Jaarstukken 2021

Toelichting financiële afwijkingen programma's

Inleiding
Het systeem van budgetbeheer en -bewaking moet waarborgen dat de baten en de lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan de gemeenteraad.

Rechtmatigheid
Essentieel is dat de raad nadere regels heeft gesteld in het kader van begrotingsrechtmatigheid. Wanneer kostenoverschrijdingen worden gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten valt dit binnen de kaders van rechtmatigheid. Voorwaarde is wel dat deze kostenoverschrijdingen goed herkenbaar in de jaarrekening zijn opgenomen. Extra kosten die worden gemaakt omdat extra opbrengsten daarvoor de ruimte bieden, zijn onrechtmatig wanneer deze lasten niet direct zijn gerelateerd aan de extra opbrengsten of de raad over de aanwending van deze opbrengsten nog geen besluit heeft genomen.

Toevoegingen en onttrekkingen aan de bestemmingsreserves mogen alleen worden verwerkt tot maximaal het bedrag dat via de begroting(swijzigingen) door de raad is goedgekeurd. Bij reserves met een egalisatie- of inkomensfunctie mag een positief- of negatief exploitatiesaldo bij de jaarrekening vóór bestemming worden verrekend met de corresponderende reserve. In deze gevallen maakt het betreffende exploitatiesaldo geen onderdeel uit van het bestemmingsvoorstel bij de jaarrekening. Daarnaast mag de mutatie in de voorziening negatieve grondexploitaties direct met de reserve grondexploitaties worden verrekend.

In 2021 is op de lasten van programma Veiligheid een overschrijding ad 121.000 ontstaan. Deze overschrijding is niet onrechtmatig, omdat de hogere lasten direct samen hangen met de hogere baten.

Hieronder wordt op beleidsterreinniveau bij afwijkingen tussen begroting en rekening > 250.000 een toelichting gegeven.

Bestuur en dienstverlening

Bestuur en dienstverlening
bedragen x 1.000,-

Begroting 2021

Rekening 2021

Verschil

Afwijking %

Lasten

20.491

19.419

1.072

5,23

Baten

-2.596

-2.488

-109

4,20

Saldo

17.895

16.932

963

5,38


bedragen x 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

 

Lasten

Baten

Saldo

Bestuur

1.019

-59

960

Dienstverlening

53

-50

3

Totaal

1.072

-109

963

Bestuur

1A Bestuur
De kosten inzake Bestuur zijn onder andere lager uitgevallen omdat de kosten voor de accountantscontrole niet meer volledig in het jaar mogen vallen waarover de controle plaatsvindt, dit levert een incidenteel voordeel op van 80.000. Ook is de bijdrage aan Holland Rijnland 169.000 lager uitgevallen. Verder valt er vanuit de voorziening voor wethouderspensioenen een bedrag van 590.000 vrij. De rekenrente is gestegen, waardoor een deel van het gereserveerde bedrag kan vrijvallen. Ook de wachtgelden en de vrijval die ten laste van de voorziening wachtgelden voor oud-wethouders zijn gebracht, hebben geleid tot een voordeel van 150.000. Daarnaast zijn diverse incidentele budgetten, zoals budgetten voor de nieuwe website en tijdelijke vergaderlocaties, niet volledig benut omdat de projecten nog niet zijn afgerond.

1B Dienstverlening
Er zijn geen relevante afwijkingen.

Veiligheid

Veiligheid
bedragen x 1.000,-

Begroting 2021

Rekening 2021

Verschil

Afwijking %

Lasten

13.524

13.646

-121

-0,90

Baten

-399

-809

410

-102,92

Saldo

13.126

12.837

289

2,20


bedragen x 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

 

Lasten

Baten

Saldo

Veiligheid

-121

410

289

Totaal

-121

410

289

2A Veiligheid

Het project Dealbrekers moet voorkomen dat jongeren in de drugscriminaliteit belanden. De kosten zijn declarabel bij het Rijk. De kosten en de opbrengsten bedragen 84.196 en waren niet begroot.
Voor het tegengaan van vastgoedcriminaliteit is een bijdrage van 235.518 ontvangen gelijk aan de kosten. De kosten en de opbrengsten waren niet begroot.
De rijksbijdrage Versterkingsgelden is bedoeld voor het tegengaan van radicalisering, extremisme en terrorisme. De kosten zijn declarabel bij het Rijk. De kosten en de opbrengsten bedragen 118.509 en waren niet begroot.

Economie

Economie
bedragen x 1.000,-

Begroting 2021

Rekening 2021

Verschil

Afwijking %

Lasten

10.461

9.613

848

8,11

Baten

-1.190

-1.082

-108

9,08

Saldo

9.272

8.531

740

7,98


bedragen x 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

 

Lasten

Baten

Saldo

Ruimte om te ondernemen

42

-9

33

Faciliteren/Stimuleren van ondernemen

307

12

319

Marketing en promotie

377

-110

267

Circulaire Economie

121

0

121

Totaal

848

-108

740

3A Ruimte om te ondernemen
Geen toe te lichten afwijkingen

3B Faciliteren en stimuleren van ondernemen
In 2021 is er een onderbesteding 305.000 euro op de lasten. Deze bestaat uit een onderbesteding van 235.000 vanuit de incidentele middelen voor het Leiden Bio Sciencepark (LBSP) door de corona maatregelen zijn minder zaken uitgevoerd dan gepland, een overbesteding bij kennisstad van 270.000 door het eerder starten van enkele projecten. Een onderbesteding van 225.000 op het incidentele budget om in de openbare ruimte te laten zien wat er gebeurt in de musea. Dit project, gedekt vanuit de reserve economische impulsen en kennisstad, is nog in voorbereiding. Een onderbesteding van 55.000 op projecten LBSP en 65.000 onderbesteding op Faciliteren ondernemersfonds Leiden.

3C Marketing en promotie
De inkomsten toeristenbelasting waren begroot op € 750.000 en worden door de BSGR geprognotiseerd op 575.000 euro. Tegenover deze inkomsten staat een subsidie aan het hoteloverleg voor eenzelfde bedrag. Daarnaast is er een voordeel inkomsten voorgaande jaren (€ 65.000). Dit betekent een nadeel op de begrote baten van 110.000 en een voordeel op de begrote lasten van 110.000. Daarnaast is er een nadeel vanuit diverse posten van €75.000. Een onderbesteding op programma Binnenstad van 340.000. Dit betreft een bijdrage aan het krediet Prg Binnenstad welke gedekt wordt door de reserve Prg Binnenstad. Een aantal inspanningen konden door corona in 2021 niet doorgaan en zijn doorgeschoven naar 2022, zoals de toiletvoorzieningen, de subsidieregeling duurzame terrasverwarming en banieren. Dit betekent dat deze kosten in 2022 alsnog gemaakt zullen worden.


