Jaarstukken 2019

Financieel resultaat 2019


bedragen x 1.000,-

Rekening 2018

Begroting 2019

Rekening 2019

Verschil 2019

Lasten

496.019

529.140

516.923

12.217

Baten

-478.978

-494.578

-497.852

3.273

Totaal van saldo van baten en lasten

17.042

34.562

19.071

15.490

     

Mutaties in reserves:

    

- toevoegingen

94.048

70.293

70.705

-412

- onttrekkingen

-113.521

-104.855

-96.753

-8.102

Resultaat

-2.431

0

-6.977

6.977

Deze paragraaf geeft het financieel resultaat van de jaarrekening 2019 in hoofdlijnen weer. Allereerst komt de ontwikkeling van de begroting 2019 aan de orde. Daarna leest u welke financiële afwijkingen het rekeningresultaat over 2019 vooral bepalen. Daarna verduidelijken we de relatie tussen de diverse documenten met betrekking tot de grondexploitaties en we besluiten deze paragraaf met een toelichting op de financiële positie van de gemeente.

1. Ontwikkeling van begroting en het resultaat 2019

De Eerste Bestuursrapportage 2019 liet een verwacht voordeel zien van 3,6 miljoen. Dit voordeel werd met name veroorzaakt door een incidentele vrijval van 8 miljoen uit de reserve afschrijvingen investeringen. Van deze vrijval is 1,6 miljoen gebruikt om de concernreserve weer op niveau te brengen. Naast deze meevaller was sprake van enkele andere meevallers op programma 10 en 11 ten aanzien van de BUIG en onderuitputting van kapitaallasten van per saldo 2,8 mln. Daarnaast was sprake van forse tekorten op programma 5 voor de verbrandingsbelasting en het saneren van de bagger Oostvlietpolder, en op programma 11 ten aanzien van de algemene uitkering en de ozb van per saldo 2,8 miljoen.

Bij de Tweede bestuursrapportage 2019 verwachtte het college een tekort van 2,2 miljoen. Dit was het saldo van een meevaller op de financieringsfunctie (= rente; 1,2 miljoen voordeel), een meevaller op de BUIG van € 1,0 miljoen en meerdere kleinere tegenvallers zoals het digitaliseren van het papieren archief (259.000), hogere kosten voor de afvalstromen milieustraat ( 123.000), een nadeel op de algemene uitkering van 2,5 miljoen, hogere kosten Servicepunt 71 (600.000) en hogere loonkosten CAO afspraken (500.000).

De Decemberwijziging 2019 bevatte een forse tegenvaller op de Algemene uitkering uit het Gemeentefonds door een tegenvallende ontwikkeling van de rijksuitgaven (3,5 miljoen) en een tegenvaller van 500.000 door tegenvallende ozb-opbrengsten niet-woningen. Samen met enkele kleinere mee- en tegenvallers leidde dit tot een nadeel van 2,3 miljoen, dat ten laste is gebracht van de concernreserve.

2. Rekeningresultaat 2019 per programma

Ten opzichte van de bij de Decemberwijziging 2019 gewijzigde begroting laten de verschillende programma's de onderstaande afwijking zien:

Programma (bedragen x 1.000)

Lasten

Baten

Reserves

Resultaat

Bestuur en dienstverlening

447 V

16 V

15 V

478 V

Veiligheid

472 V

-325 N

-73 N

74 V

Economie

383 V

428 V

-191 N

620 V

Bereikbaarheid

597 V

1.334 V

-347 N

1.584 V

Omgevingskwaliteit

3.419 V

665 V

-1.790 N

2.294 V

Stedelijke ontwikkeling

4.644 V

-2.394 N

-3.909 N

-1.659 N

Jeugd en onderwijs

191 V

-381 N

-575 N

-765 N

Cultuur, sport en recreatie

2.625 V

-1.602 N

-29 N

994 V

Maatschappelijke ondersteuning

-853 N

829 V

-370 N

-394 N

Werk en inkomen

1.827 V

1.281 V

-1.041 N

2.067 V

Algemene middelen

-4.709 N

2.552 V

-204 N

-2.361 N

Overhead, Vpb en onvoorzien

3.175 V

870 V

0 N

4.045 V

Totaal

12.218 V

3.273 V

-8.514 N

6.977 V

Met name de onderstaande programma's (afwijking > 500.000) bepalen het voordelig rekeningresultaat van € 7,9 miljoen. Het is niet zo dat dit resultaat kan worden toegevoegd aan de concernreserve. De raad besluit via een apart raadsvoorstel over de bestemming van dit resultaat naar diverse reserves. Het saldo dat daarna overblijft, komt ten gunste of ten laste van de concernreserve.

