Ga naar boven

Financieel resultaat 2016

Tabel 1 rekeningresultaat 2016


bedragen x € 1.000,-

Rekening 2015

Begroting 2016

Rekening 2016

Verschil 2016

Lasten

492.284

538.565

496.368

42.197

Baten

-481.527

-501.781

-492.249

-9.532

Totaal van saldo van baten en lasten

10.757

36.784

4.119

32.665

Mutaties in reserves:

- toevoegingen

67.277

110.546

112.753

-2.207

- onttrekkingen

-94.252

-147.330

-119.851

-27.480

Resultaat

-16.219

0

-2.979

2.979

Deze paragraaf geeft in hoofdlijnen het financieel resultaat van de jaarrekening 2016. Allereerst komt de ontwikkeling van de begroting 2016 aan de orde. Daarna leest u per programma de grootste financiële afwijkingen ten opzichte van de begroting. Verder lichten we de resultaten van de grondexploitaties van de gemeente toe en verduidelijken we de relatie tussen de diverse verantwoordingsdocumenten die hiervoor beschikbaar zijn. We besluiten deze paragraaf met een toelichting op de financiële positie van de gemeente.

2. Ontwikkeling van het resultaat 2016

In de Eerste Bestuursrapportage 2016 (RV16.0066) verwachtten wij per saldo een tegenvaller van € 4,4 miljoen. Dit was vooral het gevolg van een nadeel van per saldo € 1,8 miljoen op programma 5 en nadelen op de OZB-inkomsten (€ 1,1 miljoen) en een hogere bijdrage aan SP71 (€ 857.000). Het negatief saldo van de Eerste Bestuursrapportage is met een begrotingswijziging onttrokken aan de Concernreserve.

In de Tweede Bestuursrapportage 2016 (RV16.0100) verwachtten wij per saldo een voordeel van € 2,7 miljoen. Dit voordeel werd vooral veroorzaakt door diverse ontwikkelingen binnen de 3D's (per saldo € 2,3 miljoen voordeel) en de vrijval van de voorziening walkanten in programma 5 Omgevingskwaliteit (€ 1,0 miljoen). Het saldo van € 2,7 miljoen is toegevoegd aan de concernreserve.

In de Decemberwijziging (RV16.0121) meldden wij een verwacht voordeel van € 1,5 miljoen dat kon worden toegevoegd aan de concernreserve. Dit voordeel was met name het gevolg van verwachte meevallers binnen het sociaal domein (programma's 7, 9 en 10).

3. Rekeningresultaat 2016 per programma

Tabel 2 Verschil begroting / rekening 2016 per programma

bedragen x € 1.000,-

Saldo verschil baten en lasten

Saldo verschil reserves

Saldo verschil resultaat

1. Bestuur en dienstverlening

16.997

-16.555

442

2. Veiligheid

321

0

321

3. Economie

652

-446

206

4. Bereikbaarheid

2.336

-2.276

60

5. Omgevingskwaliteit

2.754

-2.598

156

6. Stedelijke ontwikkeling

5.827

-1.341

4.485

7. Jeugd en onderwijs

357

-131

226

8. Cultuur, sport en recreatie

800

-407

393

9. Maatschappelijke ondersteuning

-1.272

-687

-1.959

10. Werk en inkomen

-480

-167

-647

Algemene dekkingsmiddelen

4.774

-5.079

-705

Totaal

32.665

-29.686

2.979

Per programma bepalen vooral de onderstaande grote voor- en nadelen het resultaat van de Jaarrekening:

1 Bestuur en dienstverlening (€ 442.000 V)

Het resultaat wordt vooral veroorzaakt door een onderschrijding op kosten voor flankerend beleid € 421.000 (hiertegenover staat een lagere reserveonttrekking in programma Algemene dekkingsmiddelen), € 387.000 lagere uitgaven Zaakgewijs werken en Ontwikkeling informatiseringsbeleid (hiertegenover staat een lagere reserveonttrekking in programma Algemene dekkingsmiddelen) en een extra storting in de voorziening wethouderspensioenen (€ 819.000 nadelig). Verder diverse kleinere voordelen op organiseren verkiezingen (€ 121.000), strategisch beleidsonderzoek (€ 159.000) en basisregistraties (€ 191.000).

2 Veiligheid (€ 321.000 V)

Diverse oorzaken, geen afwijkingen > € 250.000.