3D Circulaire economie
Geen toe te lichten afwijkingen

Bereikbaarheid

Bereikbaarheid
bedragen x 1.000,-

Begroting 2021

Rekening 2021

Verschil

Afwijking %

Lasten

22.009

20.091

1.917

8,71

Baten

-17.657

-18.934

1.277

-7,23

Saldo

4.352

1.158

3.194

73,40


bedragen x 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

 

Lasten

Baten

Saldo

Fietsers en voetgangers

82

0

82

Openbaar vervoer

348

0

348

Autoverkeer

314

2

315

Parkeren

827

1.304

2.131

Leefomgeving

346

-28

318

Totaal

1.917

1.277

3.194

4B Openbaar Vervoer:

Op de lasten is 348.000 minder uitgegeven dan geraamd. Dit komt vooral omdat een gedeelte van de bijdrage aan (kredieten voor) meerjarige projecten, pas over de jaargrens nodig is. Het gaat hier specifiek om Onderzoek spoor Leiden (101.000) en Voorbereidende plankosten Openbaar Vervoer Knoop (234.000). Deze geraamde bijdragen worden gedekt door een onttrekking aan reserves. De kosten van het Onderzoek spoor Leiden wordt gedekt uit de reserve bereikbaarheidsprojecten en de Voorbereidende plankosten Openbaar Vervoer Knoop wordt gedekt uit de reserve duurzame stad. Omdat de bijdrage over 2021 lager uitvalt, is ook minder onttrokken aan die reserves. Daar blijft ruimte over dat nodig is voor dekking van de projectkosten in 2022. Via het bestemmingsvoorstel wordt daarom voorgesteld om die ruimte in 2022 in te zetten door opnieuw een onttrekking aan de reserve te ramen.

4C Autoverkeer:

Op de lasten is 314.000 minder uitgegeven dan geraamd. Dit komt vooral omdat een gedeelte van de bijdrage aan (kredieten voor) meerjarige projecten die was geraamd in 2021, over de jaargrens heen gaan. Het gaat bij dit beleidsterrein om de werkzaamheden Leidse Ring Noord van 195.000 dat wordt gedekt uit de reserve bereikbaarheidsprojecten en de reconstructie Haarlemmerweg (102.000) dat wordt gedekt uit de reserve stedelijke ontwikkeling. Omdat de bijdrage dit jaar lager uitvalt, is ook minder onttrokken aan die reserves. Daar blijft ruimte over dat nodig is voor dekking van de projectkosten volgend jaar. Via het bestemmingsvoorstel wordt daarom voorgesteld om die ruimte volgend jaar in te zetten door opnieuw een onttrekking aan de reserve te ramen.

4D Parkeren:
Op het beleidsterrein parkeren is sprake van een voordelig saldo van 2,2 mln. dat is opgebouwd uit een voordeel op de lasten van 925.000 en een voordeel op de baten van 1,3 mln. Binnen het beleidsterrein parkeren wordt onderscheid gemaakt tussen autoparkeren en fieftsparkeren. In onderstaand schema worden de resultaten op beide onderdelen weergegeven.

V=voordeel/N=nadeel

lasten

V/N

baten

V/N

     

autoparkeren

617.000

V

1.263.000

V

fietsparkeren

308.000

V

41.000

V

     

totaal

925.000

V

1.304.000

V

Het voordeel op de lasten van het autoparkeren wordt voor een groot deel (381.000) bepaald door nog niet uitgegeven bedragen voor invoering van het betaald in de wijken van Leiden in 2021. Ook is sprake van een voordeel op de publiciteitscampagne van 152.000. Een voordeel op de lasten van 587.000 wordt gestort in de reserve parkeren.

In 2021 is het parkeerbedrijf, voor het onderdeel autoparkeren, gecompenseerd voor de lagere inkomsten als gevolg van de pandemie voor het straatparkeren en het parkeren in de garages van het centrum van Leiden met een bedrag van 1,0 mln. Uiteindelijk is hierdoor een nadeel ontstaan van 593.000 waardoor per saldo sprake is van een voordeel op de baten van 407.000 welke terugvloeit naar de algemene middelen.

Het voordeel op straatparkeren en parkeren in de garages buiten het centrum bedraagt 80.000.Ook is sprake van voordelen op het verstrekken van de straatvergunningen en opbrengsten van naheffingen van 776.000. De som van beide voordelen (856.000) wordt gestort in de reserve parkeren.

Het voordeel op de lasten van het fietsparkeren van 308.000 heeft voornamelijk betrekking op de bijdragen van in totaal 334.000, die worden gedekt door de reserve parkeren, aan de kredieten voor de onderzoekskosten kosten voor het fietsparkeren bij Leiden CS. Deze bedragen blijven beschikbaar voor de toekomstige kosten van dit onderzoek.

4E Leefomgeving:

Het voordeel op de lasten van 346.000 wordt veroorzaakt door een voordelig saldo van 61.000 op de werkzaamheden voor de regionale verkeers- en milieukaart. Dit voordeel blijft door bestemming van het saldo beschikbaar voor deze activiteit. Ook is 51.000 van de geraamde bijgedrage aan het krediet plankosten definitiefase infrastructurele projecten is pas over de jaargrens nodig. Deze bijdrage wordt gedekt door een onttrekking uit de reserve bereikbaarheidspojecten. Tevens is sprake van een voordeel op het incidentele budget voor duurzame mobiliteit, gedekt door een onttrekking uit de reserve duurzame stad, van 93.000. Via het bestemmingsvoorstel wordt voorgesteld om de onttrekkingen aan deze reserves opnieuw te ramen.Tot slot is sprake van een voordeel op het functioneel en technisch beheer van de verkeersregelinstallaties van 95.000.

Omgevingskwaliteit

Omgevingskwaliteit
bedragen x 1.000,-

Begroting 2021

Rekening 2021

Verschil

Afwijking %

Lasten

62.791

60.624

2.167

3,45

Baten

-31.331

-33.173

1.843

-5,88

Saldo

31.460

27.450

4.010

12,75


bedragen x 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

 

Lasten

Baten

Saldo

Verharde openbare ruimte

1.408

456

1.864

Openbaar water

-74

213

139

Openbaar groen

410

1.113

1.523

Milieu en duurzaamheid

290

60

350

Klimaatadaptatie

133

0

133

Totaal

2.167

1.843

4.010

5A Verharde openbare ruimte
In 2021 hebben we bij de lasten een voordeel van 1.408.000 (waarvan 608.000 beschikbaar blijft). De onderschrijding komt o.a. door de volgende lasten:

  • Budget (463.000) voor deelproject Verbouwing speeltuin van Speeltuinvereniging Ons Eiland. Het budget blijft beschikbaar omdat project vertraagd is en zal worden uitgevoerd in 2022.
  • Budget (145.000) voor project Noorderkwartier Oost dat niet in 2021 is gerealiseerd, maar wel beschikbaar blijft voor de uitvoering in 2022.
  • Minder kosten bij de kostenplaats voor wegmarkering (177.000) omdat een deel van deze kosten vanuit de voorzieningen zijn betaald. In het nieuwe beheerplan Wegen 2022-2026 zijn de benodigde budgettaire correcties verwerkt.
  • Minder kosten bij vuilverwerking huishoudelijk afval van 340k. dit komt o.a. door een rijksbijdrage voor de gestegen verwerkingskosten van huishoudelijk afval door corona.

In 2021 hebben we bij de baten een voordeel van 456.000. Het voordeel komt o.a. door hogere inkomsten bij kabels en leidingen (261.000). In 2021 zijn er zijn grote projecten gestart en uitgevoerd waardoor er meer degeneratievergoedingen is binnengekomen. Hier tegenover stonden ook iets hogere lasten.

