Ga naar boven

Financieel resultaat 2018


bedragen x € 1.000,-

Rekening 2017

Begroting 2018

Rekening 2018

Verschil 2018

Lasten

503.840

506.367

496.019

10.347

Baten

-469.859

-474.296

-478.978

4.681

Totaal van saldo van baten en lasten

33.981

32.070

17.042

15.029

Mutaties in reserves:

- toevoegingen

62.073

60.214

94.048

-33.834

- onttrekkingen

-100.636

-92.284

-113.521

21.237

Resultaat

-4.582

0

-2.431

2.431

Deze paragraaf geeft het financieel resultaat van de jaarrekening 2018 in hoofdlijnen weer. Allereerst komt de ontwikkeling van de begroting 2018 aan de orde. Daarna leest u welke financiële afwijkingen het rekeningresultaat over 2018 vooral bepalen. Daarna verduidelijken we de relatie tussen de diverse documenten met betrekking tot de grondexploitaties en we besluiten deze paragraaf met een toelichting op de financiële positie van de gemeente.

1. Ontwikkeling van het resultaat 2018

De Eerste Bestuursrapportage 2018 had een nadelig saldo van € 872.000. Naast de beleidsintensiveringen uit het Beleidsakkoord 'Samen maken we de stad' bevatte deze bestuursrapportage ook enkele forse tegenvallers. Zo zorgden binnen programma 9 tegenvallers op de bijdrage RDOG, Veilig thuis en tekorten op het project huisvesting bijzondere doelgroepen voor een tegenvaller van in totaal € 1,5 miljoen.

Bij de Tweede Bestuursrapportage 2018 verwachtte het college een aanvullende tekort van € 274.000. Dit was het saldo van een meevaller op de financieringsfunctie (= rente; € 577.000 voordeel) en meerdere kleinere tegenvallers zoals noodzakelijke aanvullende maatregelen aan de Stationstunnel (€ 150.000), hogere kosten door extern juridisch advies (€ 150.000) en hogere kosten dor de aanbesteding van groenwerkzaamheden (€ 130.000).

De Decemberwijziging 2018 bevatte een forse tegenvaller op de Algemene uitkering uit het Gemeentefonds door een tegenvallende ontwikkeling van de rijksuitgaven (€ 3,5 miljoen) en een tegenvaller van € 500.000 door tegenvallende OZB-opbrengsten niet-woningen. Samen met enkele kleinere mee- en tegenvallers leidde dit tot een nadeel van € 3,9 miljoen dat ten laste is gebracht van de concernreserve.

2. Rekeningresultaat 2018 per programma

Ten opzichte van de bij de Decemberwijziging 2018 gewijzigde begroting laten de verschillende programma's de onderstaande afwijking zien:

Programma (bedragen x € 1.000)

Lasten

Baten

Reserves

Resultaat

Bestuur en dienstverlening

419 V

375 V

-38 N

756 V

Veiligheid

232 V

-240 V

-

-7 N

Economie

344 V

93 V

-585 N

-147 N

Bereikbaarheid

1.260 V

291 V

-2.107 N

-555 N

Omgevingskwaliteit

352 V

4.215 V

-739 N

3.828 V

Stedelijke ontwikkeling

4.815 V

-2.936 N

-5.627 N

-3.747 N

Jeugd en onderwijs

574 V

-67 N

-375 N

133 V

Cultuur, sport en recreatie

516 V

-8 N

-286 N

222 V

Maatschappelijke ondersteuning

-733 N

347 V

442 V

57 V

Werk en inkomen

1.348 V

468 V

-2.094 N

-278 N

Algemene middelen

785 V

1.530 V

-1102 N

1.213 V

Overhead, Vpb en onvoorzien

433 V

612 V

-87 N

959 V

Totaal

10.347V

4.681 V

-12.597 N

2.431 V

Met name de onderstaande programma's (afwijking > € 500.000) bepalen het voordelig rekeningresultaat van € 2,4 miljoen:

  • Programma 5 Omgevingskwaliteit bevat een voordeel van € 3,8 miljoen door vooral enkele incidentele meevallers zoals de vrijval van de voorziening riolering in verband met het nieuwe integrale waterketenbeheerplan (€ 2,9 miljoen) en de voorziening straatmeubilair en vrijval degeneratiegelden (samen € 537.000). Daarnaast bevatten meerdere budgetten kleinere mee- en tegenvallers.
  • Het nadeel op programma 6 Stedelijke ontwikkeling van € 3,7 miljoen wordt vooral veroorzaakt door het verslechterde resultaat van de grondexploitatie Stationsgebied (€ 4,5 miljoen nadeel) en het afboeken van gemaakte plankosten Stationsgebied (€ 1,2 miljoen nadeel).
  • Het voordeel op Overhead, Vpb en onvoorzien van € 959.000 is o.a. het gevolg van onderuitputting op incidentele budgetten omdat de uitgaven over de jaargrens heenlopen. Dit zijn bijvoorbeeld de exploitatiebijdrage aan het krediet flexwerken (€ 341.000), de middelen voor de Ontwikkelpool (€ 246.000), en incidenteel budget voor de (voorbereiding van) de verhuizing naar LEVEL (€ 200.000). Daarnaast ontstaan op de overheadkostenplaatsen meerdere voor- en nadelen waaronder een nadeel van € 500.000 door een lagere overheaddoorbelasting.
  • Programma 1 Bestuur en dienstverlening heeft een voordeel van € 756.000 . Dit is het saldo van meerdere mee- en tegenvallers, met name een meevaller op verzekeringen / risicobeheersing (€ 265.000) en onderuitputting van het internationaliseringsbudget (€ 173.000).
  • Het nadeel op Programma 4 Bereikbaarheid van € 555.000 hangt samen met voordelen op handhavingskosten in programma Algemene middelen (€ 240.000) en op fietsparkeren Rijnsburgerblok in programma 6 (€ 130.000) die binnen programma 4 worden verrekend met de Parkeerreserve.

Alle overige voor- en nadelen staan bij de begrotingsprogramma's uitgebreid toegelicht. Via de links in de bovenstaande tabel navigeert u naar het onderdeel 'programmabudget' van de betreffende begrotingsprogramma's.

3. Verantwoording resultaten grondbeleid

De verantwoording over de ontwikkeling van de resultaten van het grondbeleid, en de risico's die daarbij optreden, bestaat uit meerdere onderdelen. Deze onderdelen zijn verspreid in deze jaarstukken opgenomen. Dit is in lijn met de voorschriften uit de verslaggevingsregels waaraan de gemeente zich moet houden (BBV). Naast de verantwoording via de jaarstukken vindt er aanvullend nog een gedetailleerde verantwoording plaats in het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties 2018 (MPG). De Jaarstukken geven op de volgende plaatsen informatie over de grondexploitaties:

  • In deze jaarstukken zijn in de programmaverantwoording (programma 6 Stedelijke Ontwikkeling) bij de prestatie Opstellen Meerjaren Perspectief Grondexploitaties 2017 en Vermogensbeheer Grondexploitaties 2017-2021 toelichtingen opgenomen over de afwijkingen ten opzichte van de begroting.
  • De paragraaf 2.3.7. grondbeleid geeft, naast het bestaande beleid en de beleidsvoornemens, een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie. Door de vergelijking met de verwachtingen van vorig jaar ontstaat een goed beeld van de in boekjaar 2018 verwerkte resultaten.
  • Om risico's die samenhangen met de grondexploitatie te beheersen zijn er risicoanalyses uitgevoerd. De uitkomsten van deze analyse staan opgenomen in de paragraaf 2.3.2. weerstandsvermogen en risicobeheersing.
  • De uitkomsten van de financiële waardering van grondexploitaties staan in de balans van de gemeente.
    Bij de toelichting op de rubriek voorraden worden de waarden van de grondexploitaties die op de balans staan toegelicht.

