Jaarstukken 2020

Financieel resultaat 2020


bedragen x 1.000,-

Rekening 2019

Begroting 2020

Rekening 2020

Verschil 2020

Lasten

516.923

583.096

549.569

33.527

Baten

-497.852

-534.934

-540.734

5.800

Totaal van saldo van baten en lasten

19.071

48.162

8.835

39.327

     

Mutaties in reserves:

    

- toevoegingen

70.705

75.851

80.290

-4.439

- onttrekkingen

-96.753

-124.013

-108.542

-15.471

Resultaat

-6.977

0

-19.417

19.417

Deze paragraaf geeft het financieel resultaat van de jaarrekening 2020 in hoofdlijnen weer. Allereerst komt de ontwikkeling van de begroting 2020 aan de orde. Daarna leest u welke financiële afwijkingen het rekeningresultaat over 2020 vooral bepalen. Daarna verduidelijken we de relatie tussen de diverse documenten met betrekking tot de grondexploitaties en we besluiten deze paragraaf met een toelichting op de financiële positie van de gemeente.

1. Ontwikkeling van begroting en het resultaat 2020

Conform de financiële verordening verschijnt twee keer per jaar een inhoudelijke 'Voortgangsrapportage', ter informatie. Daarin stelt het college de raad op de hoogte van de voortgang op alle prestaties van de lopende begroting. De eventuele financiële afwijkingen worden gepresenteerd in de kaderbrief en de 2e voortgangsrapportage.

Bij de Kaderbrief 2020-2024 stond het structurele evenwicht van de begroting onder druk. Dit hing vooral samen met de situatie binnen het sociaal domein, maar ook 'buiten het hek' was sprake van structurele tegenvallers onder andere door de ontwikkeling van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. Ook was duidelijk dat de coronaontwikkelingen zouden leiden tot diverse hogere uitgaven en tot derving van inkomsten. Op dat moment was duidelijk dat het Rijk compensatie beschikbaar zou stellen, maar was de hoogte nog niet bekend. Het tekort bedroeg 3,7 mln in 2020, 7,7 miljoen in 2021 en ruim 3,5 miljoen in 2022. Dit tekort is gedekt door het inzetten van een deel van de bij de Programmabegroting 2020 gevormde behoedzaamheidsruimte in 2022-2023 en het laten vrijvallen van een deel van de reserve afschrijving investeringen ('kasschuif').

Bij de 2e voortgangsrapportage 2020 werd per saldo voor 9,8 miljoen aan extra kosten en gederfde inkomsten verwacht als gevolg van de coronamaatregelen. Ook trof het college voor bijna 2,5 miljoen aan aanvullende steunmaatregelen. Dekking kwam via compensatie vanuit het Rijk van 9,9 miljoen en inzet eigen reserves van 1,9 mln. Daarnaast waren er diverse mee- en tegenvallers, waaronder een meevaller op de bijstanduitkeringen (BUIG) van 1,0 miljoen. Per saldo werd einde jaar een batig saldo voorzien van 39.000.

De decemberwijziging leidde tot een budgetneutrale begrotingswijziging, dus zonder verrekening met de concernreserve. Wel werd een aantal mee- en tegenvallers in beeld gebracht van per saldo 1,9 miljoen positief. De definitieve bedragen hiervan worden nu betrokken bij het jaarrekeningresultaat. De grootste tegenvaller was een lagere Algemene uitkering uit het gemeentefonds door de lagere waarden bij een aantal verdeelmaatstaven, waaronder het aantal jongeren <18 en het aantal bijstandontvangers (2,4 miljoen). Aan de andere kant was sprake van een forse meevaller op het aantal uitkeringen (BUIG, 4,5 miljoen).

2. Rekeningresultaat 2020 per programma

Ten opzichte van de bij de Decemberwijziging 2020 aangepaste begroting, laten de verschillende programma's de onderstaande afwijking zien:

Programma (bedragen x 1.000)

