Ga naar boven

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Inleiding
De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van het 'Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeente' (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door de gemeenteraad op 20-11-2016 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. (RB16.0089)

Wijziging BBV

Als gevolg van een wijziging van het BBV zijn onderstaande mutaties in 2016 verwerkt.

Balans 31-12-2015

Mutatie BBV

Balans 1-1-2016

VASTE ACTVA

614.436

4.733

619.169

Immateriële vaste activa

0

426

- Bijdrage aan activa in eigendom van derden

0

426

426

Materiële vaste activa

595.170

599.903

- Investeringen met economisch nut

499.256

4.733

503.989

Financiële vaste activa

19.266

18.840

- Bijdrage aan activa in eigendom van derden

426

-426

0

VLOTTENDE ACTIVA

81.584

-4.733

76.851

Voorraden

19.150

14.416

- Grond- en hulpstoffen

4.733

-4.733

0

Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden vanaf 1 januari 2016 gepresenteerd onder de immateriële vaste activa in plaats van onder de financiële vaste activa. (BBV artikel 34 lid c)
De boekwaarde van de Niet in exploitatie genomen bouwgronden (NIEGG's) wordt per 1 januari 2016 gepresenteerd als onderdeel van de boekwaarde van investeringen met economisch nut (gronden en terreinen) in plaats van als onderdeel van de boekwaarde van grond- en hulpstoffen onder de voorraden. (BBV notitie grondexploitaties 2016)

De grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn in vergelijking met voorgaand jaar niet gewijzigd.

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening
Voor zover niet anders vermeld, zijn de activa en passiva gewaardeerd tegen nominale waarden. De verkrijgingprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen verder worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten.
Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid.
Alle bedragen in de jaarrekening staan weergegeven in duizenden euro’s, tenzij anders vermeld.

Grondslagen voor waardering

ACTIVA

Immateriële vaste activa
Kosten die worden gemaakt in de periode vóórdat een grondexploitatie wordt vastgesteld door de gemeenteraad, worden als voorbereidingskosten geactiveerd onder de balanspost 'Kosten van onderzoek en ontwikkeling'. Na maximaal 5 jaar moeten de kosten hebben geleid tot een actieve grondexploitatie, dan wel worden afgeboekt ten laste van het jaarresultaat. Deze kosten zijn gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

De boekwaarde van de bijdragen aan activa in eigendom van derden werden tot en met 2015 gepresenteerd onder de financiële vaste activa. in verband met een wijziging van het BBV wordt de boekwaarde met ingang van 2016 gepresenteerd onder de immateriële vaste activa. (BBV artikel 34 lid c)

Materiële vaste activa
De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijging- of vervaardigingprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden zijn op de desbetreffende investering in mindering gebracht. Materiële vaste activa worden geactiveerd bij een aanschafwaarde groter dan € 25.000 en een minimale gebruiksduur van drie jaar. Uitzondering hierop zijn Gronden en terreinen, deze worden altijd geactiveerd. Op gronden wordt niet afgeschreven, tenzij de grond deel uitmaakt van een investering in de openbare ruimte met maatschappelijk nut.

Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. De afschrijving van een activum start op de eerste dag van het jaar volgend op het jaar waarin het object bedrijfsvaardig is opgeleverd. Afschrijvingen zijn onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Bijdragen uit reserves ten behoeve van economische investeringen worden ingezet ter dekking van de kapitaallasten.
Voor maatschappelijke investeringen zijn bijdragen van reserves aan activeerbare investeringen naar aanleiding van de vernieuwing BBV met ingang van 2017 niet meer toegestaan. Hier is in het boekjaar 2016 rekening mee gehouden voor de investeringen die in dit jaar niet worden afgesloten.

De in erfpacht uitgegeven gronden zijn gewaardeerd tegen uitgifteprijs van eerste uitgifte. De in eeuwigdurende erfpacht uitgegeven gronden zijn gewaardeerd tegen registratiewaarde.