5C Openbaar groen

In 2021 hebben we bij de lasten een voordeel van 410.000. Het voordeel komt o.a. door extra incidenteel budget voor project Rhijnhof dat maar deels is gebruikt (156.000). In 2021 zijn de werkzaamheden aan het uitbreiden van de begraafplaats afgerond. Er wordt nog gewerkt aan het versterken van het bomenbestand. Verder waren er andere kleine voordelen bij de prestaties, zoals "Aanleggen Singelpark", "beheren Oostvlietpolder" en "ontwikkeling en uitvoering beleid Dierenwelzijn en Biodiversiteit".

Daarnaast zijn er hogere lasten als gevolg van de storting van ontvangen gelden voor het kappen van bomen in de voorziening bomenfonds (circa 470.000) en terugbetaling (circa 100.000) doordat voldaan is aan het herplanten van bomen. Tegenover de hogere lasten als gevolg van de storting in de voorziening bomenfonds staan hogere baten.

In 2021 hebben we bij de baten een voordeel van 1.113.000. Het voordeel komt deels door:

  • Het bomenfonds (384.00). Dit betreft de ontvangen gelden (waarborg) die aan de gemeente voldaan moeten worden voor het kappen van bomen.
  • Een ontvangen subsidie voor het uitvoeringsprogramma Leidse Ommelanden die nog verdeeld moet worden onder de deelnemende gemeente (721.000). De verwachting was dat het programma financieel zou worden afgerond in 2021. De controle op het programma heeft echter meer tijd in beslag genomen waardoor er onvoldoende tijd beschikbaar was om met de deelnemende gemeente tot overeenstemming te komen hoe de resterende subsidie uitbetaald moest worden in 2021. Dit zal plaatsvinden in 2022.

5D Milieu en duurzaamheid

In 2021 hebben we bij de lasten een voordeel van 290.000. Het voordeel komt o.a. door uitstel van gevelsanering binnen diverse projecten. Het geraamd budget was hier 124.000. Dekking van deze bijdrage is de reserve GSB.

Verder was er een lagere bijdrage (95.000 ) aan de Omgevingsdienst West-Holland (ODWH). De gemeente Leiden heeft minder (advies) uren afgenomen bij de Omgevingsdienst dan was begroot. De belangrijkste oorzaken hiervan waren: de uitstel van de invoering van de Omgevingswet, waardoor ook de implementatieprojecten in de tijd zijn doorgeschoven; de coronacrisis, waardoor de ODWH o.a. later begon met het uitvoeren van (her)controles energiebesparingsplicht en minder geluidonderzoek / geluidmetingen; voorts is er minder inzet geweest op toezicht van asbestverwijdering.

Stedelijke ontwikkeling

Stedelijke ontwikkeling
bedragen x 1.000,-

Begroting 2021

Rekening 2021

Verschil

Afwijking %

Lasten

40.262

38.706

1.556

3,86

Baten

-28.421

-31.373

2.952

-10,39

Saldo

11.840

7.333

4.508

38,07


bedragen x 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

 

Lasten

Baten

Saldo

Ruimtelijke planvorming en plantoetsing

129

183

312

Gemeentelijk vastgoed

699

2.966

3.665

Wonen

118

0

118

Energietransitie

610

-197

414

Totaal

1.556

2.952

4.508

6A Ruimtelijke planvorming en plantoetsing

De afwijking van zowel de lasten als de baten is binnen dit beleidsterrein kleiner dan 250.000.

6B Gemeentelijk vastgoed

De werkelijke lasten binnen dit beleidsterrein zijn 699.000 lager dan begroot. En de werkelijke baten binnen dit beleidsterrein zijn 2.966.000 hoger dan begroot. In onderstaande tabel is de uitsplitsing van het beleidsterrein gemeentelijk vastgoed naar de betreffende prestaties opgenomen. Vervolgens wordt het verschil tussen begroting en realisatie voor zowel de lasten als de baten - waarbij het verschil per prestatie voor zowel de lasten als de baten groter is dan 250.000 - nader toegelicht:

Prestatie (bedragen x 1.000)

 

Begroting 2021

Rekening 2021

Verschil 2021

 

Prestatie voeren erfpachtbedrijf

Lasten

1.316

1.258

59

voordeel

Baten

-2.482

-4.103

1.621

voordeel

Prestatie opstellen MPG en Vermogensbeheer grondexploitaties

Lasten

18.757

18.206

551

voordeel

Baten

-12.377

-13.809

1.432

voordeel

Prestatie exploiteren van gemeentelijke gebouwen

Lasten

7.611

7.522

89

voordeel

Baten

-8.288

-8.201

-87

nadeel

Totaal Beleidsterrein Gemeentelijk vastgoed

Lasten

27.685

26.986

699

voordeel

Baten

-23.147

-26.113

2.966

voordeel

Prestatie voeren erfpachtbedrijf

De werkelijke baten binnen de prestatie voeren erfpachtbedrijf zijn 1.621.000 hoger dan begroot. Deze hogere baten is voornamelijk het gevolg van incidentele opbrengsten door verkoop van erfpachtgronden naar volledig eigendom en eerste uitgifte van gronden in erfpacht. Daarnaast zijn er suppletievergoedingen ontvangen van woningbouwverenigingen Portaal en Ons Doel voor het omzetten van erfpachtpercelen met sociale huurwoningen naar erfpachtpercelen met koopwoningen.

Prestatie opstellen Meerjaren Perspectief Grondexploitaties en Vermogensbeheer

Onderdeel van deze prestatie zijn naast de actieve grondexploitaties onder andere de beschikbare budgetten voor grondexploitatie algemene dienst, de beheerskosten van strategisch vastgoed, budget bomenfonds, budget voor regionaal investeringsstrategie en het zogenaamde werken voor derden. De werkelijke lasten binnen deze prestatie zijn 551.000 lager dan begroot. En de werkelijke baten zijn 1.432.000 hoger dan begroot.

In onderstaande tabel is ten opzichte van de begroting de afwijking van de lasten opgenomen. Vervolgens wordt per betreffend onderdeel een toelichting gegeven.

Prestatie opstellen MPG en Vermogensbeheer grondexploitaties (bedragen x 1.000)

 

a - Exploitatiebijdragen aan investering

Lasten

2.807

voordeel

b - Voorziening negatieve grondexploitaties

Lasten

-360

nadeel

c - Beheerkosten strategisch vastgoed

Lasten

-123

nadeel

d - Overige exploitatiebudgetten

Lasten

-326

nadeel

e - Afboeken plankosten STEO buskavel en verlies STEO De Geus

Lasten

-1.447

nadeel

 

Totaal lasten

551

voordeel

a - Exploitatiebijdragen aan investeringen
Het budget exploitatiebijdragen aan investeringen heeft een voordeel van afgerond 2,8 miljoen. Het gaat hierbij om verschillende bijdragen vanuit reserves aan kredieten die nog niet volledig zijn uitgegeven en worden doorgeschoven naar 2022.


b- Voorziening negatieve grondexploitaties
Als gevolg van het afsluiten van de grondexploitaties Aalmarkt en Nieuweroord en het actualiseren van de actieve grondexploitaties ontstaat in de exploitatie een negatief resultaat van 360.000. Zie voor een nadere toelichting van alle gemeentelijke grondexploitaties paragraaf 2.3.7 Grondbeleid.

c - Beheerskosten strategisch vastgoed

De beheerskosten van het strategisch vastgoed zijn ten opzichte van het beschikbare budget met 123.000 overschreden. Bij een aantal panden is meer onderhoud uitgevoerd om in deze gemeentelijke panden geen onveilige situaties te krijgen. Jaarlijks wordt vanuit de reserve Grondexploitaties budget beschikbaar gesteld voor het onderhoud van het strategisch vastgoed.

