Ga naar boven

Toelichting financiële afwijkingen programma's

Inleiding
Het systeem van budgetbeheer en -bewaking moet waarborgen dat de baten en de lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan de gemeenteraad.

Rechtmatigheid
Essentieel is dat de raad nadere regels heeft gesteld in het kader van begrotingsrechtmatigheid. Wanneer kostenoverschrijdingen worden gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten valt dit binnen de kaders van rechtmatigheid. Voorwaarde is wel dat deze kostenoverschrijdingen goed herkenbaar in de jaarrekening zijn opgenomen. Extra kosten die worden gemaakt omdat extra opbrengsten daarvoor de ruimte bieden, zijn onrechtmatig wanneer deze lasten niet direct zijn gerelateerd aan de extra opbrengsten of de raad over de aanwending van deze opbrengsten nog geen besluit heeft genomen.

Toevoegingen en onttrekkingen aan de bestemmingsreserves mogen alleen worden verwerkt tot maximaal het bedrag dat via de begroting(swijzigingen) door de raad is goedgekeurd. Bij reserves met een egalisatie- of inkomensfunctie mag een positief- of negatief exploitatiesaldo bij de jaarrekening vóór bestemming worden verrekend met de corresponderende reserve. In deze gevallen maakt het betreffende exploitatiesaldo geen onderdeel uit van het bestemmingsvoorstel bij de jaarrekening. Daarnaast mag de mutatie in de voorziening negatieve grondexploitaties direct met de reserve grondexploitaties worden verrekend.

Programma 9 laat een overschrijding op de lasten zien van € 1.404.000. Pas in 2017 werd de overschrijding zichtbaar. De overschrijding wordt volledig veroorzaakt door kosten op het beleidsterrein Ondersteuning. Bij de 2e bestuursrapportage 2016 is achteraf bezien een te groot voordeel gemeld van € 3,96 miljoen op huishoudelijke ondersteuning en begeleiding. Het beleids- en uitvoeringskader WMO is in 2016 niet veranderd. Zorgaanvragen moeten in behandeling worden genomen en als ze aan de vastgestelde beleidsregels voldoen, wordt er verstrekt. Het budget is daarbij niet van belang. Er is daardoor geen sprake van begrotingsonrechtmatigheid.

Programma 10 laat een overschrijding op de lasten zien van ad € 330.000. In november en december zijn veel meer statushouders dan verwacht gehuisvest in Leiden, waardoor al een deel van de COA-taakstelling 2017 is gerealiseerd. Dit heeft geleid tot extra verstrekkingen bijzondere bijstand (eenmalige inrichtingskosten en overbruggingsuitkeringen), waardoor het budget met € 217.000 is overschreden. Daarnaast is € 152.000 meer aan kwijtschelding verleend. Aanvragen bijzondere bijstand en kwijtschelding moeten in behandeling worden genomen en als ze aan de vastgestelde beleidsregels voldoen wordt er verstrekt. Het budget is daarbij niet van belang. Er is daardoor geen sprake van begrotingsonrechtigmatigheid. Daarnaast namen de aantallen gehuisveste statushouders pas medio november toe. Dit kon op dat moment niet meer in de begroting 2016 aangepast worden.

Hieronder wordt op beleidsterreinniveau bij afwijkingen tussen begroting en rekening > € 250.000 een toelichting gegeven.

PROGRAMMA 1 BESTUUR EN DIENSTVERLENING

Bestuur en dienstverlening
bedragen x € 1.000,-

Begroting 2016

Rekening 2016

Verschil

Afwijking %

Lasten

46.233

29.427

16.805

36,35 %

Baten

-2.861

-3.053

192

-6,70 %

Saldo

43.371

26.374

16.997

39,19 %


bedragen x € 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Bestuur

16.315

61

16.376

Dienstverlening

490

131

621

Totaal

16.805

192

16.997

Toelichting op beleidsterreinen met afwijkingen > € 250.000

Bestuur
­
Bijdrage Holland Rijnland­
Omdat de definitieve gunning van de aanbesteding voor de Rijnlandroute pas begin 2017 gaat plaatsvinden, zal de voor 2016 geplande bijdrage van € 16.373.000 door Holland Rijnland aan de Provincie Zuid Holland ook in 2017 worden gedaan. Dit heeft tot gevolg dat Leiden het geld ook pas in 2017 aan Holland Rijnland verschuldigd is. Tegenover dit voordeel staat een nadeel van gelijke omvang doordat het bedrag ook later aan de reserve Holland Rijnland wordt onttrokken. Per saldo is het effect nihil.

Bijdragen aan investeringen Zaakgewijs werken en Ontwikkeling informatiseringsbeleid
In 2016 stond voor in totaal € 852.000 aan exploitatiebijdragen geraamd voor investeringen in zaakgewijs werken (€ 389.000) en ontwikkeling van informatiseringsbeleid (€ 463.000). Beide bedragen worden gedekt door onttrekkingen uit de reserve Informatisering: voor Zaakgewijs werken op dit programma, en voor Ontwikkeling informatiseringsbeleid op het programma Algemene dekkingsmiddelen.
De werkzaamheden voor Zaakgewijs werken zijn bijna afgerond en de uitgaven waren met € 211.000 ook minder hoog, waardoor een voordeel ontstaat van € 177.000. De onttrekking uit de reserve Informatisering zoals hieronder toegelicht is daarom ook € 177.000 lager. Per saldo is het effect op dit programma voor dit krediet nihil.
Door vertraging in de uitvoering van de werkzaamheden binnen het krediet Ontwikkeling informatiseringsbeleid is er € 254.000 uitgegeven, resulterend in een voordeel van € 209.000. De onttrekking uit de reserve Informatisering AD op Algemene dekkingsmiddelen is daarom ook € 209.000 lager. Per saldo is het resultaat voor dit krediet nihil.

Toevoeging aan voorziening pensioenen wethouders
Net als andere pensioenfondsen in Nederland moet bij de berekening van de benodigde reserves voor de pensioenen van huidige en voormalige wethouders gerekend worden met een historisch laag percentage van 0,864%. Dit lage percentage zorgt in 2016 voor een bijzonder hoge toevoeging aan de voorziening van € 1,4 miljoen, wat uiteindelijk een overschrijding op de prestatie Dagelijks bestuur gemeente door college tot gevolg heeft van € 1,1 miljoen.

Lagere uitgaven voor flankerend beleid
Voor 2016 is met een bijdrage van € 700.000 uit de reserve Flankerend beleid in de begroting rekening gehouden met uitgaven o.a. voortvloeiend uit de reorganisatie van 2015. Per saldo waren de kosten hiervoor in 2016 € 279.000, zodat er een voordeel ontstaat van € 421.000. Dit voordeel valt weg tegen de lagere onttrekking uit de reserve flankerend beleid. Dat resultaat wordt verantwoord op Algemene dekkingsmiddelen.

Organiseren verkiezingen
Leiden heeft incidenteel extra middelen van het Rijk gekregen voor het organiseren van het Oekraïne-referendum. De extra middelen zijn maar ten dele nodig geweest, waardoor een onderschrijding is ontstaan van € 121.000.

Strategisch beleidsadvies en onderzoek
Op deze prestatie is er een voordeel van € 159.000. In 2016 zijn er geen kennisuitwisselingsactiviteiten geweest die drukten op het door diverse universiteitssteden bijeengebrachte budget. Deze worden wel in 2017 voorzien. Daarnaast zijn de budgetten voor de leefbaarheidsmonitor en de stadsenquete in 2016 niet aangesproken, omdat deze werkzaamheden een keer in de twee jaar worden gedaan.