Lasten

Baten

Reserves

Resultaat

Bestuur en dienstverlening

201

-181

0

20

Veiligheid

165

-31

0

135

Economie

931

-66

-596

269

Bereikbaarheid

3.398

297

-2.792

903

Omgevingskwaliteit

2.220

603

-1.754

1.069

Stedelijke ontwikkeling

8.571

174

-6.374

2.371

Jeugd en onderwijs

1.204

-88

-105

1.011

Cultuur, sport en recreatie

4.451

-2.251

-169

2.031

Maatschappelijke ondersteuning

10.260

1.040

-5.645

5.655

Werk en inkomen

1.001

6.967

-1.522

6.447

Algemene dekkingsmiddelen/ Overhead/Vpb/Onvoorzien

1.123

-666

-952

-495

Totaal

33.527

5.800

-19.910

19.417

Een substantieel deel van het resultaat heeft betrekking op projecten die doorlopen naar 2021. Voor het afronden van deze projecten zal budget doorgeschoven moeten worden naar 2021. Ook zijn er beleidsterreinen waar met een gesloten regime wordt gewerkt. Dit speelt onder meer bij Parkeren (programma 4), Grondexploitaties (programma 6) en Sociaal Domein (programma's 7, 9 en 10). Daar is de afspraak dat positieve en negatieve saldi worden verrekend met de daarvoor bestemde reserves. Het is dus niet zo dat het resultaat kan worden toegevoegd aan de concernreserve. De raad besluit via een afzonderlijk raadsvoorstel over de bestemming van het resultaat. Het saldo dat daarna overblijft, komt ten gunste of ten laste van de concernreserve.

Met name de onderstaande programma's (afwijkingen > € 500.000) bepalen het voordelige rekeningresultaat van 19,4 miljoen.