d - Overige exploitatiebudgetten

Een aantal exploitatiebudgetten binnen deze prestatie zijn overschreden. Zo is voor het project Oude Rijnlocatie onverwachts een kostenpost ontstaan voor het verwijderen van een woonboot. Deze woonboot heeft echter niets met het project te maken waardoor deze eenmalig kosten (75.000) ten laste zijn gebracht van de exploitatie. Voor het opschonen van het terrein aan de Hofvlietweg is ook een eenmalige kostenpost ontstaan ter hoogte van 25.000. De beheerskosten van onder andere groenpercelen, gronden benzinestations en verkoopkosten gronden zijn afgerond 200.000 hoger dan begroot. Tegenover dit nadeel staat echter wel een voordeel op de baten als gevolg van verkoopopbrengsten grond.

e - Afboeken plankosten STEO buskavel en verlies STEO De Geus

De Buslocatie B1 (onderdeel STEO) is vanaf 2016 aangemerkt als een IVA (immateriële vaste activa) waarbij de voorbereidingskosten voor een grondexploitatie maximaal 5 jaar geactiveerd mogen worden. Vanaf 2020 zijn de voorbereidende werkzaamheden voor B1 ‘on hold’ gezet, lopende de aanmelding van de OV-knoop in het MIRT-Traject. Eind 2020 is de MIRT-aanmelding aangenomen door het Rijk en vanaf 2021 is het onderzoek gestart. Naar verwachting wordt het onderzoek in 2025 afgerond. In het geval blijkt dat bouwplannen mogelijk zijn op deze locatie kan de voorbereiding van een grondexploitatie in 2026 weer hervat worden met een vaststelling van de grondexploitatie in 2027 of later. Dit heeft tot gevolg dat de historische voorbereidingskosten tot en met 31-12-2021 (een bedrag van 1.167.619) op basis van het BBV afgewaardeerd moeten worden. Middels bestemmingsvoorstel bij de jaarrekening wordt 400.000 van de afgewaardeerde plankosten gedekt door een onttrekking aan de reserve Grondexploitaties.

Uit recente informatie blijkt dat een deel van de “nog te ontvangen” bedragen voor krediet De Geus conform financiële regelgeving bij nader inzien niet als vordering kan worden aangemerkt. Met de externe partij zullen gesprekken hierover naar verwachting in 2022 uitsluitsel geven. Derhalve is de conclusie dat deze post, conform financiële regelgeving, niet kan dienen als onderbouwing van de “nog te ontvangen” post 2021. Derhalve is in 2021 het bedrag van 279.851 als verlies genomen. De verwachting is dat de gemeente in 2022 een overeenkomst sluit met de betreffende marktpartij waarbij dit bedrag alsnog door de gemeente ontvangen gaat worden.

In onderstaande tabel is ten opzichte van de begroting de afwijking van de baten opgenomen. Vervolgens wordt per betreffend onderdeel een toelichting gegeven.

Prestatie opstellen MPG en Vermogensbeheer grondexploitaties (bedragen x 1.000)

 

f - Incidentele bijdragen, huren en grondopbrengsten

Baten

1.224

voordeel

g - Overige - o.a. baten strategisch vastgoed

Baten

208

voordeel

Totaal baten

1.432

voordeel

f - Incidentele bijdragen, huren en grondopbrengsten

Als gevolg van incidentele bijdragen van derden, incidentele grondopbrengsten en een niet begrote subsidie voor woningbouwimpuls is in de exploitatie een voordelig resultaat gerealiseerd van afgerond 1.224.000.

g - Overige - o.a. baten strategisch vastgoed

In de exploitatie van strategisch vastgoed is een hogere opbrengst gerealiseerd als gevolg van een niet begrote opbrengst voor verhuur leegstand (Villex vastgoedbescherming). Daarnaast ontstaat er een voordeel als gevolg van hogere exploitatiebijdragen van derden (afgerond 200.000). Hier staan echter wel kosten tegenoverer die nog niet volledig in 2021 zijn gerealiseerd.

Prestatie exploiteren van gemeentelijke gebouwen

Onderdeel van deze prestatie zijn onder andere de exploitatiebudgetten van maatschappelijk vastgoed. Het resultaat van de prestatie exploiteren van gemeentelijke gebouwen is nagenoeg budgetneutraal.

Prestatie (bedragen x 1.000)

 

Begroting 2021

Rekening 2021

Verschil 2021

 

Prestatie exploiteren van gemeentelijke gebouwen

Lasten

7.611

7.522

89

voordeel

Baten

-8.288

-8.201

-87

nadeel

Echter, zowel aan de lastenkant als aan de batenkant is sprake van een overschrijding. Aan de lastenkant is voor onderhoud vastgoed afgerond eenmalig 100.000 meer uitgegeven dan begroot. Dit als gevolg van het sluiten van nieuwe onderhoudscontracten. Het beschikbare budget van 2021 is nog gebaseerd op de oude beheerplannen. Daarnaast zijn niet alle kosten van beheerpanden (o.a. OZB) volledig doorbelast naar de verschillende exploitatie budgetten binnen de gemeentelijke begroting. Hierdoor ontstaat binnen deze presatie een nadeel van 100.000 en ontstaat binnen een ander programma van de gemeentelijke begroting een voordeel. Tegenover deze nadeel van 200.000 staat een voordeel van afgerond 200.000 op het incidentele projectbudget Tries Semlerstraat. Aan de batenkant zijn ten opzichte van de begroting ook verschillen ontstaan die hieronder nader worden toegelicht.

Prestatie exploiteren van gemeentelijke gebouwen (bedragen x 1.000)

   

a - Huurinkomsten maatschappelijk vastgoed:

   

- huurvrije periode i.v.m. nieuwe huurcontracten vanaf 1-1-2021

Baten

90

nadeel

- verbouwing Stadsgehoorzaal en Oude Vest

Baten

110

nadeel

- pand Hazewindsteeg (voormalig BplusC)

Baten

250

nadeel

    

b - Incidenteel budget compensatie huur a.g.v. corona

Baten

320

voordeel

c- Overige baten

Baten

130

voordeel

 

Totaal baten

0

 

Zo zijn de werkelijke huurinkomsten van maatschappelijk vastgoed lager dan begroot. Oorzaak hiervan is dat bij een aantal panden per 1 januari 2021 nieuwe huurcontracten zijn afgesloten waarbij het gebruikelijk is om in het 1e jaar een huurvrije periode af te spreken. Deze huurvrije periode heeft geresulteerd in een lagere huur van afgerond 90.000. Vanaf 2022 wordt de volledige verbeterde jaarhuur in rekening gebracht.
Voor de panden Stadsgehoorzaal en Oude Vest (schouwburg) is als gevolg van een verbouwing een huurvrije periode afgesproken. Dit heeft geresulteerd in een lagere huur van afgerond 110.000.
De huur van het pand Hazewindsteeg (huurder voorheen BplusC) is per juli 2020 beëindigd. Echter, in 2020 is wel de volledige huur ontvangen. De terugbetaling van een deel van de huursom 2020 is in 2021 verantwoord en leidt tot een nadeel van 100.000. Aangezien het pand ook in 2021 leeg staat is er een nadeel gerealiseerd e van 150.000. Conform het beleidskader Vastgoed wordt als gevolg van aanpassing huur de subsidie ook verlaagd. In 2021 is echter de verlaging van de subsidie niet ingezet voor aanpassing huur maar voor externe plankosten huisvestingsonderzoek BplusC. In 2022 wordt de verlaging van de subsidie wel ingezet voor compensatie lagere huur.
Naast deze nadelen is ook een voordeel gerealiseerd op het eenmalig beschikbare budget voor compensatie huurinkomsten als gevolg van corona. In 2021 is van het beschikbare budget afgerond 320.000 niet ingezet.
Daarnaast is in 2021 op overige baten (servicekosten, doorbelasten energie, overige opbrengsten) een voordeel gerealiseerd van afgerond 130.000. Hier staan echter wel kosten tegenover.