Dienstverlening
De uitgaven voor basisregistraties zijn € 191.000 lager dan begroot doordat diverse aanpassingen wachten op landelijke ontwikkelingen. De toerekening van kosten BSGR aan dit beleidsterrein is € 203.000 lager dan begroot. De digitalisering van de bouwdossiers duurt langer dan gedacht waardoor de kosten € 55.000 lager zijn.

PROGRAMMA 2 VEILIGHEID

Veiligheid
bedragen x € 1.000,-

Begroting 2016

Rekening 2016

Verschil

Afwijking %

Lasten

12.728

12.414

313

2,46 %

Baten

-603

-610

7

-1,23 %

Saldo

12.125

11.804

321

2,65 %


bedragen x € 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Fysieke veiligheid

112

0

112

Sociale veiligheid

202

7

209

Totaal

313

7

321

Toelichting op beleidsterreinen met afwijkingen > € 250.000

Geen afwijkingen > dan € 250.000.

PROGRAMMA 3 ECONOMIE EN TOERISME

Economie
bedragen x € 1.000,-

Begroting 2016

Rekening 2016

Verschil

Afwijking %

Lasten

9.352

8.801

551

5,89 %

Baten

-1.198

-1.298

100

-8,38 %

Saldo

8.154

7.502

652

7,99 %


bedragen x € 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Ruimte om te ondernemen

82

-25

56

Faciliteren/Stimuleren van ondernemen

319

22

341

Marketing en promotie

150

104

255

Totaal

551

100

652

Toelichting op beleidsterreinen met afwijkingen > € 250.000

Faciliteren/Stimuleren van ondernemen
Voorgenomen was dat de gemeente in 2016 een kapitaalstorting van € 1 mln zou doen in het Proof of Concept (POC) fonds. Dit fonds gaat leningen verstrekken aan startende en innovatieve ondernemers. Omdat dit een risicovol fonds is, zou hiervoor een voorziening van 50% (€ 500.000) moeten worden getroffen, dienend als risicoreservering. De kapitaalstorting van € 1 mln is echter uitgesteld en heeft niet in 2016 plaatsgevonden. De renteafschrijvingen en stortingen in de verliesvoorziening m.b.t. het POC-fonds die binnen dit beleidsterrein geraamd stonden hebben om die reden niet plaatsgevonden, waardoor een onderuitputting zichtbaar is. Deel van het budget dat beschikbaar was gesteld voor het treffen van de voorziening voor POC is echter wel ingezet voor het vormen van een garantstelling voor de Biotech Training Facility (BTF) van € 267.000 (Collegebesluit 16.0872).

PROGRAMMA 4 BEREIKBAARHEID

Bereikbaarheid
bedragen x € 1.000,-

Begroting 2016

Rekening 2016

Verschil

Afwijking %

Lasten

17.107

15.785

1.322

7,73 %

Baten

-10.198

-11.212

1.014

-9,94 %

Saldo

6.909

4.572

2.336

33,82 %


bedragen x € 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Langzaam verkeer

180

-8

172

Openbaar vervoer

-335

0

-335

Autoverkeer

661

0

661

Parkeren

694

964

1.658

Leefomgeving

123

58

181

Totaal

1.322

1.014

2.336

Toelichting op beleidsterreinen met afwijkingen > € 250.000

Openbaar Vervoer

In 2016 is een motie van de gemeenteraad inzake de toekomstige locatie busstation Leiden Centraal aangenomen. Hierin is het College verzocht om meerdere scenario’s op hoofdlijnen voor nieuwbouw voor het busstation te ontwikkelen om te kunnen komen tot een integrale beoordeling van de verkeerskundige, stedenbouwkundige en financiële consequenties. Hiervoor is bij de 1e bestuursrapportage 2016 voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld ten laste van krediet 'nieuwe OV-terminal CS'. Dit heeft geresulteerd in een concept college voorstel waarin is geadviseerd om bij de verdere planvorming voor het busstation uit te gaan van het in 2012 genomen raadsbesluit om de Terweelocatie als vestigingslocatie voor het busstation aan te wijzen.  

De locatieleuze van een nieuwe busterminal en bijbehorende aan- en afrijdroutes is een complex onderwerp dat zorgvuldige overwegingen noodzakelijk maakt. Op 2 februari 2017 heeft het College besloten om, in afwijking van dit voorstel, een nieuw stadsbreed participatieproces te starten waarbij twee scenario’s voor de busterminalontwikkeling worden uitgewerkt.  

In 2016 is voor een bedrag van € 304.000 aan plankosten gerealiseerd om de motie uit te voeren. Deze kosten hebben geen directe relatie met de daadwerkelijke totstandkoming van een nieuw busstation. Volgens wet- en regelgeving inzake waardering van activa zijn deze kosten niet activeerbaar omdat ze géén onderdeel uitmaken van de vervaardigin

Autoverkeer
Het voordeel op de lasten van € 661.000 wordt veroorzaakt door niet gerealiseerde bijdragen aan investeringen die worden gedekt door een onttrekking aan de reserve bereikbaarheidsprojecten.

Het betreft o.a. een voordeel van € 260.000 voor de voorbereidingskosten van de Rijnlandroute. In 2016 is ingezet op een goed esthetisch programma van eisen voor de Rijnlandroute. Ook is er een verkeersonderzoek gedaan naar het Lammenschansplein en in 2017 volgt er nog een ontwerpopgave voor dit plein. Verder zal er nog een inpassingswens, de verbreding van het aquaduct, worden uitgewerkt. Een voordeel van € 165.000 voor de programmasturing van het investeringsprogramma infrastructuur heeft betrekking op projectoverstijgende programmakosten. In 2016 is voor afstemming op beheersaspecten en verkeersregie extra capaciteit ingehuurd. Deze capaciteit zal ook voor de komende jaren noodzakelijk blijven. Tot slot is sprake van een voordeel van € 234.000 voor bijdragen aan diverse projecten in de openbare ruimte Binnenstad. In 2016 zijn de uitgangspunten voor en de realisatie van het voorlopig ontwerp op de verschillende deelprojecten openbare ruimte Binnenstad gereed gekomen. Voor deze fase van ontwerpen bleek minder capaciteit benodigd dan begroot. Eventueel resterende middelen worden ingezet voor de volgende fasen van de projecten.

De bijdragen aan bovengenoemde investeringen (en de corresponderende onttrekking aan de reserve bereikbaarheidsprojecten) blijven beschikbaar in 2017.

Parkeren
Parkeren heeft een voordelig saldo van € 1,7 miljoen. Dit resultaat is opgebouwd uit een voordeel van € 1,0 miljoen op de parkeerbaten. Dit wordt voor het straatparkeren veroorzaakt door de uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen. Daarnaast is de bezetting van de parkeergarages toegenomen, wat waarschijnlijk verband houdt met toegenomen economische groei en de toenemende aantrekkingskracht van de Leidse Binnenstad op bezoekers. Het voordeel in de lasten van € 0,7 miljoen wordt veroorzaakt door lagere kapitaallasten van € 0,4 miljoen. Dat heeft onder andere te maken met vertraging in de investeringen parkeergarage Lammermarkt waardoor de boekwaarde bij het opstellen van de begroting 2016 te hoog was ingeschat en vertraging van de vervangingsinvesteringen in parkeerapparatuur. Ook heeft terughoudend onderhoud van de voormalige parkeerautomaten geleid tot een voordeel van € 0,2 miljoen (terughoudendheid als gevolg van het plaatsen van nieuwe parkeerpalen voor het digitaliseren van parkeren).

