Ga naar boven

Financiering

Inleiding

In de paragraaf financiering lichten we de ontwikkelingen en beleidskeuzes toe voor 2016 in een onderdeel "algemene ontwikkelingen" en een onderdeel "ontwikkelingen gemeente Leiden". Onder de "algemene ontwikkelingen" komen de renteontwikkelingen en ontwikkelingen van de wet- en regelgeving aan de orde. De "ontwikkelingen gemeente Leiden" richten zich specifiek op de renterisiconorm, de kasgeldlimiet en de financiering van de gemeente Leiden.

Algemene ontwikkelingen

Renteontwikkelingen ­
De gemiddelde kapitaalmarktrente (= langlopende financiering) voor rentevaste en lineaire leningen met een looptijd van tien jaar is over uitgekomen op %. In was de gemiddelde rente %. De renteontwikkeling in 2016 laat een dalend verloop zien gedurende de eerste drie kwartalen van 2016. Gedurende het laatste kwartaal van 2016 is een lichte stijging van de lange rente zichtbaar.

De rente op de geldmarkt (= kortlopende financiering) wordt voornamelijk bepaald door het rentebeleid van de Europese Centrale Bank (ECB). De ECB gebruikt de rentestand om te sturen op de inflatie. Het belangrijkste tarief van de ECB is de herfinancieringsrente. De herfinancieringsrente is in 2016 niet aangepast. De depositorente die de ECB hanteert is voor de geldmarkt de ondergrens. De depositorente is in maart 2016 verlaagd van -0,30% naar -0,40%. De rentetarieven op kasgeldleningen met de looptijd van één maand, waren in 2016 stabiel op een laag niveau. Gedurende het gehele jaar was er sprake van een negatieve rente.

Ontwikkelingen gemeente Leiden

Beleidsverantwoording treasury

In de Financiële verordening (RV 16.0089) heeft de gemeenteraad de kaders voor de treasuryfunctie vastgesteld. In de nota Treasury (BW11.0573) zijn die kaders verder uitgewerkt.

Gedurende 2016 was het beleid erop gericht om binnen de kasgeldlimiet een korte termijn schuldpositie aan te houden. De keuze voor een vlottende schuld komt voort uit de lagere rente op de kortlopende middelen, in verhouding tot de rente op langlopende middelen. Medio 2016 is besloten een langlopende lening aan te trekken om het risico op eventuele rentestijgingen te beperken.

Kasgeldlimiet

De gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, is voor een gemeente gelimiteerd op 8,5% van het begrotingstotaal. Een gemeente mag twee kwartalen achter elkaar deze limiet overschrijden. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de kasgeldlimiet in 2016 weergegeven:

Omschrijving

Gemiddelde netto vlottende schuld

Kasgeldlimiet

Ruimte (=+) of Overschrijding

eerste kwartaal 2016

76.150

42.355

-33.795

tweede kwartaal 2016

93.590

42.355

-51.235

derde kwartaal 2016

35.342

42.355

7.013

vierde kwartaal 2016

41.061

42.355

1.294

Bedragen x € 1.000,-

In het eerste en tweede kwartaal is de kasgeldlimiet overschreden. De overschrijding van de kasgeldlimiet gedurende twee kwartalen is het gevolg van het beleidsvoornemen om de financieringsbehoefte zoveel mogelijk af te dekken met kortlopende financiering. In het derde kwartaal is de kortlopende schuld afgenomen als gevolg van het aantrekken van een langlopende geldlening. De overschrijding van de kasgeldlimiet heeft geen gevolgen. De wet FIDO schrijft voor dat de toezichthouder vooraf geïnformeerd moet worden als de kasgeldlimiet drie opeenvolgende kwartalen wordt overschreden.

Renterisiconorm

Over de langlopende schuld mogen de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de renterisiconorm in 2016 weergegeven:

Omschrijving

2015

2016

Begrotingstotaal

528.210

498.293

Wettelijk percentage

20%

20%

Renterisiconorm

105.642

99.659

Bedrag waarover renterisico wordt gelopen (aflossingen)

38.348

17.744

Ruimte onder renterisiconorm

67.294

81.915

Bedragen x € 1.000,-

Het bedrag aan langlopende leningen, waarover de gemeente Leiden een renterisico liep, blijft ruimschoots binnen de wettelijke norm (volgens de wet FIDO), zoals blijkt uit de tabel.