6C Wonen

De afwijking van zowel de lasten als de baten is binnen dit beleidsterrein kleiner dan 250.000.

6D Energietransitie

Het voordeel op de lasten van € 610.000 heeft betrekking op een overbesteding op de prestatie meer energie besparen (min € 44.000), een onderbesteding op de prestatie meer duurzame energie opwekking (€ 128.000) en een onderbesteding op de prestatie aardgasvrije stad (€ 526.000), waarvan € 42.000 op de lokale opgave, € 90.000 op de bovenlokale warmte en € 394.000 op het niet volledig benutten van de RRE-subsidie. Het nadeel op de baten van € 197.000 heeft betrekking op het niet volledig benutten van de RRE-subsidie (min € 394.000) en een extra bijdragen regio-gemeenten voor de warmte transitie (€ 197.000).

Jeugd en onderwijs

Jeugd en onderwijs
bedragen x 1.000,-

Begroting 2021

Rekening 2021

Verschil

Afwijking %

Lasten

57.798

54.159

3.640

6,30

Baten

-6.645

-5.772

-873

13,14

Saldo

51.153

48.387

2.767

5,41


bedragen x 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

 

Lasten

Baten

Saldo

Jeugd

763

354

1.117

Peuterspeelopvang en kinderopvang

187

0

187

Onderwijsbeleid

463

-181

282

Onderwijshuisvesting

2.226

-1.045

1.181

Totaal

3.640

-873

2.767

7A Jeugd

De 1e prognose van de Service organisatie Zorg laat een onderbesteding van de in mei 2021 opgehoogde regionale budgetten voor jeugdhulp zien. Hierdoor blijven kosten van regionale jeugdhulp (inclusief die voor PGB Jeugd en de regionale uitvoeringskosten) ruim 400.000 onder de gemeentelijke begroting voor 2021..

Bij deze onderbesteding speelt een aantal algemene oorzaken een rol. Door krapte op de arbeidsmarkt kunnen aanbieders door gebrek aan beschikbaar personeel niet altijd de gewenste zorg leveren. Als gevolg hiervan wordt het budget niet- of niet volledig benut. Daarnaast is het proces van in zorg nemen van clienten vertraagd door Covid maatregelen zoals lockdowns en quarantaine. Tenslotte brengt de financieringsystematiek met zich mee dat aanbieders strikt sturen op budgetplafonds en daarbij terughoudend zijn bij het in zorg nemen van clienten.

Voor de onderdelen Zorg en coordinatie (148.000), het Centrum voor Jeugd en Gezin (143.000) en Jeugdgezondheidszorg (54.000) is er eveneens sprake van onderbesteding. Tenslotte is er voor de Jeugd en gezinsteams een bedrag van 123.000 minder uitgegeven. Voor het project Onbedoeld zwanger zijn 100.000 kosten gemaakt. Hiervoor is geen raming opgenomen.

De onderbesteding binnen de Jeugdgezondheidzorg komt grotendeels door een onterecht begrote post m.b.t. het Elektronisch Kind Dossier. Verder zijn er vanwege Corona in 2021 minder activiteiten uitgevoerd door de Jeugdgezondheidzorg (waaronder VVE), hiervoor heeft een verrekening plaatsgevonden en daarvoor is het bedrag teruggestort. De onderbesteding op Zorg en coördinatie en het Centrum voor Jeugd en Gezin is o.a. het gevolg van het feit dat de uitrol van de Praktijkondersteuning Jeugd vertraging heeft opgelopen. Redenen zijn onder meer de overbelasting van huisartsen door corona en de krappe arbeidsmarkt. De afgesproken inzet van middelen voor de uitrol POH Jeugd vanuit Zorg en coördinatie gaat alsnog plaatsvinden. De kosten voor het Centrum voor Jeugd en Gezin zijn terecht gekomen op de post opvoedondersteuning (overbesteding van 51.000).

Er zijn extra inkomsten van in totaal 129.800 gerealiseerd als gevolg van het conform afspraken doorberekenen van door Leiden gemaakte regionale uitvoeringskosten Jeugd aan respectieveliijk de Leidse regiogemeenten (95.700) en Holland Rijnland ( 34.100). Tevens is ter dekking van de uitvoeringskosten een bedrag van 99.700 van Holland Rijnland ontvangen. Het betreft een restant van de Transformatiemiddelen. Daarnaast is voor de gemaakte kosten voor het project Onbedoeld zwanger een niet geraamde bijdrage van 100.000 ontvangen. Ten slotte is voor een bedrag van 26.600 gerealiseerd als bijdrage in de kosten voor natuurspeeltuin de Doorbraak.

7C Onderwijsbeleid
De uitgaven voor VSV projecten zijn tot een bedrag van 126.000 achtergebleven bij de raming. Door Corona zijn er minder aanmeldingen van scholen voor projecten en subsidies. Ook bij de ketenpartners is zichtbaar dat scholen in 2021 minder gebruik hebben gemaakt van het aanbod. Dit is te verklaren doordat de scholen bezig zijn geweest met het op orde brengen van de basis en de aankomende NPO-gelden. Daarnaast zijn de Onderwijsinnovatie subsidies niet meer jaarlijks, maar twee-jaarlijks beschikbaar gesteld. Dit jaar zijn daar geen aanvragen voor ingediend. Verder is in 2021 de regionale kostendeling vastgesteld, waardoor subsidies die normaal gesproken voor gemeente Leiden waren, nu door de regio worden betaald.

Van onderbesteding is ook sprake bij de Brede scholen Noord en Roomburg; in totaal is een bedrag van 157.000 niet tot besteding gekomen. Op de budgetten voor concierges (80.000) en de LEA (ca 38.000) zijn eveneens de geraamde budgetten niet volledig besteed. Het budget voor conciërges is niet volledig besteed omdat er sprake is van een lichte afname van het aantal conciërges dat onder de geldende regeling wordt gesubsidieerd. Dit is het gevolg van de regelgeving in de Participatiewet. Deze ontwikkeling wordt meegenomen in de evaluatie en herziening van de subsidieregeling in 2022. Daarnaast is een geraamde besteding van 150.000 voor het Nationaal Onderwijsprogramma (NPO) niet tot uitvoering gekomen. De geraamde rijksbijdrage hiervoor is ook niet gerealiseerd. Dit bedrag blijft voor latere jaren beschikbaar. Tenslotte is er als gevolg van de toename van het aantal leerlingen sprake van een overschrijding van het budget voor leerlingenvervoer met 89.500.