  • Programma 3 Economie bevat een voordeel 620.000 door een onderbesteding op de Economische Agenda Leidse Regio (269.000 voordeel), een bijdrage van de stadspartners aan kennisstad (83.000 voordeel), een vrijval uit de BTF voorziening (167.000 voordeel), een lagere bijdrage vanuit Programmasturing Binnenstad aan investeringen (286.000 nadeel) en lagere lasten op de prestatie Faciliteren Centrummanagement Leiden (65.000 voordeel)
  • Het voordeel op programma 4 Bereikbaarheid is het saldo van een nadeel als gevolg van de afboeking van gemaakte kosten voorbereidingsfase verplaatsen busstation (485.000 nadeel) en verschillende voordelen ten aanzien van parkeren (2,1 miljoen).
  • Programma 5 Omgevingskwaliteit bevat een voordeel van 2,3 miljoen door uitstel van het saneren van de bagger in de Oostvlietpolder als gevolg van de PFAS problematiek (295.000 voordeel), vrijval van het niet-beklemde deel van de voorziening Bomenfonds (616.690), een lagere bijdrage aan de Omgevingsdienst West Holland (€ 218.000) en enkele forse voordelen ten aanzien van het duurzaamheidsbeleid (totaal € 565.000 voordeel). Daarnaast bevatten meerdere budgetten kleinere mee- en tegenvallers.
  • Het nadeel op programma 6 Stedelijke ontwikkeling van 1.659.000 wordt vooral veroorzaakt door een nadeel op de exploitatie van gemeentelijke gebouwen (268.000 nadeel), een voordeel op erfpacht (0,9 miljoen voordeel) en een voordeel volgend de actualisatie van de grondexploitaties (0,4 miljoen voordeel). Daarnaast is sprake van een nadeel van € 1,3 miljoen als gevolg van de nieuw gevormde voorziening 'Lammenschansdriehoek' en een voordeel als gevolg van een verlaging van de dotatie aan de voorziening onderhoud vastgoed (1,3 miljoen voordeel).
  • Programma 7 Jeugd en Onderwijs laat een nadeel zien van 765.000 dat vooral veroorzaakt wordt door het onderdeel Jeugdzorg. Hiervoor is de begrote onttrekking aan de reserve sociaal domein niet uitgevoerd (€ 450.000 nadeel) omdat de resultaten Jeugdzorg voordeliger uitvielen. Daarnaast is sprake van een voordeel op onderwijsbeleid (€ 320.000 voordeel) en een nadeel op onderwijshuisvesting (€ 565.000 nadeel)
  • Het voordeel op programma 8 Cultuur, sport en recreatie van 994.000 wordt veroorzaakt door een lagere SPUK-uitkering ingevolge de sportvrijstelling in de btw. Op basis van de werkelijke uitgaven ontstaat per saldo een voordeel van 1,0 miljoen.
  • Op programma 9 Maatschappelijke ondersteuning is sprake van een nadeel van 394.000. Dit wordt veroorzaakt door een nadeel op beschermd wonen (1,5 miljoen), dat deels wordt gecompenseerd door voordelen op de beleidsterreinen ondersteuning (0,6 miljoen) als gevolg van hogere eigen bijdragen en het doorschuiven van de aanbesteding Sterke sociale basis.
  • Het voordeel op programma 10 Werk en inkomen van 2,9 miljoen wordt volledig veroorzaakt door het met ingang van 2019 op een andere manier verantwoorden van Europese subsidies. Deze nieuwe verwerkingswijze is gebaseerd op de verslaggevingsvoorschriften Besluit Begroting en Verantwoording.
  • Op de Algemene dekkingsmiddelen wordt het nadeel van 2,4 miljoen veroorzaakt door de algemene uitkering (323.000 voordeel), hoger dividend BNG (121.000 voordeel) en een nadeel door het instellen van een voorziening wachtgeld en een storting in de pensioenvoorziening (oud) wethouders (per saldo € 1,9 miljoen nadeel). Zoals is toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering zijn de de totale personeelskosten hoger uitgevallen dan begroot, maar zijn deze hogere kosten gedekt door inkomsten uit detachering, project- en andere budgetten .
  • Het voordeel op Overhead, Vpb en onvoorzien van 4,0 miljoen is o.a. het gevolg van hogere productiviteit (€ 371.600 voordeel), een voordeel op de gemeentebrede HRM budgetten (€ 1,35 miljoen voordeel), omdat het budget voor de ontwikkelpool minder aangesproken is, er sprake is van lagere lasten voor voormalig personeel als gevolg van het aantrekken van de arbeidsmarkt en omdat de aangepaste vitaliteitsregeling later is gestart. Daarnaast is een voordeel gerealiseerd op de facilitaire budgetten van 800.000 door lagere energielasten, lagere incidentele huisvestingslasten, lagere kosten voor catering als gevolg van een nieuwe berekening door DZB en lagere kosten voor mobiele telefoons. Tot slot is de voorziening eigen risico WGA vrijgevallen (698.000)

Alle overige voor- en nadelen staan bij de begrotingsprogramma's uitgebreid toegelicht. Via de links in de bovenstaande tabel navigeert u naar het onderdeel 'programmabudget' van de betreffende begrotingsprogramma's.

