Ga naar boven

Overzicht van algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

Inleiding
In de begroting en rekening maken we onderscheid tussen specifieke en algemene dekkingsmiddelen. Specifieke dekkingsmiddelen zijn bijvoorbeeld opbrengsten voor het ophalen van afval, het verstrekken van vergunningen, het onderhouden van het riool en het vertrekken van reisdocumenten. Zij hangen samen met een concreet beleidsveld en staan opgenomen in de betreffende programma’s. Deze dekkingsmiddelen verlagen het saldo van lasten en baten op de betreffende programma’s in de begroting.

Anders dan de specifieke dekkingsmiddelen, zijn de algemene dekkingsmiddelen vrij te besteden. Dit is niet aan een bepaald programma of doel gebonden. De algemene dekkingsmiddelen leveren de financiële dekking van de bestedingen van de programma’s 1 tot en met 10 en zijn ingedeeld naar de voorgeschreven categorieën en onvoorzien.

Lokale heffingen
In de paragraaf Lokale heffingen is een toelichting gegeven op de opbrengst van belastingen en is aangegeven welk beleid we voor de verschillende belastingen voeren. De kosten van invordering van de belastingen en de waardebepaling van de onroerende zaken zijn geraamd in programma 1 Bestuur en dienstverlening.

Algemene uitkering uit het gemeentefonds
Jaarlijks ontvangt elke gemeente volgens het in de Financiële verhoudingswet opgenomen verdeelstelsel een uitkering uit het gemeentefonds. Het verdeelstelsel houdt rekening met onderlinge verschillen in de kosten waar de gemeenten voor staan en met verschil in draagkracht van de gemeenten (de belastingcapaciteit).
De algemene uitkering is bestemd voor de bekostiging van autonome taken van de gemeente. Dat zijn taken die veelal dicht bij de burger liggen. De grootte van het gemeentelijk aandeel is voor de gemeenten een gegeven, maar zij is vrij in het besteden daarvan.

De groei of krimp van het gemeentefonds hangt af van de ontwikkeling van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven. Eenvoudig gezegd: als het Rijk meer uitgeeft, dan groeit het gemeentefonds navenant mee, en andersom. De ontwikkeling van de algemene uitkering staat verder toegelicht in de financiële rekening.

Dividend
De belangrijkste deelnemingen van Leiden zijn productie- en leveringsbedrijf Nuon Energy NV, netwerkbedrijf Alliander NV, Duinwaterbedrijf Zuid-Holland (DUNEA) en NV Bank voor Nederlandse Gemeenten. De ontvangen dividenden worden bij de prestatie van deze deelnemingen verantwoord. Leiden droeg de laatste tranche van haar aandelen in Nuon Energy NV op 1 juli 2015 over aan Vattenfall.

Financiële functie
In de paragraaf Financiering gaan we in op de financiering van de gemeente en de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt. Voor een uitgebreide toelichting op de ontwikkeling van het resultaat op geldleningen en op bespaarde rente verwijzen wij naar die paragraaf.

Overige algemene dekkingsmiddelen­
De overige algemene dekkingsmiddelen zijn de stelposten concern, oninbare vorderingen, saldi kostenplaatsen bedrijfsvoering en plankosten.

  • Op stelposten concern zijn de budgetten en taakstellingen opgenomen die nog niet direct aan een specifieke prestatie kunnen worden toebedeeld. Leiden streeft er naar (conform een eis van de provincie) om zo min mogelijk en zo kort mogelijk stelposten in de begroting op te nemen. Als een stelpost niet concreet en realiseerbaar is, dan kan de toezichthoudende provincie oordelen dat deze niet bijdraagt aan een structureel sluitende begroting en meerjarenraming. Wij voeren regelmatig overleg met de provincie over de voortgang en invulling van de stelposten.
  • Oninbare vorderingen is de mutatie op de voorziening oninbare vorderingen voor de vorderingen op reguliere debiteuren en de vorderingen op (ex-)bijstandsgerechtigden.
  • Op saldi kostenplaatsen bedrijfsvoering staan de lasten en baten die volgens de systematiek niet rechtstreeks ten gunste of ten laste van prestaties binnen de programma's kunnen worden gebracht. Een eenduidige en integrale kostenverdeelsystematiek deelt zo lasten en baten van (ondersteunende) afdelingen toe aan de prestaties en dus aan de programma's.
  • Het budget voor de plankosten definitiefase komt voort uit de nota Plankosten Leiden (RB 12.0153).

Onvoorzien­
Het budget onvoorzien wordt ingezet voor uitgaven die als onuitstelbaar en onvermijdbaar worden aangemerkt en waarvoor in de begroting geen raming is opgenomen. Als de uitgave een structureel karakter heeft, dan worden de meerjarige consequenties als autonome ontwikkeling in de volgende begroting verwerkt.