3 Economie (€ 206.000 V)

Diverse afwijkingen < € 250.000. De beoogde dekking voor de voorziening voor het proof-of-conceptfonds is in 2016 voor € 267.000 ingezet voor het instellen van een voorziening voor de garantstelling voor de Biotech Training Facility.

4 Bereikbaarheid (€ 60.000 V) 

Het resultaat van € 60.000 voordelig is het saldo van meerdere voordelen een nadeel van € 304.000 door het afboeken van de gemaakte plankosten voor de verplaatsing van het busstation omdat deze op grond van wet- en regelgeving niet mogen worden geactiveerd. Het resultaat op parkeren (hogere opbrengsten / lagere lasten; per saldo € 1,5 miljoen voordelig) wordt binnen het gesloten systeem toegevoegd aan de parkeerreserve. Ook het resultaat op het beleidsterrein autoverkeer van € 661.000 heeft geen effect op het resultaat, doordat tegenover deze investeringsbijdragen hiertegenover ook een lagere onttrekking uit reserves staat.

5 Omgevingskwaliteit (€ 156.000 V)

Het voordeel binnen programma 5 wordt voornamelijk veroorzaakt door een voordeel van € 859.000 op Spelen in de openbare ruimte, met name door vrijval van de Voorziening spelen a.g.v. efficiencywinst en het nieuwe beheerplan 2017-2021. Op beleidsterrein Verharde openbare ruimte is met name voordeel ontstaan op inzameling huishoudelijk afval (€ 397.000) door een incidentele vergoeding voor Glas, Papier en Karton en een voordeel van € 300.000 door efficiënte inzet straatreiniging. Het voordelig saldo wordt verlaagd door een noodzakelijke aanvullende storting van € 1,1 miljoen in de voorziening kunstwerken (bruggen etc.) voor het wegwerken van achterstallig onderhoud. De voordelen binnen programma Duurzaamheid hebben geen invloed op het resultaat door een lagere onttrekking aan de reserve.

6 Stedelijke ontwikkeling (€ 4.485.000 V)

Het voordeel binnen programma 6 is voornamelijk het gevolg van € 3 miljoen extra inkomsten uit verkoop gemeentelijk vastgoed (verkoop pand Rapenburg 48-Pieterskerkhof 4a), het voordelig resultaat op erfpacht (€ 1,1 miljoen) en het afsluiten van de grondexploitatie A4/W4 (€ 818.000 voordelig). Het programma bevat daarnaast meerdere tegenvallers < € 250.000.

7 Jeugd en onderwijs (€ 226.000 V)

Het voordeel van € 226.000 is vooral het gevolg van een voordeel op de afrekening over voorgaande jaren (€ 130.000) binnen onderwijshuisvesting en extra inkomsten uit avond- en dagverhuur van gymlokalen (€ 75.000).

8 Cultuur, sport en recreatie (€ 393.000 V)

Diverse afwijkingen < € 250.000. Voordeel wordt voornamelijk veroorzaakt door onderbesteding van € 280.000 op incidenteel budget voor de subsidieregeling Historisch Stadsbeeld.

9 Maatschappelijke ondersteuning (€ 1.959.000 N)

Het resultaat van afgerond € 2 miljoen nadelig bestaat onder andere uit een incidenteel nadeel van € 864.000 op overige individuele Wmo-voorzieningen (huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding, vervoersvoorzieningen, woningaanpassingen). Dit komt vooral doordat achteraf gezien bij de Tweede Bestuursrapportage een te fors voordeel is aangemeld (€ 3,4 miljoen). Ook op het invoeringsbudget Wmo (€ 208.000) en de algemene voorziening voor minima (€ 240.000) zijn nadelen ontstaan. Hier tegenover staan diverse voordelen, bijvoorbeeld op het transformatiebudget (€ 566.478). Door vertraging van de uitvoering van de locaties Sumatrastraat, Wassenaarseweg en Voorschoterweg ontstaat een voordeel van (€ 708.000). Deze kosten verschuiven echter naar 2017. Daarnaast zorgt een aanvullende storting in de voorziening statushouders voor € 250.000 nadeel.

10 Werk en inkomen (€ 647.000 N)

Het nadelig resultaat van € 710.000 is naast meerdere afwijkingen < € 250.000 vooral het gevolg van een nadeel van € 370.000 op het beleidsterrein Maatschappelijke participatie en ondersteuning minima. Mede door het huisvesten van veel statushouders in november en december zijn de kosten voor het minimabeleid en bijzondere bijstand € 241.000 hoger uitgevallen.