3. Verantwoording resultaten grondbeleid

De verantwoording over de ontwikkeling van de resultaten van het grondbeleid, en de risico's die daarbij optreden, bestaat uit meerdere onderdelen. Deze onderdelen zijn verspreid in deze jaarstukken opgenomen. Dit is in lijn met de voorschriften uit de verslaggevingsregels waaraan de gemeente zich moet houden (BBV). Naast de verantwoording via de jaarstukken vindt er aanvullend nog een gedetailleerde verantwoording plaats in het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties 2020 (MPG). De Jaarstukken geven op de volgende plaatsen informatie over de grondexploitaties:

  • In deze jaarstukken zijn in de programmaverantwoording (programma 6 Stedelijke Ontwikkeling) bij de prestatie Opstellen Meerjaren Perspectief Grondexploitaties 2020 en Vermogensbeheer Grondexploitaties 2020-2024 toelichtingen opgenomen over de afwijkingen ten opzichte van de begroting.
  • De paragraaf 2.3.7. grondbeleid geeft, naast het bestaande beleid en de beleidsvoornemens, een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie. Door de vergelijking met de verwachtingen van vorig jaar ontstaat een goed beeld van de in boekjaar 2019 verwerkte resultaten.
  • Om risico's die samenhangen met de grondexploitatie te beheersen zijn er risicoanalyses uitgevoerd. De uitkomsten van deze analyse staan opgenomen in de paragraaf 2.3.2. weerstandsvermogen en risicobeheersing.
  • De uitkomsten van de financiële waardering van grondexploitaties staan in de balans van de gemeente.
    Bij de toelichting op de rubriek voorraden worden de waarden van de grondexploitaties die op de balans staan toegelicht.

De verantwoording over de grondexploitaties via het MPG sluit cijfermatig volledig aan op de informatie die hierover in de jaarrekening is opgenomen. Alleen de mate van detaillering van de informatie verschilt, deze is hoger in het MPG. Het verloop van de reserve Grondexploitaties in 2019 en het verwachte verloop in de komende jaren wordt in de rapportage Vermogensbeheer Grondexploitaties 2020-2024 gegeven, die tegelijkertijd met de Kaderbrief 2020-2024 verschijnt.

4. Financiële positie

Een gezonde financiële positie is belangrijk voor zowel het Leiden van nu, als het Leiden van de toekomst. De financiële positie van de gemeente beoordelen we vanuit drie aspecten die hieronder in een schema staan weergegeven. Deze beoordeling overlapt deels de voorgeschreven kengetallen zoals opgenomen in de paragraaf 2.3.2 weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Figuur 1: De drie aspecten waarlangs de financiële positie van gemeente Leiden is beoordeeld 

Stabiliteit

Stabiliteit betekent dat de gemeente een duurzaam financieel beleid voert dat erop is gericht om onverwachte schommelingen te voorkomen en het voorzieningenniveau op peil te houden. Om dit te beoordelen hanteren we de onderstaande kengetallen ten aanzien van mogelijke schommelingen bij (her)financiering en het sluitend zijn van de begroting.

Kengetallen financiële stabiliteit

31-12-2017

31-12-2018

31-12-2019

Referentiewaarde / norm

Solvabiliteitsratio

43,4%

39,9%

36,3%

> 20%

Herfinancieringsrisico (renterisiconorm)

4%

5%

5%

< 20%

Voldaan aan norm kasgeldlimiet

Ja

Ja

Ja

Ja

Exploitatiesaldo huidige jaar positief

Ja

Ja

Ja

Ja

Exploitatiesaldo komende 4 jaar naar verwachting positief

Ja

Ja

Ja

Ja

Renteschommelingen bij (her)financiering kunnen zorgen voor onverwachte mee- en tegenvallers. Naarmate de schuldpositie toeneemt wordt de gemeente hier relatief meer kwetsbaar voor. Door het uitgebreide investeringsprogramma neemt op dit moment de schuldpositie van de gemeente Leiden toe. Hierdoor neemt de solvabiliteit (= gedeelte van het bezit dat uit eigen vermogen is gefinancierd) af. Uit de Jaarstukken 2019 blijkt dat de solvabiliteit echter minder snel afneemt dan bij de Programmabegroting 2019 werd verwacht (36,3% t.o.v. de bij de Programmabegroting geprognosticeerde 28,7%). Meerjarig zal de solvabiliteit naar verwachting verder dalen. Dit maakt de gemeente relatief meer kwetsbaar voor renteschommelingen dan nu en kan zo een risico vormen voor financiële stabiliteit. Dit risico wordt voor een deel beheerst doordat de gemeente Leiden voldoet aan de wettelijke renterisiconorm en kasgeldlimiet (zie paragraaf 2.3.4. financiering). Ook is gekozen voor het langjarig consolideren van de rente en wordt gerekend met een stijgend rentebeeld (zie paragraaf 2.3.2. weerstandsvermogen en risicobeheersing). Met deze maatregelen ondersteunt het college de financiële stabiliteit van de gemeente.

