Ga naar boven

Ontwikkelingen in 2018

Beheer openbare ruimte

Ook in 2018 is gewerkt aan een schone, groenere, leefbare, goed bereikbare en aantrekkelijke leefomgeving die voldoet aan vastgestelde kwaliteitsniveaus en functies zoals bereikbaarheid en toegankelijkheid.
Een belangrijke mijlpaal is de vaststelling van het afvalbeleidskader en het uitvoeringsprogramma afval 2018-2022. Hierin zijn 23 maatregelen uitgewerkt om de vastgelegde beleidsdoelen voor afvalreductie, afvalscheiding en hergebruik te kunnen realiseren.
2018 was ook het laatste jaar van het succesvolle project Samen aan de Slag. Misschien wel de belangrijkste les uit Samen aan de Slag 2016-2018 is dat initiatief nemen in de eigen woonomgeving leuk is, gewaardeerd wordt en leidt tot zwaan-kleef-aan effecten. Een individuele aanvraag leidde vaak tot geveltuinen door de hele straat heen. En in beheer genomen boomspiegels maakten duidelijk aan buren dat de gemeente dit inderdaad toestaat en faciliteert. Op basis van de evaluatie en de opgedane leerpunten, krijgt Samen aan de slag vanaf 2019 een structurele doorstart in de organisatie.
Het vervangen van meerpalen, remmingwerken of houten palen die een brug dragen, is een kostbare aangelegenheid. We passen daarom steeds vaker composiet-harsen bij vervanging toe. Dit voorkomt het wegrotten van hout op de waterlijn. De sterkte van dit materiaal is gelijk aan het originele materiaal, heeft eenzelfde uitstraling als hout maar is vele malen goedkoper en heeft een levensduur van ca. 30 jaar. Bovendien worden hiermee twee beleidsdoelen gediend. Het betreft namelijk een innovatief product waardoor het beheer ook duurzamer ingestoken wordt. Remmingwerken e.d. worden namelijk gemaakt van tropisch hardhout. Door het toepassen van dit composietmateriaal is kan boskap één cyclus overslaan. In 2018 zijn op enkele plekken in de binnenstad slimme afvalbakken, voorzien van een sensor, geïntroduceerd. Deze maken gebruik van het door de gemeente aangelegde netwerk voor de uitwisseling van data. Niet alleen belt de afvalbak in als hij bijna vol is (net als bij een ondergrondse restafvalcontainer), maar ook levert de sensor een schat aan gegevens op die veel vertellen over het gebruiksprofiel van de afvalbakken.
Ook is hard gewerkt aan het slim/lean organiseren van het proces Meldingen Openbare Ruimte met een aantal mooie concrete resultaten als gevolg. We zijn blij dat als belangrijk resultaat de doorlooptijd van de meldingen substantieel is verkort. Bijkomende winst is dat het gemiddeld aantal openstaande meldingen ook flink is verlaagd. Ook aan efficiency is gewerkt; bijvoorbeeld de meldingen openbare verlichting. De melder kan sinds 1 januari 2019 een storing rechtstreeks bij de aannemer melden via het systeem “Moon”. Dit heeft zowel voor de melder als de gemeente veel voordelen. Geen dubbel werk (overtikken) meer door gebruik van verschillende systemen en de melder kan via Moon direct zien of er al een zelfde melding gemaakt is door een andere burger en ziet ook direct wat de status van de melding is. Een melding komt hiermee direct op de juiste plek waardoor de afhandeling ook sneller wordt. De samenwerking binnen de zogenaamde keten van de MOR meldingen is flink verbeterd tussen alle teams die bij het proces betrokken zijn.

Klimaatadaptatie, biodiversiteit en vergroening

In het beleidsakkoord ’Samen maken we de Stad’ heeft het College heldere ambities uitgesproken over het klimaatneutraal, groen en circulair maken van de stad. Hier zijn we in 2018 hard mee aan de slag gegaan.
In 2018 is het uitwerkingsplan Groene Hoofdstructuur vastgesteld door het college en zijn de eerste projecten, zoals het maken van ecologische oevers in Park Kweeklust en de stadsrand Stevenshof geïnitieerd. Het uitwerkingsplan draagt bij aan een verbetering van de ruimtelijke en biodiverse kwaliteit, klimaatbestendigheid en de recreatieve mogelijkheden van Leiden. De opening van het wandelroutenetwerk in 2018 ondersteunt het recreatieve netwerk en maakt het buitengebied van Leiden bereikbaar.
De inhoud van de concept klimaatadaptatiestrategie zal opgenomen worden in de startnotitie klimaatadaptatie en vergroenen, die in de eerste helft van 2019 opgesteld zal worden.
Vooruitlopend daarop is in 2018 het Integraal Waterketenplan 2019-2023 voor bestuurlijke vaststelling aangeboden. De waterketen staat hierin centraal van productie van drinkwater tot verwerking van afvalwater. Een plan voor en door acht organisaties opgesteld binnen de samenwerking in de waterketen: gemeenten Wassenaar, Voorschoten, Zoeterwoude, Leiderdorp, Oegstgeest en Leiden, Drinkwaterbedrijven Dunea en Oase, en het Hoogheemraadschap van Rijnland. Aan de hand van dit plan wordt de samenwerking in de regio de komende jaren verder vorm gegeven. Een belangrijke wijziging van dit plan is om ook bij vervanging en herinrichting in principe te kiezen voor de aanleg van een gescheiden stelsel; afvalwater en hemelwater afvoeren via een aparte buis. Dit maakt de openbare ruimte klimaatrobuuster en leidt tot minder overstortingen van vuil water op het oppervlaktewater wat de waterkwaliteit weer ten goede komt.