7D Onderwijshuisvesting

Voor uitvoering van de SUVIS regeling (specifieke uitkering ventilatie in scholen) is een totaal bedrag van 1.032.000 als specifieke rijksbijdrage geraamd. Dertien scholen maken op basis van een aanvraag die zij hiervoor hebben gedaan, aanspraak op deze gelden en ontvingen hiervoor al een subsidiebeschikking. In 12 gevallen zijn de voorschotten nog niet verstrekt omdat de projecten nog niet zo ver gevorderd waren, de termijn van uitvoering is door het Rijk ook verlengd. Hierdoor zijn zowel de geraamde rijksinkomsten als de daar tegen overstaande bijdragen aan de schoolbesturen niet gerealiseerd.
In begroting zijn verder bedragen geraamd voor het realiseren van een IGBO. Van de hiervoor gereserveerde bedragen is in totaal een bedrag van 890.900 niet besteed. Dat komt, omdat het project door een ander schoolbestuur zal worden gerealiseerd. Dit heeft tot vertraging geleid en tot een andere locatie voor de tijdelijke IGBO. Besteding van het voor de tijdelijke IGBO gereserveerde bedrag zal in 2022 plaatsvinden.
De planvorming een aantal onderwijshuisvestingsprojecten is een aantal maanden later dan gepland van start gegaan. Daarmee is een groot deel van de voor 2021 geraamde plankosten niet in dit jaar uitgegeven en pas in 2022 nodig. Het gaat hier om een totaalbedrag van 220.000. Tenslotte is op de geraamde budgetten voor de OZB ca. 107.000 overgehouden.

Cultuur, sport en recreatie

Cultuur, sport en recreatie
bedragen x 1.000,-

Begroting 2021

Rekening 2021

Verschil

Afwijking %

Lasten

38.045

37.645

401

1,05

Baten

-6.245

-6.634

389

-6,23

Saldo

31.801

31.011

789

2,48


bedragen x 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

 

Lasten

Baten

Saldo

Cultuur

613

-139

474

Cultureel erfgoed

-97

105

8

Sport

522

190

711

Recreatie

-637

233

-404

Totaal

401

389

789

8A Cultuur
Lasten zijn € 600.000 lager dan begroot, verdeeld over lagere lasten steunbudget coronaschade (€ 150.000), Lakenhal lagere lasten (€ 210.000), lagere lasten op incidentele budgetten voor culturele huisvesting (€ 180.000), lagere lasten op amateurkunst en projecten (€ 50.000), meer kosten onderhoud beeldende (min 35.000) en verschillende kleine verschillen (€ 25.000). De lagere lasten hebben met name te maken dat vanwege corona minder evenementen zijn door gegaan, daartegenover staat dat er extra lasten zijn gerealiseerd voor de toengangscontrole corona bij evenementen.

8C Sport
Als gevolg van corona zijn de sportaccommodaties in 2021 gedeeltelijk gesloten geweest. Dit leverde aanzienlijk lagere baten op (circa 1,4 mln), wat opgevangen werd door enerzijds tegemoetkomingen vanuit het rijk (859.000) en anderzijds lagere lasten op onder andere de personeelslasten (regulier en inhuur, grotendeels op de afdelingskostenplaats), energielasten en schoonmaakkosten. De begroting is tussentijds, mede vanwege ervaring vanuit 2020, bewust niet aangepast op de sluitingen van de sportaccommodaties. Dit enerzijds vanwege de onvoorspelbaarheid van het verloop van corona, anderzijds vanwege de verwachting dat de inkomstenderving (minus besparingen) gecompenseerd zou worden vanuit het rijk. Dit is inderdaad gebeurd.
Er werd een voordeel gerealiseerd op de Subsidie SPUK van 625.000. Dit doordat het nadeel voor het mengpercentage als gevolg van de sportvrijstelling voor de btw wel is meegenomen in de aanvraag van de SPUK, maar per abuis niet is opgenomen in de begroting. Dit zal voor 2022 en verder in de begroting worden opgenomen.

8D Recreatie
De lasten zijn 637.000 hoger dan begroot. Er is een vaststellingsovereenkomst in de maak voor een gedupeerde ondernemer. Het bedrag wat hiermee gemoeid is, zorgt grotendeels voor het nadeel op de lasten. De baten zijn 233.00 hoger dan begroot. Dit heeft te maken met niet geraamde uitgaven, voor de controle coronatoegangsbewijzen. Hiertegenover staat een subsidie vanuit het rijk.

Maatschappelijke ondersteuning

Maatschappelijke ondersteuning
bedragen x 1.000,-

Begroting 2021

Rekening 2021

Verschil

Afwijking %

Lasten

101.383

100.364

1.019

1,00

Baten

-2.843

-2.881

39

-1,37

Saldo

98.540

97.482

1.058

1,07


bedragen x 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

 

Lasten

Baten

Saldo

Sociale binding en participatie

625

50

675

Preventie

-43

-58

-101

Ondersteuning

453

-534

-81

Kwetsbare groepen

-16

580

565

Totaal

1.019

39

1.058

9A Sociale binding en participatie
Er zijn onderbestedingen geweest op het budget opgroeien (sterke sociale basis) van 178.000, op het budget maatschappelijke initiatieven 112.000 en op het budget buurt- en opbouwwerk 99.000. Al deze onderbe-stedingen zijn grotendeels corona-gerelateerd.
Het budget wijkvisie Prinsessenbuurt De Hoven van 65.000 is niet besteed. Het budget was overgeheveld van 2020 naar 2021 voor eventuele nagekomen kosten inzake de eerste fase van deze wijkvisie die inmiddels afgesloten is. Daarnaast zijn er kleinere onderbestedingen ontstaan bij versterking wijkregie (46.000), sociaal cultureel werk (40.000), koplopersgelden (33.000), adviesraad Wmo (30.000) en de veegploeg (23.000). Ook deze kleinere onderbestedingen zijn deels corona-gerelateerd.

9C Ondersteuning
De inkomsten uit eigen bijdragen huishoudelijke ondersteuning zijn 519.000 lager dan begroot. De eigen bijdragen worden ingeind door het CAK en vervolgens afgedragen aan de gemeente. De afdrachten over de afgelopen jaren laten een grillig patroon zien en lopen niet synchroon met de opgelegde eigen bijdragen.
Op het PGB budget Begeleiding is een voordeel ontstaan van 319.000, op de kosten van groeps- en individuele begeleiding een voordeel van 213.000 en op de regio-taxi een voordeel van 206.000. De lagere kosten bij de regio-taxi waren er ook in 2020 en zijn grotendeels veroorzaakt door corona. Op het budget Individuele begeleiding is een nadeel ontstaan van 171.000, voornamelijk door nagekomen facturen over 2020.