De Jaarstukken sluiten met een voordelig resultaat. Daarnaast laten de Programmabegroting 2020 en het meerjarenbeeld 2021-2023 een sluitend perspectief zien. Dit biedt een goede uitgangspositie voor financiële stabiliteit.

Weerbaarheid

De financiële weerbaarheid heeft betrekking op de middelen en mogelijkheden van de gemeente om incidentele nadelen op te vangen. Hiervoor hanteren we het kengetal van het weerstandsvermogen.

Kengetallen financiële weerbaarheid

31-12-2017

31-12-2018

31-12-2019

Norm

A. Weerstandscapaciteit (concernreserve) per 31-12-2019 (in 1.000)

17.454

17.940

14.799

-

B. Uitkomst risicosimulatie paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing in 1.000

16.146

15.441

14.716

-

Resterend weerstandsvermogen (A-B) in 1.000

1.308

2.499

83

> 0

Weerstandsratio A/B

1,1

1,2

1,0

> / = 1

Eind 2019 heeft de concernreserve een omvang van 14,8 miljoen. De uitkomst van de risicosimulatie met het risicoprofiel voor 2019 komt uit op 14,7 miljoen. Hiermee is de beschikbare weerstandscapaciteit eind 2019 toereikend om alle risico's voor 2020 af te dekken. Dit biedt een goede uitgangspositie voor financiële weerbaarheid. Door besluitvorming over de resultaatbestemming zal een deel van de concernreserve weer worden ingezet voor incidentele budgetten die worden overgeheveld. Bij de Kaderbrief 2020-2024 worden de effecten hiervan op het weerstandsvermogen meegenomen en zal het college zo nodig met bijsturingsvoorstellen komen.

Flexibiliteit

De financiële flexibiliteit heeft betrekking op de middelen en mogelijkheden van de gemeente om structurele nadelen op te vangen. Hiervoor kijken we naar de mate waarin onze schuldpositie de begroting belast, in hoeverre sprake is van een structureel evenwicht en de relatieve belastingdruk.

Kengetallen financiële flexibiliteit

31-12-2017

31-12-2018

31-12-2019

Referentiewaarde / norm

Nettoschuld als aandeel van de totale baten (netto schuldquote)

70%

79%

92%

< 100%

Nettoschuld per inwoner (in €)

2.675

3.089

3.665

< 2.541

Structureel evenwicht (structurele lasten gedekt door structurele baten)

Ja

Ja

Ja

Ja

Belastingcapaciteit

105%

106%

114%

100%

Een hoge schuld zorgt ervoor dat een relatief groot deel van de exploitatie vastligt in rentelasten en afschrijvingen. Deze lasten zijn niet meer te beïnvloeden en verminderen dus de relatieve ruimte om bij te sturen in het geval van een noodzaak tot structurele bezuinigingen. Twee kengetallen geven inzicht in de relatieve omvang van de Leidse schuldpositie:

  • Bij de begroting 2020 verwachtten we een netto schuldquote eind 2019 van 115%. Doordat de investeringen en uitputting van reserves langzamer verlopen dan geprognosticeerd, is de netto schuldquote eind 2019 92%. Door de uitvoering van het huidige investeringsprogramma loopt deze schuldquote meerjarig wel verder op.
  • De gemeente Leiden had per eind 2019 een netto schuld per inwoner van 3.665. De referentiewaarde bedraagt 2.541. Dit is dus relatief hoog. Onder invloed van de huidige investeringen zal dit in de nabije toekomst verder stijgen.

De groei van de schuldpositie zorgt ervoor dat de flexibiliteit in de begroting afneemt.

Eind 2019 liggen de Leidse woonlasten 14% boven het landelijk gemiddelde. De onbenutte belastingcapaciteit neemt af door het kostendekkend maken van de riool- en afvalstoffenheffing en de stijging van de ozb in de meerjaren begroting 2020-2023. Hierdoor wordt de ruimte kleiner om door het verhogen van inkomsten structurele tegenvallers op te vangen.
Bij de Jaarrekening 2019 is sprake van een structureel evenwicht. Ook in de toekomst blijft het zaak om het structureel begrotingsevenwicht te bewaken zodat Leiden ook op de langere termijn in staat blijft om structurele tegenvallers op te vangen.