PROGRAMMA 5 OMGEVINGSKWALITEIT

Omgevingskwaliteit
bedragen x € 1.000,-

Begroting 2016

Rekening 2016

Verschil

Afwijking %

Lasten

68.999

67.899

1.100

1,59 %

Baten

-25.180

-26.834

1.654

-6,57 %

Saldo

43.819

41.065

2.754

6,28 %


bedragen x € 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Verharde openbare ruimte

-928

698

-230

Openbaar water

155

58

213

Openbaar groen

276

936

1.211

Duurzaamheid

1.597

-37

1.560

Totaal

1.100

1.654

2.754

Toelichting op beleidsterreinen met afwijkingen > € 250.000

Beleidsterrein Verharde Openbare Ruimte

Ontwikkelen beleid openbare ruimte (lasten € 160.300 V)
Het voordeel op de lasten van € 160.300 bestaat uit het niet uitgegeven budget voor het drie jarige project Ruimte voor de Stad. Conform raadsvoorstel 15.0108 is er incidenteel budget beschikbaar gesteld van in totaal € 1,0 miljoen. Dit bedrag is verdeeld over de jaren 2016, 2017 en 2018. In de jaarschijf 2016 zat een bedrag van € 340.000. Het projectbudget is bedoeld voor de uitwerking van de visie Ruimte voor de Stad. In 2016 is € 160.300 van dit bedrag niet uitgegeven, omdat het project begin 2016 op stoom moest komen. Met name het met bewoners realiseren van bewonersinitiatieven kost voorbereidingstijd.  Genoemde € 160.300 zal in 2017 worden uitgegeven. De dekking is een onttrekking uit de reserve Stedelijke ontwikkeling.

Beheren openbare ruimte: Onderhoud kunstwerken (lasten € 122.000N)
In december is gestart met de technische inspectie van 62 civiele kunstwerken. Uitvoering loopt door in 2017. De resultaten zijn dan ook begin 2017 beschikbaar. Doordat in december is gestart ontstaat een voordeel van € 143.500.
Voor de tijdelijke Jan van Houtbrug bleek voor de veiligheid en bereikbaarheid van de verkeersdeelnemers nodig te zijn extra verkeersregelaars in te zetten. De kosten hiervoor werden daardoor hoger dan bij de bestuursrapportage was berekend waardoor het budget met € 42.400 is overschreden.
In 2016 deden zich daarnaast diverse kleinere onvoorziene calamiteiten en storingen aan bruggen voor, voor een totaalbedrag van € 224.000.

Beheren openbare ruimte: Dotatie groot onderhoud kunstwerken (lasten € 1.130.000N)­
In het beheerplan Kunstwerken 2017-2021 is opgenomen om bij 30 civiele kunstwerken een technische inspectie (TI) uit te voeren. Om een voorval als de Jan van Houtbrug te voorkomen, zijn 32 strategische verkeersbruggen hieraan toegevoegd. Deze 62 bruggen zijn in de maanden november 2016 t/m februari 2017 technisch geïnspecteerd. Omdat een TI gedetailleerder inzicht geeft in schadebeelden en de benodigde herstelmaatregelen zijn de technische inspecties leidend boven de functionele inspectie die als basis hebben gediend voor het beschikbare budget in de begroting. Na de TI zijn de te herstellen gebreken vertaald naar maatregelen en bijbehorende financiële kosten. Deze financiële kosten zijn vergeleken met de beschikbare budgetten van de 62 kunstwerken in het beheerplan 2017-2021. Hieruit blijkt dat voor het uitvoeren van de benodigde herstelmaatregelen een aanvullend budget van €1.130.000 benodigd is. Uitvoering vindt plaats in 2017, 2018 en 2019. Voor de Schrijversbrug, Jan Vossenbrug en Karnemelksbrug is de technische inspectie nog niet volledig afgerond. Daarom is voor deze 3 bruggen een voorlopige inschatting “onder voorbehoud” van de kosten gemaakt waarbij is uitgegaan van een realistisch “worst case” scenario.

Beheren openbare ruimte: Investering kunstwerken (lasten € 380.000N)
Medio april 2016 is een allonge op de bestuursovereenkomst uit 2006 overeengekomen tussen Leiden en Oegstgeest. Hierin zijn een aantal aanvullende afspraken vastgelegd inzake het vervolg van het project brug Poelgeest. Na ondertekening van de allonge is gestart met de voorbereiding om een nieuw ontwerp bestemmingsplan opnieuw in procedure te brengen.
De kosten die geboekt zijn ten laste van het voorbereidingskrediet van het project in de periode tussen het sluiten van de bestuursovereenkomst en de allonge (2006-2016) zijn echter voor een groot deel niet meer toe te rekenen aan de kosten die direct bijdragen aan de vervaardiging van de brug. Het betreft hier
- geboekte uren i.v.m. de benodigde ambtelijke en bestuurlijke afstemming met Oegstgeest ten gevolge van de complexiteit en politieke gevoeligheid van het project.
- geboekte uren en kosten in verband met het opstellen en in procedure brengen van de benodigde bestemmingsplannen. Een tweetal in deze periode doorlopen procedures zijn niet succesvol afgerond. Desbetreffende bestemmingsplannen zijn na vaststelling weer ingetrokken.
- geboekte uren in verband met algemeen projectmanagement.

Beheren openbare ruimte: Werken voor derden kabels en leidingen (lasten € 149.000 N, baten € 324.000 V, saldo € 175.000 Voordeel)
Een nadeel van € 149.000 heeft betrekking op hogere kosten voor het dichtstraten van verharding als gevolg van meer bestratingswerkzaamheden voor kabels en leidingen. Het nadeel wordt gedekt door meer ontvangsten, deze zijn een gevolg van kosten die in rekening worden gebracht bij de kabelexploitanten.

Beheren openbare ruimte: Werken voor derden verkeersmaatregelen (lasten € 151.000 N, baten € 246.000 V, saldo € 95.000 Voordeel)
Doordat de omvang van de werkzaamheden de vraag uit de markt volgt zijn er hogere kosten gemaakt, die uiteraard ook zijn doorberekend aan de afnemers. Periodiek wordt de Product- en Dienstcatalogus van cluster Beheer geactualiseerd. Uitgangspunt is dat de gehanteerde tarieven tenminste kostendekkend zijn. In sommige jaren zit op “Werken voor derden verkeersmaatregelen” een nadeel, in andere jaren een voordeel. Deze activiteit heeft in 2016 per saldo een voordeel opgeleverd van € 95.000.

Beheren openbare ruimte: Wegenbeheer (lasten € 179.000 N)
Sinds een aantal jaren ontvangt de gemeente van de BSGR een aanslag watersysteemheffing. Deze wordt berekend op basis van verhard en onverhard oppervlak. Deze te betalen heffing is niet begroot. In de begroting is geen rekening gehouden met deze kosten omdat watersysteemheffing in de eerste jaren laag was, maar inmiddels zijn deze kosten in drie jaar tijd met 300 % gestegen tot afgerond € 150.000. Dit leidt tot een nadeel van € 150.000.
In 2016 is voor een totaalbedrag van € 31.000 aan aansprakelijkheidsstellingen uitgekeerd. Hiervoor is geen structureel budget opgenomen. Doordat de hoogte van de uit te keren bedragen jaarlijks fluctueert is de keuze gemaakt deze overschrijding jaarlijks bij de jaarrekening te rapporteren.