De verantwoording over de grondexploitaties via het MPG sluit cijfermatig volledig aan op de informatie die hierover in de jaarrekening is opgenomen. Alleen de mate van detaillering van de informatie verschilt, deze is hoger in het MPG. Het verloop van de vereveningsreserve in 2018 en het verwachte verloop in de komende jaren wordt in de rapportage Vermogensbeheer Grondexploitaties 2019-2023 gegeven, die tegelijkertijd met de Kaderbrief 2020-2023 verschijnt.

4. Financiële positie

Een gezonde financiële positie is belangrijk voor zowel het Leiden van nu, als het Leiden van de toekomst. De financiële positie van de gemeente beoordelen we vanuit drie aspecten die hieronder in een schema staan weergegeven. Deze beoordeling overlapt deels de voorgeschreven kengetallen zoals opgenomen in de paragraaf 2.3.2 weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Figuur 1: De drie aspecten waarlangs de financiële positie van gemeente Leiden is beoordeeld 

Stabiliteit

Stabiliteit betekent dat de gemeente een duurzaam financieel beleid voert dat erop is gericht om onverwachte schommelingen te voorkomen en het voorzieningenniveau op peil te houden. Om dit te beoordelen hanteren we de onderstaande kengetallen ten aanzien van mogelijke schommelingen bij (her)financiering en het sluitend zijn van de begroting.

Kengetallen financiële stabiliteit

31-12-2016

31-12-2017

31-12-2018

Referentiewaarde / norm

Solvabiliteitsratio

50,8%

43,4%

39,9%

> 20%

Herfinancieringsrisico (renterisiconorm)

4%

4%

5%

< 20%

Voldaan aan norm kasgeldlimiet

Ja

Ja

Ja

Ja

Exploitatiesaldo huidige jaar positief

Nee

Ja

Ja

Ja

Exploitatiesaldo komende 4 jaar naar verwachting positief

Ja

Ja

Ja

Ja

Renteschommelingen bij (her)financiering kunnen zorgen voor onverwachte mee- en tegenvallers. Naarmate de schuldpositie toeneemt wordt de gemeente hier relatief meer kwetsbaar voor. Door het uitgebreide investeringsprogramma neemt op dit moment de schuldpositie van de gemeente Leiden toe. Hierdoor neemt de solvabiliteit (= gedeelte van het bezit dat uit eigen vermogen is gefinancierd) af. Uit de Jaarstukken 2018 blijkt dat de solvabiliteit echter minder snel afneemt dan bij de Programmabegroting 2018 werd verwacht (40% t.o.v. de bij de Programmabegroting geprognosticeerde 37%). Meerjarig zal de solvabiliteit naar verwachting verder dalen. Dit maakt de gemeente relatief meer kwetsbaar voor renteschommelingen dan nu en kan zo een mogelijk risico vormen voor financiële stabiliteit. Dit risico wordt voor een deel beheerst doordat de gemeente Leiden voldoet aan de wettelijke renterisiconorm en kasgeldlimiet (zie paragraaf 2.3.4. financiering), is gekozen voor het langjarig consolideren van de rente en wordt gerekend met een stijgend rentebeeld (zie paragraaf 2.3.2. weerstandsvermogen en risicobeheersing). Met deze maatregelen ondersteunt het college de financiële stabiliteit van de gemeente.

De Jaarstukken sluiten met een voordelig resultaat. Daarnaast laten de Programmabegroting 2019 en het meerjarenbeeld 2020-2022 een sluitend perspectief zien. Dit biedt een goede uitgangspositie voor financiële stabiliteit.

Weerbaarheid

De financiële weerbaarheid heeft betrekking op de middelen en mogelijkheden van de gemeente om incidentele nadelen op te vangen. Hiervoor hanteren we het kengetal van het weerstandsvermogen.