In 2018 is het verbeterplan bomen afgerond en zijn de nadere regels van de bomenverordening gewijzigd door het college. Door deze aanpassing kunnen middelen in het bomenfonds sneller besteed worden en is de procedure voor de Groene Kaart gewijzigd. Vervolgens zijn alle individueel beheerde bomen geïnventariseerd op basis van zes waarde criteria voor bomen. Op basis van deze inventarisatie kan in 2019 de Groene Kaart van Leiden worden aangepast. In 2018 is Leiden tenslotte partner geworden van het IVN bij het realiseren van Tiny Forests en is het voornemen vier minibosjes in de stad te realiseren bekrachtigd in een samenwerkingsovereenkomst met het IVN.

Tussen eind 2018 en half 2019 wordt gewerkt aan strategische documenten, die waar relevant onderling worden afgestemd: het gaat om de stresstest met risicodialoog en een voorstel voor maatregelen, de nota Groene Kansenkaart, het ecologisch netwerk voor Leiden en de visie stadslandbouw. Daarmee krijgen we voor de komende jaren belangrijke kaders en een set concrete maatregelen voor vergroening, klimaatadaptatie, biodiversiteit en gebruik van het groen. In 2018 vond in Leiden de landelijke dag van de stadslandbouw plaats. Ook is het de bedoeling bij de besluitvorming (kaderbrief) helderheid te geven over de financiële middelen die nodig is en beschikbaar zijn voor de genoemde maatregelen.

Vanuit Stedelijke Ontwikkeling wordt dagelijks gewerkt aan de (door)ontwikkeling van onze stad. Stedelijke Ontwikkeling initieert in dat kader vele projecten. Er is veel winst te behalen wanneer Beheer en Stedelijke Ontwikkeling hun projecten zoveel mogelijk bundelen (afhankelijk van locatie en planning).
We ontwerpen nu al biodivers en klimaatadaptief en monitoren het effect van de vele verschillende inrichtingsmaatregelen. Daarnaast houden we bij het ontwerp van de ondergrondse ruimte (profielen) rekening met toekomstige ligging van warmteleidingen. Uitgangspunt van klimaatadaptief werken is dat het resulteert in minder verharding en meer groen. In 2018 is bovenstaande werkwijze al toegepast in Leiden Zuidwest in de wijken Gasthuis en Haagweg Zuid waar niet alleen klimaatadaptieve maatregelen geformuleerd zijn maar ook rekening gehouden wordt metd e ruimtereservering van het nog aan te leggen warmtenet.

In de binnenstad is de ontwikkeling van het Singelpark in volle gang: er is een botanische route geopend en de uitvoering van de nieuwe bruggen staat op het punt om te beginnen.
Vanuit het programma Duurzaamheid is de groene dakensubsidie uitgebreid naar bedrijven. Zo heeft onder meer bedrijfsverzamelgebouw PLNT een groen dak kunnen realiseren. Binnen het SPONGE project is een bijdrage geleverd aan de realisatie van het eerste polderdak in de duurzaamste kilometer, op de Lorentz en is voor het Noorderkwartier de Nota van Uitgangspunten Klimaatbestendige openbare ruimte Noorderkwartier Oost vastgesteld, in nauwe samenwerking met de bewoners. De strategische samenwerkingsagenda Water 2019-2022 is opgesteld en in maart 2019 vastgesteld.
Naast stedelijke projecten participeert Leiden in het Hart van Holland en de Leidse Ommelanden aan diverse regionale visies en projecten, zoals de herinrichting van het Valkenburgsemeer, Klinkerbergerplas en de Kagerzoom. Binnen het Hart van Holland en Holland Rijnland is in 2018 een start gemaakt met de Visie Natuurlijke leefomgeving.