Inzamelen huishoudelijk afval (lasten € 400.000 V, baten € 3.000 N, saldo € 397.000 V)
In de loop van 2016 hebben verkeerde boekingen (negatieve lasten ipv baten en vice versa) in het financieel systeem plaatsgevonden, hiervoor gecorrigeerd is het te verklaren verschil: lasten € 69.000 V , baten € 328.000 V, saldo € 397.000).
Een voordeel van € 316.000 (baten) betreft opbrengsten van Nedvang die in 2016 niet in de begroting zijn opgenomen. Dit betreft een vergoeding voor GPK
Zowel een nadeel aan de lastenkant als een voordeel aan de batenkant is ontstaan door meer inzet voor de inzameling van Glas, Papier, Karton en Kunststof bij de regiogemeenten die ook zijn gefactureerd voor hetzelfde bedrag van € 98.000.
Een nadeel van € 86.000 (baten) is ontstaan bij de opbrengsten van oud papier; doordat de subsidie is afgeschaft zijn de hoeveelheden sterk verminderd zodat de begrote opbrengst niet gerealiseerd kon worden.
Over zowel de lasten als de batenkant is een voordeel ontstaan op de kosten voor vuilverwerking (lasten € 324.000 V, baten € 157.000 N) van € 167.000. De belangrijkste oorzaak is gelegen in een lager volume aangeboden restafval. Het volume restafval fluctueert jaarlijks met enkele procenten van het totale volume.

Straatreiniging (lasten € 324.000 V)
In de binnenstad van Leiden is een duidelijke trend waarneembaar: de bezoekersaantallen in het weekend nemen sterk toe, evenals de bezoekersaantallen in de parken en de binnenstad op mooie zomerse dagen en avonden. Dit leidt op dit momenten tot meer zwerfafval en volle prullenbakken (die op specifieke locaties driemaal per dag moeten worden geleegd).
Een schone stad vraagt meer inzet van medewerkers in en rondom het weekend. Cluster Beheer tracht budgetneutraal deze extra inzet in en rondom het weekend te organiseren. Dat gebeurt in twee fasen.
Fase 1 een efficiëntere inzet van medewerkers doordeweeks met behoud van beeldkwaliteit (lean, informatie- en beeldkwaliteitgestuurd werken)
Fase 2 extra inzet in en rondom het weekend en op zomerse dagen en avonden.

Fase 1 is in 2016 gerealiseerd met een eenmalige besparing van ruim € 300.000 tot gevolg. Fase 2 wordt gerealiseerd in Q2 en Q3 2017. Eind 2017 wordt de balans opgemaakt of de extra inzet in en rondom het weekend en op zomerse dagen en avonden voldoende is om ook op die momenten de gewenste beeldkwaliteit te realiseren.

Handhaven gebruik openbare ruimte (baten € 89.000 V)
Het voordeel is ontstaan door de inzet van handhaving op fietsparkeren in het stationsgebied, waarbij een grote hoeveelheid fietsen is verwijderd. De opbrengsten betreffen zowel bestuursdwang als de verkoop van fietsen.

Exploitatiebijdrage aan investering
In 2016 is voor een bedrag van € 160.000 minder bijgedragen aan het project voor Binnenste Beter. Dekking van deze bijdrage vindt plaats uit de reserve onderhoud kapitaalgoederen en herinrichting openbare ruimte. Per saldo is dit binnen dit programma budgetneutraal.

Beleidsterrein Openbaar water
Geen afwijkingen > € 250.000

Beleidsterrein Openbaar groen
Ontwikkelen beleid groen (lasten € 102.100 V)
Het college heeft via voorstel 14.1137 de overeenkomst Leidse Ommelanden vastgesteld met de bijbehorende Samenwerkingsovereenkomst. De gemeente Leiden heeft voor het uitvoeringsprogramma een meerjarige projectsubsidie ontvangen van maximaal € 7.500.000. Ook bij Holland Rijnland is subsidie aangevraagd voor dit uitvoeringsprogramma. De gemeente Leiden heeft toegezegd jaarlijks € 70.000 beschikbaar te stellen voor de looptijd van 6 jaar. Van dit gezamenlijke budget is nog een deel over omdat de kosten niet gelijkmatig over de uitvoeringsperiode uitgegeven worden.

Beheren groen (lasten € 210.000 V, baten € 65.000 V)
Het voordeel op de onderhoudslasten wordt voornamelijk veroorzaakt door inkoopvoordelen als gevolg van aanbestedingen van bestekken.

Spelen in de openbare ruimte (lasten € 313.000 V, baten € 546.000 V)
Het voordeel op de onderhoudslasten wordt voornamelijk veroorzaakt door inkoopvoordelen als gevolg van aanbestedingen van bestekken.
Het voordeel van € 546.000 aan de batenkant is te verklaren door vrijval van de voorziening spelen. Bij het vormen van de voorziening in 2012 werd er toestel gerichte vervanging toegepast. De renovatie werkzaamheden zoals het vervangen van toestellen en ondergronden waren toen separaat gepland en begroot. Gedurende de afgelopen beheer periode is er voor gekozen om plekgerichte vervanging toe te passen. Alle renovatie werkzaamheden worden nu in één keer uitgevoerd waardoor uitvoeringskosten worden gereduceerd. Daarnaast zijn er inkoop voordelen gerealiseerd door het sluiten van raamcontracten. Deze methode is verwerkt in het nieuwe beheerplan 2017-2021.

Bomenfonds (lasten € 334.000 N, baten € 334.000 V) ­
Leiden werkt hard aan het beter beschermen van haar bomen en het verbeteren van haar bomenbestand. Bomen die worden gekapt moeten in de meeste gevallen worden terug-geplant. Om dit financieel mogelijk te maken moet de waarde van de gekapte bomen in het zogenaamde Bomenfonds worden gestort. De Voorziening Boomregeling Wijk is op 31 december 2016 afgesloten met een bedrag van € 1.897.900. De stortingen in 2016 bedroegen € 193.753 . Het grootste deel van de stortingen wordt gedaan door externen zoals aannemers en projectontwikkelaars. Bijna het gehele bedrag is gelabeld voor het terug-planten van bomen binnen de betreffende projecten. Pas als dit niet of slechts gedeeltelijk mogelijk blijkt kan het geld worden ingezet voor de verbetering van de groene hoofdstructuur. Het betreft in de meeste gevallen langdurige reserveringen voor onder meer Park de Put, Kanaalweg, Kooiplein, Jansen Biologics, Willem de Zwijgerlaan en enkele kleinere bedragen. In 2016 hebben er onttrekkingen plaatsgevonden vanwege de kap van bomen in de Tuin van Noord en Nieuw Leyden. In 2016 is voor € 235.000 rechtstreeks aan het bomenfonds onttrokken voor herplanting van bomen in het project Bargelaan, Nieuw Leyden, Leiden Noord en de illegale kap in de A van Saksenstraat.

Exploitatiebijdrage aan investering (lasten € 19.000 V)
In 2016 is, gesaldeerd voor een bedrag van € 19.000, minder bijgedragen aan het project voor Groen recreatieve voorzieningen, verbetering wijk Transvaal, knelpunt fietspad Matilo en Oostvlietpolder fase 2 (€ 44.000V), Groene daken (€ 84.000V) en Leidse Ommelanden (€ 109.000N). Dekking van deze bijdragen vindt plaats uit de diverse reserves, zoals de reserve ontsluiting van groengebieden, reserve groen Oostvlietpolder, parkeerreserve, GSB reserve, reserve Klimaatmaatregelen, reserve groene singels

Beleidsterrein Duurzaamheid

Verbeteren luchtkwaliteit (lasten € 88.000 V , baten € 91.000 N)
De uitgaven en inkomsten zijn per saldo budgettair neutraal. De uitgaven die gemaakt zijn worden gedekt door een rijksbijdrage.