Algemene dekkingsmiddelen (€ 705.000 N)

Het resultaat van € 705.000 nadelig is mede het resultaat van lagere onttrekkingen aan de reserve flankerend beleid (€ 421.000 nadelig, voordeel door lagere lasten staat in programma 1) en de reserve automatisering (€ 209.000 nadelig, voordeel door lagere lasten staat in programma 1). Het saldo wordt verder mede bepaald door een voordelig resultaat van € 3,0 miljoen op de bedrijfsvoering (hulp- en afdelingskostenplaatsen), het saldo van de vrijval van de voorziening dubieuze debiteuren (€ 553.000 voordelig), onderuitputting op de kapitaallasten van bedrijfsmiddelen (€ 455.000 voordelig). Daarnaast is op de financieringsfunctie een voordelig resultaat van € 484.000 gerealiseerd. Tegenover deze voordelen staat een nadeel door de naheffing van de Belastingdienst van € 1,9 miljoen in verband met ROC/Da Vinci (zie voor een korte toelichting op het FIOD onderzoek de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing), en een nadeel van € 359.000 als gevolg van het werkgeversdeel over de vakantietoeslag 2016 die door de gewijzigde CAO-afspraken in 2017 wordt uitbetaald. Om toekomstige knelpunten in de bedrijfsvoering op te kunnen vangen is conform het beleid vanuit het resultaat op de bedrijfsvoering € 2,6 miljoen toegevoegd aan de bedrijfsvoeringsreserve concern.

Stelselwijziging reserves met egalisatie- en inkomensfunctie

Deze Jaarrekening heeft een voordelig resultaat van € 3 miljoen. Dit resultaat is inclusief de verrekeningen met de door uw raad ingestelde egalisatiereserves en reserves met een inkomensfunctie op basis van artikel 23 vijfde lid van de Financiële verordening 2016. Per saldo is bij het opstellen van de Jaarstukken afgerond € 4 miljoen aan de reserves toegevoegd. Dit betreft met name een toevoeging van € 2,6 miljoen aan de Bedrijfsvoeringsreserve concern (zie programma Algemene dekkingsmiddelen) en een toevoeging van € 1,5 miljoen aan de Parkeerreserve (zie programma Bereikbaarheid). In de oude werkwijze waren deze verrekeningen onderdeel van het bestemmingsvoorstel en was het rekeningresultaat vóór bestemming € 4 miljoen voordeliger. Binnen de werkwijze in de Financiële verordening 2016 zijn deze stortingen en onttrekkingen al in de Jaarstukken verwerkt en verantwoord.

4. Verantwoording resultaten grondbeleid

De verantwoording over de ontwikkeling van de resultaten van het grondbeleid, en de risico's die daarbij optreden, bestaat uit meerdere onderdelen. Deze onderdelen zijn verspreid in deze jaarstukken opgenomen. Dit is in lijn met de voorschriften uit het BBV. Naast de verantwoording via de jaarstukken vindt er aanvullend nog een gedetailleerde verantwoording plaats in het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties 2017 (MPG).

Hierna volgt eerst een uiteenzetting waar welke informatie in de jaarstukken is opgenomen. Daarna lichten we de resultaten en meerjarige ontwikkeling van de resultaten op hoofdlijnen toe.

Welke informatie is waar te vinden?

In deze jaarstukken zijn in de programmaverantwoording (programma 6, Stedelijke Ontwikkeling bij de prestatie Opstellen Meerjaren Perspectief Grondexploitaties 2016 en Vermogensbeheer Grondexploitaties 2016-2020) toelichtingen opgenomen over de afwijkingen ten opzichte van de begroting.

De paragraaf Grondbeleid geeft, naast het bestaande beleid en de beleidsvoornemens, een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie. Door de vergelijking met de verwachtingen van vorig jaar ontstaat een goed beeld van de in boekjaar 2016 verwerkte resultaten.

Om risico's die samenhangen met de grondexploitatie te beheersen zijn er risicoanalyses uitgevoerd. De uitkomsten van deze analyse staan opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing .

De uitkomsten van de financiële waardering van grondexploitaties staan in de balans van de gemeente.
Onder de rubriek voorraden zijn de waarden opgenomen van de grondexploitaties. Toelichtingen op de waardering zijn opgenomen in de toelichting op de balans. Leiden maakt gebruik van de mogelijkheid om de resultaten van de grondexploitatie te verrekenen met een speciaal hiervoor gevormde reserve, de Reserve Grondexploitaties. Het doel van deze reserve is grote schommelingen in de "normale" exploitatie van de gemeente te voorkomen en resultaten van de grondexploitaties zoveel mogelijk af te zonderen. Om een goed beeld te krijgen van de financiële resultaten van de grondexploitatie is het daarom van belang om te kijken naar zowel de op de balans opgenomen bedragen als naar de verwachting over de meerjarige ontwikkeling van de Reserve Grondexploitaties.

De verantwoording over de grondexploitaties via het MPG sluit cijfermatig volledig aan op de informatie die hierover in de jaarrekening is opgenomen. Alleen de mate van detaillering van de informatie verschilt, deze is hoger in het MPG.

Hoe hebben de resultaten van de grondexploitatie zich in 2016 ontwikkeld?

Bedragen x € 1.000
(- is nadeel)

Resultaat
(wijziging Netto Contante Waarde)

Waarde op balans
(boekwaarde minus voorziening)

Bouwgronden in exploitatie met verwacht positief resultaat

-324

15.184

Bouwgronden in exploitatie met verwacht negatief resultaat

-4.194

-2.177

Af te sluiten grondexploitaties

-18

Totaal resultaat verrekend met vereveningsreserve

-1.423

Opgenomen op balans onder voorraad

13.007

Hoe was het verloop van de vereveningsreserve grondexploitaties in 2016?

Het verloop in 2016 van de vereveningsreserve en het verwachte verloop in de komende jaren wordt in de rapportage Vermogensbeheer Grondexploitaties 2017-2021 gegeven, die vooruitlopend op de programmabegroting 2018-2021 verschijnt.

6. Financiële positie

Een gezonde financiële positie is belangrijk voor zowel het Leiden van nu, als het Leiden van de toekomst. De financiële positie van de gemeente beoordelen we vanuit drie aspecten die hieronder in een schema staan weergegeven. Deze beoordeling overlapt deels de voorgeschreven kengetallen zoals opgenomen in de paragraaf 2.3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Figuur 1: De drie aspecten waarlangs de financiële positie van gemeente Leiden is beoordeeld 

Leiden voldoet per 31 december 2016 aan criteria voor financiële stabiliteit
Een duurzaam financieel beleid houdt onder andere in dat de gemeentelijke voorzieningen op peil blijven en de gemeentelijke lasten voor burgers niet te veel stijgen. Zij moeten niet voor financiële verrassingen komen te staan. Deze stabiliteit komt tot uitdrukking op verschillende onderdelen van de financiële positie van gemeente Leiden.

De VNG geeft aan dat de schuldenlast meer zegt over de financiële positie van gemeenten dan de hoogte van het eigen vermogen. Om de financiële positie te kunnen beoordelen gebruiken we in de praktijk verschillende ratio’s. In de tabel hieronder is inzicht gegeven in deze ratio’s voor Leiden, in relatie tot de norm die hiervoor als uitgangspunt geldt.

Kengetallen Financiële stabiliteit

31-12-2014

31-12-2015

31-12-2016

Norm

Solvabiliteitsratio

54,5%

54,7%

50,8%

> 50%

Herfinancieringsrisico (renterisiconorm)

6%

5%

4%

< 20%

Voldaan aan norm voor kasgeldlimiet?

Ja

Ja

Ja

Ja

Exploitatiesaldo huidig jaar positief?

Ja

Ja

Nee

Ja

Exploitatiesaldi komende 4 jaar naar verwachting positief?

Ja

Ja

Ja

Ja

Bij een solvabiliteitsratio groter dan 50% kwalificeert de VNG deze als 'voldoende'. Leiden heeft op basis van de solvabiliteitsratio dus een gezonde schuldenpositie.

De indicator herfinancieringsrisico (ook wel “renterisiconorm”, zie paragraaf 2.3.4 Financiering ) geeft aan welk deel van de leningen we in een bepaald jaar moeten herfinancieren. Bij een hoog percentage bestaat het risico dat we tegen een hogere rente moeten lenen en dat daardoor de rentelasten in de exploitatie toenemen. Overigens is er alleen sprake van een risico in het geval van rente stijgingen. Bij een rente daling ontstaat er juist ruimte. Wettelijk is bepaald dat het percentage van de leningen dat moet worden hergefinancierd lager moet zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Een percentage onder 20% is voldoende, daarboven is onvoldoende. Leiden scoort bij deze indicator ruim voldoende.