Duurzaamheid

Eind 2015 is het Programma Duurzaamheid volop van start gegaan met in totaal 16 doelen, zoals meer energie besparen, duurzame energieopwekking, minder (zwerf-) afval, waterbestendige stad, meer groen en minder autoverkeer. Het Programma Duurzaamheid was de afgelopen jaren gericht op bewustwording en kennisontwikkeling. Inmiddels is duurzaamheid veel meer een vanzelfsprekend onderwerp in de samenleving geworden. We gaan van pilotprojecten over naar regulier beleid, regelgeving en realisatie. Daarom hebben wij besloten om per 1 januari 2019 duurzaamheid zo veel mogelijk een vanzelfsprekend onderdeel te laten zijn van de gemeentelijke bedrijfsvoering en reguliere beleidsuitvoering. Dit impliceert dat kosten uit reguliere budgetten komen. Het bestaande Programma Duurzaamheid draagt kennis, ervaring en doorlopende activiteiten over aan deze drie opgaven (energie, klimaat en vergroening en circulaire economie) en vervalt daarmee als organisatorisch sturingsinstrument. Duurzame mobiliteit vormt de vierde duurzaamheidsopgave, maar staat los van deze organisatorische wijziging. Vanaf 1 januari 2019 werken we vanuit drie concrete duurzaamheidsopgaven met elk een bestuurlijk opdrachtgever. Deze zijn van groot belang voor de toekomst van Leiden en ze behoren tot de topprioriteiten van ons college. De drie duurzaamheidsopgaven kennen elk een eigen aansturing. Het zijn in aard verschillende opgaven, met onder meer verschillende stakeholders, verschillen in mogelijke rolneming van de gemeente en verschillende geldstromen. Tegelijk zullen we de drie opgaven in samenhang met elkaar en met duurzame verstedelijking en duurzame mobiliteit vormgeven. De coördinerend wethouder hiervoor is de wethouder Duurzaamheid, Mobiliteit & Beheer Openbare Ruimte.

1. Energietransitie

Het lange-termijndoel voor onze energietransitie is dat de stad in 2050 klimaatneutraal is. Onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen als olie en aardgas gaan we in de komende decennia radicaal terugbrengen. Hierbij passen we de “trias energetica” toe: zo veel mogelijk energie besparen, zo veel mogelijk duurzame energie gebruiken en zo min mogelijk fossiele energie verloren laten gaan. Om de doelstelling voor energietransitie te kunnen behalen is ingezet op drie uitvoeringslijnen (energiebesparing; opwekking van duurzame energie; toewerken naar een aardgasvrije stad). De doelstellingen voor de energietransitie in Leiden zijn vastgelegd in het Programma Duurzaamheid (2015), de Leidse warmtevisie (2017) en het energieakkoord Holland Rijnland (2017).

2. Klimaatadaptatie en vergroening

We nemen maatregelen waarmee we de stad wapenen tegen de gevolgen van klimaatverandering (“klimaatadaptatie”) en we maken Leiden zichtbaar groener. Leiden en de Leidenaren willen we goed beschermen tegen schade door wateroverlast, overstromingsgevaar en hitte. Dat doen we door klimaatadaptatie: het aanpassen van onze leefomgeving aan extremere weersomstandigheden om schadelijke effecten en gevaarlijke situaties tegen te gaan. De inzet voor klimaatadaptatie gaat hand in hand met de inzet voor vergroening. Vergroening sluit goed aan bij het streven naar een veilige, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving en past ook goed bij kilmaatadaptatie.

3. Circulaire economie

“Leiden is circulair in 2050” met deze quote onderschrijft Leiden de nationale ambitie. We gaan van bezit naar delen: niet het hebben van een auto, een huis of een lamp voorop, maar de functie ervan: vervoer, wonen of verlichting. Het eerste nationale doel is 50% minder verbruik van primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) in 2030. In 2050 gebruiken we alleen nog duurzaam geproduceerde, hernieuwbare of algemeen beschikbare grondstoffen en we laten zo weinig mogelijk afval achter. Belangrijke maatregelen om deze doelen te bereiken zijn slim ontwerp zodat minder grondstoffen nodig zijn en later minder afval ontstaat, bewust gebruik (producten die langer meegaan), meer en beter hergebruik (afval als grondstof) en bewuster consumeren onder het motto “reduce, re-use, recycle”. Ook hebben we hoge verwachtingen van de overstap van aanschaf van consumptiegoederen (zoals een lamp) naar het afnemen van diensten (zoals verlichting). Zo’n overstap geeft producenten een veel sterkere prikkel om producten te ontwikkelen die lang meegaan.

4. Duurzame mobiliteit

Het gaat goed met Leiden. Steeds meer mensen willen hier wonen, werken, studeren, onze winkels, theaters, musea bezoeken. Dat is goed nieuws, maar levert problemen op voor de leefbaarheid als iedereen met de auto komt of voor de deur wil parkeren. We willen immers ook meer ruimte voor groen, een betere luchtkwaliteit, minder geluidsoverlast. Daarom zetten we in deze compacte stad de fiets en de voetganger op één.
Onder “duurzame mobiliteit” verstaan we het duurzamer maken van verkeersbewegingen, bijvoorbeeld met bevorderen van deelauto’s, en het beperken van de behoefte aan autobewegingen, bijvoorbeeld door bouwprojecten af te stemmen op de aanwezigheid van openbaar vervoer en nabijheid van voorzieningen. Uitbreiding van het autoluwe gedeelte van de binnenstad hoort hier ook bij, net als verbetering en uitbreiding van fiets-, wandel- en OV-routes. De geactualiseerde mobiliteitsnota geeft richting aan projecten als een autoluwe binnenstad, fiets op één en duurzame vervoermiddelen(projecten).

Voor een uitgebreidere toelichting zie Paragraaf 2.3.15 Bijzonder Programma Duurzaamheid.