Financiering

De ontwikkeling van de leningenportefeuille is in onderstaande tabel gegeven. De stand van de leningenportefeuille is ook terug te vinden bij de toelichting op de balans.

Ontwikkeling leningenportefeuille 

Bedrag

Stand per 1 januari 2016

150.626

Nieuwe leningen

50.000

Reguliere aflossingen

-17.744

Vervroegde aflossingen

0

Stand per 31 december 2016

182.882

Bedragen x € 1.000,-

In 2016 is één langlopende geldlening aangetrokken met een hoofdsom van € 50 miljoen. Voor 2016 stond het aantrekken van deze € 50 miljoen ook gepland.
Daarnaast stond er € 20 miljoen gepland om aan te trekken. Oorspronkelijke was het de bedoeling dat deze € 20 miljoen werd aangetrokken in 2015, uiteindelijk is dit bedrag is doorgeschoven naar 2016. Het bleek ook in 2016 niet nodig om de doorgeschoven € 20 miljoen aan te trekken, dit omdat de betaling die daartegenover staat, niet heeft plaatsgevonden in 2016.

Instelling

Bedrag

Periode

Rente

BNG

50.000.000

30-06-2016 t/m 30-06-2036

1,028%

­
Rentemethodiek en renteresultaat­
Voor de toerekening van de rentelasten maakt de gemeente Leiden gebruik van de rente-omslag-methode. Het totaal van de rentelasten wordt ‘omgeslagen’ over het geheel van de investeringen, waarbij als rentelasten worden beschouwd:

  • Voor de externe financiering: het totaal van de rentelasten op de langlopende geldleningen en de kortlopende financiering verminderd met de renteopbrengsten van overtollige middelen;
  • Voor de interne financiering: de bespaarde rente over de eigen financieringsmiddelen, te weten de reserves en voorzieningen.

Door toepassing van de rente-omslag-methode worden de rentelasten, aan de hand van de stand van de investeringen, toegerekend aan de prestaties en/of producten in de programmabegroting. De gedachte achter het toerekenen van bespaarde rente over de reserves en voorzieningen is dat het voor de kostprijsberekening van een gemeentelijke taak niet uitmaakt of hiervoor externe financiering is aangetrokken of dat dit uit eigen middelen gefinancierd is.

Als de omslagrente veel afwijkt van rente die de gemeente (gemiddeld) op haar opgenomen leningen betaalt ontstaat een groot renteresultaat. De gemeente hanteert een omslagpercentage van 3,5%.

Als gevolg van de gewijzigde regelgeving wijzigt de rentesystematiek per 1-1-2017, zoals ook uiteen is gezet in de begroting 2017-2020.

Omschrijving

2016

2015

2016

Rentelasten vreemd vermogen

2,68%

-4.988

-4.355

Rentelasten eigen vermogen

3,50%

-16.222

-15.912

Doorberekende rente

3,50%

23.917

22.245

Overige

-3

7

Renteresultaat (+ = voordeel)

2.704

1.985

Bedragen x € 1.000,-

De begroting bevat jaarlijks een raming van het verwachte renteresultaat en de bespaarde rente over de eigen financieringsmiddelen. Het renteresultaat wordt begroot onder de prestatie geldleningen. De rentelasten van het eigen vermogen worden als bate verantwoord onder de prestatie beleggingen (bespaarde rente). Ten opzichte van de begroting is in 2016 het volgende resultaat gerealiseerd:

Onderdeel

Resultaat 2015

Resultaat 2016

Geldleningen

256

484

Beleggingen

7

-35

Totaal resultaat t.o.v. de begroting (+ = voordeel)

263

449

Bedragen x € 1.000,-

Op de prestatie geldleningen is, ten opzichte van de begroting, een positief resultaat ontstaan van € 484.000. Dit resultaat is hoofdzakelijk veroorzaakt door:

  • In begroting 2016 is rekening gehouden met de rentelasten op een nieuw aan te trekken geldleningen met een totale hoofdsom van € 70 miljoen. Medio 2016 is € 50 miljoen aangetrokken. Bij de tweede bestuursrapportage is ervan uitgegaan dat nog € 20 miljoen in het najaar aangetrokken zou worden. Uiteindelijk is het aantrekken van deze € 20 miljoen uitgesteld naar 2017. Hierdoor is een financieel voordeel ontstaan op de rentelasten op langlopende geldleningen (voordeel € 65.000);
  • In de begroting is een bedrag opgenomen aan rentelasten op de aan te trekken kortlopende financiering. Gezien de lage rentestand (negatieve rente) is er op de deze rentelasten een financieel voordeel ontstaan (voordeel € 67.000);
  • Er zijn in 2016 minder kosten gemaakt dan begroot voor het betalingsverkeer, wat leidt tot een voordeel van € 44.000. De afgelopen periode zijn er een aantal besparingen gerealiseerd. Ten aanzien van het betalingsverkeer is het echter wel de verwachting dat de kosten de komende jaren zullen gaan toenemen.
  • Er is meer rente doorbelast naar de prestaties (middels de doorberekende kapitaallasten) dan vooraf was voorzien (voordeel € 307.000); Dit voordeel ontstaat doordat de "Niet In Exploitatie Genomen Gronden (NIEGG)", per 1-1-2016, zijn overgeheveld van de voorraden naar de activa. Met toerekening van rente was (nog) geen rekening gehouden, waardoor er een voordeel ontstaat van € 166.000. Daarnaast moest er, als gevolg van gewijzigde regelgeving, nacalculatie plaatsvinden op de rente die wordt doorbelast aan de grondexploitatie, wat een voordelig effect had van € 33.000. Tenslotte werd er bij de tweede bestuursrapportage nog rekening gehouden met een nadelig effect als gevolg van correcties die nog gemaakt moeten worden op de rentedoorberekening. De correcties hebben echter geen groot negatief effect gehad, waardoor er een voordeel is ontstaan van € 108.000.

In de tweede bestuursrapportages 2016 is een nadeel gemeld op beleggingen van € 320.000. De begroting is hierop aangepast. Dit nadeel is ontstaan als gevolg van de gewijzigde omvang van de reserves en voorzieningen, wat van invloed is op de gerealiseerde bespaarde rente. In de bestuursrapportage is ook een voordeel gemeld op geldleningen van € 670.000. De begroting is hierop aangepast. Het voordeel is veroorzaakt door diverse ontwikkelingen, onder andere de lage rentestand, de verwachting dat een deel van de geplande langlopende financiering later in het jaar kan worden aangetrokken dan begroot, niet begrote rentebaten en niet voorziene ontwikkelingen van de activa, reserve en voorzieningen, die van invloed zijn op de bespaarde en doorberekende rente.­

Schatkistbankieren ­
De gemeente Leiden heeft in 2016 geen positief banksaldo gehad. De gemeente Leiden was dan ook niet verplicht om, in het kader van het verplicht schatkistbankieren, middelen af te storten in 's Rijks schatkist. Conform de vereisten in het BBV (art 52c), is in de toelichting op de balans het drempelbedrag en, per kwartaal, het bedrag aan middelen dat door de gemeente Leiden buiten ’s Rijks schatkist is aangehouden vermeld.

Overig 

Complexe financiële producten
De gemeente Leiden maakt geen gebruik van complexe financiële producten zoals derivaten.

Geldstromenbeheer
De betalingen van de gemeente vinden zo veel mogelijk via de BNG plaats omdat door de BNG de kortlopende financieringsbehoefte voor de gemeente Leiden wordt afgedekt. Met de BNG is daartoe een ruime kredietfaciliteit van € 75 miljoen overeengekomen. Via de ING worden een aantal bulkmutaties, zoals parkeervergunningen en parkeergelden, afgehandeld.