De kasgeldlimiet is eveneens een wettelijke norm. Deze stelt dat de gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, voor een gemeente maximaal 8,5% van het begrotingstotaal mag zijn. Een gemeente kan twee kwartalen achter elkaar deze limiet overschrijden. De gemeente Leiden voldoet aan deze norm. Zie voor een toelichting hierop de paragraaf 2.3.4 Financiering.

Het kengetal " of de exploitatiesaldi de komende 4 jaar naar verwachting positief zijn" geeft aan of er sprake is van een sluitende meerjarenbegroting. Voor de Jaarstukken 2016 is dit beoordeeld door te kijken naar de uitkomst van de Programmabegroting 2017-2020 bij het onderdeel 'structureel en reëel evenwicht'. Hieruit blijkt dat de jaarschijf 2017 weliswaar niet sluitend is, maar dat dit voor de jaren 2018-2020 wel het geval is.

Leiden is voldoende flexibel om te reageren op veranderingen in de behoeften, ambities en doelstellingen op korte en lange termijn
Leiden is continue in beweging. Veranderingen in de maatschappij vragen om aanpassing van behoeften, ambities en doelstellingen van de gemeente.

Hieronder gaan we in op de flexibiliteit van de gemeentelijke exploitatie en balansposities. De kengetallen in de tabel geven inzicht in de mate waarin Leiden op korte termijn accenten kan verleggen. Denk hierbij ook aan ‘ruimte’ binnen de exploitatie: structurele lasten en baten (bijvoorbeeld kapitaallasten) versus incidentele, onbenutte belastingcapaciteit, flexibele schil van personele formatie (vast personeel versus inhuur) en de verkoop en/of andere financieringswijze van gemeentelijke bezittingen.

  Kengetallen financiële flexibiliteit

31-12-2014

31-12-2015

31-12-2016

Norm

Netto-schuld als aandeel van de exploitatie

48%

44%

52%

< 100%

Netto-schuld per inwoner

€ 1.700

€ 1.231

€ 1.480

< € 2.868

Structureel evenwicht
(structurele lasten gedekt door structurele baten)

Ja

Ja

Ja

Ja

De netto-schuld als aandeel van de exploitatie geeft een indicatie van de druk van de rentelasten op de exploitatie. Dit kengetal bestaat uit het totaal van de kort- en langlopende schulden en de voorzieningen, verminderd met de vorderingen en liquide middelen, gedeeld door de totale inkomsten. Voor de normering geldt: hoe hoger het percentage, des te groter is het aandeel van rentelasten in de totale exploitatie en daarmee des te lager de flexibiliteit in het resterende budget. Hierbij gelden de volgende grenzen: < 100%: goed, tussen 100% en 130%: voldoende, > 130%: onvoldoende. Deze percentages zijn gebaseerd op een richtlijn van de VNG. Met een score van 52% scoort Leiden op deze indicator goed.

Als we netto-schuld als aandeel van de exploitatie delen door het aantal inwoners van Leiden krijgen we de netto-schuld per inwoner. Voor de normering is gekeken naar het gemiddelde in Nederland van € 2.390 (bron: VNG 2014, vernieuwd onderzoek is nog niet beschikbaar). Een afwijking van 20% is acceptabel. Dat betekent dat de score voldoende is als het bedrag tussen € 1.912 en € 2.868 ligt. Bij een waarde lager dan € 1.912 is de score goed en een waarde groter dan € 2.868 is de score onvoldoende. Leiden heeft dus een goede score.

Leiden is voldoende in staat financiële tegenvallers en risico’s op te vangen
Naast de financiële positie in de balans staat de gemeente bloot aan externe factoren zoals bezuinigingen vanuit het Rijk en claims. Een belangrijke graadmeter voor de financiële positie is, vanuit het oogpunt van weerbaarheid, het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen laat zien in hoeverre Leiden in staat is om financiële tegenvallers op te vangen. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing is dit nader toegelicht. Hieronder is de samenvatting daarvan en de vergelijking met vorige jaren opgenomen.

Kengetallen financiële weerbaarheid (x € 1.000)

31-12-2014

31-12-2015

31-12-2016

Norm

A. Weerstandscapaciteit

27.600

23.898

32.069

B. Beleids- en bedrijfsrisico’s

14.404

19.248

15.703

Resterend weerstandsvermogen (A-B)

13.296

4.650

16.366

>0

Weerstandsratio A/B

1,9

1,2

2,1

>=1