9D Kwetsbare groepen
Aan de lastenkant is een negatief saldo van circa 16.000 ontstaan. Dit nadeel bestaat uit saldi op verschillende posten:

  • Op het Investeringsfonds Maatschappelijke Zorg Leidse regio is voor 2021 een onderbesteding ontstaan van bijna 829.000. Verschillende projecten hebben vertraging opgelopen door een tekort aan ambtelijke capaciteit en door de coronapandemie. De projecten zullen in 2022 doorlopen.
  • Op het reguliere budget Beschermd Wonen is een nadeel ontstaan van 133.000.
  • Vanuit de meicirculaire 2021 is extra budget begroot voor de decentralisatie-uitkering voor Vrouwenopvang 2021 (circa 200.000). Dit heeft geleid tot een positief saldo van 142.000 op het budget voor Vrouwenopvang.
  • Bij de subsidiëring voor Maatschappelijke zorg zijn er grote raakvlakken op het gebied van de Leidse en de regionale activiteiten. Voor de Leidse activiteiten MZ is een tekort van circa 587.000 ontstaan, tegenover een overschot op de regionale middelen MZ van 351.000. Daarnaast is een tekort ontstaan op de middelen voor coronacompensatie Maatschappelijke opvang (regionaal)van 235.000. De werkelijke corona gerelateerde kosten voor Maatschappelijke opvang bedroegen in 2021 1,7 miljoen, terwijl de compensatie vanuit het rijk slechts 1,46 miljoen bedroeg (valt onder Algemene dekkingsmiddelen).

Aan de batenkant is circa 580.000 meer ontvangen dan begroot. Deze baten betreffen voornamelijk incidentele bijdragen van regiogemeenten voor projecten Investeringsfonds Leidse Regio (154.000) en pilots Beschermd wonen (203.000). Daarnaast was in 2021 een bijdrage ontvangen ten behoeve van de ontwikkeling van de nieuwe maatschappelijke opvang (82.000). Ten slotte was in 2021 het totaal aan ontvangen eigen bijdragen voor Beschermd wonen hoger dan begroot (134.000). De eigen bijdragen worden geïnd door het CAK, waarbij de afdrachten in de regel afwijken van de opgelegde eigen bijdragen Hierdoor is een saldo ontstaan ten opzichte van de begroting.

Werk en inkomen

Werk en inkomen
bedragen x 1.000,-

Begroting 2021

Rekening 2021

Verschil

Afwijking %

Lasten

118.964

117.245

1.719

1,44

Baten

-79.969

-79.377

-592

0,74

Saldo

38.995

37.868

1.127

2,89


bedragen x 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

 

Lasten

Baten

Saldo

Arbeidsparticipatie

2.907

-1.620

1.287

Maatsch. participatie en onderst. minima

-200

235

34

Inkomensvoorzieningen

-1.229

707

-523

Schuldhulpverlening

242

86

328

Totaal

1.719

-592

1.127

10A Arbeidsparticipatie
De Europese REACT-subsidie (opvolger ESF en AMIF) kon in het voorjaar van 2021 worden aangevraagd, maar had betrekking op de periode vanaf februari 2020. Het plan was om kosten van 2020 op te nemen in de subsidie-verantwoording maar dat is niet gelukt waardoor de geraamde subsidie-inkomsten over 2020 van
400.000 niet zijn gerealiseerd. De subsidiabele kosten over 2021 zijn 650.000 lager uitgevallen, waardoor de subsidie-inkomsten over 2021 488.000 lager zijn.
Het Rijk heeft middelen aan de arbeidsmarktregio's beschikbaar gesteld voor het bestrijden van werkloosheid als gevolg van de coronapandemie. De middelen voor de arbeidsmarktregio Holland-Rijnland zijn door Leiden vervolgens verdeeld over de Leidse regio, de Rijnstreek en de Duin- en Bollenstreek. Er is een onderbesteding geweest van 242.000 op het budget voor de Leidse regio. Er zijn bestedingsplannen opgesteld, maar door corona zijn ze niet ten uitvoer gekomen. De bestedingen zullen voornamelijk ontstaan in 2022.
Leiden is centrumgemeente voor Holland Rijnland inzake het bestrijden van laaggeletterdheid en het uitvoeren van volwasseneneducatie. De regionale uitgaven aan laaggeletterdheid zijn 187.000 lager uitgevallen doordat de regionale planvorming meer tijd kostte dan verwacht.
De declarabele regionale uitgaven aan volwasseneneducatie zijn door corona 217.000 lager, waardoor de te verantwoorden baten ook 217.000 lager zijn.
Op het incidentele invoeringsbudget inburgering is een onderschrijding ontstaan van 108.000.
Leiden voert ook re-integratie activiteiten uit voor de Leidse regio. De opbrengsten uit deze activiteiten waren
192.000 hoger.

DZB/Arbeidsparticipatie
In het budget van Re-integratie is een aantal projecten van de arbeidsmarktregio opgenomen. Op de regionale budgetten is een onderbesteding ontstaan van 589.300 doordat activiteiten doorgeschoven zijn naar 2022. Het restant voordeel van 157.000 is ontstaan bij re-integratieactiviteiten waar als gevolg van corona minder besteed is aan opleidingen en opstapsubsidies.
De Corona beperkingen in 2021 hebben evenals in 2020 effecten gehad op de gehele bedrijfsvoering. Dit resulteert in nadelen zoals lagere WSW opbrengsten en hogere kosten om Corona proef te werken. Hiertegenover staan ook voordelen, doordat bijvoorbeeld geplande opleidingen en scholing niet doorgegaan zijn. Daarnaast zijn de loonkosten van nieuwe doelgroep lager uitvallen door een lagere bezetting en ontvangen ziekengeld. Per saldo ontstaat er een nadeel ad 62.000. Dit bedrag is exclusief een door het Rijk voor 2021 toegekend bedrag van 478.600 aan coronacompensatie voor de WSW-sector. Dit bedrag is bij de decembercirculaire 2021 van het gemeentefonds toegekend. Gelet op het tijdstip van toekenning kon deze niet meer verwerkt worden in de begroting 2021.

10B Maatschappelijke participatie en ondersteuning minima
Het nadeel op de lasten wordt voor 176.000 veroorzaakt doordat er meer kwijtschelding gemeentelijke heffingen is verleend. Dit nadeel is structureel.
De verhoogde taakstelling om statushouders te huisvesten is gerealiseerd in 2021. Voor de inrichting van de woningen is leenbijstand verstrekt. Doordat er meer leenbijstand is verstrekt zijn de inkomsten uit terugvordering 190.000 hoger en daardoor is de storting in de voorziening oninbaar 124.000 hoger. Daarnaast is er een voordelige subsidie-afrekening van 263.000 over 2021 van de stichting Leergeld, deels door corona veroorzaakt en waarvan 100.000 al verwerkt was in de begroting.

10C Inkomensvoorzieningen
De TOZO (tijdelijke ondersteuning zelfstandige ondernemers) werd voor Leiden uitgevoerd door de gemeente Rotterdam. De regeling is per 1 oktober 2021 gestopt. Er zijn 880.000 meer TOZO-uitgaven dan begroot. Omdat deze kosten ook declarabel zijn bij het Rijk zijn de TOZO-inkomsten ook 880.000 hoger dan begroot. De interne kosten van beroep- en bezwaar TOZO, die niet declarabel zijn bij het Rijk, bedragen 198.000. Deze kosten waren niet begroot. De inkomsten uit terugvordering bijstand zijn 173.000 lager en daardoor is de storting in de voorziening oninbaar 100.000 lager. De bijstandskosten zijn 251.000 hoger uitgekomen. Dat is deels door nabetalingen in het laatste kwartaal ontstaan en deels door een externe softwarefout. De software-fout heeft gedurende het jaar geleid tot een lagere belastingafdracht en tot een hogere belastingafdracht over december. Bij het opstellen van de decemberwijziging was de externe softwarefout nog niet bekend.