  • Programma 4 Bereikbaarheid laat een voordeel zien van per saldo 903.000. Deze hangt samen met lagere lasten van 257.000 voor Openbaar Vervoer onder andere door een vertraging in het onderzoek spoor Leiden-Utrecht en het OV Knooppunt Leiden Centraal. Op Parkeren (autoparkeren en fietsparkeren) is een positief resultaat behaald van € 622.000. Dit resultaat komt tot stand door lagere lasten onder andere door een lagere bijdragen aan kredieten voor onderzoekskosten voor fietsparkeren. Deze zullen volgende jaar tot besteding komen. En door hogere inkomsten op vergunningen en op fiscale naheffingen (boetes). Het resultaat van de parkeerexploitatie in het geheel is 426.000 positief. Dit zal verrekend worden met de parkeerreserve.
  • Programma 5 Omgevingskwaliteit heeft een voordeel van 1,1 miljoen. Op openbaar groen werden € 821.000 lagere lasten en 323.000 hogere baten gerealiseerd. De lagere lasten waren onder andere het gevolg van een vertraging in de werkzaamheden op de begraafplaats Rhijnhof (waardoor 397.000 minder is onttrokken aan de reserve Ontsluiting Groengebieden) en de renovatie van de muur bij begraafplaats de Zijlpoort. Op Openbaar water werden 445.000 lagere lasten gerealiseerd, deels omdat geplande werkzaamheden door de Coronamaatregelen moesten doorschuiven naar 2021. Voor werkzaamheden die doorschuiven naar 2021 zijn voorstellen voor budgetoverheveling ingediend.
  • Programma 6 Stedelijke ontwikkeling laat een voordeel zien van 2,4 miljoen. Deze hangt samen met een tussentijdse winstneming bij grondexploitatie Nieuweroord van 1,4 miljoen, incidentele grondverkopen van 0,7 miljoen en een voordeel op erfpacht van 0,8 miljoen. Aan de andere kant is er een nadeel op het beheer van strategisch vastgoed van 325.000. Conform beleid wordt voorgesteld deze resultaten te verrekenen met de reserve Grondexploitatie. Het vonnis onteigening Lammenschansweg werkt per saldo voor 1,8 miljoen negatief door in het resultaat. Ook is een nadeeel ontstaan van 612.000 als gevolg van een overschrijding op het VTH project (Vergunningen, Toezicht en Handhaving).
  • Programma 7 Jeugd en Onderwijs eindigt met een voordeel van 1,0 miljoen. Dit wordt vooral veroorzaakt door vertraging in de realisatie van internationaal georienteerd basisonderwijs (IGBO). Hierdoor is 884.000 nog niet tot besteding gekomen. Binnen het programmaonderdeel Jeugd zijn minder kosten gemaakt voor Opvoedingsondersteuning (160.000) en het Centrum Jeugd en Gezin (110.000). Op de exploitatie van de gymzalen en sportzalen is een nadeel ontstaan van ca. 350.000.
  • Op Programma 8 Cultuur, sport en recreatie is sprake van een voordeel van 2,0 miljoen. Op cultuur werden € 621.000 hogere baten gerealiseerd, vooral door hogere inkomsten van Museum de Lakenhal voor de Jonge Rembrandt tentoonstelling begin 2020 en een bijdrage van de Provincie Zuid Holland ivm Corona. Op cultureel erfgoed werden 285.000 lagere lasten gerealiseerd door een onderbesteding op de subsidies historisch stadsbeeld. Sport werkt met bijna € 1,0 miljoen door in het positieve resultaat. Deze wordt met name veroorzaakt in de exploitatie van sportaccommodaties (764.000). Door corona werden aanzienlijk lagere baten en lagere lasten gerealiseerd. Het nadeel op de baten wordt gedrukt door een tegemoetkoming vanuit het rijk voor tegemoetkoming huurlasten. Een deel hiervan zal in 2021 worden uitbetaald. Daarnaast is sprake van lagere onderhoudslasten op te vervangen sportaccommodaties, is de begrote exploitatiebijdrage voor het ISC in 2020 nog niet gerealiseerd en was er vrijval vanuit de voorziening sportaccommodaties. Verder waren er lagere lasten op sportbeleid en sportstimulering (200.000).
  • Programma 9 Maatschappelijke ondersteuning laat een voordeel zien van 5,7 miljoen. Dit voordeel wordt onder andere veroorzaakt door extra middelen die het Rijk in 2020 beschikbaar heeft gesteld die nog niet geheel zijn ingezet. Het gaat om het restant van 1,0 miljoen voor corona-gerelateerde kosten maatschappelijke opvang, 1,5 miljoen decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang 160.000 afbouw van de opvanglocatie voor uitgeprocedeerde vluchtelingen. Op het beleidsterrein beschermd wonen is 500.000 minder uitgegeven en is 700.000 aan extra inkomsten ontvangen vanuit het CAK. Conform beleid wordt voorgesteld deze resultaten te verrekenen met de reserve Sociaal Domein. Ook heeft Leiden als centrumgemeente eind 2020 middelen ontvangen voor het landelijk actieplan dak- en thuisloosheid. Hiervan resteert nog ruim 1,0 miljoen. Omdat deze werkzaamheden doorlopen, zal hiervoor een budgetoverheveling worden voorgersteld. Tot slot is op Ondersteuning sprake van incidentele meevallers van in totaal € 536.000.
  • Programma 10 Werk en Inkomen heeft een voordeel van 6,4 miljoen. Dit wordt vooral veroorzaakt op Inkomensvoorzieningen (BUIG). De lasten zijn daar 3,9 miljoen lager doordat er minder bijstandsuitkeringen zijn verstrekt dan begroot en de baten uit terugvordering zijn 0,9 miljoen hoger. Bij DZB trajectbegeleiding is een voordeel ontstaan van 836.000 bestaande uit meerdere incidentele meevallers. Conform beleid wordt voorgesteld dit resultaat te verrekenen met de reserve Sociaal Domein. Bij DZB arbeidsparticipatie is een voordeel ontstaan van 516.000 dat vooral wordt veroorzaakt door een lagere instroom dienstverbanden participatiewet en nagekomen baten uit voorgaande jaren. Aan de andere kant laat DZB een hogere toevoeging zien aan de bedrijfsreserve van 756.000. Tot slot is op Arbeidsparticipatie een voordeel op het budget inburgering (248.000) en re-integratieprojecten (376.000).
  • Op de onderdelen Algemene middelen, Overhead, Vpb en Onvoorzien is sprake van een nadeel van bijna € 0,5 miljoen. Dit komt vooral door een lagere uitkering uit het Gemeentefonds van 2,9 miljoen. Het nadeel op de uitkering uit het Gemeentefonds, wordt gecompenseerd door een hogere ozb-opbrengst (800.000), een hoger dividend (580.000) en een voordeel op de financieringsfunctie van 469.000. Het positief resultaat op de Overhead van 1,7 miljoen wordt voor 682.000 veroorzaakt door Overhead kostenplaatsen en bestaat voornamelijk uit een voordeel op overheadkosten van projecten en personeel. Op Overig overhead is sprake van een voordeel van 454.000, vooral doordat een deel van de projecten voor het Urban Data Center zijn doorgeschoven naar 2021. Op overige personele lasten is een voordeel van 0,9 miljoen onder andere omdat minder budget voor uitkeringen voormalig personeel nodig is geweest en omdat minder opleidingen zijn gevolgd. Anderzijds is sprake van een nadeel van 950.000 op reserves omdat minder onttrokken aan de reserve flankerend beleid en een hogere dotatie gedaan aan de bedrijfsvoeringsreserve.