Duurzaamheidsagenda 2016-2020 (lasten € 730.000 V)
Middels RV 15.0105 is een budget van bijna € 6 mln beschikbaar gesteld voor de uitvoering van de duurzaamheidsagenda. Dit incidentele budget is verdeeld over 2016 t/m 2020. De ongeveer € 730.000 die over 2016 resteert zal vanaf 2017 e.v. ingezet worden.

Investeren in thuis (lasten € 450.000 V, baten € 59.000 V)
De subsidie voor de verduurzaming van woningen is ingesteld voor besteding over meerdere jaren (RV13.0093). Met de start van de GOED campagne en de Wijkambassadeurs in 2016 is een intensivering ingezet om deze subsidie bekender te maken, met succes. De verwachting is dan ook dat de +/- € 1,1 mln die over 2016 resteert in 2017 volledig besteed zal worden.

Exploitatiebijdrage aan investeringen in projecten(lasten € 386.000 V)
In 2016 is voor een bedrag van € 386.000 minder bijgedragen aan de projecten Duurzaamheidsfonds 2, gevelsanering en geothermie. Deze projecten worden gedekt uit de reserve GSB, reserve Duurzaamheidsfondsen en reserve Klimaatmaatregelen.

PROGRAMMA 6 STEDELIJKE ONTWIKKELING

Stedelijke ontwikkeling
bedragen x € 1.000,-

Begroting 2016

Rekening 2016

Verschil

Afwijking %

Lasten

77.324

60.063

17.261

22,32 %

Baten

-63.949

-52.515

-11.434

17,88 %

Saldo

13.375

7.548

5.827

43,56 %


bedragen x € 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Ruimtelijke planvorming en plantoetsing

312

-91

220

Gemeentelijk vastgoed

16.924

-11.256

5.668

Wonen

25

-87

-62

Totaal

17.261

-11.434

5.827

Toelichting op beleidsterreinen met afwijkingen > € 250.000


Ruimtelijke planvorming en plantoetsing ­
Geen afwijkingen > € 250.000

Gemeentelijk vastgoed 

Uitsplitsing beleidsterrein naar prestaties:
­

Omschrijving (bedragen x € 1.000)

lasten 2016

baten 2016

saldo 2016

begroting 2016

verschil 2016

voeren erfpachtbedrijf

6.753

-7.175

-422

246

669

opstellen MPG 2016 en Vermogensbeheer grondexploitatie 2016-2020

32.197

-26.859

5.338

7.112

1.784

exploiteren gem.vastgoed

11.420

-14.979

-3.559

-344

3.215

totaal 

50.370

-49.013

106

7.024

5.668

- Prestatie voeren erfpachtbedrijf ­
Erfpacht heeft een voordelig saldo van € 670.000. Dit saldo is voornamelijk het gevolg van incidentele opbrengsten door verkoop van erfpachtgronden naar vol eigendom en eerste uitgifte van gronden in erfpacht. Daarnaast zijn er suppletievergoedingen van woningbouwverenigingen Portaal en Ons Doel voor het omzetten van erfpachtpercelen met sociale huurwoningen naar erfpachtpercelen met koopwoningen gerealiseerd.

- Prestatie Opstellen Meerjarenperspectief Grondexploitaties 2016 en Vermogensbeheer Grondexploitaties 2016-2020

Onderhandelingsakkoord Ons Doel­
In het Onderhandelaarsakkoord Ons Doel – gemeente Leiden d.d. 6 april 2016 (RB 16.0044) is vanuit de reserve herstructurering woongebieden Ons Doel voor 2016 een bedrag beschikbaar gesteld van € 2.094.736. In 2016 is door woningstichting Ons Doel slechts een gedeelte van de bijbehorende prestatie gerealiseerd. De prestaties die niet in 2016 gerealiseerd zijn schuiven door naar 2017. Hierdoor is het restant budget 2016 van € 1.884.736 vanaf 2017 beschikbaar. Het Onderhandelaarsakkoord loopt door tot en met 2018.

Exploitatiebijdragen­
Het budget exploitatiebijdragen aan investeringen heeft een voordeel van € 1,8 miljoen. Het gaat hierbij om verschillende reservebijdragen aan kredieten die nog niet volledig zijn uitgegeven en worden doorgeschoven. Het volledige bedrag zal worden opgenomen in een bestemmingsvoorstel om te worden overgeheveld naar 2017.

Afsluiting grex A4/W4­
De werkzaameden met betrekking tot het uitvoeren van grondexploitatie A4/W4 zijn in 2016 grotendeels uitgevoerd. Dit betekent dat de grondexploitatie in 2016 afgesloten kan worden met een positief saldo van € 817.956. Conform huidig beleid wordt het positief saldo gestort in de reserve Grondexploitatie. Om dit te realiseren wordt een bestemmingsvoorstel ingediend.

Opbrengst grondverkopen­
In 2016 zijn de totaal geraamde grondopbrengsten € 7,3 miljoen. Hiervan is € 5,0 miljoen gerealiseerd en inmiddels gestort in de reserve Grondexploitatie. De niet gerealiseerde grondopbrengsten van € 2,3 miljoen verwachten we in 2017. Door onder andere het niet doorgaan van het vestigen van Airbus op het Bioscience Park (Leidens gedeelte) heeft in 2016 de betreffende grondtransactie niet plaatsgevonden. Voor het resterende saldo van € 2,3 miljoen wordt een voorstel tot budgetoverheveling aangeleverd.

Voorziening negatieve grondexploitaties­
Bij het opmaken van het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties 2016 (MPG) blijkt dat er per saldo € 0,25 miljoen moet worden gestort in de voorziening negatieve grondexploitaties. Als gevolg van verschuivingen in de fasering (hogere rentelast), een hogere inschatting van de nog benodigde plankosten en bijstellen van de raming voor openbare inrichting is voor de Lorentzschool, Oppenheimstraat en Haagwegkwartier circa € 0,5 miljoen extra voorziening nodig. Daar staat tegenover dat de voorziening voor de Aalmarkt en Trekvaartplein lager uitvallen (een verbetering van het grondexploitatiesaldo met circa € 0,3 miljoen). Zie voor een nadere toelichting ook paragraaf 2.3.7 Grondbeleid en het MPG.

- Prestatie Exploiteren van gemeentelijk vastgoed

De voornaamste afwijkingen binnen de prestatie exploiteren gemeentelijk vastgoed:

Project verkoop gemeentelijk vastgoed

Het saldo van de opbrengsten van verkoop gemeentelijk vastgoed zijn € 3,1 miljoen hoger dan geraamd. Het hogere resultaat is met name het gevolg van de verkoop van het pand Rapenburg 48-Pieterskerkhof 4A. De verkoop van dit pand was niet voorzien in 2016, maar in 2017. Voor deze hogere opbrengst wordt een bestemmingsvoorstel ingediend conform gemeentelijk beleid. Opbrengsten uit verkoop gemeentelijk vastgoed worden namelijk gestort in de reserve grondexploitaties.