Maximale afschrijvingstermijnen voor materiële vaste activa

Maximale levensduur

Soort activa

60 jaar

Aanleg riolering

40 jaar

Nieuwbouw woonruimten en bedrijfsgebouwen; aanleg wegen, bruggen en walmuren, sportvelden, volkstuinen en zwembaden

25 jaar

Renovatie, restauratie en aankoop woonruimten en bedrijfsgebouwen; reconstructie wegen, bruggen, rioleringen en walmuren

20 jaar

Stenen bergplaatsen en loodsen; openbare verlichting

15 jaar

Centrale verwarming; bijzondere voertuigen als brandweerauto’s

10 jaar

Houten bergplaatsen en loodsen; technische- en veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen; telefooninstallaties; kantoormeubilair; schoolmeubilair; verkeerslichteninstallaties, motorvoertuigen en machines

5 jaar

Zware transportmiddelen; aanhangwagens; schuiten; personenauto’s; lichte motorvoertuigen; automatiseringsapparatuur

niet

Gronden en terreinen

De afschrijvingsmethode is vastgelegd in de door de raad vastgestelde financiële verordening en is in principe lineair. Bij bedrijfsmiddelen met een levensduur van maximaal tien jaar wordt de afschrijving op basis van de annuïtaire systematiek bepaald. In november 2016 is deze verordening herzien, om precies te zijn via vaststelling in de raadsvergadering van 10 november 2016. De verordening is in werking getreden één dag na publicatie, zijnde 18 november 2016. Hierbij geldt dat we ten aanzien van de gewijzigde afschrijvingstermijnen de datum 1 januari 2017 voor ogen hebben gehad waarop deze aangepast zouden worden. In de jaarrekening 2016 zijn dus nog de afschrijvingstermijnen gehanteerd uit de oude financiële verordening.

Financiële vaste activa
Kapitaalverstrekkingen, leningen, overige langlopende leningen en overige uitzettingen worden gewaardeerd tegen verkrijgingprijs onder aftrek van eventuele aflossingen en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Deelnemingen worden in afwijking hiervan gewaardeerd tegen marktwaarde indien deze waarde lager is dan de verkrijgingprijs.
Onder overige uitzettingen worden aandelen, obligaties, maar ook leningen en vorderingen verstaan. Uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar worden opgenomen onder de vlottende activa. Uitzettingen met een oorspronkelijke looptijd van langer dan één jaar worden gedurende de gehele looptijd onder de financiële vaste activa opgenomen.
Voorzieningen wegens oninbaarheid van leningen worden in mindering gebracht op de nominale waarde van de leningen.

Voorraden
De bouwgronden in exploitatie zijn opgenomen tegen de daaraan bestede kosten (limitatief opgesomd in de kostensoortenlijst, zoals opgenomen in artikel 6.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening), inclusief de bijgeschreven rente (gebaseerd op de werkelijke in het boekjaar betaalde rente over het vreemd vermogen) en verminderd met de opbrengst wegens gerealiseerde grondverkopen. De rente is toegerekend over de boekwaarde per 1 januari van het betreffende boekjaar. Winstneming vindt plaats op het moment dat de exploitatie van een complex wordt beëindigd of wanneer tussentijds met redelijke zekerheid vast te stellen is, dat er winst gerealiseerd wordt. Het bepalen van de hoogte van tussentijdse winstneming en de voorwaarden daarvoor liggen vast in het besluit van de raad van 22 april 2008 (RB 08.0027). Dit besluit luidt als volgt:

1) De hoogte van de tussentijdse winstneming bij grondexploitatieprojecten te bepalen door de laagste stand te nemen van de volgende kengetallen:
a. de kasstand per 31 december van enig jaar
b. de stand van zaken cashflow + nog te realiseren kosten en opbrengsten, dus de geprognosticeerde kasstand op einddatum en
c. de netto contante waarde per 31 december van datzelfde jaar en deze te verminderen met het bedrag dat is herleid uit de risicoanalyse, onder voorwaarde dat dit uiteindelijke saldo positief is