2.1 Doorwerking van Corona in de verantwoording

De uitbraak van Corona in 2020 had en heeft nog steeds een enorme impact op ons allemaal. De effecten daarvan komen op diverse plaatsen in de jaarverantwoording tot uiting, zowel inhoudelijk als financieel. Bij de betreffende programma's en balansposten is een toelichting gegeven en indien mogelijk ook gekwantificeerd wat de inhoudelijke en financiële effecten zijn en welke risico's en onzekerheden hiermee samenhangen.

Bij de 2e voortgangsrapportage is een inschatting gemaakt van de financiële impact van Corona en is een pakket aan steunmaatregelen vastgesteld. Dit is conform in de programmabegroting verwerkt. Bij decemberwijziging is nog een aantal Coronagerelateerde mee- en tegenvallers geïdentificeerd maar deze zijn niet meer in de programmabegroting verwerkt. Op basis van de rekeningresultaten is gekeken naar de uiteindelijke impact van Corona in 2020, ook in relatie tot de inschatting bij 2e voortgangsrapportage. Het betreft een inschatting omdat niet alle effecten van Corona 1 op 1 uit de administratie te herleiden zijn.

Een deel van de compensatie die in 2020 is ontvangen heeft betrekking op activiteiten die pas in 2021 tot kosten zullen leiden. Deze uitgaven zijn opgenomen in de kolom "doorwerking 2021". Deze doorwerking staat los van de impact van Corona in 2021 en latere jaren. De analyse daarvan maakt onderdeel uit van de kaderbrief.

Omschrijving (bedragen x 1.000)

Begroting 2020

(2e rapportage)

Realisatie 2020

Verschil

Doorwerking

2021

Hogere kosten

4.023

2.901

1.122

2.220

Lagere inkomsten

6.651

6.096

555

149

Lagere kosten

-834

-2.396

1.563

0

Pakket steunmaatregelen

2.478

1.974

505

464

Totaal impact Corona

12.320

8.575

3.745

2.832

Inzet sector specifieke regelingen

-718

-844

126

0

Eerste tranche compensatie

-5.466

-5.466

0

0

Tweede tranche compensatie 2020

-3.008

-3.008

0

0

Beschikbaar compensatie Decembercirculaire 2020

-800

-1.028

228

0

Bijdrage derden

-60

-339

279

0

Inzet eigen (bedrijfs)reserves

-1.833

-113

-1.720

0

Totaal compensatie/ inzet eigen middelen

-11.885

-10.798

-1.087

0

Saldo Corona

435

-2.223

2.658

2.832

Corona heeft in 2020 geleid tot per saldo 8,6 miljoen aan extra kosten. Dat is 3,7 miljoen lager dan waar in de begroting rekening mee was gehouden. Daar staan bijdragen vanuit het Rijk, derden (o.a. provincie Zuid Holland) en inzet eigen bedrijfsreserves tegenover van 10,8 miljoen. Dat is 1,1 miljoen lager is dan begroot. De doorwerking van Corona in het jaarrekeningresultaat voor bestemming, bedraagt 2,7 miljoen positief.

Van de bijdragen vanuit het Rijk heeft 1 miljoen betrekking op het restant van de coronacompensatie voor de kosten maatschappelijke opvang en € 1 miljoen op het extra Corona steunpakket dat de gemeente bij de decembercirculaire 2020 heeft ontvangen. Deze middelen moeten beschikbaar blijven voor de bijbehorende activiteiten in 2021 (doorwerking 2021). Daarnaast wordt een aantal steunmaatregelen, zoals kwijtschelding van een deel van de huur van commercieel vastgoed 2020, pas in 2021 uitgekeerd. De totale doorwerking Corona 2020 naar 2021 bedraagt 2,8 miljoen. Dit is verwerkt in het bestemmingsvoorstel dat afzonderlijk ter besluitvorming aan de raad wordt voorgelegd.