Wonen

Geen afwijkingen > € 250.000

PROGRAMMA 7 JEUGD EN ONDERWIJS

Jeugd en onderwijs
bedragen x € 1.000,-

Begroting 2016

Rekening 2016

Verschil

Afwijking %

Lasten

53.308

52.341

967

1,81 %

Baten

-5.561

-4.951

-610

10,97 %

Saldo

47.747

47.390

357

0,75 %


bedragen x € 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Jeugd

110

-6

104

Peuterspeelzalen en kinderopvang

64

0

64

Onderwijsbeleid

236

-188

49

Onderwijshuisvesting

557

-416

140

Totaal

967

-610

357

Toelichting op beleidsterreinen met afwijkingen > € 250.000

Jeugd

Geen afwijkingen > € 250.000

Onderwijsbeleid
In de begroting 2016 is er vanuit gegaan dat er ruim € 400.000 extra ten opzichte van de rijksbijdrage zou worden uitgegeven. Voor dit extra bedrag is een onttrekking geraamd aan de opgebouwde reserve (vooruitontvangen rijksbijdragen voor onderwijskansenbeleid). In werkelijkheid zijn de uitgaven voor onderwijskansenbeleid ca. € 100.000 hoger dan de rijksbijdrage. Hierdoor is er ca. € 300.000 minder uitgegeven dan geraamd. Dit bedrag blijft beschikbaar voor latere jaren omdat er eveneens een lager bedrag is onttrokken aan de daarvoor bestemde reserve. Verder zijn er ca. € 80.000 meer rijksmiddelen ontvangen voor RMC. Hier stond eveneens een vergelijkbaar bedrag aan hogere uitgaven tegenover. Op de overige budgetten voor onderwijsbeleid is er sprake van een per saldo geringe onderschrijding van ca. € 16.000. Tenslotte is er een gering bedrag meer aan inkomsten ontvangen.

Onderwijshuisvesting

Op afrekeningen over voorgaande jaren is een voordeel gerealiseerd van ca. € 130.000. Als gevolg van extra avond- en dagverhuur van gymnastieklokalen is een extra opbrengst gegenereerd van € 149.000. Daarbij was er sprake van extra kosten van beheer gymlokalen (€ 74.000). Voor exploitatie, beheer en onderhoud zijn er (intern) minder vergoedingen doorbetaald. Hierdoor is er sprake van lagere lasten en baten van ca. € 500.000. Vanaf 2017 zal de begroting worden aangepast, waardoor deze interne verrekeningen kunnen vervallen.

PROGRAMMA 8 SPORT, CULTUUR EN RECREATIE

Cultuur, sport en recreatie
bedragen x € 1.000,-

Begroting 2016

Rekening 2016

Verschil

Afwijking %

Lasten

36.200

35.564

636

1,76 %

Baten

-4.312

-4.477

164

-3,81 %

Saldo

31.888

31.088

800

2,51 %


bedragen x € 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Cultuur

167

56

223

Cultureel erfgoed

506

135

641

Sport

-12

-127

-139

Recreatie

-26

101

75

Totaal

636

164

800

Toelichting op beleidsterreinen met afwijkingen > € 250.000

Cultureel erfgoed
De Subsidieregeling Historisch Stadsbeeld bestaat sinds 2009. Als gevolg van het succes van deze regeling waren de middelen steeds sneller in het jaar op. Daarom is in 2015 voorgesteld om de regeling verder aan te scherpen. In 2015 (€ 200.000) en 2016 (€ 300.000) zijn extra middelen ingezet voor de Morsstraat, Haarlemmerstraat inclusief Turfmarkt en Prinsessekade, Haven, Aalmarkt incl. Maarsmansteeg en Mandenmakersteeg, Breestraat en Korevaarstraat, zijnde projecten waar in het kader van programma Binnenstad is of wordt geïnvesteerd in de kwaliteit openbare ruimte. Een groot deel van dit extra budget (€ 280.000) is niet besteed in 2016 en zal in 2017 en verder uitgegeven worden.

De Subsidieregeling Historisch Stadsbeeld bestaat sinds 2009. Eind 2015 is naast de bestaande budgetten nog eens € 50.000 beschikbaar gesteld vanuit programma Binnenstad om een extra impuls te geven aan de verwijdering van lichtbakken ten behoeve van het aanpassen van de gevelreclame. Een groot deel van dit extra budget is niet besteed in 2016 en zal in 2017 en verder uitgegeven worden.

PROGRAMMA 9 MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING

Maatschappelijke ondersteuning
bedragen x € 1.000,-

Begroting 2016

Rekening 2016

Verschil

Afwijking %

Lasten

87.004

88.408

-1.404

-1,61 %

Baten

-4.438

-4.570

132

-2,97 %

Saldo

82.565

83.838

-1.272

-1,54 %


bedragen x € 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Sociale binding en participatie

256

2

258

Preventie

404

-39

365

Ondersteuning

-1.949

134

-1.816

Kwetsbare groepen

-115

35

-80

Totaal

-1.404

132

-1.272

Toelichting op beleidsterreinen met afwijkingen > € 250.000

Sociale binding en Participatie
Het budget stimuleren wijkinitiatieven is onder­schreden met € 98.000. Daardoor zal de geraamde onttrekking aan de reserve onderhoud kapitaalgoederen en herinrichting openbare ruimte ook € 98.000 lager zijn. Het budget van €120.000 voor sociaal maatschappelijke ondersteuning Trekvaartplein is niet besteed.

Preventie
Er is € 206.000 minder aan subsidie verstrekt inzake vrijwillige thuis- en mantelzorg. De afrekening van een subsidie aan de stichting Rivierduinen over 2015 heeft geleid tot een positief incidenteel afwikkelingsverschil van € 74.000. Bij de 2e bestuursrapportage 2016 is een incidenteel budget van € 50.000 voor organisatiekosten beschikbaar gesteld voor het toegankelijk maken van allerlei voorzieningen (inclusie). Dit budget is niet besteed. In de begroting is geen rekening gehouden met teruggave van de compensabele btw voor de RDOG, omdat dit jaar op jaar varieert. Het voordeel over 2016 bedraagt € 84.000.

Ondersteuning
Op het transformatiebudget is een onderschrijding op de lasten ontstaan van € 566.478. Dit leidt tot een lagere onttrekking aan de reserve zachte landing rijksbezuinigingen 3D. Op het invoeringsbudget WMO is een incidenteel nadeel ontstaan van € 208.000. Op de sociale wijkteams is een nadeel ontstaan van € 51.000. Op de algemene voorziening voor minima is een nadeel ontstaan van € 240.000. Op de overige individuele WMO-voorzieningen (huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding, vervoersvoorzieningen, woningaanpassingen) is een incidenteel nadeel ontstaan van € 2,0 miljoen. Bij de 2e berap is achteraf bezien een te fors voordeel aangemeld en afgeraamd (€ 3,96 miljoen).

Kwetsbare groepen
De kosten inzake noodopvang Wassenaarseweg zijn € 129.000 lager uitgevallen. Op het budget Vrouwenopvang is een onderschrijding ontstaan van € 164.000. Hier is geanticipeerd op rijksbezuinigingen waardoor het budget met name vanaf 2019 aanmerkelijk gaat dalen. In 2017 en 2018 is het budget inmiddels verhoogd met niet-bestede middelen uit voorgaande jaren. De kosten inzake de locaties Sumatrastraat, Wassenaarsweg en Voorschoterweg zijn € 708.000 lager uitgevallen door vertraging van met name de locatie Voorschoterweg vanwege de te maken funderingskeuzes. Deze kosten zullen in 2017 alsnog ontstaan. De toekomstige verplaatsingskosten vallen naar verwachting hoger uit, waardoor er € 827.851 extra in de voorziening is gestort. De kosten van het eerder gedane onderzoek naar de locaties zijn € 123.000 lager dan geraamd.

PROGRAMMA 10 WERK EN INKOMEN

Werk en inkomen
bedragen x € 1.000,-

Begroting 2016

Rekening 2016

Verschil

Afwijking %

Lasten

126.977

127.307

-330

-0,26 %

Baten

-76.251

-76.101

-149

0,20 %

Saldo

50.726

51.206

-480

-0,95 %


bedragen x € 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Arbeidsparticipatie

-391

262

-129

Maatsch. participatie en onderst. minima

-398

28

-370

Inkomensvoorzieningen

162

-163

-1

Schuldhulpverlening

296

-277

19

Totaal

-330

-149

-480

Toelichting op beleidsterreinen met afwijkingen > € 250.000

Arbeidsparticipatie

Werk en Inkomen
Er zijn extra kosten ontstaan op re-integratie jongeren voor in totaal € 229.000. Deze extra kosten hebben geleid tot een hogere rijkssubsidie van € 229.000.