Kengetallen financiële weerbaarheid

31-12-2016

31-12-2017

31-12-2018

Norm

A. Weerstandscapaciteit (concernreserve) per 31-12-2018 (in €)

32.069

17.454

17.940

-

B. Uitkomst risicosimulatie paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing in €

15.703

16.146

15.441

-

Resterend weerstandsvermogen (A-B)

16.366

1.308

2.499

> 0

Weerstandsratio A/B

2,1

1,1

1,2

> / = 1

Eind 2018 heeft de concernreserve een omvang van € 17,9 miljoen. De uitkomst van de risicosimulatie met het risicoprofiel voor 2019 komt uit op € 15,4 miljoen. Hiermee is de beschikbare weerstandscapaciteit eind 2018 toereikend om alle risico's voor 2019 af te dekken. Dit biedt een goede uitgangspositie voor financiële weerbaarheid. Door besluitvorming over de resultaatbestemming zal een deel van de concernreserve weer worden ingezet voor incidentele budgetten die worden overgeheveld. Bij de Eerste Bestuursrapportage 2019 en Kaderbrief 2020-2023 worden de effecten hiervan op het weerstandsvermogen meegenomen en zal het college met bijsturingsvoorstellen komen.

Flexibiliteit

De financiële flexibiliteit heeft betrekking op de middelen en mogelijkheden van de gemeente om structurele nadelen op te vangen. Hiervoor kijken we naar de mate waarin onze schuldpositie de begroting belast, in hoeverre sprake is van een structureel evenwicht en de relatieve belastingdruk.

Kengetallen financiële flexibiliteit

31-12-2016

31-12-2017

31-12-2018

Referentiewaarde / norm

Nettoschuld als aandeel van de totale baten (netto schuldquote)

52%

70%

79%

< 100%

Nettoschuld per inwoner (in €)*

2.070

2.675

3.089

< 2.541

Structureel evenwicht (structurele lasten gedekt door structurele baten)

Ja

Ja

Ja

Ja

Belastingcapaciteit

106%

105%

106%

100%

* De berekening van netto schuld per inwoner is voor 2016-2017 aangepast zodat deze aansluit op de berekening van het meest actuele vergelijkingscijfer via waarstaatjegemeente.nl. Hierdoor wijkt deze waarde licht af van de Jaarstukken 2017.

Een hoge schuld zorgt ervoor dat een relatief groot deel van de exploitatie vastligt in rentelasten en afschrijvingen. Deze lasten zijn niet meer te beïnvloeden en verminderen dus de relatieve ruimte om bij te sturen in het geval van een noodzaak tot structurele bezuinigingen. Twee kengetallen geven inzicht in de relatieve omvang van de Leidse schuldpositie:

  • Bij de begroting 2019 verwachtten we een netto schuldquote eind 2018 van 94%. Doordat de investeringen en uitputtingvan reserves langzamer verlopen dan geprognosticeerd, is de netto schuldquote eind 2018 81%. Door de uitvoering van het huidige investeringsprogramma loopt deze schuldquote meerjarig wel verder op.
  • Eind 2017 hadden gemeenten met 100.000 tot 300.000 inwoners gemiddeld een netto schuld per inwoner van € 2.541 (bron: waarstaatjegemeente.nl). De gemeente Leiden had per eind 2018 een netto schuld per inwoner van € 3.089. Dit is dus relatief hoog. Onder invloed van de huidige investeringen zal dit in de nabije toekomst verder stijgen.

De groei van de schuldpositie zorgt ervoor dat de flexibiliteit in de begroting afneemt.

Eind 2018 liggen de Leidse woonlasten 6% boven het landelijk gemiddelde. Ook hier neemt de onbenutte belastingcapaciteit echter af door het kostendekkend maken van de riool- en afvalstoffenheffing en de stijging van de OZB in de meerjaren begroting 2019-2022. Hierdoor wordt de ruimte kleiner om door het verhogen van inkomsten structurele tegenvallers op te vangen. Bij de Jaarrekening 2018 is sprake van een structureel evenwicht. Ook in de toekomst blijft het zaak om het structureel begrotingsevenwicht te bewaken zodat Leiden ook op de langere termijn in staat blijft om structurele tegenvallers op te vangen.