3. Verantwoording resultaten grondbeleid

De verantwoording over de ontwikkeling van de resultaten van het grondbeleid en de risico's die daarbij optreden, bestaat uit meerdere onderdelen. Deze onderdelen zijn verspreid in deze jaarstukken opgenomen. Dit is in lijn met de voorschriften uit de verslaggevingsregels waaraan de gemeente zich moet houden (BBV). Naast de verantwoording via de jaarstukken vindt er aanvullend nog een gedetailleerde verantwoording plaats in het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties 2021 (MPG). De Jaarstukken geven op de volgende plaatsen informatie over de grondexploitaties:

  • In deze jaarstukken zijn in de programmaverantwoording (programma 6 Stedelijke Ontwikkeling) bij de prestatie Opstellen Meerjaren Perspectief Grondexploitaties 2021 en Vermogensbeheer Grondexploitaties 2021-2025 toelichtingen opgenomen over de afwijkingen ten opzichte van de begroting.
  • De paragraaf 2.3.7. grondbeleid geeft, naast het bestaande beleid en de beleidsvoornemens, een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie. Door de vergelijking met de verwachtingen van vorig jaar ontstaat een goed beeld van de in boekjaar 2020 verwerkte resultaten.
  • Om risico's die samenhangen met de grondexploitatie te beheersen zijn er risicoanalyses uitgevoerd. De uitkomsten van deze analyse staan opgenomen in de paragraaf 2.3.2. weerstandsvermogen en risicobeheersing.
  • De uitkomsten van de financiële waardering van grondexploitaties staan in de balans van de gemeente.
    Bij de toelichting op de rubriek voorraden worden de waarden van de grondexploitaties die op de balans staan toegelicht.

De verantwoording over de grondexploitaties via het MPG sluit cijfermatig volledig aan op de informatie die hierover in de jaarrekening is opgenomen. Alleen de mate van detaillering van de informatie verschilt, deze is hoger in het MPG. Het verloop van de reserve Grondexploitaties in 2020 en het verwachte verloop in de komende jaren wordt in de rapportage Vermogensbeheer Grondexploitaties 2021-2025 gegeven, die tegelijkertijd met de Kaderbrief 2021-2025 verschijnt.

4. Financiële positie

Een gezonde financiële positie is belangrijk voor zowel het Leiden van nu, als het Leiden van de toekomst. De financiële positie van de gemeente beoordelen we vanuit drie aspecten die hieronder in een schema staan weergegeven. Deze beoordeling overlapt deels de voorgeschreven kengetallen zoals opgenomen in de paragraaf 2.3.2 weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Figuur 1: De drie aspecten waarlangs de financiële positie van gemeente Leiden is beoordeeld 

Stabiliteit

Stabiliteit betekent dat de gemeente een duurzaam financieel beleid voert dat erop is gericht om onverwachte schommelingen te voorkomen en het voorzieningenniveau op peil te houden. Om dit te beoordelen hanteren we de onderstaande kengetallen ten aanzien van mogelijke schommelingen bij (her)financiering en het sluitend zijn van de begroting.

Kengetallen financiële stabiliteit

31-12-2017

31-12-2018

31-12-2019

31-12-2020

Referentiewaarde/

norm

Solvabiliteitsratio

43,4%

39,9%

36,3%

31,8%

> 20%

Herfinancieringsrisico (renterisiconorm)

4%

5%

5%

6%

< 20%

Voldaan aan norm kasgeldlimiet

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Exploitatiesaldo huidige jaar positief

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Exploitatiesaldo komende 4 jaar naar verwachting positief

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Renteschommelingen bij (her)financiering kunnen zorgen voor onverwachte mee- en tegenvallers. Naarmate de schuldpositie toeneemt wordt de gemeente hier relatief meer kwetsbaar voor. Door het uitgebreide investeringsprogramma neemt op dit moment de schuldpositie van de gemeente Leiden toe. Hierdoor neemt de solvabiliteit (= gedeelte van het bezit dat uit eigen vermogen is gefinancierd) af. Deze stijging was in 2020 wel lager dan vooraf geraamd doordat de investeringen minder snel plaatsvonden dan waarvan in de begroting was uitgegaan en reserves minder snel zijn uitgeput. Meerjarig zal de solvabiliteit naar verwachting verder dalen. Dit maakt de gemeente relatief meer kwetsbaar voor renteschommelingen. Dit kan zo een risico vormen voor financiële stabiliteit. Dit risico wordt voor een deel beheerst doordat de gemeente Leiden voldoet aan de wettelijke renterisiconorm en kasgeldlimiet (zie paragraaf 2.3.4. financiering). Ook is gekozen voor het langjarig consolideren van de rente en wordt gerekend met een stijgend rentebeeld (zie paragraaf 2.3.2. weerstandsvermogen en risicobeheersing). Met deze maatregelen ondersteunt het college de financiële stabiliteit van de gemeente.

