het risicomanagement van deze projecten en het zorg dragen voor een toereikend weerstandsvermogen voor deze projecten maken deel uit van het MPG. Pas als risico's binnen het MPG niet meer afgedekt kunnen worden, ontstaat er een risico dat betrokken moet worden in de gemeentebrede inventarisatie. Zie ook paragraaf 2.3.7. Grondbeleid.

6. Ratio's kengetallen

Tabel 4: Financiële kengetallen

Kengetallen:

Verslag 2024

Begr.2025

Verslag 2025

Netto schuldquote

108,1%

125,5%

97,8%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

105,3%

122,9%

95,3%

Solvabiliteitsratio

26,4%

23,4%

27,7%

Structurele exploitatieruimte

5,4%

2,5%

5,0%

Grondexploitatieruimte

1,4%

0,3%

1,7%

Belastingscapaciteit

140,3%

133,0%

133,0%

Eén enkel kengetal zegt weinig over de financiële positie. Zo hoeft een hoge schuld geen nadelig effect te hebben op de financiële positie. Dit is afhankelijk van hoeveel eigen vermogen en baten er tegenover die schuld staat. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld kunnen geven van de financiële positie.

Ontwikkeling schuldpositie

De eerste drie kengetallen hebben betrekking op de schulden die de gemeente aangaat. De netto schuldquote zet de netto schuld (= gemeentelijke schuld min de schuld van anderen aan de gemeente) af tegen de totale baten (= inkomsten) van de gemeente. Het tweede kengetal corrigeert deze ratio voor verstrekte leningen (die op lange termijn weer opeisbaar zijn). De solvabiliteit zet het eigen vermogen af tegen het balanstotaal.


Ten opzichte van de jaarrekening 2024 is de netto schuldquote eind 2025 afgenomen van afgerond 108% naar 98% (10%-punt). De gemeente heeft dus ten opzichte van de situatie eind 2024 in verhouding tot de baten van de begoting minder schuld. Dit heeft als drie belangrijkste oorzaken:

  • De uitgaven van investeringen zijn minder snel gegaan dan geraamd. Hoewel de boekwaarde van het gemeentelijk bezit eind 2025 € 72 miljoen hoger is dan eind 2024, is dit 101 miljoen lager dan de toename waarvan in de prognosebalans bij de primitieve begroting 2025 werd uitgegaan.
  • Het eigen vermogen en de voorzieningen zijn eind 2025 44 miljoen hoger dan eind 2024. Per saldo is het eigen vermogen van de gemeente in 2025 toegenomen. Dit leidt tot een lagere financieringsbehoefte.
  • De baten (excl. Inzet reserves) waren in 2025 € 103,1 miljoen hoger dan in 2024. Hierdoor treedt bij het kengetal van de netto schuldquote een 'noemereffect' op: de nettoschuld wordt afgezet tegen een hogere referentiegetal waardoor de score daalt.

Uit de kengetallen blijkt dat de schuldpositie iets is verbeterd ten opzichte van eind 2024 terwijl in de begroting 2025 juist een stijging van de schuldquote en daling van de solvabiliteit werd verwacht. Dit is voornamelijk het gevolg van langzamer lopende investeringen en onderbesteding op budgetten (zie duiding jaarrekeningresultaat). Deze gedaalde schuldpositie is een tussenstand: met het lopende investeringsprogramma en de geplande inzet van reserves neemt de schuldpositie naar verwachting in de komende jaren toe en vermindert de solvabiliteit. Zie voor meer informatie over de ontwikkeling van de financiering in 2025 ook de paragraaf financiering.

Flexibiliteit van de begroting

De structureel sluitende begroting geeft de gemeente Leiden een goede uitgangspositie om bij te sturen. Wel speelt een aantal factoren waardoor de flexibiliteit om bij te sturen vermindert. Een stijging van de schuldpositie maakt de begroting minder flexibel doordat een groter deel vastligt in kapitaallasten.
Aan de inkomstenkant is de ruimte om op lokale heffingen bij te sturen relatief beperkt. De woonlasten voor een gezin met een eigen woning liggen 33% boven het landelijk gemiddelde. Het percentage van de onroerendezaakbelasting voor niet-woningen (inclusief een ophoging voor het ondernemersfonds) is één van de hoogste in Nederland. Ook zijn de afvalstoffenheffing en riool- en waterzorgheffing kostendekkend. Omdat deze heffingen niet hoger mogen zijn dan de begrote kosten voor het ophalen en verwerken huishoudelijk afval en riolering, kunnen deze heffingen niet worden verhoogd om bredere tegenvallers op te vangen. Zie ook de paragraaf lokale heffingen.

Grondexploitaties

Het kengetal 'grondexploitatieruimte' laat zien dat de omvang van de bouwgrond in exploitatie ten opzichte van de totale baten beperkt in omvang is. Bij gemeenten waar dit verhoudingspercentage fors hoger is, kan dit duiden op een forse grondvoorraad waarover de gemeente een risico kan lopen. Zie voor inzicht in de Leidse grondexploitaties de paragraaf grondbeleid.