DZB
Op basis van de resultaten over de eerste 6 maanden werd een voordeel verwacht voor 2016. Bij de 2e bestuursrapportage is daarom € 350.000 ten gunste van de concernreserve gebracht omdat de bedrijfsreserve op haar maximum zat. De tweede helft van het jaar is anders gelopen, met name door hogere kosten, waardoor er per saldo € 75.000 moest worden onttrokken aan de bedrijfsreserve.

Maatschappelijke participatie en ondersteuning minima
In november en december zijn veel statushouders gehuisvest. De kosten minimabeleid/bijzondere bijstand zijn mede daardoor € 241.000 hoger uitgevallen dan begroot. Van het Rijk wordt een vergoeding, via de algemene uitkering (programma Algemene dekkingsmiddelen), ontvangen voor kosten die gerelateerd zijn aan statushouders. In 2016 is een vergoeding van € 900.000 ontvangen gebaseerd op het aantal gehuisveste statushouders t/m oktober. In de begroting was rekening gehouden met € 1 miljoen voor heel 2016. De vergoeding over november en december wordt in 2017 ontvangen. De hoogte van de vergoeding wordt geschat op € 200.000. Daarnaast is meer aan kwijtschelding afvalstoffenheffing heffingen verleend, waardoor een nadeel van € 131.000 is ontstaan. In 2015 bedroeg het nadeel € 98.000. Een overschrijding op kwijtschelding kan betekenen dat de opslag op het tarief afvalstoffenheffing voor inkomstenderving door kwijtschelding te laag is vastgesteld.

Inkomensvoorziening
Geen relevante afwijkingen.

Schuldhulpverlening
De pilot Jongeren en Schulden Debt? to no Debt! is september 2016 (RV.16.0080) vastgesteld om uit te voeren. In 2016 zijn de noodzakelijke voorbereidingen getroffen en zijn er geen jongeren geweest die voldeden aan de criteria om deel te nemen aan de pilot jongeren en schulden (Debt? to no Debt!).
Daardoor zijn er geen kosten (€ 285.000 voordeel) en geen inkomsten (€ 250.000 nadeel) ontstaan. Een deel van de geraamde kosten werd gedekt door een onttrekking van € 35.000 aan de reserve. De onttrekking heeft niet plaatsgevonden omdat er geen kosten zijn gemaakt waardoor een nadeel is ontstaan van € 35.000.

ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN EN ONVOORZIEN

Algemene middelen
bedragen x € 1.000,-

Begroting 2016

Rekening 2016

Verschil

Afwijking %

Lasten

3.335

-1.641

4.976

149,22 %

Baten

-307.230

-306.628

-602

0,20 %

Saldo

-303.895

-308.269

4.374

-1,44 %


bedragen x € 1.000,-

Afwijking Begroting - Rekening (- is nadeel)

Lasten

Baten

Saldo

Lokale heffingen besteding niet gebonden

0

225

225

Algemene uitkering

329

-332

-3

Dividend

0

-10

-10

Saldo financieringsfunctie

126

323

449

Overige alg.dekkingsmiddelen

4.520

-808

3.713

Onvoorzien

1

0

1

Totaal

4.976

-602

4.374

De toelichting op de algemene dekkingsmiddelen is opgenomen in de hierna volgende paragraaf (3.5.2).

Onzekerheid die voortvloeit uit (mogelijk onjuiste) toepassing woonplaatsbeginsel bestedingen Jeugdhulp
In deze jaarrekening zijn de werkelijke lasten met betrekking tot de jeugdhulp (uit hoofde van Jeugdwet) opgenomen, totaal € 25,2 miljoen. Dit betreft grotendeels zorgkosten die door zorginstellingen bij de gemeente in rekening zijn gebracht (via de Tijdelijke Werkorganisatie Jeugdhulp Holland Rijnland), totaal € 22,7 miljoen. Volgens de Jeugdwet dient voor iedere jeugdige die een zorgtraject nodig heeft er één individuele gemeente verantwoordelijk te zijn voor het leveren van deze zorg. Om te bepalen welke gemeente dit is, is het zogeheten woonplaatsbeginsel van toepassing. Overigens is het zo dat de gemeente Leiden in regionaal verband met 12 andere gemeenten de regio Holland Rijnland vormt en er binnen deze regio onderlinge solidariteit is afgesproken. Dat betekent voor het woonplaatsbeginsel dat de jeugdige dus binnen de regio Holland Rijnland moet vallen).
In verband hiermee bestaat er in deze jaarrekening 2016 een onzekerheid ten aanzien van de juistheid, volledigheid en rechtmatigheid van verantwoorde gedeclareerde zorgkosten van zorgaanbieders. Dat lichten we hieronder toe.

Het woonplaatsbeginsel is eenvoudig vast te stellen als de jeugdige op hetzelfde adres woonachtig is als de gezaghebbende ouders. In dat geval is de gemeente die verantwoordelijk is uit de Basisregistratie Personen (BRP) te herleiden. Dit is ook achteraf te controleren door bij zorgaanbieders een uitvraag te doen op uitsluitend het BSN van in 2016 gedeclareerde jeugdigen.

Het wordt lastiger (en op dit moment voor onze gemeente onmogelijk) te controleren of het woonplaatsbeginsel juist is toegepast als sprake is van een situatie waarbij de jeugdige op een ander adres ‘verblijft’ dan de gezagsdrager van de jeugdige. Omdat de zorgaanbieders alleen de BSN van de jeugdige registreren bij een behandeling, is dan een toets achteraf zoals hiervoor beschreven niet meer uitvoerbaar.

Bovenstaande impliceert twee onzekerheden voor de jaarrekening 2016.

Enerzijds kan het zo zijn dat in de werkelijke lasten nu lasten zijn inbegrepen voor jeugdigen die in onze gemeente / regio verblijven, maar waarvoor de gezagsdrager eigenlijk woonachtig is in een andere gemeente. In dat geval had eigenlijk nog een factuur aan / vordering op een andere gemeente in de jaarrekening 2016 moeten zijn verantwoord.

Anderzijds kan het zo zijn dat zorgaanbieders aan andere gemeenten kosten in rekening hebben gebracht voor jeugdigen die in die gemeente verblijven, maar waarvan de gezagsdrager woonachtig is in onze gemeente / regio. In dat geval is het mogelijk dat deze gemeente(n) nog een factuur aan onze gemeente zullen versturen.

Voor beide situaties is in de jaarrekening 2016 geen vordering of schuld opgenomen. Dit, omdat het op dit moment niet mogelijk is om een betrouwbare inschatting te maken van de hoogte hiervan en de kans dat een dergelijke verrekening zich zal gaan voordoen. Hoewel dit een ‘onzekerheid’ is, schat het college echter in dat dit geen materieel effect heeft op het beeld van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en eigen vermogen.