De Jaarstukken sluiten met een voordelig resultaat. Daarnaast laten de Programmabegroting 2021 en het meerjarenbeeld 2022-2024 een sluitend perspectief zien. Dit biedt een goede uitgangspositie voor financiële stabiliteit.

Weerbaarheid

De financiële weerbaarheid heeft betrekking op de middelen en mogelijkheden van de gemeente om incidentele nadelen op te vangen. Hiervoor hanteren we het kengetal van het weerstandsvermogen.

Kengetallen financiële weerbaarheid

2017

2018

2019

2020

Norm

A. Weerstandscapaciteit (concernreserve)

per 31-12 (in 1.000)

17.454

17.940

14.799

15.255

-

B. Uitkomst risicosimulatie paragraaf

Weerstandsvermogen en risicobeheersing in 1.000

16.146

15.441

14.716

11.612

-

Resterend weerstandsvermogen (A-B) in 1.000

1.308

2.499

83

3.643

>0

Weerstandsratio A/B

1.1

1,2

1,0

1,3

> / = 1

Eind 2020 heeft de concernreserve een omvang van 15,3 miljoen. De uitkomst van de risicosimulatie met het risicoprofiel voor 2020 komt uit op 11,6 miljoen. Hiermee is de beschikbare weerstandscapaciteit eind 2020 toereikend om alle risico's voor 2021 af te dekken. Dit biedt een goede uitgangspositie voor financiële weerbaarheid. Door besluitvorming over de resultaatbestemming zal een deel van de concernreserve weer worden ingezet voor incidentele budgetten die worden overgeheveld. Bij de Kaderbrief 2021-2025 worden de effecten hiervan op het weerstandsvermogen meegenomen en zal het college zo nodig met bijsturingsvoorstellen komen.

Flexibiliteit

De financiële flexibiliteit heeft betrekking op de middelen en mogelijkheden van de gemeente om structurele nadelen op te vangen. Hiervoor kijken we naar de mate waarin onze schuldpositie de begroting belast, in hoeverre sprake is van een structureel evenwicht en de relatieve belastingdruk.

Kengetallen financiële weerbaarheid

2017

2018

2019

2020

Referentiewaarde/

norm

Nettoschuld als aandeel van de totale baten (netto schuldquote)

70%

79%

89%

97%

< 100%

Nettoschuld per inwoner (in €)

2.675

3.089

3.665

4.210

< 2.541

Structureel evenwicht (structurele lasten gedekt door structurele baten)

ja

Ja

Ja

ja

ja

Belastingcapaciteit

105%

106%

114%

119%

100%

Een hoge schuld zorgt ervoor dat een relatief groot deel van de exploitatie vastligt in rentelasten en afschrijvingen. Deze lasten zijn niet meer te beïnvloeden en verminderen dus de relatieve ruimte om bij te sturen in het geval van een noodzaak tot structurele bezuinigingen. Twee kengetallen geven inzicht in de relatieve omvang van de Leidse schuldpositie:

  • Bij de begroting 2021 verwachtten we een netto schuldquote eind 2020 van 131%. De netto schulquote valt lager uit omdat de investeringen en uitputting van reserves langzamer verlopen dan geprognosticeerd en omdat baten hoger zijn. De netto schuldquote eind 2020 is 97%. Door de uitvoering van het huidige investeringsprogramma loopt deze schuldquote meerjarig wel verder op.
  • De gemeente Leiden had per eind 2020 een netto schuld per inwoner die hoger is dan de referentiewaarde van 2.541. Onder invloed van de huidige investeringen zal dit in de nabije toekomst verder stijgen.

De groei van de schuldpositie zorgt ervoor dat de flexibiliteit in de begroting afneemt.

Eind 2020 liggen de Leidse woonlasten 19% boven het landelijk gemiddelde. De onbenutte belastingcapaciteit neemt af door het kostendekkend maken van de riool- en afvalstoffenheffing en de stijging van de ozb in de meerjaren begroting 2021-2024. Hierdoor wordt de ruimte kleiner om door het verhogen van inkomsten structurele tegenvallers op te vangen.
Bij de Jaarrekening 2020 is sprake van een structureel evenwicht. Ook in de toekomst blijft het zaak om het structureel begrotingsevenwicht te bewaken zodat Leiden ook op de langere termijn in staat blijft om structurele tegenvallers op te vangen.