2) Tussentijds winst te nemen bij grondexploitatieprojecten die aan de volgende voorwaarden voldoen:
a. het project is in de uitvoeringsfase (er is door de raad een uitvoeringsbesluit genomen)
b. voor het project is op basis van een risicoanalyse bepaald dat tussentijdse winstneming mogelijk is

Voor de bouwgronden in exploitatie en een geprognosticeerd negatief eindresultaat wordt een voorziening getroffen die in mindering wordt gebracht op de post Bouwgrond in exploitatie.
De disconteringsvoet die is gehanteerd in de berekening van de contante waarde ten behoeve van het treffen van deze verliesvoorziening is voor alle gemeenten gelijk gesteld aan het maximale meerjarig streefpercentage van de Europese Centrale Bank voor de inflatie binnen de Eurozone (voor 2016: 2%).

De gehanteerde parameters voor kosten, opbrengsten en rente zijn terug te vinden in de paragraaf grondbeleid.

Om de risico’s die samenhangen met zeer lang lopende projecten te beperken mag de looptijd van een grondexploitatiecomplex maximaal 10 jaar bedragen.

Deze 10 jaar dient te worden gehanteerd als richttermijn, die voortschrijdend moet worden bezien en waar alleen gemotiveerd van kan worden afgeweken. Een gemotiveerde afwijking houdt in dat deze motivatie is geautoriseerd door de raad en verantwoord in de begroting en de jaarstukken. De motivatie moet tevens zijn voorzien van risico-beperkende beheersmaatregelen die de gemeente heeft genomen om de onzekerheden en risico’s die gepaard gaan met de langere looptijd te mitigeren.

De overige voorraaden, inclusief de vooruitbetalingen op onderhanden werk zijn gewaarderd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de lagere marktwaarde.

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de nominale waarde van de vorderingen. Deze voorziening wordt statisch bepaald.

PASSIVA

Eigen vermogen
Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het nog te bestemmen resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening.

Afkoopsommen erfpacht
Van derden ontvangen afkoopsommen voor erfpachtcanons worden gestort in de reserve afkoopsommen erfpacht. Gedurende de contractperiode valt jaarlijkse een deel van de afkoopsom vrij ten gunste van de exploitatie om de rentelasten over de grondwaarde te dekken.

Voorzieningen
In het BBV worden vier mogelijkheden aangereikt waarvoor voorzieningen gecreëerd kunnen worden :

1. Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, maar redelijkerwijs is in te schatten.;

2. Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten;

3. Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.;

4. De bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b.

Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden. Een uitzondering hierop zijn de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Conform Artikel 49 BBV worden deze sinds 2008 onder de overlopende passiva opgenomen.

Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Aan voorzieningen wordt geen rente toegevoegd. De gemeente Leiden kent één voorziening die tegen de 'netto contante waarde' is gewaardeerd. De voorziening pensioenen wethouders is contant gemaakt tegen een rekenrente van 0,864% voor toekomstige pensioenaanspraken en tegen een rekenrente van ook 0,864% voor lopende aanspraken van gepensioneerden. Dit percentage is conform de circulaire van het Ministerie van Binnenlandse Zaken over de aanpassing pensioenen en inhoudingen Appa van 16 december 2016.

Grondslagen voor resultaatbepaling 
De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Onder baten worden verstaan de baten die rechtstreeks aan het jaar zijn toe te rekenen en die in het jaar als gerealiseerd kunnen worden beschouwd. Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als bate genomen op het moment van besluitvorming door de AvA (Algemene Vergadering van Aandeelhouders) van de betreffende deelneming.
De lasten worden bepaald met inachtneming van de hierboven vermelde grondslagen voor waardering en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. Verliezen worden in aanmerking genomen in het jaar waarin deze voorzienbaar zijn. Conform het BBV worden de mutaties in reserves, zowel bij de begroting als bij de rekening, separaat verantwoord (via functie 980 in het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening). Zowel het totaal van saldo van baten en laten als het resultaat zijn hierdoor inzichtelijk.