Algemene middelen

Algemene middelen
bedragen x 1.000,-

Begroting 2021

Rekening 2021

Verschil

Afwijking %

Lasten

3.023

2.006

1.017

33,65

Baten

-360.193

-359.638

-555

0,15

Saldo

-357.170

-357.632

462

-0,13


bedragen x 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

 

Lasten

Baten

Saldo

Lokale heffingen besteding niet gebonden

0

445

445

Algemene uitkering

820

-1.011

-191

Dividend

0

130

130

Saldo financieringsfunctie

-64

24

-40

Overige alg.dekkingsmiddelen

260

-143

118

Totaal

1.017

-555

462

Belastingopbrengsten.

De OZB op niet-woningen valt lager uit dan begroot, afgerond 350.000. Dat wordt grotendeels veroorzaakt door een aanpassing van de waarde na 1 januari door corona. Daarbij gaat het om objecten zoals ziekenhuizen en culturele instellingen.

De opbrengst OZB voor woningen is licht lager dan begroot. Dat komt voornamelijk door een lager aantal nieuwe woningen per 1 januari dan verwacht.

De opbrengst precariobelasting op ondergrondse leidingen is ruim 1miljoen hoger door groei en hermeting van het leidingnetwerk. Dit levert een nagekomen opbrengst op over de afgelopen jaren.

Algemene uitkeringen gemeentefonds.

De algemene uitkering valt 0,8 miljoen hoger uit. In het raadsvoorstel over de septembercirculaire hebben we aangegeven rekening te houden met een hogere uitkering van 1,4 miljoen. Dit voordeel valt nu lager uit door aanpassing van een groot aantal sociale maatstaven. Het gaat om bijvoorbeeld het aantal bijstandsontvangers en inwoners met een laag inkomen.

Aan de lastenkant van de algemene uitkering valt een reservering van 0,5 miljoen voor hogere salariskosten door de nieuwe CAO vrij. Hier tegenover staat een overschrijding op de salarisbudgetten.

Dividend.

Het dividend van Alliander is hoger dan geraamd. Hierdoor ontstaat een voordeel van afgerond 0,1 miljoen.

Overige algemene dekkingsmiddelen
Voor plankosten aan eventuele toekomstige projecten is 0,224 mln. minder bijgedragen. Restant bestaat uit diverse kleinere voor- en nadelen, zoals bedrijfsvoering.

Overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien

Overhead
bedragen x 1.000,-

Begroting 2021

Rekening 2021

Verschil

Afwijking %

Lasten

69.729

67.859

1.870

2,68

Baten

-2.408

-2.862

453

-18,83

Saldo

67.320

64.997

2.323

3,45


bedragen x 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

 

Lasten

Baten

Saldo

Overhead

1.870

453

2.323

Totaal

1.870

453

2.323

Onvoorzien
bedragen x 1.000,-

Begroting 2021

Rekening 2021

Verschil

Afwijking %

Lasten

253

0

253

100,00

Baten

0

0

0

NaN

Saldo

253

0

253

100,00


bedragen x 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

 

Lasten

Baten

Saldo

Onvoorzien

253

0

253

Totaal

253

0

253

Vennootschapsbelasting
bedragen x 1.000,-

Begroting 2021

Rekening 2021

Verschil

Afwijking %

Lasten

71

113

-41

-57,78

Baten

0

0

0

NaN

Saldo

71

113

-41

-57,78


bedragen x 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

 

Lasten

Baten

Saldo

Vennootschapsbelasting

-41

0

-41

Totaal

-41

0

-41

OVERHEAD

Lasten
Als gevolg van de eenmalige uitkering is er binnen de personeelskosten een overschrijding van circa 0,7 mln. Voor circa de helft wordt dit gedekt door de algemene uitkering en ruimte binnen de salarisbudgetten binnen de afdelingen.
Daar tegenover staat dat er over 2021 meer uren naar projecten zijn geschreven dan waar we van te voren rekening mee hielden. De overhead van deze uren wordt rechtstreeks naar programma overhead geboekt. Het betreft zowel overhead van interne als externe medewerkers. Het voordeel bedraagt circa 1,7 mln.
Overige voordelen op de lasten zijn de bijdrage aan Servicepunt71 en lagere facilitaire kosten door corona (thuiswerken) circa 0,7 mln. Het resterende voordeel bestaat voornamelijk uit incidentele budgetten zoals verbouwing stadhuis (als gevolg van de vertraging), Urbun Data Center en overige posten.

Baten
Het voordeel op de baten is voornamelijk gevolg van een voordelig saldo op de afdelingsbudgetten (circa 0,35 mln.) en huisvesting (circa 0,1 mln.).

ONVOORZIEN

Over 2021 bedroeg het budget voor onvoorzien 253.000. Op de post onvoorzien heeft over 2021 geen uitgaven plaats gevonden.

Onzekerheden en onrechtmatigheden rondom het sociaal domein (Jeugd en WMO)

Met betrekking tot de in de jaarrekening verantwoorde lasten rondom het sociaal domein (Jeugdhulp en WMO) zijn een aantal onzekerheden en onrechtmatigheden te noemen die weliswaar niet materieel zijn, maar voor de volledigheid wel worden vermeld. Voor de uitgaven WMO gaat het om onzekerheden van totaal 1,2 miljoen (2020: 0,98 miljoen) en onrechtmatigheden van totaal 0,21 miljoen (2020: 0,20 miljoen). Rondom Jeugd bedragen de onzekerheden pm miljoen (2020: 0,76 miljoen) en de onrechtmatigheden pm miljoen (2020: 0,07 miljoen). Hiermee zijn de geconstateerde fouten en onzekerheden rondom rechtmatigheid op ongeveer hetzelfde niveau als in 2020.

WMO

Onzekerheid

Onrechtmatigheid

Mogelijk onjuiste of onvolledige declaratie van zorgkosten door zorgaanbieders

1.000000

-

Mogelijk onjuiste uitvoering van PGB’s door Sociale Verzekeringsbank en mogelijk onjuiste declaratie van zorgkosten uit hoofde van PGB’s

202.000

211.000

Mogelijk onjuiste of onvolledige inning van eigen bijdragen via het CAK

pm

pm

Totaal WMO

1.202.000

211.000

   

Jeugd

  

De diepgang van de controle op verantwoordingen van zorgaanbieders met een landelijke declaratie die in absolute omvang uitstijgt boven de omvang van de Verantwoording Jeugdzorg HR 2021

pm

pm

Afwikkeling van nog te betalen posten oude jaren

pm

pm

Resterende onzekerheden woonplaatsbeginsel

pm

pm

Het ontbreken van de definitieve afrekening omzetgarantie en prestatie informatie over de vergoeding van meerkosten en alternatieve inzet

pm

pm

Het ontbreken van een finale afrekening met aanbieders tot een bedrag van 125.000 per individuele zorgaanbieder

pm

pm

Het ontbreken van een definitieve productieverantwoording agv faillissement van de zorgaanbieder

pm

pm

Schattingsonzekerheid tot het niveau van de getroffen voorzieningen voor verwachte afrekeningen

pm

pm

Mogelijk onjuiste declaratie van zorgkosten uit hoofde van PGB’s en mogelijk onjuiste uitvoering van PGB’s door Sociale Verzekeringsbank

236.000

62.000

Totaal Jeugd

pm

pm

Totaal generaal WMO + Jeugd 2022

pm

pm

Totaal bgeneraal WMO + Jeugd 2020

1.741.000

257.000