Onzekerheid die voortvloeit uit mogelijk onjuiste of onvolledige declaratie van zorgkosten door (kleine of vrijgevestigde) zorgaanbieders
In deze jaarrekening zijn de werkelijke lasten met betrekking tot jeugdhulp (uit hoofde van Jeugdwet), totaal € 25,2 miljoen, en begeleiding, huishoudelijke ondersteuning, hulp- en vervoersmiddelen en beschermd wonen (alle uit hoofde van Wmo), totaal € 46,1 miljoen, opgenomen. Dit betreft grotendeels zorgkosten die door zorginstellingen bij de gemeente in rekening zijn gebracht (voor jeugdhulp via Tijdelijke Werkorganisatie Jeugdhulp Holland Rijnland, totaal € 22,7 miljoen (aandeel Leiden), en voor Wmo-voorzieningen rechtstreeks aan de gemeente, totaal € 41,1 miljoen).

Er bestaat in deze jaarrekening 2016 een onzekerheid ten aanzien van de juistheid, volledigheid en rechtmatigheid van verantwoorde gedeclareerde zorgkosten van zorgaanbieders waarvoor geen controleverklaring vereist of verkregen is. Dat lichten we hieronder toe.

Contractueel heeft de gemeente afspraken gemaakt met de zorginstellingen waaruit blijkt wanneer deze kosten in rekening mogen brengen bij de gemeente. Het aantonen van de naleving van deze afspraken is voor een belangrijk gedeelte neergelegd bij de zorginstellingen zelf: zij moeten over 2016 een verantwoording indienen bij de gemeente waaruit blijkt dat zij, overeenkomstig de contractuele afspraken (waaronder aantonen feitelijke prestatielevering (bij Jeugd en Wmo), juist, volledig en rechtmatig hebben gedeclareerd. Voor grote zorginstellingen 1 dient deze verantwoording gepaard te gaan met een controleverklaring van de huisaccountant van de zorginstelling.

Voor vrijgevestigden en kleine zorginstellingen geldt deze verplichting voor een accountantscontrole niet.

Omdat de gemeente wettelijk gezien geen recht heeft om een zogeheten ‘materiële controle’ uit te voeren bij deze zorgaanbieders, bestaat er in deze jaarrekening een onzekerheid ten aanzien van de juistheid, volledigheid en rechtmatigheid van verantwoorde gedeclareerde zorgkosten van zorgaanbieders waarvoor geen controleverklaring vereist is en van zorginstellingen waarvan geen of geen goedgekeurde zorgverklaring is ontvangen. Wel is de onzekerheid in 2016 ten opzichte van 2015 verminderd voor deze groep aanbieders bij de Jeugd, omdat daar –na uitvoering van interne controles - wel in een flink aantal gevallen een zogeheten finale afrekening is gedaan tussen zorgaanbieders en de gemeente. Deze finale afrekening heeft erin geresulteerd dat de accountant de uitgaven aan deze vrijgevestigde en kleine aanbieders niet meer hoefde mee te tellen in de onzekerheid. Hiermee gaat een totaalbedrag gemoeid van € 0,9 miljoen (aandeel Leiden) aan uitgaven Jeugd. Er resteert echter ook een groep vrijgevestigde en kleine aanbieders waarmee geen finale afrekening is opgesteld. Beide situaties samen tellen op tot een totale onzekerheid van € 2,7 miljoen bij uitgaven Jeugd (aandeel Leiden) en € 2,6 miljoen bij uitgaven Wmo.

Het college heeft wel een aantal aanknopingspunten op grond waarvan zij van mening is dat er geen aanleiding is om over te gaan tot terugvordering van betaalde zorgnota’s:

  • Uit klachtenregistratie en –afhandeling komen geen indicaties naar voren dat gedeclareerde zorg niet of niet juist is geleverd;
  • Uit gesprekken die uit hoofde van contractmanagement met zorgaanbieders zijn gevoerd over de uitvoering van de dienstverlening is een beeld naar voren gekomen van de kwaliteit en kwantiteit van dienstverlening die door zorgaanbieders is geleverd. Voor zover nodig is actie ondernomen om deze kwaliteit verder te verbeteren, maar ook hieruit zijn geen indicaties naar voren gekomen dat gedeclareerde zorg niet of niet juist is geleverd.

De gemeente heeft ten aanzien van het aspect volledigheid van de lasten in de contracten opgenomen dat de zorgaanbieders voor een bepaalde datum na afsluiting van het jaar 2016 hun kosten in rekening moeten hebben gebracht. Tevens heeft de gemeente cijferanalyses uitgevoerd op de gedeclareerde zorgkosten versus de begrote of contractueel overeengekomen zorgkosten. Hieruit zijn geen indicaties naar voren gekomen dat de zorgkosten niet juist of niet volledig zouden zijn.

Onzekerheid die voortvloeit uit (mogelijk onjuiste) uitvoering van PGB’s door Sociale Verzekeringsbank
In deze jaarrekening zijn de werkelijke lasten van PGB-verstrekkingen verantwoord met betrekking tot jeugdhulp (uit hoofde van de Jeugdwet), totaal € 1,7 miljoen, en uit hoofde van de Wmo, totaal € 4,7 miljoen. Deze PGB-verstrekkingen worden landelijk door de Sociale Verzekeringsbank als uitvoeringsorganisatie gedaan en gemeenten ontvangen jaarlijks een totaaloverzicht van deze PGB-verstrekkingen via een eindverantwoording. De Sociale Verzekeringsbank dient daarbij tevens een controleverklaring van de huisaccountant aan te leveren waaruit blijkt dat deze PGB-verstrekkingen juist, volledig en rechtmatigheid zijn gedaan.

Voor 2016 is sprake van een situatie waarbij de Sociale Verzekeringsbank deze juistheid, volledigheid en rechtmatigheid van PGB-verstrekkingen niet in voldoende mate kan aantonen. Dit resulteert in een onzekerheid voor de gemeente of de lasten voor PGB-verstrekkingen die nu op basis van de schattingsmodules van de Sociale Verzekeringsbank (d.d. mei 2017) in deze jaarrekening zijn verwerkt, juist, volledig en/of rechtmatig zijn.

Onzekerheid ten aanzien van de eigen bijdrage via het CAK
In deze jaarrekening zijn de van het CAK ontvangen eigen bijdragen van cliënten verantwoord m.b.t. begeleiding, huishoudelijke hulp, hulp- en vervoersmiddelen (uit hoofde van Wmo), totaal € 2,2 miljoen. Deze eigen bijdragen worden door het CAK berekend, opgelegd en geïnd en vervolgens afgedragen aan de gemeente o.b.v. aangeleverde informatie over geleverde zorg door zorgaanbieders.

Zorgaanbieders zijn contractueel verplicht om de zorgtrajecten aan te melden bij het CAK. Het CAK is vervolgens de uitvoeringsorganisatie die de eigen bijdrage berekent, oplegt en int bij de cliënten en daarna afdraagt aan de gemeente. Het CAK verstrekt, naast een zogeheten Third Party Mededeling ook een totaaloverzicht van de eigen bijdragen die zijn berekend, opgelegd, geïnd en afgedragen.

Probleempunt hierbij is dat de gemeente geen volledig inzicht heeft in de individueel door het CAK berekende eigen bijdrage van de cliënt en dat gemeenten de eigen bijdragen, niet direct kunnen berekenen en controleren. Om privacy redenen staan de inkomensgegevens niet op de overzichten van het CAK, terwijl deze wel nodig zijn om definitief de juistheid en de volledigheid van de eigen bijdragen te kunnen bepalen. Dit leidt tot een onzekerheid in deze jaarrekening t.a.v. de juistheid, volledigheid en rechtmatigheid van de verantwoorde eigen bijdragen. Het is niet mogelijk om de hoogte van deze onzekerheid te duiden.

  1. 1 “grote zorginstellingen”: gemeten op basis van de contractueel overeengekomen ‘opdrachtwaarde’: Jeugdhulp: > € 100.000, Wmo: > € 50.00